about
Toon menu
Reportage

Hoe Libanon, kleiner dan Vlaanderen, 2 miljoen Syrische vluchtelingen opvangt

Astrid Declercq, juriste, reisde één maand door Libanon, buurland van Syrië. Daar zag zij de reële leefomstandigheden van 2 miljoen Syrische vluchtelingen en de impact op een land zo groot als vier Vlaamse provincies met 4 miljoen inwoners. In deze reportage schreef zij de hemeltergende verhalen neer van wanhopige mensen op zoek naar een normaal leven.
dinsdag 20 december 2016

Ongeveer de helft van alle Syrische vluchtelingen in Libanon verblijven in zogenaamde ‘informal tent settlements’ . Dit zijn zelfgebouwde en geïmproviseerde tenten, met afvalmateriaal en zeilen dat zij bijeensprokkelden of krijgen van de VN-organisatie voor hulp aan vluchtelingen UNHCR of andere organisaties. Vluchtelingen zoeken met dat materiaal een plaats op braakliggende terreinen die ze huren van private of publieke eigenaars. Deze tentenkampen variëren van 2 tot 200 tenten.

Bezoek aan tentenkamp El Marj in de Bekaa vallei

In de Bekaavallei in het oosten van Libanon zijn ongeveer 900 van dergelijke tentenkampen. Het tentenkamp El Marj is één van de grootste, met 950 bewoners. Ik bezocht het samen met mensen van de lokale ngo Intersos. De meerderheid van de bewoners zijn kinderen, niemand van hen gaat naar school. De meeste kinderen werken vanaf 13-14 jaar op landbouwgronden rondom het kamp.

Het tentenkamp van El Marj in de Bekaa Vallei (Astrid Declercq)

Aangezien de meesten geen geldig verblijfsrecht in Libanon hebben, komen vele volwassenen niet ver buiten het kamp vanwege de vrees gearresteerd te worden. Dit limiteert hen sterk om een baan te vinden verder weg dan de landbouwgronden in de onmiddellijke nabijheid van het kamp. In de seizoenen dat zij kunnen werken op die akkers, verdienen zij 2 dollar per dag, op een werkdag van 10 uur. De kinderen verdienen minder.

10 families in het kamp ontvangen geen enkele vorm van voedselbijstand, waaronder ook families met zwangere vrouwen. In de winter wordt het zeer koud in de Bekaavallei. Sneeuw kan er tot een meter dik vallen. Tijdens de winter van 2015-2016 zijn kinderen omgekomen van de kou in deze tentenkampen. Ngo’s vertelden me dat gezinnen vaak letterlijk in het water en de ijzel sliepen.

Het tentenkamp van El Marj in de Bekaa Vallei (Astrid Declercq)

Daarnaast huurt een groot aandeel van de vluchtelingen een plaatsje of een verdieping in achtergelaten of leegstaande huizen, garages, containers of stallen, alles wat als dak kan dienen, vaak in onmenselijke en vernederende omstandigheden. Sommigen kunnen een plaatsje in een appartement betalen. Nog anderen trachten een plaatsje te verkrijgen in één van de 12 reeds bestaande en overbevolkte Palestijnse vluchtelingenkampen in Libanon. 

Omdat er geen officiële kampen zijn, worden Syrische vluchtelingen erg kwetsbaar voor uitbuiting door landeigenaars of verhuurders. Er zijn vaak geen officiële huurcontracten. Hun afhankelijkheid van de grond waar ze op verblijven, leidt tot misbruiken door landeigenaars, die hen laten werken voor zeer weinig geld. Zij die een plaatsje in een gebouw huren zijn dan weer zeer vaak slachtoffer van zware huisjesmelkerij.

