Debat 50 jaar Congo: “Chaos brengt machthebbers meer op dan orde”
Verslag, Nieuws, Wereld, Afrika, België, Congo, Zuiderpershuis, 50 jaar onafhankelijkheid -

Debat 50 jaar Congo: “Chaos brengt machthebbers meer op dan orde”

De Democratische Republiek Congo viert in juni 2010 vijftig jaar onafhankelijkheid. Heel wat cultuurhuizen besteden hier uitgebreid aandacht aan. In het Antwerpse Zuiderpershuis werd op woensdag 3 maart een activiteitenreeks geopend met een stevig debat.

vrijdag 5 maart 2010 12:02

Het werd een ‘alternatieve’ geschiedenisles over 50 jaar Congo. In feite kunnen we die periode niet los zien van de rijke geschiedenis en de culturele verscheidenheid van het Afrikaanse continent. Ook de realiteit van het koloniale verleden blijft tastbaar aanwezig. Het is daarom geen overbodige luxe om een aantal zeer prominente cultuurdragers aan het woord te laten.

1960 luidde de onfhankelijkheid in van niet alleen Congo (v.g.a. Zaïre), maar in totaal niet minder dan 17 Afrikaanse staten verwierven (herwonnen) hun onafhankelijkheid.

debat 50 jaar Congo  foto: John Moussiaux

De gesprekspartners waren Patrick N’Siala Kiese (zakelijk leider van Kif Kif), prof. Filip Reyntjens (voorzitter Instituut voor Ontwikkelingsbeleid en -beheer aan de UA), Guy Poppe (ex-VRT-radiojournalist en Afrika-kenner) en Fabrice (student informatica aan de UGent).

Moderator Gie Goris vatte het gesprek aan met de vraag: “Wat was volgens u hét sleutelmoment in de relatie tussen Congo en België in de voorbije vijftig jaar?”

Reyntjens: “De oorlog en de genocide in buurland Rwanda hebben een immense invloed gehad in Congo. Bepalend in de relatie tussen Congo en België was volgens mij de terugtrekking van de VN-blauwhelmen als gevolg van de dood van tien Belgische para’s, het zogeheten ‘body-bag-syndroom’.  De genocide die daarop volgde, was een absolute nederlaag voor de internationale betrekkingen. De burgeroorlog in Congo is het rechtstreekse gevolg van de aanwezigheid van de Rwandese rebellen, die uit Rwanda verdreven zijn en hun heil zochten in het oosten van Congo, maar nooit ontwapend werden. Sterker nog, machthebbers uit de buurlanden, maar ook het Kabila-regime, halen voordeel uit de totale chaos door de oorlog in Oost-Congo. Voor de bevolking is dit rampzalig: 4 tot 5 miljoen burgerdoden en nog eens miljoenen vluchtelingen. België, maar ook de internationale gemeenschap, hebben meermaals gekozen voor halve maatregelen, slaan en zalven tegelijk, waaruit in feite hun onmacht blijkt.”

N’Siala Kiese: “De val van Mobutu en zijn ancien régime heeft de jonge generatie Congolezen, ook de jongeren in de ‘diaspora’ (nvdr: met de term ‘diaspora’ bedoelen de Congolezen hun uitgeweken landgenoten) die ten tijde van Mobutu heel weinig geloof hadden in de politieke situatie van hun thuisland, nieuwe hoop gegeven. Zij kijken niet zozeer naar het verleden, maar richten zich op een nieuwe toekomst.”

Poppe: “Het moment dat ik naar voren wil schuiven, omdat het naar mijn mening een enorme gemiste kans was in de relatie tussen Congo en België, is de verkiezing van Etienne Tshisekedi als premier door de Nationale Conferentie op 15 augustus 1992. België had kritiek op de regering-Tshisekedi en er was weinig of geen steun voor het democratische proces dat door de Nationale Conferentie werd in gang gezet. Misschien was de kritiek terecht, maar het gevolg hiervan was dat Tshisekedi ook intern steeds meer terrein verloor, waarop dictator Mobutu zijn kans schoon zag om opnieuw de macht naar zich te trekken. In 1996 waren er de gewapende opstanden vanuit het oosten. Het Mobutu-regime werd omvergeworpen door de nieuwe militaire machthebbers o.l.v. Laurent-Désiré Kabila. De wapens hadden het pleit gewonnen. Van enige vorm van democratisering was er geen sprake meer. Een soortgelijk scenario speelde zich af in vele Afrikaanse landen: na een korte periode van democratisering in het begin van de jaren negentig kregen oude of nieuwe ‘dictators’ de macht weer in handen. De internationale gemeenschap gaat hier niet vrijuit! Tot op vandaag verziekt dit de internationale relaties.”

