Haïti en de Caraïben: na de aardbeving nog een tsunami?
Opinie, Haïti, Caraïben, EPA -

Haïti en de Caraïben: na de aardbeving nog een tsunami?

Het Vlaams Parlement buigt zich binnenkort over het economische partnerschap tussen de EU en de Caraïben. Wim De Ceukelaire en Stefaan Declercq hebben hun bedenkingen.

donderdag 4 maart 2010 17:13
Spread the love

Dezer dagen buigt het Vlaams Parlement zich over het ontwerpdecreet om de Economische Partnerschapsovereenkomst (EPA) tussen de Europese Gemeenschap en vijftien landen van het Caraïbisch gebied, de zogenaamde Cariforumlanden, goed te keuren. Een dergelijk decreet wordt in het Vlaams Parlement doorgaans zonder veel discussie afgehandeld. Toch zijn er redenen om even bij deze discussie stil te staan.

Het Vlaams Parlement is het eerste van onze zeven parlementen waar de ratificatie voorligt. Bovendien gaat het om het eerste akkoord in de reeks EPA’s die Europa wil afsluiten met de vroegere kolonies in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan (de zogenaamde ACS-landen). In die zin staat het akkoord ‘model’ en kan het maar beter met argusogen bestudeerd worden. Eenmaal vrijhandelsakkoorden zijn afgesloten is het immers zeer moeilijk ze nadien nog te herzien, zelfs als de impact op de ontwikkelingslanden negatief blijkt.

De EPA’s worden graag voorgesteld als een instrument van ontwikkeling. De Strategische Adviesraad Internationaal Vlaanderen besluit in zijn advies aan het Vlaams Parlement echter dat het effect van de EPA op de economische ontwikkeling, armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling in de regio ‘onzeker’ is. Dat op zich zou de parlementsleden tot terughoudendheid moeten aanzetten.

De EPA’s zijn een voorbeeld van de nieuwe aanpak die de EU heeft gekozen om de handelsrelaties met de ontwikkelingslanden vorm te geven. Tot einde 2007 konden alle ACS-landen nog genieten van een bevoorrechte toegang tot de Europese markt. Nadien zouden zij die toegang enkel kunnen behouden als ze zelf hun markten openstellen voor Europese producten, diensten en investeringen. Hoe dit moet gebeuren, dat is precies het voorwerp van de EPA’s. Met de EPA’s wil de EU trouwens ook de overheidsaanbestedingen in de ACS-landen vrijmaken, de Europese patenten en Europese streekbenamingen voor landbouwproducten beschermen, overheidsbedrijven aan banden leggen, enz.

De EU wil het niet gezegd hebben, maar de EPA’s komen wel bijzonder goed overeen met wat ze doorgaans als haar offensieve economische belangen definieert. EPA’s zijn dus bovenal vergaande vrijhandelsakkoorden die trouwens sterk lijken op het soort vrijhandelsakkoorden dat de EU ook met andere, veel meer ontwikkelde landen onderhandelt.

Toch worden deze akkoorden voorgesteld als een hefboom tot ontwikkeling voor de arme landen. De recente geschiedenis van Haïti toont nochtans goed aan welke impact vrijhandelsakkoorden kunnen hebben op het welzijn en de gezondheid van de bevolking.

Tot enkele decennia geleden produceerde Haïti genoeg rijst om de eigen bevolking te voeden. In de jaren ’80 werd het land echter verplicht om de invoerheffingen op landbouwproducten te verminderen. Daardoor kregen producten uit andere landen makkelijker toegang. Goedkope, gesubsidieerde ‘Miami rice’ uit de Verenigde Staten overspoelde de lokale markt. Haïti werd de derde grootste importeur van Amerikaanse rijst in de wereld.

De lokale rijstboeren, die nog in de meest primitieve omstandigheden de uitgeputte grond van Haïti bewerkten, werden uit de markt geprijsd. Op zoek naar werk, ontvluchtten velen onder hen het platteland. De meesten kwamen terecht in de krottenwijken van de hoofdstad Port-au-Prince, nog steeds werkloos, en nu ook afhankelijk van voedselhulp en waterbedeling. Toen de aardbeving in januari het land trof, was het de bevolking van Port-au-Prince die het hardst getroffen werd. Zij die er zonder kleerscheuren van afkwamen, hebben na de tsunami van de ‘Miami rice’ nu ook een aardschok overleefd.

Nauwelijks een maand voor de ramp was Haïti het laatste van de landen uit de Caraïbische regio om, na lang aarzelen, de EPA met Europa te ondertekenen. Karel De Gucht, toen nog EU-Commissaris voor ontwikkeling, bejubelde de beslissing van het land “omdat het een kans biedt om ‘s lands handel aan te zwengelen in deze tijden van crisis”. Haïti verkreeg enkele uitzonderingsmaatregelen en heeft nu zes maanden om voorstellen te doen over welke diensten en investeringen het wil opengooien voor Europese bedrijven. Voor een arm land als Haïti, dat politiek en economisch zwak staat, is de onderhandelingsruimte vrij beperkt.

En dat terwijl EPA’s veel verder gaan dan de verplichtingen die de WTO voorschrijft. Verschillende van de Caraïbische landen hebben nu bijvoorbeeld ook hun gezondheidssector opengesteld voor buitenlandse concurrentie. Hetzelfde geldt voor sectoren als water en onderwijs, die van groot belang zijn voor de volksgezondheid. Het valt te verwachten dat de commercialisering van deze sectoren negatieve gevolgen zal hebben voor de toegang tot deze diensten voor de armste bevolking.

Ook op het vlak van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten engageert de Cariforum-EPA de Caraïbische landen tot maatregelen die verder gaan dan die van het TRIPS-Akkoord onder de Wereldhandelsorganisatie. Toegang tot medicijnen kan in het gedrang komen.

De geschiedenis van Haïti toont aan dat vrijhandel met machtige handelsblokken voor een arm land even verwoestend kan zijn als een tsunami. We vrezen dat de Cariforum EPA een precedent is voor een nieuwe golf van vrijhandelsverdragen tussen de EU en ontwikkelingslanden die hun mogelijkheden om het recht op gezondheid van hun bevolking te garanderen verder zal eroderen. Hopelijk beseffen onze Vlaamse parlementairen de draagwijdte van hun beslissing als ze straks ter stemming gaan.

Wim De Ceukelaire (Coördinator beleidsdienst, intal) en Stefaan Declercq (Algemeen Secretaris van Oxfam-Solidariteit)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!