Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Zevenslag voor Zanon

Argentinië - Even buiten Neuquén, aan ‘kilometer 7’ op Ruta-7, ligt de fabriek van keramiektegels Zanon. Daar presteren ze een zevenslag. Tien jaar geleden namen de arbeiders van Zanon hun fabriek over. Sinds januari is de onteigening rond. De arbeiders, verenigd in een coöperatieve, werden officieel de eigenaars van de naam, het merk en de keramiekfabriek. De Fabrica Sin Patrones (Fabriek zonder Bazen) is een uniek experiment van emancipatie
woensdag 7 mei 2014

De eerste dag van ons bezoek en we vliegen er meteen in. We kunnen mee met arbeiders van Zanon naar de brug over de Rio Neuquén. Dat is een strategische flessenhals. Wie de brug blokkeert, sluit de ingang tot Neuquén af. De arbeiders van Zanon hebben dat vaak gedaan toen ze nog voor hun jobs en voor erkenning vochten. Maar vandaag steunen zij de strijd van de petroleumarbeiders van Las Heras. In heel Argentinië vinden gelijkaardige acties plaats.

Ze eisen de vrijspraak voor petroleumarbeiders van Las Heras. In 2006 is daar tijdens een staking een politieman gedood. Negen arbeiders zijn van moord beticht. In december zijn drie van hen tot levenslange celstraf veroordeeld. ‘Zonder tastbaar bewijs’, zegt Marcelo Morales, met een baret stevig over zijn hoofd en lange haren getrokken. Er staat een strakke wind, zoals haast altijd in Patagonia. Zijn kompanen van Zanon hebben moeite om hun spandoeken naast de brug aan pilonen vast te maken. Bruine spandoeken, rare kleur voor militante arbeiders. Maar bruin is de kleur van de klei, ‘arcilla’ klinkt het in moeilijk verstaanbaar Spaans, klei is de grondstof waarmee ze werken.

Iedereen kan vooruit

In de provincie Neuquén zijn er vier keramiekfabrieken. Drie ervan staan onder arbeiderscontrole. En alle arbeiders van de vier fabrieken zijn verenigd in één vakbond van keramiekers. Later zullen we nog stoppen bij Stefani, in Cutral Co. Daar werken maar een zestigtal mensen, en zij maken bakstenen. Bij Zanon werken nu meer dan 400 mensen. Zij maken keramiektegels. Maar de twee fabrieken zijn al jaren nauw met elkaar verbonden.

‘Ik ben een ceramica,’ zegt Zulma. Vroeger deed ze seizoenswerk in de fruitsector, traditioneel héél sterk in deze streek. ‘Ik was een alleenstaande moeder met vier kinderen. Ik werkte, kwam thuis, kookte, dat was mijn leven. Ik vond de bazen nog niet zo slecht. In 2009 ben ik hier komen werken. Ze vroegen me meteen om lid te worden van de vakbond. Ik zei : ik heb alleen de lagere school afgemaakt. Maar dat vonden ze geen argument. Ik werd lid van de keramiekersvakbond. Toen gingen ze bij Stefani vijftig mensen ontslaan. Het conflict tegen die ontslagen heeft zeven maanden geduurd. Ik ben daar bijna permanent gebleven. Drie maanden lang zag ik mijn kinderen alleen in het weekend. Maar ik had dat met hen besproken en ze steunden mijn goede beslissing. Om maar te zeggen: Zanon heeft mijn leven veranderd. Hier geven ze u de tijd om te leren en vooruit te gaan. Ik kijk nu heel anders naar de wereld, en naar de patroons, dan vroeger’.

Oude Italiaans persen

Het klinkt heroïsch. Maar daarmee bak je geen tegels. In de fabriek zien we de andere kant van de medaille. De machines zijn oud, ze dateren uit de jaren ’80 toen er nog geen (dot)com achter de firmanamen stond. Ik zie SACMI-persen, CERTECH-droogmachines en een controlemachine van SACS, alles uit Italië waar stichter en aanvankelijke eigenaar Luigi Zanon vandaan kwam.

In een verlaten hall zijn de machines in staat van ontbinding. Ze worden stuk voor stuk ontmanteld. De onderdelen dienen om de werkende machines te repareren. Maar lang kan dat niet meer voortgaan. Wat gaat Zanon doen als die wisselstukken opgebruikt zijn? Ver is dat moment niet meer.

