Foto Filip Naudts

! Fotograaf steeds vermelden ivm copyright

Reportage, Economie, België, Arbeid, Economische crisis, VDAB, Laaggeschoolden -

Slechts 1 op de 2 laaggeschoolden werkt

Wie niet over een diploma beschikt, wordt het hardst getroffen door de crisis. Slechts 53 procent van de laaggeschoolden in Vlaanderen - mensen die geen diploma of getuigschrift hebben van het secundair onderwijs - heeft werk.

vrijdag 19 maart 2010 16:52

De evolutie naar een diensten- en kenniseconomie, de toenemende globalisering en technologische ontwikkeling, doet bedrijven meer en meer vragen naar hoger opgeleiden. Laaggeschoolden hebben het daardoor steeds moeilijker een job te vinden of te behouden en lopen een hoger risico op (langdurige) werkloosheid.

“Globaal bekeken neemt het scholingsniveau van onze bevolking toe”, stelt Fons Leroy, gedelegeerd bestuurder van de VDAB.

“Internationaal bekeken scoren we niet slecht op het aantal jongeren in het hoger onderwijs. Maar Europa heeft de doelstellingen voor 2020 opgetrokken, waardoor het nog meer een uitdaging wordt om jongeren in het hoger onderwijs te krijgen.” Het aantal jongeren dat vroegtijdig de school verlaat, moet in 2020 zijn teruggebracht tot minder dan 10 procent. Daarnaast moet minimaal 40 procent van de jongeren een diploma in het hoger onderwijs halen. 

Hoogervaren

“Met de crisis ondergaat onze economie een sterke verandering, en dat merk je in bepaalde industriële sectoren waar veel laaggeschoolden worden uitgestoten”, stelt Fons Leroy. “Kijk naar de mensen van Carrefour of Opel die hun job kwijt raken. Als je zuiver kijkt naar diplomavereisten, zijn dat eigenlijk lagergeschoolden. Nochtans zijn dat mensen die erg veel ervaring hebben opgedaan door hun werk. Ik zou dus liever de term hoogervaren willen gebruiken.” 

Onderzoek van de VDAB wees uit dat de scholingsgraad vanaf dertig jaar bijna geen effect meer heeft op de snelheid waarmee een werkzoekende een job vindt. Ook vroeger onderzoek bevestigt dat de meeste bedrijven vooral kijken naar werkervaring. Ook kunnen werken in teamverband, zelfstandigheid, discipline, flexibiliteit en specifieke persoonskenmerken zoals het voorkomen, de fysieke gesteldheid,… staan hoog op het verlanglijstje.

“Ik denk dat een andere visie op scholing ook van belang is voor onszelf, omdat we mensen zo met de VDAB beter kunnen begeleiden naar een nieuwe job op basis van hun ervaring en de vaardigheden die ze hebben opgedaan, in plaats van ons blind te staren op een diploma dat ze twintig of dertig jaar geleden hebben verworven.” 

Uit recent Nederlands onderzoek blijkt dat heel wat mensen meer competenties opdoen buiten het formele onderwijs. Werknemers uit de auto-industrie zijn bijvoorbeeld niet zo laaggeschoold, want ze hebben dikwijls heel wat trainingen op de werkvloer gehad.

“Vastgeroest kan je hen ook niet noemen, met alle technologische ontwikkelingen, een grotere aandacht voor communicatieve vaardigheden en teamworking, enzovoort. Die schat aan vaardigheden zou eigenlijk in hun cv moeten staan, dat meer een competentievisum moet worden.” 

Omgaan met kennis

Het PISA-project (Program for International Student Assessment) peilt de leerprestaties van 15-jarigen in Vlaanderen en de wereld op vlak van leesvaardigheid, en wiskundige en wetenschappelijke geletterdheid. Vlaanderen haalt in die studies goede resultaten. Maar ons onderwijs is nog altijd te veel gericht zijn op kennisoverdracht, en te weinig op het bijbrengen van inzichten en de zogenaamde metavaardigheden – vaardigheden zoals zelfreflectie en zelfstandig werken, die ons helpen om te leren.  

“Het is voor mij niet belangrijk dat iemand kennis meekrijgt, maar wel dat hij of zij leert omgaan met kennis”, vindt Fons Leroy. “Vandaag kan je kennis plukken van op het internet, maar je moet weten of die betrouwbaar is, relevant, volledig,… In het onderwijs moet je de juiste inzichten en reflexen verwerven om hier op een goede manier mee om te gaan.” 