Bezoek in Zuid Libanon

We bezochten een Syrisch koppel met twee kinderen. Ze wonen in één kamer die dienst doet als slaapkamer en één kamertje van een vierkante meter als badkamer. Hiervoor betalen zij 90 dollar per maand. De vrouw kampt met astma-problemen door de vochtigheid van het gebouw. De man heeft ondertussen al drie operaties achter de rug waarvoor hij telkens terugkeerde naar Syrië omdat dit in Libanon onbetaalbaar was.

Dit gezin (met twee kinderen niet in beeld) leeft nabij Tyr in één kamer zonder meubelen (Astrid Declercq)

Voor een volgende medische behandeling durft hij echter niet terug te keren, omdat hij vreest dat hij het land niet meer binnen zal mogen door het ondertussen strikt geworden grensbeleid. Eén dochter kampt met hartproblemen, maar is de enige die werk vond. Zij verdient 10 dollar per dag als kuisvrouw, hun enige bron van inkomsten. Het andere kind kan zich niet inschrijven in school zonder legaal verblijfsstatuut. 

De moeder vertelde ons verontschuldigend dat zij vaak druk zet op haar dochter om meer te gaan werken. Zij zelf kan omwille van haar hartprobleem niet meer werken. Zij krijgen bovendien geen enkele voedselbijstand en hebben schulden opgestapeld bij de plaatselijke supermarkt en bij hun huurbaas. Ze hebben ook geen geld om elektriciteit te betalen. Wanneer de Libanese ngo Sheild hen vraagt naar hun eerste nood, zeggen ze “ons verblijfsstatuut, zodat we misschien werk kunnen vinden”.

Bij een gezin verderop dichtbij de kuststad Tyr vertelt een vrouw ons dat zij en haar gezin veel problemen ondervinden met de huurbaas en dat ze willen verhuizen. Ze vertelt ook dat zij en haar gezin te veel miserie hebben gezien in Idlib, de stad in Syrië waar ze vandaan komen. Ze kampen met psychologische problemen en voelen zich “dode levende mensen”, zo vertelt ze. Haar familie is nog in de Syrische stad Hama. Ze kunnen Libanon echter niet binnen omdat ze daarvoor een 'sponsor' moeten vinden. (persoon met legaal verblijf in Libanon die het gezin financieel ten laste neemt).

Verder is er een voortdurend risico op uithuiszetting of ontruiming van de informele kampen, als de huur niet meer betaald kan worden, als de landeigenaar een andere bestemming heeft gevonden voor zijn grond, of als de verhuurder een andere bestemming heeft gevonden voor zijn huis.


Uitzettingen schering en inslag

Intersos, de NGO die me mee op pad nam, vertelde dat dergelijke uitzettingen wekelijks voorkomen, op grote of kleine schaal. Soms willen de lokale gemeenschap of de lokale autoriteiten de tentenkampen verwijderen omdat ze te veel op ‘echte’ vluchtelingenkampen beginnen te lijken, omdat ze te groot worden naar hun zin, of wanneer de vluchtelingen als een last beschouwd worden. Vele vluchtelingen komen in het zomerseizoen wel van pas voor landeigenaars omdat er dan veel werk is op hun landbouwgronden. In de winter zijn ze bij gebrek aan werk niet meer van nut.

Ik bezocht ook het stadje Qab Elias in de Bekaa vallei, niet ver van de Syrische grens. Hier zou volgens mijn contacten de relatie met de gemeente bijzonder slecht zijn. Eind juli 2015 kregen 500 bewoners hier nog het bevel om binnen de 24 uur in te pakken en te vertrekken. In veel gemeenten werd zelfs een avondklok voor Syrische vluchtelingen ingesteld van 8u ’s avonds tot 6 u ’s ochtends, 'om de relatie met gastgemeenschap niet te bemoeilijken'.

