De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Wekelijkse sit-ins  in Gaza uit potest tegen Israël’s Illegale detentieregels

Wekelijkse sit-ins in Gaza uit potest tegen Israël’s Illegale detentieregels

zondag 6 februari 2011 09:57
Spread the love

Elke week houden familieleden van Gazaanse gedetineerden een sit-ins in Gaza-Stad. Ze protesteen omdat hen al drie jaar en een half jaar het bezoekrecht wordt ontzegd. Ahmed Youssef Al Ahnan was slechts een kind van 17 toen hij zes jaar geleden in het huis van zijn tante aan het strand van Khan Younis werd gearresteerd. “Ik weet nog steeds niet waarom ze mijn jongen meegenomen hebben. Hoe kan het zijn dat ze een kind zomaar kunnen arresteren!?”, vraagt zijn moeder geagiteerd terwijl ze de foto van haar zoon stevig vastklampt. Vandaag is Ahmed nog steeds opgesloten in een Israëlische gevangenis in de Negev woestijn. In de afgelopen zes jaar heeft niet één familielid toelating gekregen om hem te bezoeken. “Het duurde zelfs vier jaar voordat hij ons de eerste keer mocht opbellen!”, vertelt zijn moeder. “De afgelopen twee jaren heeft hij vaker kunnen bellen, maar ik kan hem nog steeds niet zien.” Op de vraag hoe haar zoon het stelt in de gevangenis, antwoordt ze met een ambigue mengeling van trots en verdriet: “Hij is een goede jongen; hij wil niet dat ik me zorgen maak over hem en zegt steeds dat hij het goed stelt, maar hij klinkt niet goed.” Naast haar zit de vijfjarige Fara Omar Shehda Al Bardawi die zich speels verschuilt achter een foto van haar vader. Hij werd vijf jaar geleden gearresteerd, slechts enkele maanden voor haar geboorte. “Hij heeft ons één keer gebeld, maar nadien hebben we niets meer van hem gehoord”, zegt het jonge meisje. Het beeld van dit levendige, krachtige meisje is discontinue met het drama dat haar woorden construeren. Fara verloor niet alleen haar vader: haar moeder hertrouwde en moest haar dochter achterlaten bij de familie van haar vader. Hoewel beide ouders van Fara leven, is ze in realiteit een volle wees. “Ik wil enkel maar dat mijn vader weerkeert”, zegt ze tenslotte met een halfslachtige glimlach. Ongeveer 100 mensen, de meerderheid vrouwen, zijn verzameld aan het kantoor van het Internationale Comité van het Rode Kruis in Gaza City. Ieder van hen houdt een foto vast van een familielid dat opgesloten is in een Israëlische gevangenis. Volgens Addameer, een Palestijnse mensenrechten NGO, heeft Israël op dit moment 5395 Palestijnse gevangenen, niet minder dan 209 van hen zijn kinderen. Het is niet toevallig dat deze weekelijkse sit-in aan het hoofdkantoor van Gaza wordt gehouden: iedere Palestijn die een familielid wil bezoeken in Israël moet een aanvraag indienen bij het Rode Kruis, dat bemiddelt met de Israëlische autoriteiten. De criteria zijn echter aan schandalige restricties onderhevig; zo worden alle aanvragen van jongens en mannen tussen 16 en 45 jaar automatisch weerhouden. Honderden anderen worden geweigerd op grond van “veiligheidsredenen”, waardoor honderden gevangenen geen bezoek krijgen voor lange periodes, wat tot meerdere jaren kan oplopen. Sinds juni 2007, bant Israël echter alle Gazanen van bezoek aan hun familieden die opgesloten zijn in Israël. De 684 Gazaanse gevangen die op dit ogenblik in Israël opgesloten zijn, hebben dus al meer dan 3,5 jaar geen bezoek ontvangen. Addalah, een centrum voor de rechten van de Arabische minderheid in Israël, stelt dat de Gazaanse gevangenen, waarvan velen voor onbeperkte tijd en zonder rechtszaak worden vastgehouden, in virtuele isolatie leven. De gevangen krijgen algemeen gesproken geen toelating tot telefoon of internet en mogen slechts occasioneel een brief naar hun familie sturen. De 55 jarige Aysha Abu Yazen komt helemaal vanuit Rafah in het zuiden van de Gazastrook naar Gaza-Stad om de sit-in bij te wonen. “Acht jaar geleden, vielen de Israëli’s ons huis binnen, sloopten het gebouw en namen mijn 18-jarige zoon, Ahmad Jimah Abu Yazen, mee. Naar verluidt moet hij nog negen jaar in de gevangenis blijven. Dusver, in acht jaar tijd, hebben we nog geen enkel telefoontje van hem gekregen.” Iedere demonstrant heeft een verscheurend verhaal te vertellen dat getuigt over de isolatie en aliënatie van Palestijnen in Israëlische gevangenissen. En zodus komen deze kinderen, mannen en vrouwen hier iedere week samen, veelal sinds meerdere jaren, om te protesteren tegen Israël’s illegale condities van gevangenschap, die hun familieleden isoleren en