Naema Tahir en Saddie Choua over cultuur, godsdienst en moslimfeminisme
Samenleving, België, Genk, Debat, Naema Tahir, Saddie Choua, Moslimfeminisme, Vrouwendag, Interculturaliteit -

Naema Tahir en Saddie Choua over cultuur, godsdienst en moslimfeminisme

GENK - Naema Tahir kiest elke dag waar ze wil bijhoren en Saddie Choua voelt zich meer Marokkaanse dan Belgische. Beide dames gaven hierover meer uitleg tijdens een gespreksavond op 6 maart in de Schouwburg in Genk. Journaliste Meryem Kanmaz confronteerde hen met vragen over hun identiteit, hun werk en hun bekendheid.

woensdag 10 maart 2010 10:23

Naema Tahir is één van de bekendste schrijfsters van dit ogenblik. Ze is dochter van Pakistaanse ouders, pendelde erg vaak tussen Engeland, Nederland, Nigeria,en Straatsburg. Ze kenmerkt zichzelf als kosmopoliet. Op de vraag wie ze is en met welke culturen ze zich verbonden voelt, antwoordt ze dat ze dagelijks à la carte kiest waar ze wil bijhoren. “Om de verwarring tussen de nationaliteiten tot rust te brengen, ging ik me verdiepen in mijn geloof, mijn enige constante en begon ik te schrijven.”

Ook Saddie Choua, sociologe, filmmaakster en schrijfster, heeft een aparte identiteitsbeleving. Ze vertelt dat ze zich in het buitenland meer Marokkaanse voelt, maar ook in Bree, haar thuisstad, voelt ze zich niet thuis. “Ik ben een vreemdeling, hier en daar!”

‘Leed vervangen’

Wat willen de dames vertellen met hun werk? Tahir: “Toen ik na mijn rechtenstudie ging werken in Frankrijk, weliswaar zonder kennis van het Frans, voelde ik voor het eerst hoe buitengesloten mijn ouders zich moeten gevoeld hebben. Ik had de drang om dat leed van de eerste generatie allochtonen te ‘vervangen’. Als je de taal niet kent, ben je tweederangsburger. Je doet niet mee.”

Cultuur of godsdient?

Meryem Kanmaz vraagt zich of hoe het zit met de link tussen cultuur en religie. “Het is een onduidelijke lijn. Als we ‘Pakistan’ zeggen, zeggen we dan ook onrechtstreeks ‘islam’. In welke mate zijn deze twee begrippen met elkaar vervlochten?” Tahir haalt het voorbeeld aan van de vrouwenbesnijdenis. “Deze wordt door vele moslims gezien als een cultuurgebruik, ze zijn ervan overtuigd dat de islam zuiver is en dat zulke schendingen niet aangemoedigd worden door de Koran. Maar zelfs de Koran op zich is al een culturele uiting,” zegt ze. “Het gebruik van een menselijke taal, het Arabisch, voor een goddelijke openbaring maakt dat de islam ook een cultuur is.”

Gelijke rechten belangrijker

Het multicultureel debat gaat ook over mij, zegt ze. “Als ik ergens in een krant lees dat allochtonen falen om Nederlands te leren, raakt mij dat. Ik voel de verplichting om na te denken en te schrijven over wat er in mijn microkosmos gebeurt.” Choua wordt ook door het maatschappelijk debat geraakt. “Het heeft invloed op wat je doet,” zegt ze. “Soms ervaar ik een soort van censuur omdat je ergens een stelling moet innemen.” Op de vraag of ze feministe is, antwoordt Choua: “Natuurlijk. Als er nog een achterstand is, vind ik dat er voor mag gevochten worden. Emancipatiebewegingen gaan hand in hand, gelijke rechten vind ik belangrijk, belangrijker dan de multiculturele samenleving.” Ze typeert zichzelf als feministe, antiraciste en pacifiste.

‘Evrouwciperen’

In tegenstelling tot Choua bekijkt Tahir het feminisme negatief. “Feminisme is een beladen term en houdt impliciet in dat je mannen haat en dat je als vrouw onsuccesvol bent. Een vrouw moet niet ‘emanciperen’, maar ‘evrouwciperen’. Moslimvrouwen gaan niet uit het principe van gelijkheid, maar gelijkwaardigheid aan de man. De accenten zijn gewoon verschillend, het feit dat de vrouw meer thuis is, in haar ‘natuurlijke positie’, is een taboe om te zeggen in de westerse wereld. Het feminisme in Nederland is beslagen, vrouwen moeten mannen zijn om zich te doen gelden”, zegt ze. “Voor mij mogen vrouwen nog ‘vrouw-zijn’, delicaat en sensueel zijn,..”

Voor of tegen hoofddoeken?

Over moslimfeminisme, vrouwen met hoofddoek die feministisch beweren te zijn, verhoudt Tahir zich deels positief. Ze vindt het interessant maar ze is absolute voorstander van het hoofddoekenverbod. Ze vindt de hoofddoek onacceptabel op een openbare school of bij een functie als rechter bijvoorbeeld. “Als je toch per se een hoofddoek wilt dragen, moet je maar uitwijken naar bijzondere islamscholen. Moslims moeten leren dat ze in een cultuur zitten waar een inperking van de religieuze vrijheid is.”

Choua is daarentegen overtuigd tegenstander van het hoofddoekenverbod. “Als er dan toch godsdienstvrijheid is, mag je toch wel een hoofddoek dragen. Adolescenten moeten de kans krijgen om hun identiteit te volgen.” Volgens haar ontbreekt er sereniteit in het debat. “Ik wil geen debat zoals het nu wordt gevoerd. Nu wordt het gecriminaliseerd.”

De avond werd georganiseerd door de bibliotheek van Genk, Rataplan vzw en het cultuurcentrum van Mechelen. Het hele gebeuren verliep in het kader van een projectreeks rond diversiteit en interculturaliteit en ook in het licht van de internationale wereldvrouwendag op 8 maart.

© 2010 – Stampmedia – Fatmagül Dinc en Hasna Ankal

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!