Staatloze kinderen

Vanwege het gebrek aan een legaal verblijfsstatuut voor de meeste Syrische vluchtelingen, kunnen zij ook geen huwelijksakte of een geboorteakte voor hun nieuwgeboren kinderen verkrijgen. Veel nieuwgeborenen staan nergens geregistreerd als geboren in een land. Hun identiteit kan niet bevestigd worden en ze zijn dus de facto staatloos. Een schatting in 2014 stelt dat 18.000 Syrische kinderen in Libanon staatloos zijn. Deze situatie heeft een zware impact op hun bewegingsvrijheid, op toegang tot jobs, onderwijs, gezondheidszorg, onderwijs en andere basisrechten. 

Syrische vluchtelingen kunnen geen arbeidsvergunning verkrijgen. Illegaal werk wordt bestraft met minstens één maand gevangenis en een hoge boete. In praktijk is deze straf onuitvoerbaar vanwege het enorme aantal personen die werken zonder vergunning. Syriërs die werk vinden, worden gemiddeld 40 procent minder betaald dan het Libanese minimummaandloon (431 euro). Vrouwen worden nog minder betaald.

Bovendien vinden Syriërs meestal slechts tijdelijk werk, gemiddeld 10 dagen per maand. Vanwege het informele karakter van hun werk zijn ze ook vaak het slachtoffer van uitbuiting. De ngo Sheild informeerde me dat ze zeer regelmatig hoort van vluchtelingen dat zij niet betaald werden voor geleverd werk. Vrouwen zijn daarenboven zeer vaak slachtoffers van seksueel misbruik.

Hoge kosten levensonderhoud

Drie gezinnen wonen samen in deze onafgewerkte ruwbouw in de buurt van de kuststad Tyr. De baby heeft geen geboorteattest (Astrid Declercq)

In een gebouw in aanbouw wonen drie gezinnen samen. Een nieuwgeboren baby heeft geen geboorte-attest en wordt ook niet geregistreerd bij UNHCR. De drie gezinnen hebben schulden omdat ze de huur niet kunnen betalen. Familieleden kampen met gezondheidsproblemen. Hun verblijfsrecht is al langer dan een jaar geleden verstreken.

Ze ontvingen eerst bijstand van het VN-voedselprogramma WFP waarmee ze rijst konden kopen. Met een beetje loon uit werken konden ze zich ook groenten veroorloven. Nu de WFP-steun is weggevallen, hebben ze al meer dan een maand geen groenten meer gegeten. Ze betalen maandelijks 100 dollar voor water omdat het kraantjeswater ondrinkbaar is.

De vader van één van de drie gezinnen vindt af en toe werk. Een tijd terug heeft hij een maand gewerkt zonder dat hij achteraf betaald werd. Ze kunnen echter niet naar de politie. Ze denken eraan daarom terug te keren naar hun thuisstad Hama in Syrië. Daar vrezen ze echter voor hun leven. Ze zijn ten einde raad.

Het is bij dit alles belangrijk voor ogen te houden dat kosten voor voedsel, huur, elektriciteit, enzovoort in Libanon even hoog zijn als in België. Daarenboven moet men ook de aankoop van water voor koken en drinken rekenen, aangezien kraantjeswater in Libanon ondrinkbaar is.

Geen toegang onderwijs en medische zorgen

Syrische minderjarige vluchtelingen hebben in principe vrije toegang tot het onderwijs. Zij kunnen zich in de openbare schooltjes inschrijven. Die scholen bieden slechts onderwijs van slechte kwaliteit, alleen de armste Libanezen gaan er naar school.

Wegens plaatsgebrek kunnen deze Syrische kinderen niet naar de plaatselijke Libanese openbare school (Astrid Declercq)

Syrische vluchtelingen van Palestijnse origine in Libanon kunnen naar de scholen van UNRWA, het VN-agentschap voor Palestijnse vluchtelingen. Die zijn eveneens bekend voor hun erbarmelijke kwaliteit. In de praktijk vragen de schooldirecteurs er toch vaak naar legale verblijfsdocumenten alvorens de Syrische kinderen in te schrijven.