hun families verdelen. Het Internationale Comité van het Rode Kruis is gemandateerd, volgens de Conventie van Genève, om na te gaan dat de rechten van gevangenen zoals het internationaal recht het voorschrijft, gerespecteerd worden. De rechten van Gazaaanse gevangenen om bezoek te ontvangen worden echter flargrant geschonden en mensen vinden dat het Rode Kruis niet genoeg druk uitvoert op de Israëlische autoriteiten om de rechten van gedetineerden te respecteren. Palestijnse gevangenen die geen familiebezoek krijgen, hebben tevens beperkte toegang tot basisbenodigdheden, zoals kledij en geld, aangezien deze meestal enkel door bezoekers kunnen geïmporteerd worden. Al Mezan Centrum voor Mensenrechten stelt dat advocaten weerhouden worden door de Israëlische Gevangenisdienst om geld te transfereren aan een gevangene. De dienst dringt erop aan dat enkel familieleden geld kunnen overhandigen, wat duidelijk onmogelijk is voor Gazanen. Jameela Ahmed Salman houdt een poster op van haar bebaarde echtgenoot, Mahmoud Salman, die al 17 jaar in een Israëlische gevangenis slijt. “Ze arresteerden hem toen ik zwanger was van onze jongste zoon. Sedert zes jaar wordt ons het bezoektrecht geweigerd. Salman is ziek en hij lijdt aan hartproblemen; hij moet geregeld naar het ziekenhuis in Ramla, maar zelfs in deze omstandigheden mag ik hem niet bezoeken om voor hem te zorgen. Ik ben bezorgd om hem, ik hoop dat er iemand bij hem op bezoek kan gaan om te zien hoe het met hem gaat en om hem wat geld te geven”, zegt Jameela zachtjes. “Mijn jongste zoon was slechts 11 wanneer hij zijn vader de laatste keer zag in de gevangenis, ondertussen kan hij met moeite zijn vaders gezicht voor de geest halen. Wat hebben mijn kinderen ooit misdaan om hun vader zo te verliezen? De feestdagen tijdens Eid al-Fitr [Islamitisch Suikerfeest] en Eid al-Addha [Islamtisch Offerfeest] zijn verschraald zonder hem: we beleven geen plezier. Zowel mijn oudste zoon als dochter zijn recent getrouwd, maar ze waren triest op hun trouwdag omdat ze het niet konden delen met hun vader.” Israël’s Hooggerechtshof oordeelde op 9 december 2009 dat Israël niet verplicht is om “buitenlanders” toegang tot het land te geven en dat bezoekrecht voor gevangenen geen basale humanitaire nood is. Addalah oordeelt dat dit niet alleen een misapplicatie van internationaal recht is, maar tevens een teken van Israël’s systematische vervolging van Palestijnen. Als een bezettende macht, kan Israël niet naar Gazanen verwijzen als “buitenlanders”, maar hoort het hen te beschouwen als “beschermde personen”. Artikel 27 van de Vierde Conventie van Genève van ’49 stipuleert dat bescherming van de bezette bevolking, de bescherming van familierechten inhoudt. Artikel 76 stelt uitdrukkelijk dat mensen die gevangen genomen worden in een bezet gebied, in detentie horen te verblijven binnen het bezet gebied. De meeste van de Palestijnse gevangenen en alle Gazaanse gedetineerden worden echter binnen Israël vastgehouden, wat dus illegaal is volgens het internationaal humanitair recht en een oorlogsmisdaad is. De NGO Addameer noteert dat de beslissing om Gazaanse familiebezoeken te bannen, samenvalt met de gevangenneming van de Israëlische soldaat Gilad Shalit in Gaza. Het lijkt dus een vorm van collectieve bestraffing te zijn, die niet gelieerd is aan officiële redenen van gevangenschap, maar erop doelt om de Palestijnse facties te dwingen om in te gaan op Israël’s eisen, waardoor Palestijnse gevangenen getransformeerd worden tot pionnen van politiek gewin. Fahmi Kaneen is één van de 26 mensen die verbannen werden uit de Westelijke Jordaanoever na de vijf weken durende bezetting van Bethlehem’s Geboortekerk in mei 2002. “In 1987 werd ik voor vijf maanden opgesloten in een Israëlische gevangenis, dus ik ken de ontberingen van Israëlisch gevangenschap. Gedwongen om in ballingschap te leven voor meer dan 8,5 jaar, gescheiden van mijn familie, weet ik ook wat het is om sociaal geïsoleerd te zijn. Ik kom naar deze sit-ins in solidariteit met deze families en om beroep te doen op de internationale gemeenschap en de Verenigde Naties om Israël’s illegaal beleid halt toe te roepen en hen te dwingen het internationaal recht te respecteren! Hoe kan het zijn dat de helde wereld roept om de vrijlating van Gilad Shalit, de enige Israëlische gevangene in Palestina, terwijl het stil blijft over de duizenden Palestijnen die Israël gevangen houdt!?”

take down
the paywall
steun ons nu!