about
Toon menu
Voorpublicatie

Zwijg, allochtoon! 't Vrouwenlichaam als inzet van strijd om macht en territoria

Rachida Lamrabets nieuw boek ‘Zwijg, allochtoon!’ wordt nu vrijdag 8 september voorgesteld in de Roma in Antwerpen. Ze schreef het boek naar aanleiding van haar ontslag bij UNIA. Lamrabet kreeg haar C4 omwille van uitspraken over haar kunstproject ‘Deburkinisation’. Het is een essay over identiteit, racisme, het vrouwenlichaam als inzet van de strijd om vrijheid, en onze bange samenleving. Lees hier alvast een voorpublicatie.
woensdag 6 september 2017

Het vrouwenlichaam is altijd al de inzet geweest in een religieus ideologische strijd om macht, grondgebied, normen en waarden. In dat opzicht is het vrouwenlichaam eigenlijk altijd publiek domein geweest.

Denk maar aan alles wat met reproductieve rechten te maken heeft. In heel veel landen in de wereld is dat een beslissing die vrouwen niet in de hand hebben en beslissen mannen over het recht op geboortebeperking en zwangerschapsafbreking. In Ierland is abortus nog steeds verboden en in de Verenigde Staten zette Trump – op zijn allereerste werkdag als Amerikaanse president, omringd door witte mannen – zijn handtekening onder een presidentieel memorandum.

Dat memorandum verbiedt het verlenen van overheidssteun aan buitenlandse organisaties die pleiten voor de legalisering van abortus of die zelfs maar informatie geven over abortus. Ook gezondheidsorganisaties die weigeren om zich er formeel toe te verbinden niet over abortus te spreken, krijgen geen geld meer. Ook al werken ze rond malaria of hiv.

Vrouwen krijgen ook te horen hoe ze zich moeten kleden en dat kan variëren afhankelijk van de ideologie die mannen aanhangen.

Het vrouwenlichaam speelde ook een belangrijke rol in het koloniseren van territoria. De obsessie voor het ontsluieren van de moslima is zo oud als het westerse imperialisme. Ook in het imperialistische project van de Europese staten lag al vroeg de focus op de vrouw. Ze was, zo werd gedacht, een gemakkelijke prooi.

En zo moest ze de westerse beschaving helpen uitdragen. Door de manier waarop ze gekleed ging, moest ze op het eerste gezicht een Europese vrouw lijken. Ook als moeder had ze een rol te spelen. Als de eerste op- voedster kon zij haar zonen inspireren om de westerse manier van denken en leven te adopteren.

Toen de Fransen in de 19de eeuw Noord-Afrika koloniseerden, besteedden zij opmerkelijk veel aandacht aan de vrouwen.

‘Ayons les femmes, le reste suivra’ was de slagzin van de Franse etnografen die de strategie uitdokterden om Algerije onder de voet te lopen. Zij voerden campagne om de Algerijnse-, Tunesische- en Marokkaanse vrouwen te ontsluieren met de slogan: ‘Bent u dan niet mooi? Ontsluiert u!’

Feest van de ontsluiering

In 1958 organiseerde de Franse kolonisator zelfs heuse ontsluierceremonies in de grote steden in Algerije. Overal te lande werden Algerijnse, gesluierde vrouwen het podium opgehesen op de centrale pleinen. Altijd geflankeerd door Franse hoogwaardigheidsbekleders, militaire bevelhebbers en ook Franse vrouwen die uiteraard ongesluierd waren en die hun haren in een modieus kapsel droegen en zo het toonbeeld van moderniteit waren.

Dat deze moderne Françaises op dat moment in de geschiedenis volgens de Franse wet nog steeds onder voogdij stonden van hun echtgenoten en toestemming moesten vragen voor alles wat ze wilden ondernemen was een verwaarloosbaar detail. Echte emancipatie of vooruitgang was trouwens nooit de opzet van de Franse kolonisator. Wat wel de opzet was, was om het koloniaal project mogelijk maken.

Het bewijs is dat het speerpunt lag in het ontsluieren en niet bijvoorbeeld in het mogelijk maken van onderwijs voor vrouwen wat wel een relevante en duurzame vooruitgang had kunnen betekenen in de rechten en vrijheden van vrouwen. Op dat domein werden echter geen inspanningen geleverd.

