Roemenië – column door Jasmina Tesanovic
Europa, Servië, Roemenië, Oost-Europa, Balkan, Grenzen, Column -

Roemenië – column door Jasmina Tesanovic

De Servische schrijfster Jasmina Tesanovic staat verwonderd over de snelle ontwikkelingen in het grensgebied tussen Servië en Roemenië. Een eigenzinnige kijk van aan de buitengrenzen van de Europese Unie.

donderdag 25 februari 2010 17:25

Het is nooit een routine om van Roemenië naar Servië te komen. Net zo min voor ons, Serviërs, als voor vreemdelingen. Servië bevindt zich in een heel snelle overgangsfase van oorlogen en sancties naar het nieuwe Europa met zijn nieuwe eisen, met andere normen, andere regels en andere wetten.

De buitenmuur van de Europese visumplicht voor Serviërs werd pas twee maand geleden gesloopt. Het resultaat is dat we nog dag na dag met het puin ervan worden geconfronteerd. Serviërs kunnen nu vrij in de Schengen-landen rondreizen zonder vernederende smeekbedes aan onmogelijke ambassades. De ambtenaren van de Schengen-zone kunnen echter nog altijd extra administratieve eisen stellen en zelfs reizigers terugsturen. Servische douanebeambten werken nu wel al samen met hun Schengen-collega’s om niet-Europeanen, die nog minder tot ‘Schengen’ behoren dan de Serviërs, te kwellen.

Mijn Amerikaanse vriend, die al vele jaren naar Servië reist, ontving van de Amerikaanse ambassade een bericht dat de Serviërs nu minder tolerant geworden waren. Servië is immers verplicht om de EU-regelgeving toe te passen op buitenlanders, ook als dat toevallige Amerikaanse bezoekers zijn. Voortaan moeten de talloze grensdocumenten zeer zorgvuldig worden ingevuld met vermelding van de weken en maanden dat zij zullen verblijven op het grondgebied van dit ‘nieuwe stukje Europa’.

Bij mijn laatste trip naar Belgrado kwam ik vanuit Roemenië naar Servië. Nieuwe goedkope vluchten vanuit kleine regionale luchthavens in Oost-Europa trekken vele  reizigers aan. Zij reizen vlot heen en terug tussen Polen, Hongarije, Bulgarije en Roemenië. Geen risico’s, heel lichte bagage, maar geen gegarandeerde zitplaatsen. Mijn Amerikaanse vriend en ik besloten om dit even uit te proberen.

Vanuit Italië landden we in Timisoara, een Roemeense luchthaven niet zo ver van de Servische grens. Daar stond een minibus ons op te wachten om ons over de grens te brengen. Die vreemde Amerikaan trok de aandacht van de lokale emigratie ambtenaren. Alhoewel we ons ‘in Europa’ bevonden, werden onze documenten tot vier maal toe zeer vriendelijk, doch zeer grondig onderzocht. Het Amerikaanse paspoort wekte nog veel meer achterdocht dan het Servische.

De omgeving van het douanekantoor aan de Roemeense kant van de grens was in een staat van verbazingwekkende verwaarlozing. Hopen bouwafval waren er aaneengekoekt met modder en slijk. Zwerfkatten waren er op ratten aan het jagen. De Roemeense douanebeambten zaten op oude aftandse en ongemakkelijke stoelen, nog beschilderd met grote bloemmotieven. Keurige blauwmetalen borden kondigden een renovatieproject van de douanekantoren aan, betaald met Europees geld. Ondertussen echter lag er overal afval: gebroken flessen, vuilnis, zware machines, afgeplakte kapotte ramen, ruwe betonblokken en duizenden plastic zakjes die door de wind kapot gescheurd nu de winterse boomtakken decoreerden.

Het niemandsland tussen Roemenië en Servië was een smalle weg door oude velden bedekt met zwart slijk. Ik herleefde weer de herinneringen aan de donkere tijden van de jaren negentig. Het was oorlogstijd in Servië. We overleefden onder de sancties. Wij, Serviërs, hadden toen een tekort aan de meest elementaire dagelijkse dingen, van toiletpapier tot benzine. De inwoners van de buurlanden, gretig om uit onze moeilijke situatie munt te slaan, sloegen hun tenten op als ware het koopcentra in een akelige omgeving. Douanebeambten namen vlot smeergeld aan, of keken bewust de andere kant op: de grijze economie betekende zowel voor hen als voor ons een kans om te overleven.

Eén van mijn boeken was in Roemenië gepubliceerd. Ik was daarheen getrokken om het te promoten. Op mijn terugweg naar Servië stopte ik natuurlijk om op de zwarte markt enkele jerrycans te vullen met die verboden benzine. Over die benzine legde ik enkele exemplaren van mijn nieuw boek, dat ik vrijpostig ‘The Invisible Book’ (Het onzichtbare boek) had genoemd. Dat is de reden waarom ik boeken schrijf: om sommige zaken zichtbaar – of onzichtbaar – te maken.

De douanier lachte veeleer omdat hij te maken had met een feministische schrijfster, dan dat die klaarblijkelijk ook nog benzine smokkelde. Ik gaf hem twee gesigneerde exemplaren van mijn boek voor zijn vrouw en zijn dochter, en hij liet me gaan. Onmiddellijk daarna hoorden we schieten in het niemandsland. Waarschijnlijk ging het om een afgesprongen overeenkomst tussen een dealer en een klant. We reden haastig door, weg van de knallende geweerschoten.

Een Italiaanse vriend, ook een schrijver, die samen met mij reisde om verslag te doen over de sancties in Servië, was zeer diep geraakt door dit voorval. Hij beschreef deze episode in één van zijn boeken. Onze grimmige werkelijkheid van alledag werd zo een literaire stijloefening in pure Casablanca-stijl.

Vandaag, in dezelfde tijdloze modder aan de grenspost, staat de Europese Unie als een symbool voor vrede. Het is nog altijd een beangstigende omgeving. Roemenië werd bevrijd na tientallen jaren van wrede dictatuur onder Nicolae Ceausescu en zijn vrouw Elena. Nog altijd zijn de resultaten van hun totalitaire aanvallen op steden en platteland duidelijk zichtbaar. Nutteloze programma’s van afbraak en nieuwe nederzettingen veranderden Roemeense dorpen in sombere betonnen sloppenwijken, maar dan zonder een aangename stedelijke omgeving in de buurt. Vooral in de winter is het platteland van Roemenië al even grauw en somber als overal elders in de Balkan.

De Servische velden daarentegen zijn keuriger geploegd, de huizen beter gebouwd en netter geverfd. Servische ambtenaren zitten in echte bureaustoelen en maken zich veel minder druk over vreemde Amerikaanse paspoorten.

Terwijl het Europees Parlement in Brussel strijdt om Europa tot een echte eenheid te kneden, maakt er zich een geruisloze wanhoop meester over de reeds lang mislukte Grondwet. De economische crisis doet ondertussen langzaam maar zeker de oude verschillen tussen Oost en West, tussen het ‘Oude Europa’ en het ‘Nieuwe Europa’, verdwijnen. Iedereen leeft in een onzekere situatie op dit ogenblik. Niemand kan nog aanspraak maken op een glorierijke en verstandige economische politiek.
Heden ten dage geldt voor iedereen: Overgang naar Nergens.

Jasmina Tesanovic, Belgrado, 22 februari 2010

(vertaling uit het Engels: Ignace Coppens)

Jasmina Tesanovic is een feministische Servische schrijfster.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!