Alfabetiseringsgraad gaat achteruit
Reportage, Europa, Samenleving, Jongeren, Gelijke kansen, Arbeidsmarkt, Onderwijs, Alfabetisering, Analfabetisme, Lissabon, Europa, Sociale inclusie -

Alfabetiseringsgraad gaat achteruit

Onderwijs en training zijn er in Europa de jongste jaren op vooruit gegaan, maar toch slaagt men er niet op de doelstellingen voor 2010 uit het akkoord van Lissabon te bereiken. Vooral met de alfabetiseringsgraad blijkt het erg gesteld.

vrijdag 26 februari 2010 12:43

Onderwijs en training staan centraal in het akkoord van Lissabon voor groei en werk. Het akkoord streeft naar de ontwikkeling van een ‘kennisdriehoek’ van onderwijs, onderzoek en innovatie, waarbij alle burgers hulp krijgen om hun vaardigheden verder te ontwikkelen. Op die manier komt er niet alleen een grotere economische groei en werkgelegenheid, maar bevordert men inclusie en gelijke kansen.

Tot zover de theorie. In de praktijk blijken de vooropgestelde doelstellingen heel wat moeilijker te verwezenlijken. In het algemeen gingen onderwijs en training er wel op vooruit, maar de meeste doelstellingen voor 2010 zullen niet op tijd bereikt worden. De Europese Commissie wijst hiervoor naar de crisis, die publieke en private budgetten onder grote druk zet, bestaande jobs doet verdwijnen en nieuwe functies creëert waarvoor medewerkers over andere en moeilijkere vaardigheden moeten beschikken.

Sleutelcompetenties

Vanuit Europa werden acht sleutelcompetenties opgesteld die noodzakelijk zijn voor persoonlijke ontwikkeling, actief burgerschap, sociale inclusie en employability, oftewel de optimale inzetbaarheid van mensen waardoor zij in staat zijn werk te krijgen en te houden.

De sleutelcompetenties zijn:

  • communicatie in de moedertaal;
  • communicatie in vreemde talen;
  • wiskundige vaardigheden en basiscompetenties in wetenschap en technologie;
  • digitale vaardigheden;
  • leren leren;
  • sociale en maatschappelijke vaardigheden;
  • zin voor initatief en ondernemerschap
  • cultureel bewustzijn en expressie

Scholen hebben hun curriculum hier al in grote mate aan aangepast. Zo worden lessen in moedertaal, vreemde talen of wiskunde en wetenschap al meer vakoverschrijdend, met een grotere aandacht voor competentieontwikkeling en houding naast kennis, en met meer praktijkvoorbeelden. Toch is er nog heel wat werk om de ontwikkeling van leerkrachten te ondersteunen, om assessmentmethodes actueel te houden en voor de introductie van nieuwe leermethodes in een innovatieve schoolomgeving. Jonge leerkrachten worden vaak wel goed voorbereid op een comptentiegerichte aanpak, maar voor het bestaande lerarenkorps is er vaak nog onvoldoende bijscholing voorzien.

Heel wat scholen rusten zich ook uit met nieuwe technologieën om hun leerlingen basisvaardigheden bij te brengen op vlak van ICT. Jonge mensen leren die dingen echter vaak al op zichzelf, en zouden op andere vlakken meer ondersteuning kunnen gebruiken. Belangrijke elementen als een kritische houding bij het gebruik van nieuwe technologieën en media, zich bewust worden van risico’s, en ethische en wettelijke aandachtspunten, blijven in scholen vaak nog onderbelicht. 

Alfabetiseringsgraad

Vooraleer mensen de hierboven genoemde sleutelcompetenties kunnen ontwikkelen, moeten ze over een zekere leesvaardigheid beschikken. Op dat vlak zit Europa met een probleem. In plaats van af te nemen nam het aantal 15-jarigen met leesproblemen tussen 2000 en 2006 nog toe van 21,3 tot 24,1 procent, of bijna 1 op de 4. Vooral voor jongens en migranten vormt hun lage leesniveau een ernstig obstakel voor hun werkvooruitzichten en welzijn.

Alfabetisering of geletterdheid is meer dan kunnen lezen of schrijven. Geletterdheid is de kennis en vaardigheid die nodig is om via geschreven taal te communiceren en informatie te verwerken, de vaardigheid om met numerieke en grafische gegevens om te gaan en basisvaardigheden ICT: informatie kunnen lezen en invullen op documenten en formulieren, je budget bijhouden, solliciteren,… Geletterde mensen kunnen zich zelfstandig beredderen in de samenleving.

In België wordt men voornamelijk met gevallen van functioneel analfabetisme geconfronteerd.  Het “International Adult Literacy Survey”: een internationaal onderzoeksproject van de OESO over taal- en rekenvaardigheden bij volwassenen uit 1996, wijst er op dat specifieke groepen hier een hoger risico op lopen: laaggeschoolden zonder diploma secundair onderwijs, ouderen, vrouwen en laaggeletterde werkenden. 

Bijna een op de vijf Vlaamse volwassenen functioneert op het laagste geletterdheidniveau. In Vlaanderen hebben we in vergelijking met andere landen veel laaggeletterden en veel hooggeletterden. De middengroep is relatief klein. Er is ook een beduidend hoger aantal laaggeletterde werklozen in Vlaanderen dan in andere landen. Ongeveer 60% van de werklozen haalt één van de laagste twee geletterdheidniveaus. Laaggeletterden maken minder kans op werk, en zeker op een job van lange duur. Ze hebben dus serieuze problemen op de arbeidsmarkt.

Scholing voor volwassenen

Ook volwassenenonderwijs hinkt tot slot sterk achterop. In plaats van de vooropgestelde 12,5 procent volgde in 2008 slechts 9,5 procent van de Europeanen tussen 25 en 64 jaar een opleiding of vorming. Hooggeschoolden nemen vijf keer zo vaak deel dan laaggeschoolden. En 77 miljoen Europeanen tussen 25 en 64 jaar, zo’n 30 procent, haalde slechts de laagste secundaire scholing.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!