Ook vanwege het gebrek aan bewegingsvrijheid (ouders kunnen hun kinderen immers niet begeleiden voorbij de vele checkpoints op de weg naar school) gaan veel kinderen niet naar school. Het grootste probleem is daarenboven dat veel kinderen uit noodzaak mee moeten voorzien in het levensonderhoud van het gezin. Zeker sinds de daling van het WFP-budget valt een duidelijke stijging in kinderarbeid te merken, zo stelt de ngo Sheild.

De kinderen van een gezin dat we in Zuid-Libanon bezoeken hadden geen mogelijkheid zich opnieuw in te schrijven voor het nieuwe schooljaar vanwege plaatsgebrek. Een andere school is te ver. Geen van hen heeft nog een verblijfsstatuut, ze vinden geen 'sponsor'.

De Libanese autoriteiten dreigen hun volwassen geworden zoon Mohamed (18 jaar) te deporteren aangezien hij geen verblijfsstatuut heeft. Ze hebben een advocaat gecontacteerd maar er zijn nog geen stappen ondernomen. Het gezin kampt wel vaker met schulden, slechts twee zonen van het gezin vonden werk, maar zij voerden recentelijk ook klussen uit waarvoor zij uiteindelijk niet betaald werden.

Syrische vluchtelingen hebben in principe toegang tot de openbare medische diensten. Ook hier geldt echter dat alleen de armste Libanezen naar deze diensten gaan. Veel Syrische vluchtelingen kunnen zelfs de rekening van die diensten niet betalen. Een medewerker van ngo Intersos informeerde mij hoe zeer regelmatig identiteitskaarten worden achtergehouden als de rekening niet volledig werd betaald. Dit verhoogt dan weer de kans op arrestatie.

Helft vluchtelingen kinderen en vrouwen 

De meest kwetsbaren onder de Syrische vluchtelingen zijn kinderen en vrouwen. De helft van de vluchtelingen bestaat uit kinderen. Er is bijzonder veel kinderarbeid en vrouwen worden vaak blootgesteld aan discriminatie en seksueel misbruik. Weduwes die hun man verloren in de oorlog worden uitgesloten als ‘outcasts’.

Ook Palestijnse vluchtelingen uit Syrië vormen een zeer kwetsbare groep. Zo’n 500.000 Palestijnen, van verschillende generaties, leven reeds in Libanon sinds de Israëlische invasies van 1948 en 1967 in Palestina. Velen van hen zijn in Libanon geboren. Zij wonen in de toen opgerichte 12 Palestijnse kampen verspreid over heel Libanon.

Een ngo-vrijwilliger geeft uitleg over de administratieve stappen voor een geboorteakte in het kamp El Marj (Astrid Declercq)

Deze kampen kreunen eveneens onder een groot gebrek aan infrastructuur, werkloosheid en enorme armoedecijfers. Palestijnen zijn in Libanon slachtoffer van ernstige discriminatie. Zo worden ze uitgesloten van 70 overheidsfuncties en andere gereguleerde beroepen als dokter, advocaat en ingenieur. De meerderheid van hen leeft onder de armoedegrens. Slechts 2 procent van alle Palestijnen in Libanon heeft volgens onze informatie een officiële arbeidsvergunning. Ze mogen bovendien geen onroerend goed bezitten. Ze betalen daarentegen wel disproportioneel hoge belastingen.

Bezoek aan het Palestijns vluchtelingenkamp Shatila

Het kamp van Shatila heeft over de jaren een toevloed aan nieuwkomers gekend van verschillende nationaliteiten. Het nam in recente jaren ook bijzonder veel Syrische vluchtelingen op. Nu zouden er zo’n 22.000 vluchtelingen leven op één vierkante kilometer. Wanneer ik het kamp doorwandel valt me vooral de stank op, de elektriciteitsdraden die overal gevaarlijk boven de hoofden hangen en de opeenstapeling van vuilnis.

