Nieuws, Wereld, Economie, België, Tmd -

Waarom onze economie in de knoei zit, en wat eraan te doen

Deze voordracht 'Mondiale arbeids- en inkomensverdeling, ook in sociaalecologisch perspectief' is gehouden in Vooruit in Gent op zaterdag 20 maart

zondag 21 maart 2010 11:50

Mondiale arbeids- en inkomensverdeling, ook in sociaalecologisch perspectief’

Niemand kan uitleggen waarom vele hard werkende mensen amper een euro per dag verdienen terwijl mislukte bankiers tientallen miljoenen inpikken.

Zo mogelijk nog minder valt te verdedigen dat onze economie ooit maar goed zou kunnen werken en voor onze welvaart blijven zorgen als ze haar grootste kapitaal – de planeet aarde – opvreet, van klimaatverandering tot overbevissing en ongezien verlies van biodiversiteit.

En geen een die kan verklaren waarom we niets te vertellen zouden mogen hebben aan monopolistische of slecht geleide energieconcerns, banken, autoconstructeurs, telecombedrijven, farma- of zaadmultinationals terwijl we al vele jaren voor alle reuzenwinsten zorgen… of net moeten vermijden dat ze bankroet gaan.

Machtsverhoudingen nog altijd van tel

De aanpak van de financiële crisis vertelt dat machtsverhoudingen nog altijd van tel zijn, en zelfs doorslaggevend. Wat onze overheden echt hadden moeten doen, is de financiële sector streng reguleren en vooral de privé grootbanken inruilen voor overheidsbanken én ruimte creëren voor coöperatieve spaarbanken. Het is niet gebeurd, integendeel. De grootbankiers zijn bij machte om de staten naar hun pijpen te laten dansen en de financiële middelen die wij met z’n allen ophoesten bijna exclusief te laten inzetten voor hun redding.

Die macht valt nog meer op voor wie de tegenstelling opmerkt met de aanpak van al die andere crises. Anders dan bij falende banken – door hun eigen schuld, laten we dat vooral niet vergeten – weigeren onze overheden in te grijpen.
Neem de voedselcrisis. Voor het eerst in de menselijke geschiedenis zijn er nu meer dan 1 miljard hongerige mensen. En meer dan ooit zijn degenen die zorgen voor ons eten, bijna anderhalf miljard boeren en boerinnen, bedreigd in hun bestaan. Velen van hen lijden zelf honger. Deze landbouw- en voedselcrisis is overduidelijk het gevolg van overheden die zich verplicht zien wel bankiersbonussen te redden, maar niet bereid zijn de boeren en boerinnen te redden die ons eten voortbrengen. Ze weigeren de markt te helpen met het vastleggen van leefbare voedselprijzen voor de boeren. Evenmin creëren overheden een geldstroom, niet om weg te gooien in bodemloze bancaire putten, maar om te investeren in een productievere en duurzame landbouw, in echte welvaart dus.

Net zo leert de sociale crisis ons over heel manke economische en sociale machtsverhoudingen. Die ongelijkheid vertaalt zich in een onthutsende, een verbijsterende vaststelling: de helft van alle mensen die werken verdient minder dan anderhalve euro per dag… kent iemand een land waar daar menselijk van te leven valt? Dit moet beter. Waar blijven de staten om deze ongelijkheid aan te pakken, en hun middelen aan te wenden om aan inkomensoverdracht te doen naar wie daar echt recht op heeft. Oh ironie, die middelen vloeien vlotjes naar de bankiers… en de groeiende inkomensongelijkheid is net voor het grootste deel veroorzaakt door het financiële kapitalisme dat door hen is aangestuurd.
De ecologische crisis wijst evenzo op ongelijke machtsverhoudingen. Want in essentie draait die crisis om verhoudingen waarbij het dominante financiële en economische bestel erin slaagt te ontsnappen aan zijn plicht de grenzen van de aarde te respecteren… en op die manier in sneltreinvaart ons ecologische kapitaal, ons grootste kapitaal, om zeep helpt. Opnieuw, ook hier is een andere keuze mogelijk. Meer zelfs, die is levensnoodzakelijk.

De crisis van de democratie dan, en van de politiek in het algemeen, die bestaat er fundamenteel in dat zij weigert al deze crisissen als onomstotelijke vertrekbasis te nemen voor elk beleid, in de overtuiging dat hiermee geen stemmen of publieke steun te rapen zouden zijn. En dus analyseert de politiek onvolkomen of zelfs foutief wat ons overkomt, verzuimt zij de noodzakelijke antwoorden te formuleren en weigert zij de financiële en economische wereld dwingend te sturen in de richting van een sociaalecologische economie en van een meer democratische economie waarin werknemers, burgers en samenleving meer greep hebben op hun economische bestaan.

Juist ja, er is onmiskenbaar ook een crisis van de massamedia. Die hebben – zelfs al willen heel veel journalisten het anders – blijkbaar andere zaken aan het hoofd dan ons wegwijs te maken in al die crises én te zoeken naar de goede antwoorden. Zo verzaken ze aan hun plicht.
 

Waarover zou het publieke debat kunnen gaan? Misschien over welvaart, werk en hoe de crisis overstijgen

We beleven de grootste crisis in tachtig jaar en onze regeringen en overheden, in Vlaanderen, in België, in Europa én op het mondiale vlak, ze staan er vooral bij en kijken ernaar. Nog altijd gaat het publieke debat veel te weinig concreet én diepgaand over hoe we morgen welvarende samenlevingen kunnen bouwen. Trouwens, kan iemand uitleggen waarom de politieke wereld al die tijd heeft gewacht? Waarom ze niet al maanden, jaren en zelfs decennia geleden in gang is geschoten?

De geschiedenis waarschuwt nochtans hevig. De eerste globalisering van onze economie vanaf midden negentiende eeuw kreeg een zware schok met de Eerste Wereldoorlog begin vorige eeuw en ging ten onder in de financieel-economische crisis van de jaren dertig, gevolgd door het verdwijnen van bijna alle democratieën en het bloedbad van de Tweede Wereldoorlog.