Fabrice: “Ik was nog niet geboren, maar volgens mij mogen we ons collectieve geheugen niet verwaarlozen. In de jaren zeventig kende Centraal-Afrika een periode van economische bloei en welvaart. De grondstoffencrisis in de jaren tachtig had voor Afrika zware gevolgen. O.a. het nationaliseren van de economie had veel negatieve kanten: slecht beheer, weinig transparantie, etc.”

N’Siala Kiese: “Dat zie ik anders: het nationaliseren was een belangrijke tussenstap om ook op economisch vlak onafhankelijkheid te verwerven.”

Poppe: “Inderdaad: de politieke onafhankelijkheid bracht immers nog geen economische onafhankelijkheid. In de dorpsscholen op de plantages van Congo werd gedoceerd: ‘Après l’indépendence, c’est comme avant l’indépendence’. Nu, vijftig jaar later, blijft er van de economische belangen van België niet veel meer over. Er is wel nog Brussels Airlines dat belangrijke verbindingen heeft met Centraal-Afrika, de diamantsector haalt er zijn gram en enkele Belgische industriëlen, zoals Forrest, hebben nog aanzienlijke belangen in de mijnsector.”

N’Siala Kiese: “Terwijl Congo economisch wél kansen te bieden heeft. Vandaar de interesse van China, maar ook Europese landen als Duitsland en Frankrijk. Maar de aanpak is totaal verkeerd. De Congolezen hebben te weinig zelf in handen.”

Reyntjens: “Zelfs als je het economische groeiland Zuid-Afrika meerekent, weegt de Afrikaanse economie zeer licht op internationaal niveau. De totale economie van Sub-Sahara Afrika is slechts twee keer zo groot als de Belgische economie. Dit is goed voor slechts 1,5 procent van de wereldhandel. Een bijkomend probleem is dat de structuren om hieraan iets te veranderen, ontbreken. Het is een informele economie. De staat, voor zover die er is, verdient er nauwelijk iets aan.”

Fabrice: “Maar ook de Congolezen zelf verdienen amper iets. Hoewel er veel vruchtbare grond is, gelooft niemand in de landbouw. Jongeren kiezen voor een zware job in de mijnbouw, maar ook daar verdienen ze bijna niets. Een voorwaarde om de staat op te bouwen, zijn eerlijke lonen. Ambtenaren die niet voldoende verdienen om hun gezin te onderhouden, geraken verwikkeld in corruptie. Eerlijke lonen zijn een voorwaarde om het zwarte circuit af te bouwen.”

“Is België historisch verplicht om Congo te steunen?”

Reyntjens: “België is economisch weinig belangrijk voor Congo. Diplomatiek misschien wel. In 1998 zei minister Louis Michel met zoveel woorden: ‘België weegt zwaarder dan z’n soortelijk gewicht.’ Of we moreel verplicht zijn om Congo te blijven steunen? We moeten de feiten erkennen: de koloniale periode was voor Afrika een debacle (met uitzondering misschien van Botswana en Mauritius). Maar de zogenoemde ‘morele verplichting’ van het Westen tegenover de ontwikkelingslanden heeft perverse effecten. Om een voorbeeld te geven: tussen 1960 en vandaag gaf België ongeveer 8 miljard euro bilaterale hulp aan Centraal-Afrika. Wat is er met dat geld gebeurd en wie is daar beter van geworden?”

N’Siala Kiese: “Er zijn schrijnende voorbeelden van niet-werkende en zelfs afhankelijk makende ‘hulp’. De vraag is: ‘Welke investeringen komen Congo en Afrika ten goede? Ik vind dat wij, Congolezen in de diaspora, ook onze verantwoordelijkheid moeten opnemen. In het buitenland opgeleide Congolezen moeten hun land helpen om het verschil te maken, om ‘change’ mogelijk te maken.”