Levensgevaarlijke stroomdraden over de straatjes in het kamp Sjatila (Astrid Declercq)

Ondertussen zijn er sinds het Syrische conflict meer dan 53.000 Palestijnse vluchtelingen uit Syrië bijgekomen in Libanon. De helft van deze Palestijnse vluchtelingen uit Syrië hebben zich hervestigd in de 12 reeds bestaande Palestijnse kampen. Sinds mei 2014 mogen nieuwe Palestijnse vluchtelingen uit Syrië het land niet meer binnen en sindsdien werd het ook bijna volledig onmogelijk gemaakt om de verblijfsvergunning te verlengen van zij die al in Libanon zijn.

 

Na die beslissing van de Libanese overheid werden officieel een 40-tal Palestijnen effectief naar Syrië gedeporteerd. Waarschijnlijk werden er echter veel meer gedeporteerd, want juiste cijfers zijn onbekend. De deportaties en de onmogelijkheid om het land binnen te geraken druisen regelrecht in tegen het principe van non-refoulement (het internationale verbod om personen terug te sturen naar een land waar ze voor vervolging of voor hun leven vrezen).

Palestijnen uit Syrië hebben slechts zeer beperkte toegang tot scholen en gezondheidszorg. De kampen worden omringd door militaire checkpoints, waardoor hun bewegingsvrijheid zeer beperkt is. Het is de UNRWA die normaal gezien verantwoordelijk is voor de bijstand aan Palestijnse vluchtelingen, maar deze VN-organisatie mag geen Palestijnse vluchtelingen meer registreren in Libanon, om te verzekeren dat ze geregistreerd blijven bij UNRWA in Syrië.

Draagkracht van Libanon

De vluchtelingencrisis en de gebreken aan de bescherming en opvang van vluchtelingen in Libanon vormen in de eerste plaats een humanitair probleem. Het heeft echter geen zin om hiervoor enkel met de vinger te wijzen naar Libanon. Zoals de cijfers aantonen heeft Libanon zijn grondgebied lang opengesteld voor veel vluchtelingen.

De sleutel, symbool voor het recht op terugkeer (Astrid Declercq)

Deze enorme concentratie vluchtelingen op een klein land heeft onvermijdelijk een impact op het leven van de Libanese burgers en op het land als een geheel. Het zijn deels de budgettaire en economische beperkingen, deels de interne politieke instabiliteit, de internationale geopolitieke machten die spelen, het precaire sektarische evenwicht en de nauwe verstrengelde belangen tussen Libanon en Syrië die meebrengen dat Libanon op het einde van zijn draagkracht zit. Op al die aspecten heeft de 15-jarige Libanese burgeroorlog en de invasies van Israël een bepalende stempel gedrukt. 

Er zijn veel uiteenlopende meningen over de mogelijkheid van een ‘spillover’ van het conflict in Syrië naar Libanon. De vluchtelingencrisis is in dit verhaal maar één aspect dat Libanon’s reeds zwakke structuur nog verder destabiliseert. Hierna tracht ik een iets breder kader te schetsen, dat een vluchtige en onvolledige blik biedt op de bijzonder complexe realiteiten die het land kenmerkt.

Onhoudbare druk op de lokale economie

Het conflict zelf in Syrië bracht grote economische schokken teweeg in Libanon: de inkomsten uit de handel met buurland Syrië, uit toerisme en investeringen zijn drastisch gedaald. De impact van de enorme stijging van het aantal inwoners met anderhalf miljoen vluchtelingen op een kleine oppervlakte, is voor eender welk land reeds bijzonder problematisch. Huurprijzen stijgen door de grotere vraag naar woonplaatsen, de werkloosheid stijgt en lonen in laaggeschoolde sectoren dalen door het groter aanbod van laaggeschoolde arbeid en illegaal werk (voornamelijk in de landbouw en de bouw).