Wie vandaag niet wil zien dat onze huishouding net als toen meer dan stevig uit de haak is en we in een diepe crisis van dat economische systeem zijn beland, negeert de feiten. Wereldwijd minstens vijftig miljoen werklozen erbij, op alle continenten een steeds kleiner deel van de welvaartstaart voor wie van zijn of haar werk moet leven, en de helft van alle werkende mensen die minder verdienen dan anderhalve euro per dag: dit is een gevaarlijke cocktail die samenlevingen en democratieën ernstig bedreigt en zelfs kan doen kapseizen. Politici die geen topprioriteit maken van een economie die welvaart creëert én verdeelt, zijn ziende blind en onverantwoordelijk.

Een slechte economische globalisering

Wat is er gebeurd? We hebben de markten mondiaal vrij gemaakt voor de financiers en voor de economie, eerst vooral voor de industrie. Dat is nog verdedigbaar op voorwaarde dat de werknemersrechten beschermd zijn zodat we een opgaande sociaaleconomische spiraal beleven. Vervolgens zijn we dat ook gaan doen voor diensten en landbouw, met veel minder succes.

Met de inschakeling in de wereldeconomie van China, India, de vroegere Sovjetunie en andere voormalige communistische landen is de hoeveelheid arbeid in de mondiale economie verdubbeld terwijl er veel minder kapitaal is bijgekomen. De verhouding is dus veranderd in het nadeel van de werkenden.

Intussen maakt de derde industriële revolutie economische globalisering makkelijker: niet alleen industriële, ook heel wat dienstenjobs kunnen gedelokaliseerd, onder andere via de virtuele globale fabriekshal die het internet is.

Zo komt het dat de economie in hoge mate vrij spel heeft gekregen om de wereld rond op jacht te gaan naar de goedkoopste arbeid: dat is ons mondiale uitzendkantoor.

We zijn beland in een omgekeerde wereld: normaal is het geldwezen (spaar- en kredietwezen) er voor de economie, en economie hebben we nodig om onze samenlevingen mogelijk te maken en goed te kunnen leven. Die logica is nu al zowat 30 jaar volledig omgedraaid

We geven wereldwijd afdwingbare rechten aan geld, aan goederen en aan diensten. Maar tot nu hebben we geen of veel te weinig afdwingbare rechten gegeven aan wie werkt – evenmin trouwens aan het milieu. Zelfs de fundamentele arbeidsrechten zijn niet gegarandeerd. Dit is de wereld op zijn kop, een wereld waarin je recht hebt om te speculeren op honger, waarin Argentijnse fabrieken dichtgaan om de munt te redden, waarin jobs worden weggesneden en dus inkomens afgepakt omdat het een hogere bonus oplevert…

Europa en de Wereldhandelsorganisatie organiseren de Europese en de globale markt waar het bedrijfsleven op zoek kan (en zelfs moet) naar de goedkoopste productiefactoren.

Maar waar blijven de sociale en ecologische regels? De verplichting van minimumlonen zodat werknemers fatsoenlijk kunnen leven van hun arbeid? van werk voor ieder die wil en kan werken? Het is jammer voor de Britten, maar het sociale Europa is niet mogelijk met hen, dus moeten we het (voorlopig) maken zonder hen. Als het zonder hen kan voor de euro, of voor Schengen, waarom dan niet voor het sociale Europa?

De basisnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie, de verplichting om vakbondsvrijheid te respecteren, het mensenrecht op sociale zekerheid en een leefbaar inkomen (die staan in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens), wanneer gelden die overal? Kan de wereld aanvaarden dat werknemers elkaar beconcurreren met hun sociale zekerheid, met hun inkomen, zo noodzakelijk om te leven?

Wil dat alles nu zeggen dat grotere markten en globalisering noodzakelijk slecht moeten zijn? Neen, zeker niet. Het is een groot geluk b.v. dat de economieën van Europa zo verweven zijn geraakt als vandaag. Het heeft de oude nationalismen en oorlogen wellicht voorgoed ondenkbaar en onmogelijk gemaakt. Maar bijna al die Europese welvaartstaten huldigden wel een model van sterke sociale correcties, een stuk democratisering van de economie, het idee dat vakbonden best sterk zijn om voor het nodige evenwicht te zorgen en optreden van de overheid waar nodig. Dat zijn we aan het vergeten.

Terecht kan men er op wijzen dat de inpassing van Spanje, Portugal en Ierland, veel armere landen, in Europa geen problemen heeft veroorzaakt, dat zij en wij er eigenlijk beter van zijn geworden.

Het is héél juist dat Europa aan de opkomst van de nieuwe industrielanden in Azië en Oost-Europa voordeel heeft gedaan. Onze handelsbalansen met de meeste van die landen was positief. Als we er in slaagden om de gaten die hier vielen door delokalisatie op te vangen door sociale begeleiding, en vooral, door nieuwe werkgelegenheid met meer toegevoegde waarde, dan wonnen we allebei.

Maar er is geen enkele wet die garandeert dat we altijd zulke positieve economische en sociale spiraal beleven. Het kan ook omgekeerd. En dat is wat me momenteel riskeren en zelfs meemaken met de intrede van massaal veel weinig beschermde of zelfs onbeschermde arbeid op de wereldmarkten.

Onvervalste economische oorlogen op de wereldwijde markten

Zo komt het dat op onze planeet oorlogen woeden die onnoemelijk veel meer slachtoffers maken dan gewapende conflicten of terrorisme, en ons bestaan veel ernstiger bedreigen. Merkwaardig genoeg besteden we daar vrij weinig aandacht aan, en gaan we er zelfs veelal achteloos aan voorbij.

Op de wereldwijde markten woeden onvervalste economische oorlogen. De uitkomst van die botsingen van belangen tussen de economisch machtigen en de massa onmachtigen is dat de opbrengsten en de inkomsten steeds verder in de richting van de machtigen verschuiven. In de loopgraven van deze economische oorlogen komen elke dag tienduizenden mensen om en verliezen honderdduizenden anderen hun bestaan. Dit zijn uiterst smerige oorlogen, die net zoals landmijnen dikwijls geniepig hun slachtoffers maken.

