De contrareformatie van het conservatieve Vlaanderen
Essay, Politiek, Contrareformatie, Oikos, Holemans, Tmd -

De contrareformatie van het conservatieve Vlaanderen

Het zijn geen gemakkelijke tijden voor links en progressief Vlaanderen. Nochtans was de nieuwe eeuw goed begonnen.

zondag 28 februari 2010 15:33

Een progressieve veranderingsgerichte mainstreaming tijdens de paars-(groene) regeerperiode zorgde voor een aantal progressieve overwinningen vooral op ethisch vlak. Er leek een nieuwe wind te waaien die vernieuwing stimuleerde. Vlaanderen sloot hierbij veeleer laattijdig aan bij een Europese trend die al eerder op gang kwam. Na de val de Berlijnse Muur in 1989 kregen vele linkse partijen in Europese landen stilaan de wind in de zeilen. Zodat rond de eeuwwisseling op Europese ministerraden het aantal rode en groene ministers aanzienlijk was.

Op verschillende terreinen bleken in Vlaanderen dan ook progressieve, linkse en groene ideeën, die sinds de jaren tachtig waren gerijpt, op het terrein realiseerbaar. Om er één domein uit te halen: mobiliteit. Het openbaar vervoer kreeg een sterke impuls, het fietsbeleid werd gemoderniseerd – al blijft de infrastructuur een zwak punt, de auto moest op een aantal punten inbinden. En ook de plannen voor nieuwe wegen – de zogenoemde missing links – verdwenen naar de achtergrond. Het leek dat we op vele vlakken in een progressieve tijd leefden.  

Algemene verrechtsing

De impact van de aanslagen op het WTC in New York op 11 september 2001 en de algemene verrechtsing in de omliggende landen zorgden echter snel voor een keerpunt. In Nederland bijvoorbeeld werd Jan-Peter Balkenende in 2002 premier. Hij plaatste het debat over (conservatieve) waarden opnieuw pal in de het centrum van het maatschappelijk debat.

In eigen land bleken de verkiezingen van 2003 achteraf de zwanenzang van paars-(groen) te zijn. Eerst werden de pijlen op de meest veranderingsgezinde regeringspartij gericht. Agalev verdween uit het federale parlement. Paars zonder groen won wel, maar in de daaropvolgende regering bleek het elan weg te zijn. 

Bovenop de Europese tendens tot verrechtsing spelen ook typisch Vlaamse elementen. De antigroene betoging van het conservatieve landelijke Vlaanderen in Gent, één week voor de verkiezingen van 2003, was een eerste duidelijk signaal. Het was de veruitwendiging van een diepere grondstroom aanwezig in de Vlaamse samenleving, die we als antistedelijk kunnen omschrijven. De strategen van de bewuste betoging speelden handig in op de spanning die er heerste tussen de progressieve mainstreaming in het beleid en in de media, en de sluipende verrechtsing die zich op gang had getrokken in de (Europese) samenleving. De betoging zorgde er ook voor dat de rechterkant van de VLD opnieuw in beweging kwam tegen de voor hen overdreven veranderingen in de samenleving. Amper een jaar later, in 2004, kreeg paars al de rekening gepresenteerd in Vlaanderen. Rechts won dankzij de hoogste score ooit van het Vlaams Belang en door de overwinning van het kartel CD&V en N-VA. Na een intermezzo van amper vijf jaar kon CD&V opnieuw leiding geven aan de Vlaamse regering en de minister-president leveren …  

Divers palet van vijf partijen

Sindsdien won rechts de opeenvolgende federale en Vlaamse verkiezingen en levert CD&V opnieuw – op een korte periode na – de premier en de minister-president. Na het uiteenvallen van het kartel en de opkomst van de Lijst De Decker zit Vlaanderen nu met een ruim en divers palet van niet minder dan vijf partijen die zich van het centrum tot uiterstrechts positioneren. In 2009 waren die samen goed voor bijna driekwart van de Vlaamse kiezers. Daarmee schikt Vlaanderen zich als een goede leerling in een verrechtsingtendens die zich ook in de omliggende landen manifesteert.  

Deze verschuiving in het politieke landschap is de veruitwendiging van wat zich in de samenleving doorzet en zich op vele vlakken manifesteert. Niet alleen zien we conservatieve en rechtse ideeën floreren, maar we zien ook dat het oude Vlaanderen op andere manieren en vooral andere vormen terug is van weggeweest. Direct na de verkiezingen van 2004 omschreef een bekende dat verrassend als “de contrareformatie is gelukt”. Na het voluntarisme van Verhofstadt en paarsgroen, die van dit landje een moderne modelstaat wilden maken (de reformatie), waren de conservatieve krachten opnieuw de puntjes op de i aan het zetten. Het was misschien op dat moment een voorbarige conclusie, maar ondertussen blijkt dat hij vooruitziend was.  

Restauratiebeweging

Contrareformatie moet hier trouwens in zijn juiste betekenis worden gelezen. Het is zowel een restauratiebeweging als een hervormingsbeweging. Het is het herstellen van de oude macht, maar wel in een vernieuwde en moderne vorm en op basis van nieuwe elementen en een nieuw discours en aangepast aan de hedendaagse samenleving. Het is dus allerminst een terugkeer naar een oude ‘slechte’ tijd, integendeel het poogt een nieuwe bloeitijd te creëren voor wat toen vanuit het oogpunt van de machtshebbers is verloren gegaan. De versnippering en de transformatie in het politieke landschap aan de rechterkant maken dat de contrareformatie nog vele kanten op kan. Toch zijn er duidelijke lijnen te herkennen.   