In Libanon komt daar nog bij dat het land kreunt onder een zwakke economie, beperkte infrastructuur en middelen. Het land draagt immers nog steeds de economische littekens van de burgeroorlog en de invasies van Israël met een werkloosheidscijfer van 20-25 procent. Openbare voorzieningen als elektriciteit en water zijn in Libanon erg beperkt. Vaak wordt nog in de hand gewerkt door wanbeheer en corruptie van de regering, zoals ook blijkt uit de afvalcrisis van 2015.

De Libanese bevolking, ook in de hoofdstad Beiroet, heeft minstens 6 op 24 uur geen elektriciteit. In niet-stedelijke gebieden is dat zelfs 12 uur per dag, in de Palestijnse kampen is er maar twee à drie uur per dag stroom. Alleen mensen met geld kunnen zich een eigen kleine stroomgenerator veroorloven.

Iedere Libanees moet zijn water voor koken en drinken kopen in flessen, omdat het kraantjeswater ondrinkbaar is. De basisinfrastructuur voor onderwijs, medische diensten, woongelegenheden, water- en elektriciteitsvoorzieningen en afvalverwerking, hebben hun saturatiepunt bereikt en worden nu nog verder onder druk gezet door het groot aantal Syrische vluchtelingen. De meeste vluchtelingen komen daarenboven in de armste regio’s terecht. De armste delen van de bevolking wordt dus gevraagd om het meeste te geven en komen het zwaarst onder druk te staan.

Politieke instabiliteit

De zwakke staatsinstellingen hebben de capaciteit niet om deze problemen op te vangen. De politieke instellingen zijn door de hoge corruptie ook vaak zelf oorzaak van de problemen. In 2014 werd pas na een politieke crisis van een jaar een nieuwe regering gevormd. Pas op dinsdag 31 oktober 2016 werd na twee jaar en half een nieuwe president gekozen. Het parlement heeft tot twee maal toe zijn eigen mandaat verlengd zonder nieuwe verkiezingen te organiseren.

Protesten van de Libanese bevolking tegen het wanbestuur van hun eigen regering (Astrid Declercq)

Deze institutionele impasse, de corruptie en het niet oplossen van problemen zoals de frequente stroomonderbrekingen, het gebrek aan afvalophaling, en de watertekorten leiden steeds meer tot de woede van de bevolking. In 2015 waren er regelmatig manifestaties in het centrum van Beiroet. De vele vluchtelingen maken deze reeds bestaande staatsdysfuncties en de structurele problemen nog acuter. 

Meerdere Palestijnse vluchtelingencrisissen en invasies door Israël

In Libanon verblijven ongeveer 500.000 Palestijnen. Deze vluchtelingen zijn hier al sinds de twee grootste invasies van Israël in Palestina in 1948 en in 1967. Vanwege het recht op terugkeer vervat in VN-Resolutie 194 werd dit initieel als een tijdelijke kortetermijnoplossing gezien. Onder meer door het gebrek aan druk van de internationale gemeenschap op Israël blijft dit recht op terugkeer echter een utopie.

Door hun permanent verblijf werd Libanon ook een territorium waar Palestijnse oorlogen werden uitgevochten. Sommige Palestijnse kampen zijn sterk gemilitariseerd en Libanon heeft meermaals invasies van Israël ondergaan. Deze voortdurende oorlogen hebben Libanon getekend door de vele burgerdoden en de grote schade aan het land (huizen, energiecentrales en waterreservoirs). Investeerders hadden ook geen vertrouwen meer in Libanon.

Libanon wil dus ook vermijden dat Syrische vluchtelingen een permanente thuisbasis vinden in hun buurland. Zij vrezen dat de Syrische kampen eveneens militarisering, wapensmokkel en strijders zal meebrengen en het land nog verder zal destabiliseren.

Impact op Libanon’s delicate sektarische evenwicht

Libanon wordt gekenmerkt door diepgeworteld sektarisme (voornamelijk tussen christenen en moslims, tussen sjiieten en soennieten). Het land heeft zijn staatsbestel (parlement en regering), overheidsadministratie en leger op confessionele basis georganiseerd, door quota in te voeren om zo de vertegenwoordiging van alle religies in de samenleving te waarborgen.