De markten en de machtigen moeten geen verantwoording afleggen over de rijkdommen die overal door malafide bedrijven worden ingepikt voor te weinig geld, waardoor samenlevingen geen middelen overhouden voor inkomensherverdeling, goede gezondheidszorg en onderwijs; ze moeten zich niet verantwoorden voor de veel te karige beloning voor arbeid, waardoor zelfs werkende mensen niet fatsoenlijk kunnen leven van hun loon; ze verantwoorden zich niet voor de inkomensongelijkheid die ze veroorzaken, en niet voor de honger die ze creëren; ze doen dat evenmin voor de corruptie die ze installeren, voor hun belastingontduiking, voor hun vernietiging van milieugoederen, voor hun weigering betaalbare geneesmiddelen te verschaffen of voor hun ondermijning van de democratie…

De markten en machtigen voeren dag na dag hun grote oorlog tegen de mensenrechten, een oorlog die miljoenen mensen hun rechten op leven ontneemt, en ze lijken daarbij onschendbaar. Althans, zo laten wij ons wijsmaken, want ze kunnen enkel zo tekeergaan omdat we hen laten begaan. Niets verbiedt ons om de markten te verplichten de mensenrechten te respecteren.

Ons ruimteschip aarde staat in brand

Maar deze crisis is nog erger. Van klimaatverandering tot overbevissing doorboren we met onze huidige economie ditmaal ook de ecologische pijngrenzen van onze aarde. Ons ruimteschip aarde, ons huis, staat in brand. Of we het graag hebben of niet, het meest waarschijnlijke scenario voor onze wereld is dat van een sociaalecologische ineenstorting over minder dan vijftig jaar. Dan stuikt onze welvaartsproductie in elkaar en vallen onze samenlevingen uiteen. Voor al wie dit ongeloofwaardig of onmogelijk acht, alle verdwenen beschavingen dachten wellicht ook dat hun beschaving niet ten onder kon gaan, bijna tot vlak voor hun ondergang. Zo verging het de bewoners van Paaseiland, zo verging het ook de Maya beschaving. Let wel, een scenario, hoe waarschijnlijk ook, is geen voorspelling. Niemand verplicht ons die koers te blijven aanhouden. We zijn volledig vrij om het stuur te keren, weg van de sociaalecologische catastrofe.

De Derde Wereldoorlog

Jawel, intussen is ook een nieuwe wereldoorlog begonnen, ook al beseffen weinigen dit. Hij haalt natuurlijk niet het televisiejournaal of de voorpagina’s van de populaire kranten. Toch is hij zelfs al lang voorbij de fase van de drôle de guerre die sommigen menen te ontwaren. Het is de oorlog die we voeren tegen onze eigen planeet. We voeren een “biogenocide” tegen de biodiversiteit. Dat woord is geenszins overdreven want we laten planten en dieren verdwijnen aan een tempo dat naar schatting duizend keer hoger ligt dan de natuurlijke snelheid van uitsterven. Nochtans is de mens voor zijn overleving afhankelijk van die biodiversiteit.

En we warmen onze planeet op. De gevolgen van die mishandeling zijn deels onvoorspelbaar, maar ze zijn wel altijd pijnlijk want de leefbaarheid van ons “huis” zal achteruit gaan. Voor de achterhoede van klimaatsceptici: het is waar, natuurlijk is er leven na de opwarming. Het is niet omdat Amsterdam, Antwerpen, New York en Sjanghai ? en nog veel meer steden, en vele van de vruchtbaarste landbouwgebieden op onze aarde – onder water verdwijnen dat de menselijke samenleving niet zou kunnen overleven. We kunnen er zelfs voor kiezen om onze grote kuststeden te verhuizen en een nieuw onderkomen te geven op hoger gelegen plaatsen. Maar dit is niet de makkelijkste weg. Het is rationeler om dat alles niet te ondergaan en voor een andere weg te kiezen. Diegenen die het minst of zelfs helemaal niet verantwoordelijk zijn voor de opwarming, krijgen trouwens de zwaarste klappen. Arme eilandstaten verdwijnen (deels) onder water, grote delen van Afrika worden droger, de landbouwopbrengsten zakken, tientallen miljoenen inwoners van het dicht bevolkte Bangladesh moeten verhuizen, en nog veel meer mensen in andere ondergelopen regio’s en steden overal ter wereld verliezen alles.

Alle landen die weigeren om het extra broeikaseffect dat de mens creëert af te remmen, verklaren de oorlog aan onze planeet en aan de huidige en vooral toekomstige slachtoffers van die opwarming. Zij zijn, met de voorlopig grootste supermacht jammer genoeg op kop, verantwoordelijk voor het ondergraven van onze economieën en de ongeziene welvaartsdaling die op ons afkomt. Die zal massaal veel mensen onnodig het leven kosten en nog veel meer mensenlevens ruïneren, zelfs in de VS, of zijn we de orkaan Katrina al vergeten? Het is trouwens een vooraanstaande Amerikaan en Nobelprijswinnaar die zijn eigen land een schurkenstaat noemt omdat “het bereid is het welzijn van de wereld in gevaar te brengen om zijn eigen kwistige levensstijl te behouden”.

En waarom woeden deze oorlogen? Omdat zowel in de marktenoorlogen als in de ecologische oorlogen kleine minderheden het winnen van het algemeen belang. Of juister nog: het zijn niet zijzelf, maar hun kortzichtige economische en financiële belangen die winnen.

Geen samenleving en geen politiek zonder economie,
geen economie zonder planeet

Wie zou ooit de keuze tussen brandstof voor onze voertuigen of eten voor de armsten, tussen opwarming van de aarde en CO2-rantsoeneringen, tussen meer Ferrari’s laten rijden of sociale passiefwoningen bouwen, saai durven noemen?

Wie ernstig met die vragen bezig wil zijn, moet langer en dieper stilstaan bij de economie in haar brede betekenis. Want economie betekent nog iets anders en vooral veel meer dan beurskoersen en kwartaalresultaten.
De economie is de draaischijf voor onze behoeften en ambities, zowel van de mens als van de samenleving. Het gaat erom de schaarse middelen zo goed mogelijk te gebruiken om aan de behoeften te voldoen. Economie is dus kiezen, kiezen welke behoeften vervuld worden en welke niet.

De economie leert ons wat we produceren, met andere woorden welke goederen en diensten we voortbrengen; ze leert ons hoe de productie daarvan gebeurt en voor wie we produceren.