Ondanks de huidige crisis en hogere werkloosheid komt er in de toekomst een structurele schaarste op de arbeidsmarkt. Als er te weinig mensen aan werk geraken, krijgt de overheid op haar beurt onvoldoende middelen om kwalitatief onderwijs uit te bouwen of in stand te houden. Fons Leroy wijst er op dat de overheid maar ook het onderwijs er dus alle belang bij heeft dat de arbeidsmarkt goed functioneert.

Zonder kwalificaties

Bijna alle onderwijsvormen – met uitzondering van het ASO – zijn sterk gericht op de arbeidsmarkt, maar wanneer bedrijven volop medewerkers zoeken, kijken ze minder naar de technische kennis, maar veeleer naar de attitude en de mogelijkheden om zich bij te sturen. Het onderwijs moet er dus in de eerste plaats op gericht zijn die vaardigheden bij te brengen. Net daar loopt het nog wel mis in bepaalde socio-economische groepen en bij te veel allochtone jongeren. 

“Het aantal mensen dat zonder kwalificaties het secundair onderwijs verlaat, is sterk toegenomen. Dat is wel een zaak waar we ons ongerust over moeten maken”, stelt de gedelegeerd bestuurder van de VDAB. “Dit cijfer zou dit jaar gehalveerd moeten zijn tot 6 procent, maar nam daarentegen nog toe tot 14 procent. Het zal heel wat inspanningen vergen om dat weer terug te brengen. Dat begint al van in de kleuterklas, waar de scholen een band met de ouders moeten opbouwen.” 

Verantwoordelijkheid bedrijfswereld

Maar het onderwijs is niet de enige die zich met onderwijskwesties moet bezighouden, benadrukt Leroy. “Ook de arbeidsmarktactoren spelen een belangrijke rol. Bedrijven kunnen jongeren met hen kennis laten maken, en hen stage laten volgen.”

“Niet alleen voor de technische aspecten, maar ook om in groep te werken, bijvoorbeeld. Anderzijds moet een bedrijf ook voor de bestaande werknemers een leeromgeving zijn. Een competentiebeleid is een noodzaak om mensen verder te laten meegroeien op de werkvloer. Eens je 45 jaar oud bent, heb je vaak geen leerperspectief meer. Ook voor die oudere werknemers moeten leren en werken meer door elkaar blijven lopen.” 

“In tijden van crisis snijdt men in het opleidingsbudget. Bovendien worden er minder sociale zekerheidsbijdragen betaald, dus krijgen de sectorfondsen minder geld krijgen, zodat ook zij minder opleidingen organiseren. En de overheid zit evengoed met financiële beperkingen. Dus die slankt ook af. Dat is geen goed verhaal omdat je net in tijden van crisis zou moeten werken aan het verhogen van de competenties.”

Een groot verschil met voorgaande crisissen, stipt Fons Leroy nog aan, is dat bedrijven zich er van bewust zijn dat die structurele schaarste nog op ons afkomt.

“In tegenstelling tot vorige crisisperioden worden medewerkers minder snel massaal afgedankt. Men maakt meer gebruik van buffermaatregelen zoals tijdelijke werkloosheid, tijdskrediet, loopbaanonderbreking, enz. Omdat werkgevers weten dat het beter is mensen aan zich te binden. Alleen moet men die twee met elkaar verzoenen: mensen bijhouden en investeren in opleidingen, en dat is nu soms moeilijk.” 

Praktische opleidingen voor knelpuntberoepen

De VDAB werkt op lokaal vlak samen met bedrijven, scholen en sectoren om het onderwijs en de arbeidsmarkt dichter bij elkaar te brengen. Zo is het Maritiem Centrum Zeebrugge een open opleidingscentrum voor zowel werknemers, werkzoekenden en leerlingen.

Zij kunnen er leren varen met dure simulatoren, die voor de afzonderlijke bedrijven en scholen een te zware kost zou zijn geweest. En leerlingen die nog geen definitieve keuze hebben gemaakt, worden er vaak aangestoken door het enthousiasme van de lesgevers. 

Volgens dezelfde formule werd in Vlaams-Brabant ook een lascentrum opgericht, waar scholen en bedrijven voor samenwerken. “Door leerlingen en werkzoekenden te laten proeven van verschillende soorten opleidingen willen we knelpuntberoepen meer onder de aandacht brengen. Dat maakt een belangrijk deel uit van onze maatschappelijke opdracht.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!