Ook vandaag ontsluiert de goegemeente om zogezegd te emanciperen. Als dat betekent dat vrouwen niet naar school kunnen gaan, geen stage kunnen lopen, niet kunnen werken en in sommige gevallen zelfs niet mo- gen stemmen met een hoofddoek, dan is dat maar zo.

Tijdens die ‘ontsluierceremonies’ werden er toespraken gehouden over de vrijheid van vrouwen. Zelfs de gesluierde vrouwen die niet te verlegen waren en een woordje Frans spraken mochten iets zeggen. Daarna trokken de Algerijnse vrouwen hun sluiers af en wierpen die vervolgens met een dramatisch gebaar in het publiek dat uitzinnig applaudisseerde.

Na afloop kregen de ‘ontsluierde en bevrijde’ vrouwen bloemen en klopten de Fransen zich op de borst voor alweer een geredde vrouw. Naast deze ‘feestelijke’ ontsluierceremonies waren er echter ook ‘ontsluierrazzia’s’.

Berucht zijn de foto’s van de Franse fotograaf Marc Garanger die vanaf 1960 de Algerijnse dorpen afschuimde en onder auspiciën van de militaire leiding vrouwen dwong zich te laten fotograferen zonder hun hoofddoek op.

De vrouwen werden uit huis gehaald en in het openbaar verplicht om hun hoofddoek af te doen om gefotografeerd te worden. Alsof dat nog niet vernederend genoeg was, verzamelden militairen en andere Franse notabelen zich rond de vrouw en maakten ondertussen beledigende opmerkingen over de haren en de typische gezichtstatoeages van de vrouw.

Voor de Franse kolonisator was het vrouwenlichaam overwinnen, haar bekeren tot de westerse normen en waarden, dé manier om de Algerijnse mannen te verdringen, ze te vernederen en verweesd achter te laten. Het was de manier om de Algerijnse cultuur te ontmantelen en zo greep te krijgen op het grondgebied. Een strategie die trouwens in heel de wereld toegepast werd door de imperialistische mogendheden en die ertoe heeft geleid dat heel veel beschavingen en culturen kapot zijn gemaakt.

De Marokkaanse socioloog Abdessamad Dialmy stelt dat om dit doel te bereiken – het koloniseren van Noord Afrika – het belangrijk was dat het kolonialisme een feministisch kolonialisme uitdroeg, geholpen door de Franse feministes.

Het discours bleef daarbij ongewijzigd: het westers model is in ieder geval superieur aan het islamitisch model dat barbaars en gewelddadig is.

Aan het einde van de 19de eeuw werd dit narratief van de superieure westerlingen tegenover de inferieure niet-westerlingen gepropageerd door westerse politici en schrijvers die zich opmaakten om de wereld te koloniseren.

De westerse man kreeg de rol toebedeeld van de brenger van beschaving in deze achterlijke gebieden en de rol van bevrijder van de niet-westerse vrouw tegen de dominantie en barbaarsheid van de niet-westerse man.

Natuurlijk ervoeren de gekoloniseerden, zowel de mannen als de vrouwen, deze ontsluierceremonies als een zware identiteitsaanslag en een zoveelste tactiek van de kolonisator om de Noord-Afrikaanse samenlevingen te destabiliseren en te ontwrichten om het land zo gemakkelijker te kunnen blijven domineren.

Het afwerpen van de sluier werd gezien als het meestappen in de logica van de kolonisator die het idee verkondigde dat de sluier het bewijs bij uitstek was dat de islam een inferieure religie was en bijgevolg dat de moslims en hun beschaving inferieur waren. Een tegenbeweging ontstond en vrouwen begonnen zich massaal te sluieren.

Zo werd het dragen van de Algerijnse witte haïk (doek) een symbool van verzet tegen de vreemde bezetter.

De pan-Afrikaanse denker Frantz Fanon werkte lange tijd als psychiater in het gekoloniseerde Algerije en was daar ook betrokken bij de onafhankelijkheidsstrijd. Fanon beschrijft in een hoofdstuk van zijn boek ‘L’an V de la révolution algérienne’ hoe sommige ‘ontsluierde vrouwen na verloop van tijd teruggrepen naar de hoofddoek of de haïk omdat ze niet wilden bevrijd worden op uitnodiging van Frankrijk en generaal Charles de Gaulle.’

Het pijnlijke beeld van de vrouw die in de zomer van 2016 aan een Frans strand verplicht werd zich te ontkleden onder het dreigende en toeziende oog van de Franse politie draagt in zich de echo van deze koloniale ontsluierpraktijken. Het is de voortzetting van het koloniale idee dat je via de dominantie van het vrouwenlichaam, de eigenheid, het karakter en de trots van een volk kan breken. Alleen als de ‘anderen’ doen net als ‘wij’, worden ze getolereerd.