Deze contrareformatie is zowel economisch rechts als ethisch conservatief, met alle paradoxen die daarmee gepaard gaan. Het zegt opnieuw klassieke waarden te verdedigen en behoudsgezind te zijn, maar geeft ook vrije baan aan de vermarkting van de samenleving die juist alles wat duurzaam en waardevol is op de helling zet. De krachten promoten veiligheid, maar stimuleren de economische globalisering die alleen maar onzekerheid met zich meebrengt. Meest uitgesproken fenomeen is dus de vermarkting van de samenleving, in combinatie met de verdere schaalvergroting en het ongebreidelde consumentisme. De vermarkting breidt zich nog steeds verder uit binnen de overheid, de social- en de non-profit. Zelfs het welzijnsdenken en de onderwijswereld ontsnappen er niet aan.  

Marketingsdenken

Uitstraling en imago zijn altijd al belangrijke elementen geweest in elke contrareformatie. Ook daar sluit de huidige tijdsgeest met het alomtegenwoordige marketingsdenken naadloos op aan. En onvermijdelijk brengen de vele tevredenheidsenquêtes steeds meer de spiegel van het overheersende conservatisme in onze samenleving naar de bureaus van beslissingsnemers in de politiek en de economie. 

In Vlaanderen is op politiek vlak CD&V opnieuw aan zet met N-VA als partner op de Vlaamse flank. Samen zijn ze opnieuw goed voor 36 procent van het kiezerskorps. CD&V staat daarbij voor een combinatie van een voorzichtige moderniteit op Vlaams niveau en ‘rustige vastheid’ op federaal niveau. Wie verder kijkt dat het voorspelbare Vlaams-nationale discours van N-VA botst er op ‘hervormingsgericht conservatisme’. N-VA is de stuwende kracht om rechts en het ermee verbonden conservatisme in Vlaanderen opnieuw groot te maken. In de mate dat het dat waar kan maken, moet het zelfs in staat worden geacht om de leidende rol van CD&V over te nemen. Economisch uit zich dat vooral in een steeds sterke slagkracht van de Vlaamse ondernemingswereld die zich heeft verenigd in VOKA. 

Individualisme

De contrareformatie wordt verder gevoed door het toenemende individualisme. Dat individualisme stoelt ten eerste op de gestegen welvaart voor grote groepen in onze samenleving wat de illusie creëert dat men de andere(n) niet meer nodig heeft.

Ten tweede steunt het op de nieuwe technologische mogelijkheden die tot volle ontplooiing kwamen in het begin van deze eeuw. Het vertaalt zich in de terugkeer van het geloof in wetenschap en technologie als oplossing voor de meeste en zeker de urgente problemen van de samenleving. Denken we maar de gemakkelijke oplossingen voor de klimaatproblematiek zoals de belofte van koolstofopslag. Zeker bij jongeren met een kleiner historisch bewustzijn is dat sterk terug te vinden. En binnen die context is er zelfs ruimte voor een ‘comeback’ van de kernenergie.

Betonboeren en stadsmarketing

Last but not least is er de terugkeer van de projectontwikkelaars en de betonboeren. Ze zijn opnieuw aan zet in onze steden, alsook bij een aantal landelijke grootschalige projecten. Denken we maar aan de Lange Wapper, het Schipdonkkanaal en de verbreding van de Ring rond Brussel. De laatste decennia waren dergelijke projecten schaars of zaten ze in diepe kasten. Maar nu staan ze opnieuw op de politieke agenda. Het verschil met vroeger is trouwens dat de grote projecten nu de steun hebben van architecten en stedenbouwkundigen. De architectuur en verpakking is veel beter. En gesteund door de marketing wordt het verkocht als dé oplossing voor problemen die nooit zijn opgelost. Zeer illustratief zijn de grootschalige stedelijke projecten die door de stadsbesturen mee worden gepromoot onder het label van ‘stadsmarketing’. 

Het was dan ook echt geen toeval dat in het najaar van 2009 vanuit de nieuwe Vlaamse regering-Peeters-II plotseling het idee kwam dat er maar eens een eind moest komen aan de mogelijkheid dat elke burger de overheid via de Raad van State kan terugfluiten. En het was evenmin toeval dat het precies minister van Ruimtelijke Ordening Philippe Muyters (N-VA én voorheen VOKA) was die het idee als eerste opperde.  

Een antwoord vinden op de verrechtsing in Vlaanderen en op de contrareformatie van het conservatisme in Vlaanderen is de grote uitdaging voor links. Dat wordt geen eenvoudige opgave. Zeker niet zolang de eigen precaire situatie niet goed wordt ingeschat en de kracht van rechts en de contrareformatie wordt onderschat. Wat dit laatste betreft willen we in de komende weken telkens een aspect van de contrareformatie belichten.  

Marc Heughebaert en Dirk Holemans zijn verbonden aan de Oikos – Denktank voor sociaal-ecologische verandering.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!