De ”hoe-vraag” maakt ons wijzer over de manier waarop de productiefactoren ? arbeid, grondstoffen, kapitaal en kennis ? ingezet worden. Die vraag herbergt of verbergt dus ook het ecologische vraagstuk: hoe graag sommigen het ook willen ontkennen, de economie kan maar zo groot zijn als de aarde kan (ver)dragen.

De vraag “voor wie” herinnert ons aan het verdelingsvraagstuk. Al te makkelijk vergeten we dat economie zowel gaat over het creëren als over het verdelen van de welvaart, ze zijn allebei even belangrijk en ze horen onlosmakelijk met elkaar verbonden te zijn.

En telkens worden er keuzes gemaakt. Geloof vooral niet dat die opgelegd zijn door zogenaamde economische wetmatigheden; het keuzeproces verloopt allerminst “neutraal” of “waardevrij”. Hier zijn, laten we dat hier extra beklemtonen, de machtsverhoudingen van tel.

Als er al wetmatigheden gelden, zijn het die van de biofysica. Die vertelt ons wat de biofysische grenzen van onze planeet zijn die de economie noodgedwongen moet respecteren. De economie is nu eenmaal een onderdeel van het begrensde ecosysteem aarde. Wat nog altijd economische groei wordt genoemd, kan dus onmogelijk eindeloos doorgaan.

Onze vertrouwde wereld valt aan scherven,
en de nieuwe moeten we nu dringend maken

Voor wie het nog niet snapt, we beleven een unieke en ongelooflijk spannende periode waarin onze oude vertrouwde wereld aan scherven gaat. Daarover moet het debat gaan, en vooral over welke wegen we nu uit moeten om ook in 2050 goed te leven, in dit land, in Europa, in heel de wereld.

Het zal sommigen misschien verbazen, maar eigenlijk weten we in grote mate wat politici kunnen en moeten doen.

Allereerst, opnieuw greep krijgen op een losgeslagen geldwezen: geen vrijgeleide meer om met onze voeten te spelen en komaf maken met het taboe dat rust op overheidsbanken en coöperatieve banken. Alleen zo kan geld opnieuw een stevige hefboom zijn voor een bloeiende economie. En anders dan vandaag moet onze welvaartsmachine ecologisch duurzaam zijn. Kan dat wel, kunnen we én het milieu respecteren én welvaart scheppen voor iedereen, kunnen we m.a.w. tegelijk ecologisch en sociaal zijn? Laten we de noodzaak van een ecologisch duurzame economie koppelen aan de roep naar werk en inkomen. Dan mag de wereld wel ingewikkeld zijn, soms is de oplossing van een dilemma niet eens zo moeilijk. Want die ombouw van onze huidige economie naar ecologische duurzaamheid is één grote schreeuw om werk. Er zijn vele handen nodig om de hele wereld rond ons al vernietigde natuurlijke kapitaal te herstellen, evenzo voor een milieuvriendelijke voedseleconomie die alle mensen voldoende en gezond eten verschaft. Leefbare steden uitbouwen en renoveren, energiezuinige woningbouw, heel onze transporteconomie herdenken en hertimmeren, meer welvaart produceren met minder energie, de economie dematerialiseren, voor al die ambities moeten er dringend meer hersens en handen aan het werk.

En laten we werk opnieuw in eer herstellen, vooreerst dat wie werkt daarvan moet kunnen leven en dat werk geen koopwaar is. Laat het opnieuw en overal een vanzelfsprekendheid zijn dat werknemers zich verenigen om hun rechten af te dwingen en te verdedigen. Zorg dat er een mondialisering komt van het recht op sociale zekerheid. In plaats van de rugzak van sociale zekerheid van Europese werknemers lichter te willen maken, moet die rugzak eindelijk meer gevuld geraken voor alle werknemers. En we moeten het belang herontdekken van volledige werkgelegenheid – zinvol en voldoende betaald werk voor al wie wil werken – en van economische democratie die werknemers meer zeggingschap garandeert.

Als we daarenboven weten dat het best om leven is in samenlevingen die voldoende middelen samenleggen om te investeren in goede gezondheidszorg, betaalbaar onderwijs, sociale zekerheid, energievoorziening, economische ontwikkeling, ecologische duurzaamheid, verdedig dan met hand en tand het principe van progressieve belastingen – omdat de sterkste schouders inderdaad de zwaarste inspanningen horen te leveren, zoveel te meer omdat net zij doorgaans nog de meeste vruchten plukken van onze collectieve inspanningen voor onder andere onderwijs, cultuur en tal van infrastructuur.

Het is hoog tijd om de zogenaamde neoliberale consensus van de voorbije decennia in de lappenmand van de geschiedenis te gooien en te vervangen door een nieuwe sociaalecologische en democratische consensus. Die nieuwe kijk moet uitdrukkelijk erkennen dat welvaart moet worden voortgebracht binnen de grenzen van wat de planeet toestaat, dat een eerlijke verdeling van die welvaart absolute voorrang vereist, dat overheden het recht hebben om het geldwezen en de economie te sturen in dienst van mens en samenleving, en dat we heel hard moeten zoeken hoe de economische democratie – even belangrijk als de politieke democratie – te realiseren.

Dirk Barrez

Deze voordracht is vooral gebaseerd op het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving

Dirk Barrez is auteur van het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenlevingklik hier voor info en bestellen
en co-auteur van het boek Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisisklik hier voor info en bestellen

Hieronder vindt u – uit het boek ‘Van eiland tot wereld’ – de elementen uit het programma voor een menselijke samenleving die meest betrekking hebben op zowel het creëren als het verdelen van welvaart. Ze zijn telkens de neerslag van een hoofdstuk uit het boek

geen samenleving en geen politiek zonder economie, geen economie zonder planeet
We moeten erkennen dat het ecosysteem aarde begrensd is en dat onze economie de biofysische grenzen van onze planeet moet respecteren.
Binnen die grenzen kunnen we goederen en diensten voortbrengen en kan die economie zich dus ontplooien tot de draaischijf voor onze menselijke behoeften en ambities.
De samenlevingen en hun democratische overheden hebben de verantwoordelijkheid om toe te zien op wat, hoe en voor wie die economie produceert.
Zij moeten onder andere beslissen in welke mate die economie wordt toevertrouwd aan het mechanisme van de vrije markt en aan de private sector. In elk geval leggen zij de economische spelregels vast.