Diep in de actieve fabriekshall staan de persen. Er wordt verpulverde klei ingeladen die onder grote druk en hitte in vierkante basistegels wordt geperst. Maar zes van de vijftien persen liggen stil. Er komt te weinig water van buitenaf, wordt ons gezegd, en water is nodig om de machines te koelen. Maar dat is maar een deel van de verklaring. Een aantal machines zit onder het stof. Ze hebben zichtbaar al een hele tijd niet meer gedraaid.

Vanaf de persen lopen de tegels over transportbanden tot aan de verpakking. Onderweg gebeurt het echte werk. Er wordt een keramieklaag opgespoten, een zeefdrukautomaat brengt motieven aan en de tegels worden in een oven gebakken. ‘Eén productielijn kost 86 miljoen dollar, Amerikaanse dollar,’ zegt een arbeider aan de persen. Maar Zanon heeft chronisch geld tekort. Vernieuwing en modernizering is absoluut noodzakelijk. Maar zonder externe steun is dat onmogelijk. ‘Daarom eisen we van de overheid subsidies,’ zegt Mariano Pedrero, de advocaat van Zanon. Ook om voor die eis druk te zetten op de overheid komen de arbeiders van Zanon op straat en voeren ze acties buiten de fabriekspoort. Het hoort bij het dagelijks werk, al is het economisch niet verantwoord.

De assemblee beslist

Eens per maand wordt de productie stilgelegd voor een voltallige algemene personeelsvergadering. Daar worden alle belangrijke beslissingen genomen. Daags na de actie aan de brug vindt er zo’n assemblee plaats. De arbeiders verzamelen gewoon buiten aan het portierskot. Mogen we erbij zijn? De aanwezigen stemmen met handopsteken dat het mag. Ik tel vijftig-zestig mensen. Maar het is volop zomer in Argentinië en veel arbeiders zijn met vakantie. De aanwezigen beslissen om een arbeider te schorsen die – tijdens het werk, maar buiten de fabriek –  vrouw heeft aangerand. Om een alibi te hebben, is hij eerst in de fabriek gaan prikken. De beslissing of hij wordt ontslagen, wordt doorgeschoven naar de volgende asamblea.

Het voornaamste agendapunt is de nieuwe crisis in Argentinië. De advocaat Mariano maakt zijn analyse. Hij heeft geen goed nieuws. Elke dag wordt het leven duurder terwijl de peso met de dag minder waard is tegenover de Amerikaanse dollar. Op de koop toe heeft de regering een devaluatie doorgevoerd. ‘Dat is een aanslag tegen de koopkracht van de mensen,’ zegt Mariano.

De devaluatie heeft gevolgen voor de FaSinPat. De fabriek koopt grondstoffen in het buitenland, onder andere pigment in Brazilië. De rekeningen van die grondstoffen worden met één klap een vijfde duurder. Maar opnieuw: er zit geen geld in de kas.

‘Nu hebben we vrijheid’

Iedereen is zich bewust van de toestand. Een al oudere arbeider zit tijdens de pauze met een collega buiten in de tocht aan een geïmprovizeerd tafeltje. Ze drinken maté. ‘Vroeger ging ik na het werk naar huis en vergat de fabriek,’ zegt hij, ‘nu is de fabriek van ons en trekken we ons alle problemen persoonlijk aan’. Maar het is het hem dubbel en dik waard. ‘We hebben vrijheid nu. Die kregen we vroeger totaal niet. We bepalen zelf of we sneller of trager werken’. Als hij het uittelt, is hij er over de jaren loon aan ingeschoten. Bij Zanon verdient iedereen een basisloon, en krijgt daar dan een toeslag bovenop, navenant de leeftijd en de familiale toestand. De kasproblemen laten geen opslag toe, ‘onze lonen blijven stabiel’, zegt de man met de maté. Al zegt hij het met enige aarzeling.