Het is echter niet juist om de essentie van de Libanese politiek en samenleving te herleiden tot de die religieuze breuklijnen en intersektarische machtsverdelingen. Andere belangrijke breuklijnen zijn de traditionele clanstructuur, regionale rivaliteiten en de grote verschillen tussen rijk en arm, tussen stad en platteland.

Partijen die in deze context in 1975 streden om de macht en een speelbal werden in handen van buitenlandse krachten, leidden tot de 15-jarige burgeroorlog die meer dan 200.000 doden en 17.000 vermisten meebracht. In 1990 werden de verschillende milities ontmanteld en eindigde de oorlog, maar het machtsevenwicht blijft wankel.

Kennis van deze confessionele opdeling en politieke machtsverdeling van staat en maatschappij is essentieel om het wankele evenwicht van Libanon te begrijpen. Wanneer de reële demografische structuur van het land niet meer weerspiegeld wordt in de politieke machtsverdeling, ontstaan er immers grote spanningen.

Met het vooruitzicht van bijna 2 miljoen Syrische vluchtelingen eind 2016 (en nog meer in de komende jaren), verandert de demografische structuur van het land eveneens drastisch. Syrische vluchtelingen zijn voornamelijk soennitische moslims. Ook deze realiteit heeft als gevolg dat Libanon weigerachtig staat tegenover een erkenning van hun rechten. Het precaire sektarische evenwicht staat weer onder druk en versterkt de polarisatie binnen de verschillende fracties in de politiek.

Complexe relatie tussen Libanon en Syrië

De relatie tussen Syrië en Libanon is complex, beide landen dragen de littekens van een geschiedenis met veel conflicten. Historisch gezien is het lot van Libanon altijd zeer nauw verbonden geweest met dat van Syrië. Vóór 1918 omvatte “Syrië” ook het gebied dat nu Libanon, Israël, Palestina en Jordanië is. Na de Eerste Wereldoorlog legden de Fransen en Britten op arbitraire basis nieuwe grenzen voor hun mandaatgebieden vast. Bij de onafhankelijkheid in 1943 legde het “Nationaal Pact” Libanon een neutrale positie op in de internationale politiek, maar dat bleef niet lang duren.

Een groot deel van Libanon werd van 1976 tot 2005 bezet door Syrië. Het Syrische leger was tijdens de 15-jarige Libanese burgeroorlog sinds ’75 sterk aanwezig, vooral in soennitische en christelijke gebieden. Ook veel huidige Libanese leiders waren actief tijdens de burgeroorlog en hadden nauwe relaties met Syrië. Sommigen werkten met Syrië samen, sommigen hadden een conflicterende relatie met hun buurland.

Ook na de burgeroorlog in 1990 bleef de aanwezigheid van Syrië groot, de vredesakkoorden van Taif voorzagen de Syrische veiligheidstroepen als ‘peacekeeping force’. Die Syrische troepen (ongeveer 30.000 militairen) hebben zich pas in 2005 teruggetrokken.

In datzelfde jaar werd de toenmalig soennitische eerste minister Rafik Hariri vermoord. De Libanese soennieten en het Westen beschuldigden Syrië ervan hier hun hand in te hebben gehad. Dit betekende het einde van de bezetting. Ook nadien bleven de twee landen echter bijzonder nauwe sociale, economische en politieke banden hebben. Familie-en clannetwerken, alsook corruptienetwerken tussen de elites, lopen nog altijd over de grenzen heen.