Poppe: “Op geopolitiek vlak heeft de internationale gemeenschap een verpletterende verantwoordelijkheid. We hebben kansen laten liggen om stabiliteit te brengen en de strijdende groepen opnieuw met elkaar te laten spreken. Politieke en juridische stabiliteit zijn de eerste voorwaarden om een toekomst op te bouwen. Wonen, werken, naar school gaan, kortom het leven van de Congolezen heeft nood aan veiligheid. Daarvoor moet de bevolking de Congolese politie, de rechters en ambtenaren en de politici kunnen vertrouwen. Dit is een werk van lange adem. België heeft misschien geen groot economisch gewicht, maar we moeten wél een historisch besef bewaren. België heeft niet gezorgd voor zijn Congolese onderdanen in de koloniale periode. De kolonie heeft enkel opgebracht voor een kleine schare Belgen. Nog steeds zorgt de industriële wereld niet voor het welzijn van de Congolezen. Zo is er bijvoorbeeld in heel Congo geen enkele koperraffinaderij. Congo is één van de vele voorbeelden van ontwikkelingslanden die worden leeggezogen, leeggeroofd en halfdood aan hun lot worden overgelaten door het rijke Westen.”

Vragen uit het publiek:

“Als investeringen voor Congo de toekomst zijn, waarin moet dan worden geïnvesteerd?”

N’Siala Kiese: “In een onafhankelijke landbouw, zoals elders succesvol is gebleken, maar ook en vooral in onderzoek, in onderwijs. Congo moet de tijd nemen, niet overhaast te werk gaan, niet voor kortetermijnwinsten gaan. Ook niet zomaar zaken importeren als er in Congo zelf alternatieven voor handen zijn. Zo werd er bijvoorbeeld cement geïmporteerd omdat iemand had berekend dat dit goedkoper zou zijn dan het zelf te produceren. Maar die berekeningen bleken achteraf niet te kloppen!”

“Mag Congo zijn economie afsluiten voor import? Zal dit niet schaden aan de export?”

N’Siala Kiese: “Voor de Congolese bevolking speelt dat weinig een rol. Zij verdienen niets aan de export, dus ze hebben niets te verliezen. Ze kunnen enkel winnen bij een sterkere interne markt.”

Reyntjens: “De staat moet investeren in de publieke sector: elektriciteit, duurzame bosbouw, …  Hiervoor moeten eerlijke contracten worden afgesloten met de privésector. Congo is rijk aan grondstoffen. De hele tabel van Mendeljev zit er bij wijze van spreken onder de grond. Ook de mijnbouw moet duurzaam. Daarvoor moet een gunstige omgeving worden gecreëerd waarin duurzaam ondernemen mogelijk is. De contracten met de Chinese investeerders zijn geen duurzame contracten, maar een vorm van ruilhandel. Wegen en ziekenhuizen in ruil voor ontginning van alle grondstoffen gedurende twintig jaar. Maar die wegen en ziekenhuizen moeten ook onderhouden worden, er zijn ook de werkingskosten. Die zitten niet in die contracten. En Congo heeft er niets voor voorzien. De Congolese staat opbouwen, betekent ook decentraliseren. Een staat moet instaan voor veiligheid binnen het eigen territorium. De overheid moet een goede fiscaliteit uitbouwen en zorgen voor rechtszekerheid. Vergis u niet, ook westerse landen laten meer dan eens steken vallen. Maar deze drie zaken zijn essentieel om van vooruitgang te kunnen spreken.”

N’Siala Kiese: “Congo heeft wel een fiscaliteit, bijvoorbeeld via een wegenbelasting. Maar de opbrengsten daarvan komen de Congolezen niet ten goede. De Congolese economie is in feite een omgekeerde economie. De zaken waar de staat zou moeten zorgen, zoals onderwijs, investeringsbanken, ziekenhuizen, … zijn in handen van de privésector. Op andere terreinen, zoals de elektriciteits- of watervoorziening, houdt de staat kunstmatige monopolies in stand.”

Poppe: “Het is een pijnlijke vaststelling, maar ‘de chaos brengt de machthebbers in Congo en in de buurlanden meer op dan orde’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!