Elke actie bij Zanon komt voort uit collectieve beslissingen. Dat iedereen roteert en niemand jaren op dezelfde plek blijft werken, dat iedereen evenveel verdient, dat politieke actie en solidariteit even belangrijk zijn als produceren. Nog zo’n merkwaardige actie is die tegen racisme. Eén van de productielijnen bij Zanon heet de mapuche-lijn. Ze maakt tegels met motieven van de mapuche, de inheemse bevolkingsgroep die het in Argentinië hard te verduren heeft. ‘We zullen nooit vergeten,’ zegt Mariano Pedrero, ‘dat toen we de fabriek hadden overgenomen en we de eerste keer klei moesten vinden, we die gekregen hebben van de mapuche-gemeenschap van Neuquén. Zij zeiden: de familie Zanon pakte onze klei gewoon af; nu is de fabriek van de arbeiders, jullie krijgen onze klei’. 

‘We waren met 240 en nu zijn we met 450,’ zegt Pedro Lopez, die al 33 jaar bij Zanon werkt. ‘We hebben onze kinderen werk gegeven. Daar zijn we trots op’.


Deze reportage deel van de reeks 'De activist, van hindermacht naar ontwikkelkracht' gerealiseerd met de steun van het Fonds Pascal Decroos voor Bijzondere Journalistiek




Zevenslag voor Zanon from Soulpress on Vimeo.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

2 reacties

  • door Rudy Baker op woensdag 7 mei 2014

    De wasmachine

    De 99 % hadden een wasmachine nodig. Dus besloot de 1 % daar iets aan te doen. Hij (de 1 %) stapte naar zijn vriend De Bank om geld te lenen voor de bouw van een fabriek om wasmachines te produceren. De 1 % gebruikt daar nooit zijn eigen centen voor. Na overeen te zijn gekomen met De Bank hoeveel intrest er diende betaald te worden werden de werkzaamheden gestart. Enige tijd later rolden de eerste wasmachines van de band en kon de 99 % zich een wasmachine aanschaffen. Iedereen gelukkig: de 99 % met hun wasmachine, De Bank met de intresten, de 1 % met de genomen winst op de wasmachine, en zelfs enkele procenten arbeiders van de 99 % die een job hadden versierd in de fabriek. Prachtig allemaal.

    En toch is er iets vreemd aan de hand.

    Na een zekere periode en vele wasmachines later is de fabriek volledig afbetaald daar die last in de kostprijs van de wasmachine verrekend zit. De 99 % hebben dus de fabriek volledig betaald. En de intrest aan de bank. En de winst van de 1 % die ondertussen de eigenaar van de fabriek is geworden.

    En nu komt het: dit alles met het geleende geld van De Bank. Dat in wezen het spaargeld was van de 99 %!!! De 99 % heeft dus een fabriek afbetaald die daarna niet de hunne is.

    Of anders gesteld: voor de aankoop van een nieuwe wasmachine moeten de 99 % nu een vergoeding betalen (winst) aan de 1 % die hun spaargeld heeft gebruikt om de eigendom te verwerven over een goed dat door diezelfde 99 % is afbetaald. Faut le faire.

    Waarom is de fabriek nu niet de eigendom van de 99 %? Zij hebben het geld ervoor geleend en ze hebben de kost ervan betaald. En de winst van de 1 % is dan ook nog eens enorm gestegen na de afbetaling van de lening.

    One more thing! Mochten afgevaardigden van de 99 %, bvb als coöperatieve, naar de bank stappen om een lening voor de aankoop van die fabriek, zij zouden niets krijgen. Van hun eigen geld. Dus kunnen de 99 % ook maar beter zelf een bank oprichten.

    • door jan peeters op woensdag 7 mei 2014

      Ik was zo stom om mijn centen toe te vertrouwen aan een coöparatieve bank, de bank van onze vakbond, de Bac. (later Bacop, nadien Dexia) Onze leiders van de kristelijke organisaties vonden het na een tijdje echter beter om de bank in handen te geven van 'specialisten' die veel meer inkomsten konden genereren met ons geld. Wij kregen hooguit een "extra-voordeeltje" van amper een paar procentpunten op onze inleg. We mochten vanaf toen wel beheerskosten, transaktiekosten, kosten op het gebruik van checks, kosten voor het verkrijgen van een betaalkaart en kosten voor een kredietkaart afdokken. Als we wat van ons eigen geld vroegen konden we alweer betalen voor die verrichting. Dat was de bank van onze kristelijke zuil. 2000 jaar geleden schopte ene timmermanszoon dergelijke oplichters onder hun kont....

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties