De interculturele school: interview met Ozkan Cetin
Samenleving, België, Antwerpen, Onderwijs, Genk, Interculturaliteit, Lucerna College -

De interculturele school: interview met Ozkan Cetin

Vorige week brachten Tinne Kenis en Katrien Van Tichelen voor Kif Kif een bezoek aan het Lucerna College van Antwerpen en spraken er met algemeen directeur Ozkan Cetin.

dinsdag 16 maart 2010 11:36

 

Het Lucerna College werd in 2003 opgericht door de vzw Inrichtende Macht Lucerna, een vereniging bestaande uit academici en ondernemers, met als doel een school op te richten waar dynamisme, wetenschap, multiculturaliteit en individuele ondersteuning belangrijke troeven zijn.

In de vestiging in Antwerpen zitten een 220-tal leerlingen. De Lucerna Colleges hebben nog andere secundaire scholen in Gent, Genk en Anderlecht (Brussel). Die scholen tellen respectievelijk 200, 250 en 100 leerlingen. Daarnaast zijn er nog twee basisscholen, een in Anderlecht met 200 leerlingen en nog eens 100 leerlingen in de basisschool in Hoboken.

Vroeger waren de meeste leerlingen van Turkse afkomst, tegenwoordig zijn er voornamelijk Noord-Afrikaanse leerlingen bijgekomen, vooral uit Marokko. In Anderlecht zitten kinderen uit nog 7 andere landen, ook uit Palestina en Afrikaanse landen. Dit weerspiegelt de Brusselse populatie.

Het onderwijs wordt gegeven in het Nederlands. In de basisscholen moeten de leerlingen Nederlands tegen elkaar spreken.

“Hier in Antwerpen verlangen we dat de leerlingen Nederlands praten, maar je kan niet altijd vermijden dat ze in de wandelgangen Turks praten.”

Hoe ziet jullie lerarenteam eruit?

Ozkan Cetin: “Eén derde van de leerkrachten zijn van allochtone afkomst. Daar hebben we ook bewust voor gekozen om hen als rolmodellen naar voren te schuiven. Op die manier worden de allochtone leerlingen aangemoedigd om verder te studeren. We laten hen zien dat ze ergens kunnen geraken. Vorig jaar studeerde de eerste lichting Lucerna-studenten af. Ongeveer 30 leerlingen zitten nu in het hoger onderwijs. We verwachten dat dit jaar 70 leerlingen zullen voortstuderen.”

Blijven jullie hen opvolgen?

“Ja, omdat de stap van secundair onderwijs naar hoger onderwijs niet evident is. Een zekere begeleiding kan dus zeker van pas komen. Ze kunnen hier nog steeds terecht. Wij hebben een systeem in het leven geroepen dat erop neer komt dat elke leerling door een bepaalde leerkracht begeleid wordt. Ik volg zelf ook een leerling op, waar ik een goede band mee heb. Ik ken zijn uurrooster en we hebben samen bekeken hoeveel uren hij elke dag zou moeten studeren om tot een goed resultaat te komen.”

“De andere leerkrachten doen dit op dezelfde manier. Leerlingen van ons studeren voort in Antwerpen, Brussel, Gent en in Limburg. Enkele ervan zitten op kot, er zijn er die samen een huis huren, anderen studeren gewoon van thuis uit. De leerlingen uit ons college in Genk zijn het meest aangetrokken om in Brussel te gaan studeren.”

Worden er specifieke stappen ondernomen om te evolueren naar een zo divers mogelijke schoolpopulatie, die de maatschappelijke verhoudingen weerspiegelt?

“Ja, we hebben bijvoorbeeld vandaag een afspraak met school-in-zicht (nvdr: School-in-zicht maakt van de scholen uit Antwerpen-Noord, Oud-Borgerhout en de Kievitwijk opnieuw buurtscholen, die een echte weerspiegeling zijn van de wijk. School-in-zicht doet dit door ouders samen de scholen te laten bezoeken en te laten kiezen. Het initiatief is in het leven geroepen omdat deze buurten voor jonge gezinnen erg ‘in’ zijn, ze er zich thuis voelen. Maar toch de buurt ontvluchten als hun kinderen de schoolleeftijd bereiken. Ouders vrezen dat concentratiescholen gelijk staan met kwaliteitsverlies of zwakkere taalontwikkeling. Onderzoek bewijst het tegendeel. De kwaliteit van het onderwijs hangt minder samen met de aanwezigheid van kansrijke leerlingen dan wordt gedacht. www.schoolinzicht.be).