Het is ook belangrijk als strategie om deze vrouwen in te lijven bij de dominante groep en hen te scheiden van de ‘slechte’ moslimmannen die getemd en overwonnen moeten worden. Want het zijn de moslimmannen die de ultieme vijand zijn en die geïsoleerd dienen te worden.

Deze geschiedenis blijft zich herhalen. Dat de dominante groep doet alsof deze geschiedenis niet bestaat of niet gekend is, wil niet zeggen dat de minderheden ze niet kennen of vergeten zijn. Net zoals de Algerijnse vrouwen toen niet stonden te wachten om bevrijd te worden door witte mannen, zo verzetten moslima’s vandaag in het Westen zich tegen diezelfde ‘bevrijding’.

Ken uw geschiedenis

Instellingen die zeggen tegen racisme en islamofobie te strijden en die geen rekening houden met de geschiedenis zullen in hun strijd niet effectief zijn.

Als ze zich blindstaren op simplistische en onjuiste culturalistische verklaringsmodellen, modellen die gefabriceerd zijn op grond van imaginaire vijandsbeelden, zal er geen vooruitgang geboekt kunnen worden in de strijd tegen haat en dominantie.

Ik zie daarom geen heil in het eenzijdige integratiediscours, een discours dat van minderheden verwacht dat ze zich zoveel mogelijk identificeren met de dominante groep.

De oplossingen in een logica van inpassing, die gebaseerd zijn op deze gefantaseerde en oriëntalistische voorstellingen, zullen dan ook niets uithalen. Het haalt niets uit socio-economische problemen – problemen die te maken hebben met ‘zij die hebben’ en ‘zij die niet hebben’, racisme en discriminatie – te bestrijden door een religie en cultuur van een bevolkingsgroep als schuldige van al deze problemen aan te wijzen.

Als je als instelling in de val trapt van het discours dat de islam een vrouwonvriendelijke godsdienst is die de hoofddoek aanwendt om vrouwen te onderdrukken, dan ben je ontvankelijk voor neokoloniale oplossingen die contraproductief zijn.

Want hoe bestrijd je een cultuur en een religie die zogezegd fout zijn?
Ga je die te lijf met het opleggen van een model dat daar zogezegd het radicaal tegengestelde van is? Met een seculier militantisme dat in radicalisme niet moet onderdoen voor andere ‘ismen’?

De eerste les voor die instellingen is dus: ‘Ken uw geschiedenis.’

De tweede les is: ‘Laat het woord en de beslissing aan de personen om wie het gaat, ze weten beter dan wie dan ook wat zij nodig hebben om menswaardig te leven.’

En ten slotte: ‘Bestrijd de diversiteit niet, wel de sociale ongelijkheid, de discriminatie, de islamofobie en het racisme.’ De nadruk moet liggen op het verschil aanvaarden en er ruimte voor maken in plaats van dat verschil met alle mogelijke middelen te willen weggommen.

Eigenlijk moet die diversiteit een van de fundamenten worden van onze samenleving in plaats van een ‘probleem’ dat ons plots overkomen is en waar wij geen blijf mee weten.

Alleen zo kunnen we een duurzame basis leggen voor een inclusieve maatschappij die vertrekt van een volwaardig burgerschap. Een dergelijke visie gaat veel verder dan de erkenning van superdiversiteit. Ze neemt die superdiversiteit als karaktereigenschap, als basis, als norm voor de staat en voor de manier waarop die staat georganiseerd wordt. 

De boekvoorstelling “Zwijg Allochtoon” vindt plaats op vrijdag 8 september 2017 om 20h00 in de Roma in Antwerpen.  Met Rachida Lamrabet, Joël De Ceulaer (De Morgen), Michael De Cock (KVS), Joachim Ben Yacoub (onderzoeker MENARG UGent), Nadia Fadil (antropologe KUL), Christophe Busch (Dossinkazerne), ShiSha (militant rapster) en Anissa Boujdaini (activiste en slam poet).

Info: http://www.deroma.be/#!eventid=1633
Facebook event: https://www.facebook.com/events/1505472126183585   

 

 

 

 

 

 

 

Zwijg, allochtoon! is uitgegeven bij Epo.

Meer info: hier

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.