we zijn in oorlog… maar anders dan we spontaan denken
Tot nu was er maar één uitzondering waarvoor de economie moet wijken en dienstig zijn, en dat is de oorlog in zijn klassieke betekenis. Voor die oorlogen, voor een misdaad tegen de menselijkheid, eisen we de economie op.
Vandaag zijn we in ‘oorlog’ tegen de dreigende klimaatverandering en andere ecologische catastrofes, tegen de moordende inkomensongelijkheid en tegen de voortdurende aanslagen op de democratie en de mensenrechten.
Daarom is het dat we vanaf vandaag alle mensen en middelen moeten mobiliseren om deze ‘oorlogen’ te winnen en een duurzame en menselijke wereld te maken.

kapitaal voor de mens, duurzaam beheerd
Economisch is het leidende principe niet langer dat het kapitaal arbeid tewerkstelt en de mens hoogstens wordt beschouwd als een productiefactor.
Om de economie terug in dienst van de mens te krijgen moet het – omgekeerde – principe ingang vinden dat de mens gebruik maakt van kapitaal en dus recht op kapitaal heeft.
Onverminderd het recht op werk, rechtvaardig loon, gunstige arbeidsvoorwaarden en alle andere rechten die daarmee samenhangen omvat het recht op kapitaal:
– zeggenschap over de aanwending van de natuurlijke rijkdommen of productiemiddelen zoals wateren, landbouwgronden, weilanden, bossen en bodemrijkdommen, een zeggenschap die bij voorrang toebehoort aan wie daarvan moet leven; deze natuurlijke rijkdommen zijn ofwel publieke goederen, drinkbaar water bijvoorbeeld, ofwel gemeenschapsbezit, ofwel privéeigendom onder strikte voorwaarden;
– de genetische rijkdom van planten, dieren en van het menselijke leven is gemeenschappelijk eigendom van de mensheid.
– een verzekerde toegang tot krediet dat mensen kunnen inzetten als productiemiddel, dit is het recht op financieel kapitaal;
– zeggenschap over de productiegoederen die de basis vormen van onze welvaartsmachine;
– verzekerde toegang tot kennis, dit is het recht om als mens alles te kunnen weten wat van belang is, in het bijzonder waar men welvaart mee kan scheppen.
Zo verwerft iedereen het recht om welvaart te creëren.
Het recht op kapitaal verplicht de mens op zijn beurt tot een duurzaam beheer van dat kapitaal.

de aarde en de natuur, ons grootste kapitaal
Het lot van de mens is in de voorzienbare tijd onverbrekelijk verbonden met het ecosysteem aarde. Dat is zijn ruimteschip.
Mens, samenleving en economie moeten respectvol en duurzaam omgaan met de aarde en al haar ecosystemen. Alle menselijke activiteiten moeten binnen de ecologische grenzen blijven en het natuurlijke kapitaal van de planeet onaangetast behouden voor de volgende generaties.

recht om welvaart te creëren
De herverdeling van het kapitaal of de productiemiddelen – zoals bepaald in het hoofdstuk ‘kapitaal voor de mens, duurzaam beheerd’ – is een bron van economisch dynamisme en van welvaartscreatie.
Want wanneer het kapitaal er is voor de mens, vloeit daar natuurlijk uit voort dat iedereen de kans en het recht heeft om welvaart te creëren. Dit is het recht op ondernemen, door goederen en diensten voort te brengen, voor zichzelf, de familie of de gemeenschap, of voor de markt.
Dit recht is niet absoluut. Het wordt beperkt door democratische, sociale en ecologische doelstellingen en regels, en in het algemeen doordat mens en samenleving voorrang kunnen verdienen op het meer beperkte economische belang.

een economie van de mens – economische democratie
Democratie krijgt pas echt betekenis wanneer het gelijkheidsbeginsel niet enkel politiek maar ook economisch krachtig doorbreekt en dus zowel de politieke democratie als haar economische tegenhangster sterk ontwikkeld en heel levenskrachtig zijn.
Het recht op kapitaal en het recht om welvaart te creëren – basisrechten voor alle mensen – vormen fundamenten van die economische democratie.
Wanneer de mens zijn of haar arbeid inbrengt in een breder productieproces komt het erop aan die essentiële doelstelling van het democratiseren van onze economie waar te maken. Ze krijgt uitwerking door medebeheer, zelfbeheer, coöperatieve samenwerking, gezamenlijke eigendom van productiemiddelen en andere democratische economische organisatievormen.
Samenlevingen hebben recht op hun deel van de winsten van economische productie-eenheden voor de publieke bijdrage die ze leveren aan de winsten. Bij grotere bedrijven of andere economische entiteiten staat tegenover die publieke inbreng de helft van de aandelen. Overheid en samenleving beheren de opbrengst van hun participatie of aandeel op het laagst mogelijke niveau. Zij komen niet tussen in het bedrijfsbeleid, tenzij in welomschreven uitzonderlijke omstandigheden.
Sociale bewegingen die succesrijk willen zijn en blijven in het forceren van maatschappelijke veranderingen moeten ook economisch actief zijn.

een economie voor de mens – wij moeten onze economie sturen
Zoals de mens de economische vrijheid heeft om welvaart te creëren, zo heeft de samenleving het recht en de plicht om op een democratische wijze de beschikbare middelen aan te wenden om haar maatschappelijke doeleinden best te realiseren.
Tot die middelen behoort ook de economie. Omdat de samenleving het algemene belang bewaakt moet zij de economie en de economisch bedrijvige mens de nodige regels opleggen.
Democratische overheden sturen onze economie in dienst van een duurzame, sociale en democratische wereld.
Overheden en samenlevingen moeten economisch initiatief ontplooien om hun doelstellingen te realiseren, zeker wanneer de vrije markt in gebreke blijft, en vanzelfsprekend ook in die domeinen waar de op financiële winst gerichte privésector geen toegang toe krijgt.