“Het doel is om scholen met een grote allochtone populatie om te vormen tot een school met een gemengde bevolking. Deze doelstelling wordt bemoeilijkt door de ligging van de scholen. In Gent, Brussel en Genk liggen de scholen in een industriegebied. In Antwerpen bevindt de school zich in Antwerpen-Noord, een wijk waar veel allochtone jongeren wonen. We zoeken naar andere schoolgebouwen en in Vlaanderen staan er zelfs een aantal oude schoolgebouwen leeg. Bijvoorbeeld in het centrum van Gent. Die gebouwen verkopen of verhuren ligt blijkbaar moeilijk. Bang om patrimonium te verliezen?”

“We hebben ons dan afgevraagd wat we hieraan kunnen doen en hebben een adviescomité samengesteld. Dit bestaat onder anderen uit Mieke Vanhaegendoren, Ivo Vandekerckhove, Fauzaya Talhaoui, Rik Coolsaet, Marino Keulen, Josse Van Steenberge en Johan Leman. Wij komen samen om te kijken wat de visie van de school moet zijn, met wie we een samenwerkingsverband moeten aangaan en hoe we dat moeten uitwerken. We hebben ook steun nodig, want we worden met een paar problemen geconfronteerd. Niet alleen infrastructurele, maar ook financiële problemen.”

Wat maakt uw school ‘dynamisch en multicultureel’, zoals u vermeldt op de website?

“Alle scholen hebben een basispakket van 28 uur, daarbovenop mogen ze zelf de andere uren invullen. Wij kiezen bewust voor uren Nederlands. Wij hebben verder ook nieuwe vakken ingevoerd: ‘Maatschappelijke Vorming’ (MaVo) is zo een vak.  De invulling die wij geven aan het vak verschilt van het gelijknamige vak in het beroepsonderwijs. Leerlingen leren hoe met subtiele cultuurverschillen om te gaan. Thuis heerst er een andere cultuur dan op straat of op school. In het secundair onderwijs trekken we hier een lesuur per week voor uit. Ook in de basisschool willen we hiermee starten, maar dit plan zijn we nog aan het uitwerken.”

“Een andere les die we hebben ingevoerd is ‘Actua’. Vele jongeren beleven hun eigen cultuur in Vlaanderen. Het merendeel van de kinderen van andere etnische origine kijkt niet naar de Vlaamse media. We gaan hen vertrouwd maken met onze media, door bijvoorbeeld nieuwslezers te leren kennen aan de hand van foto’s met naam van de nieuwslezer eronder. In ons internaat verplichten we de jongeren om naar bepaalde programma’s te kijken, zoals ‘Koppen’,’Terzake’, enzovoort. Elke avond worden ze verondersteld een uur naar één van die programma’s te kijken. We passen ook ons uurschema aan de uitzendtijd aan. Nadien krijgen ze er vaak vragen over.”

“Wij bieden ook ‘academisch Nederlands’ aan. Dit fenomeen begon in het hoger onderwijs in Hasselt. Bij het begin van het academiejaar legt iedereen een proef af. Indien de leerling niet slaagt, moet deze het academisch Nederlands bijschaven door extra lessen te volgen. Deze cursus hebben we overgenomen en bieden we aan in het vijfde en zesde jaar. De cursus houdt concreet in dat de leerlingen wetenschappelijke teksten te lezen krijgen en dat ze de moeilijke woorden uit de context leren begrijpen. Autochtone leerlingen scoren hier zonder voorbereiding doorgaans zwak op.”

Ik las ook dat Lucerna College een ‘vrije niet-confessionele school’ is. Hoe vertaalt zich dit in de praktijk?

“Tijdens de godsdienstles bijvoorbeeld, bieden we elke leerling de kans om te kiezen welke godsdienstles hij of zij wil volgen. Zelfs al wil er slechts één leerling de katholieke  godsdienst volgen, hij/zij zal dat ook op onze school aangeboden krijgen. Hier in Antwerpen volgt één leerling zedenleer, de rest volgt de islamitische godsdienstles.”

take down
the paywall
steun ons nu!