voorrang voor thuismarkten en regionale economieën
Lokale samenlevingen, staten en regio’s hebben het recht om hun lokale en regionale economieën af te schermen van de wereldmarkt.
Meer nog, met het oog op een zo democratisch mogelijke economie, tevens om de economie te sturen op een bestuursniveau zo dicht als mogelijk bij de mensen en om die economie de planeet zo min mogelijk te laten belasten, hebben samenlevingen, staten en regio’s tevens een plicht: ze doen er alles aan om hun welvaart, zoveel als mogelijk en zinvol is, te halen uit en te creëren met wat lokaal en regionaal mogelijk is.
Ze zijn zich daarbij bewust van de altijd loerende gevaren van belangenvermenging, bureaucratie en protectionisme. Ze waken er daarom voortdurend over om efficiëntie en rechtvaardigheid, om het economische en het sociale te verzoenen.

voedselsoevereiniteit en sociaal contract voor een duurzame landbouw
Zeker wanneer het gaat om het verzekeren van de voedselproductie en het recht op voedsel zijn regionale gemeenschappelijke landbouwmarkten te verkiezen boven de volledig open wereldmarkt. Indien nodig zal dit gepaard moeten gaan met ingrijpende landverdelingen en landbouwhervormingen.
Daarom hebben landen, samenlevingen of regio’s overal het recht om hun landbouw af te schermen van de wereldmarkt in de mate dat ze dat zelf willen. Tevens mogen ze hun landbouw organiseren naar eigen inzicht en volgens de eigen behoeften.
Voor alles wat landbouwers presteren en voortbrengen – genoeg eten voor iedereen, veilig en voedzaam voedsel, heel wat nuttige grondstoffen, alles ecologisch duurzaam voortgebracht, een bloeiende plattelandseconomie, rustgevende aangename landschappen, een rijke plattelandscultuur en bovenal vitale samenlevingen waar het goed is om leven – hebben zij recht op maatschappelijke erkenning en ondersteuning. Dat kan zich het best vertalen in een sociaal contract voor een duurzame landbouw:
in ruil voor een landbouw die het voedselvraagstuk oplost op een ecologisch en sociaal verantwoorde wijze, garandeert de samenleving de landbouwers een eerlijke prijs voor hun werk en een fatsoenlijk inkomen. Haar beleidsmakers nemen alle maatregelen die daarvoor nodig zijn, of het nu om aanbodbeheersing, marktafscherming, minimumprijzen, vergoedingen voor natuurbehoud of welke maatregel ook gaat.
Zo kan de landbouw en de hele voedseleconomie een pijler blijven onder de bestaande welvaartsstaten. Zo kan de landbouw vanaf morgen ook de pijler zijn onder nieuwe welvaartsstaten in Afrika, Latijns-Amerika en Azië.

thuismarkteconomie en uitbouw welvaartsmachine
Samenlevingen, landen en regio’s hebben het recht om voorrang te geven aan hun thuismarkteconomie en aan regionale economische gemeenschappen. Deze produceren in de eerste plaats voor de eigen behoeften, helpen tot volledige werkgelegenheid en inkomensspreiding te komen, kunnen veel betere ecologische prestaties leveren en dragen bij aan een gezond evenwicht tussen lokale, regionale en internationale economieën, op voorwaarde dat de economische kosten niet te hoog zijn en niet uitlopen op een protectionisme dat de welvaart vernietigt.

handel ja, uitbuiting neen
Handel kan tot wederzijdse verrijking leiden in zover het gaat om echte handel, dit is een vrije keuze om goederen of diensten te verhandelen waarbij alle betrokkenen daar reëel voordeel uit halen. Is dat niet het geval, hebben we te maken met uitbuiting en die wordt verboden.
Democratische internationale instellingen waken over de belangen van al wie handel drijft, introduceren mechanismen op de wereldmarkten die een betere spreiding van de opbrengsten uit de wereldhandel verzekeren en steunen de ontwikkeling van thuismarkteconomieën en van regionale economische gemeenschappen.
Een daartoe opgerichte internationale rechtbank kan elke vorm van oneerlijke concurrentie en van uitbuiting beoordelen en bestraffen.

grenzen aan economische machtsconcentratie en financiële speculatie
In overeenstemming ook met de reeds geuite ambitie van economische democratie, moeten de economische markten functioneren in het belang van alle mensen.
Daartoe worden alle nodige regels en maatregelen uitgevaardigd, van beperkingen op de concentratie en de privatisering van economische activiteiten over alle mogelijke tussenvormen van democratische economische organisatievormen tot zonodig het instellen van de gezamenlijke eigendom van sommige productiemiddelen.
De politieke overheden herstellen hun greep op het financieel kapitaal en de financiële markten, en nemen de permanente bedreiging weg die de wispelturige speculatie nu vormt voor de economieën overal ter wereld.
Dit gebeurt onder andere door de invoering van kapitaalcontroles en van belastingen op kapitaalverrichtingen, door de opheffing van de fiscale paradijzen en door het invoeren van één wereldmunt.
Het bank- en verzekeringswezen is voortaan het exclusieve terrein van publieke of coöperatieve banken en verzekeraars.
De kwijtschelding van de schuldenlast van landen moet hun hele bevolking ten goede komen.

mondiale sociale kaderwet
Nationale overheden integreren alle internationaal aanvaarde sociale regels en arbeidsnormen van vooral de Internationale Arbeidsorganisatie in hun wetgeving en maken ze ook afdwingbaar ten aanzien van ondernemingen en personen die economisch bedrijvig zijn in het buitenland zodat ze overal geldig worden.
Uiteindelijk moeten die sociale regels en normen het voorwerp uitmaken van een mondiale sociale kaderwet die overal en voor iedereen afdwingbaar is, onder andere ook bij een mondiale sociale rechtbank.

het milieu heeft zijn rechten
Nationale overheden integreren alle internationaal aanvaarde milieuregels, normen en verdragen in hun wetgeving en maken ze ook afdwingbaar ten aanzien van ondernemingen en personen die economisch bedrijvig zijn in het buitenland zodat ze overal geldig worden.
Uiteindelijk moeten die milieuregels en normen het voorwerp uitmaken van een mondiale ecologische kaderwet die overal afdwingbaar is, onder andere ook voor een internationale milieurechtbank. Die wet verplicht mens en economie ecologisch duurzaam te handelen en begeleidt ons ondermeer naar het tijdperk van de zonne-energie – en al haar afgeleide vormen van hernieuwbare energie -, van dematerialisering en van recyclering. Onze economie mag de draagkracht van de planeet en van haar talrijke ecosystemen niet langer overschrijden. Ze moet ruimte laten voor natuur en de biodiversiteit van planten en dieren niet ondermijnen.

een ecologische economie – een sociaalecologische economie
De mondiale samenleving zet, van dorp en stad tot wereld, alle beschikbare mensen en middelen, alle vernuft en alle kapitaal, in voor de onmiddellijke omschakeling naar werkelijk sociaalecologische economieën op lokaal, nationaal, regionaal en mondiaal vlak.
Die mogen in geen geval nog de draagkracht van de aarde en al haar ecosystemen overschrijden.
Tegelijkertijd moeten zij de nodige welvaart voortbrengen om aan de gerechtvaardigde behoeften te voldoen van alle wereldburgers.

een sociaalecologisch pact
De radicale omschakeling naar een ecologische economie die we nastreven is eigenlijk een revolutie die een lange, volgehouden inspanning vergt van de hele samenleving. Die inspanning vereist een duurzame politieke consensus over de politieke scheidslijnen heen die diverse regeerperiodes moet overbruggen.
Daarom is het dat de samenlevingen, van lokaal tot mondiaal, nood hebben aan een sociaalecologisch pact. Daarin kiezen de politieke verantwoordelijken in overleg met de georganiseerde samenleving en de economische wereld voluit voor de uitbouw van een sociaalecologische economie. Moeilijke – of als moeilijk ervaren – politieke beslissingen, zoals massaal investeren in een grootschalig sociaal woningbouwprogramma en in sociale economie, of het verhogen van de energieprijs, maken deel uit van zulk pact. Zo is er een stevig én democratisch fundament om, over alle regeringen of besturen heen, werk te maken van die sociale en ecologische economie.

dienstbare technologie – gebruik wetenschap en technologie voor wat ze waard zijn
Een duurzame economie moet de gerechtvaardigde materiële behoeften van alle wereldburgers kunnen invullen zonder het vermogen van de komende genera¬ties aan te tasten om aan hun behoeften te voldoen.
Om die goederen en diensten voort te brengen op een ecologisch, sociaal en economisch verantwoorde wijze maakt een duurzame economie volop gebruik van wat technologie en wetenschap te bieden hebben.
Daarom sturen de overheden waar nodig de technologische ontwikkelingen ten dienste van die duurzame economie en stemmen ze zo af op de behoeften van de samenleving.

menswaardig werk voor iedereen
Het is de plicht van onze politici en overheden om de rechten op een levensvatbaar inkomen, menswaardige werkomstandigheden en duurzaam werk van alle mensen te waarborgen.
Zeker wanneer de markt en de samenleving er niet in slagen voor voldoende nuttige en fatsoenlijk betaalde jobs te zorgen, dragen politici en overheden de verantwoordelijkheid om de nodige goede werkgelegenheid te creëren.
Dit kan zowel bij de overheid, in overheidsbedrijven, in de marktsector als in de sociale economie.

welvaartsverdeling en sociale economie
Een gedemocratiseerde en sociaalecologische economie die alle in dit ‘Programma voor een menselijke samenleving’ bepaalde spelregels moet eerbiedigen, zal al veel beter presteren op het vlak van zowel de productie als de verdeling van welvaart dan de huidige kapitalistische economie.
Toch is nog onvoldoende gegarandeerd dat zij ook de goederen en vooral diensten zal waarderen die buiten de zogenaamde reguliere economie worden voortgebracht, waar het winstprincipe niet vooropstaat. Daar is wel degelijk een grote maatschappelijke vraag naar maar dikwijls is er geen zogenaamd solvabele vraag voor. Overheden hebben er alle belang bij om deze sociale economie ademruimte te geven.

voor iedereen een mondiaal basisinkomen
Zelfs een sterk sociaal gecorrigeerde economie én een behoorlijk uitgebouwde economische democratie kunnen niet garanderen dat de welvaart zo goed verdeeld raakt dat iedereen voldoende inkomen verwerft om in de levensnoodzakelijke behoeften te voorzien.
Onverminderd hun andere rechten op werk, op maatschappelijke zekerheid, op kapitaal en op het creëren van welvaart, hebben alle wereldburgers – omdat ze bestaan en dus in alle omstandigheden recht hebben op een menswaardig bestaan – recht op een mondiaal basisinkomen, dat hoog genoeg is om in de basisbehoeften te voorzien.
Dit minimum van mondiale solidariteit is hun onvervreemdbaar aandeel in de aarde en hun waarborg dat ze hun essentiële mensenrechten kunnen uitoefenen. Tevens is het een stimulans van de sociale economie.
Het is een sleutelelement in de herverdeling van de mondiale welvaart die zelf ook weer bron van economisch dynamisme en van de creatie van welvaart is.
En het is ten volle de erkenning dat iedereen schepper is van menselijke en maatschappelijke rijkdom en daartoe het pure overleven moet kunnen overstijgen. Zo is het basisinkomen ook een investering in de samenleving.
Elke samenleving is vrij om haar basisinkomen hoger of zelfs veel hoger te maken.

herverdeling – voor iedereen een maximuminkomen
Sociale rechtvaardigheid, ecologische redenen en de belangen van toekomstige generaties rechtvaardigen de invoering van een maximuminkomen waarover elke wereldburger jaarlijks kan beschikken.
Dit maximuminkomen is gekoppeld aan het basisinkomen en kan dus maar stijgen indien ook het basisinkomen stijgt. In het begin is het maximuminkomen duizend maal hoger dan het mondiale basinkomen. Maar het maximuminkomen kan slechts aan een veel trager tempo toenemen dan het basisinkomen om de bestedingskloof tussen rijk en arm niet verder te laten groeien en om de al te grote inkomenskloof kleiner te maken.
Het maximuminkomen is samen met het basisinkomen een sleutelelement in de herverdeling van de mondiale welvaart die zelf ook weer bron van economisch dynamisme en van de creatie van welvaart is.
In elke samenleving zal de best betaalde of de rijkste uiteindelijk maximaal vijf maal meer besteedbaar inkomen hebben dan de minst betaalde of de armste.

welvaartsverdeling, ecologische economie en democratie:
aardegebruiksrecht als andere naam voor maximuminkomen

Voortaan zal iedereen van bij de geboorte zijn of haar ‘gebruiksrechten’ of ‘trekkingsrechten’ op de aarde krijgen, voor iedereen gelijke rechten. Daar zal men het mee moeten doen, elk jaar opnieuw, een leven lang.
Het milieugebruiksrecht van alle mensen samen mag de draagkracht van de aarde nooit overstijgen en moet voldoende ruimte laten voor de natuur en haar biodiversiteit.
Heel snel, van jongs af aan, zal zo geleerd worden dat iedereen mee verantwoordelijkheid draagt voor die aarde.
De armste mensen en de armste samenlevingen verwerven in een overgangsfase extra gebruiksrechten. Zo kunnen ze hun welvaartsproductie snel en op de meest duurzame wijze laten groeien om eindelijk aan de menselijke basisbehoeften te voldoen.’
Mensen en/of samenlevingen die hun gebruiksrechten niet volledig verbruiken, kunnen ze opsparen of verkopen. Wie meer wil gebruiken van de aarde dan waar men recht op heeft, kan dat enkel door extra gebruiksrechten aan te kopen.
Met de introductie van het aardegebruiksrecht krijgt de democratie pas haar volle betekenis omdat het gelijkheidsbeginsel niet enkel politiek en economisch maar voortaan ook ecologisch van kracht is.

maatschappelijke zekerheid
kinderen, andersvaliden, zieken, werklozen, ouderen

Het mondiale basisinkomen is voor alle mensen de eerste sokkel van de mondiale sociale zekerheid, gewaarborgd door de internationale samenleving wanneer en zolang afzonderlijke samenlevingen het niet kunnen betalen.
Naargelang hun mogelijkheden verhogen de samenlevingen dat basisinkomen zodat het uitgroeit tot een levensvatbaar minimuminkomen voor al hun inwoners.
Maar het menselijke leven is nooit zeker en dus niet vrij van risico’s. Of het vergt extra inspanningen.
Zo vormen gewilde kinderen de toekomst van de samenlevingen en mogen ze geen last zijn.
Wie ziek is, heeft recht op de best mogelijke verzorging en op een gewaarborgd inkomen voor zichzelf en voor wie afhankelijk is van dat inkomen om te kunnen leven.
Aan wie andersvalide is of ongewild werkloos garandeert de samenleving een gewaarborgd inkomen. Beter nog, de samenleving verzekert hen ook van nuttig en fatsoenlijk betaald werk, afgestemd op hun mogelijkheden.
Voor wie een heel leven heeft gewerkt, garandeert een welvaartsvast pensioen een bestaanszekere oude dag.
Een goed uitgebouwde sociale zekerheid – met een wettelijke basis en verplicht voor iedereen – waarborgt in alle samenlevingen alle mensen en alle gezinnen of andere samenlevingsvormen in alle omstandigheden hun bestaanszekerheid en hun integratie in de samenleving.
Bovenop het basisinkomen verschaft zij daarom voor kinderen – die de beste opvoeding en onderwijs verdienen -, voor wie getroffen is door ziekte, voor wie andersvalide is of werkloos en voor gepensioneerden de nodige extra middelen om die zekerheid te realiseren.
Alle samenlevingen verplichten zich ertoe om, uit de welvaart die ze creëren, in de mate van het mogelijke de inkomsten te halen om het basisinkomen voor iedereen en hun sociale zekerheidssysteem zelf te financieren.
Echter, net zoals de mondiale samenleving het basisinkomen garandeert voor alle mensen overal ter wereld, vervult zij ook hier haar herverdelende rol. Zeker in het begin staat zij er mee borg voor dat arme landen over de nodige middelen beschikken om hun burgers van een minimale sociale zekerheid te laten genieten. Deze is namelijk een noodzakelijke voorwaarde om welvarende samenlevingen te kunnen uitbouwen.
Van zodra hun welvaart stijgt, halen ook arme landen daaruit gaandeweg de nodige inkomsten om het basisinkomen voor iedereen en hun sociale zekerheidssysteem steeds meer zelf te financieren.

gezondheid, inkomen en verzekerde gezondheidszorg
Genoeg en gevarieerd kunnen eten is veruit meest belangrijk voor een goede gezondheid. Alle mensen moeten over voldoende inkomen beschikken zodat armoede niet langer ziek maakt. Ook daarom is inkomensherverdeling noodzakelijk.
Basisgezondheidszorg verdient voorrang op hospitaalgeneeskunde. Samenlevingen moeten waken over het goede evenwicht tussen beide.
Alle samenlevingen organiseren een voor iedereen verplichte ziekteverzekering. Die kan volledig publiek zijn. Of overheden garanderen en bewaken die verplichte ziekteverzekering in een niet-winstgevende en niet-commerciële sfeer.
In een goede gezondheidszorg vinden zowel overheden, gezondheidswerkers, maatschappelijke initiatieven zonder winstoogmerk en de privésector hun plaats. Ze is een samenspel van niet-winstgevend initiatief, van publieke sector, van markt en van regelgeving.
Maar nooit worden zieke kwetsbare mensen uitgeleverd aan het winststreven van privébedrijven.

wonen – van een dak boven het hoofd tot leefbare steden
Overheden zijn er verantwoordelijk voor dat iedereen onder dak geraakt van een betaalbare en ecologisch duurzame woning.
Meer nog, zij moeten ingrijpen opdat onze steden leefbaar zijn en ons alles bieden wat we mogen verwachten.
Nog meer, zij moeten exploreren wat het platteland en de kleinere steden te bieden hebben aan een moderne samenleving. Meer dan ooit kan het ook daar goed om werken, wonen en leven zijn. Een levenskrachtig platteland vult onze grote steden aan en ontlast hen.

Dirk Barrez

Deze voordracht is vooral gebaseerd op het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenleving

Dirk Barrez is auteur van het boek Van eiland tot wereld. Appèl voor een menselijke samenlevingklik hier voor info en bestellen
en co-auteur van het boek Het mondiale uitzendkantoor. Waardig werk in tijden van globalisering en crisisklik hier voor info en bestellen

In Vooruit in Gent hebben 750 mensen op zaterdag 20 maart 2010 de Dag van het Socialisme bijgewoond, met voordrachten en discussie in acht werkgroepen. Deze voordracht ‘Mondiale arbeids- en inkomensverdeling, ook in sociaalecologisch perspectief’ is gehouden op uitnodiging van de werkgroep economie.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!