Na 2005 vielen de Libanese politieke fracties in twee kampen uiteen:

  • De 'coalitie van 8 maart', geleid door het sjiitische Hezbollah en christelijke leider Michael Aoun en zijn Free Patriotic Movement, in algemene termen steunen zij het Syrisch regime van Assad.
  • De 'coalitie van 14 maart, geleid door de soennitische ‘Future Movement’ van Saad Hariri, in algemene termen zijn zij tegen het Syrisch regime, en steunen zij de rebellen in Syrië.

Twee grote machtsblokken lijnrecht tegenover elkaar in Syrische conflict

Deze twee grote machtsblokken staan lijnrecht tegenover elkaar in het Syrische conflict. Hun conflicterende standpunten over het conflict en over het beleid ten aanzien van de vluchtelingen, heeft het besluitvormingsproces nog verder verlamd en de interne verdeling verergerd. Het conflict in Syrië voedt de sektarische polarisatie en de vrees bestaat dat het conflict uit Syrië overslaat.

De vluchtelingencrisis is met andere woorden maar een deelaspect van een veel bredere uitdaging die het Syrisch conflict met zich meebrengt voor Libanon. Op een nog hoger internationaal niveau, wordt de Libanese politiek ook nog geparalyseerd door de machtsverhoudingen in de regio. Libanon functioneert louter als speelbal naargelang de invloed van de internationale machtsverhoudingen (grofweg: Rusland/Iran/Syrië enerzijds en VS/Saoedi-Arabië anderzijds).

De Libanese overheid behoudt officieel een neutrale positie ten aanzien van het conflict, maar het ontbreekt de Libanese overheid aan centraal gezag. Zij functioneert met andere woorden niet alleen. In Libanon spelen private, quasi-statelijke en buitenstatelijke actoren een zeer grote rol. Zij houden zich niet langer neutraal en beschouwen het lot van Syrië hoe langer hoe meer als essentieel voor het eigen lot.

In het algemeen kunnen we stellen dat de politieke, militante en militaire grensoverschrijdende banden versterkt werden door het conflict. Die niet statelijke actoren die meer openlijk tussenkomen bestaan zowel uit anti-regime netwerken en pro-regime netwerken.

De meest gekende niet-staatsactor is de verzetsbeweging Hezbollah. Die is tegelijk een politieke partij die deel uitmaakt van de regering (hun 'coalitie van 8 maart' vormt momenteel het zwaargewicht in de regering) en tegelijk een sjiitische verzetsbeweging, met als ‘raison d’être’ het verzet tegen Israël als bezetter.

Na 2005 bleef er een nauwe betrokkenheid tussen het Syrische regime en Hezbollah. Hezbollah’s tussenkomst in Syrië als verzetsbeweging en netwerk voor het Syrische regime is meer intens geworden, politiek en militair. Aanvankelijk was er enkel sprake steun aan bevolking in de grensgebieden met Syrië. Hezbollah bewapent hen, traint hen en voorziet hen van logistieke steun. Geleidelijk aan is de rechtstreekse steun aan het regime meer openlijk en direct geworden.

Voor Hezbollah zouden de vele soennitische vluchtelingen en hun verzet tegen het Syrische regime een voorbode kunnen worden van een conflict over groeiend activisme op het Libanese grondgebied tegen hun eigen sjiietische beweging. Nochtans heeft Hezbollah een relatief open houding aangenomen ten aanzien van de Syrische vluchtelingen door medische zorg en schuilplaatsen te voorzien.

Hun leider Nasrallah heeft vaak benadrukt dat zijn medestanders Syrische vluchtelingen op een humanitaire manier moeten behandelen. Door de jaren heen hebben de vluchtelingen zich ook in Zuidelijk Libanon gevestigd, dat overwegend sjiietisch is.

Over het algemeen trachten de vluchtelingen zich onopgemerkt te gedragen en zich niet te mengen in Libanon’s interne zaken. Zoals hierboven meermaals gesteld, is hun grote aanwezigheid oorzaak van groeiende politieke onrust en het ondergraven van het demografische evenwicht. Christenen zijn meest ongerust over het groeiend islamisme. Michel Aoun van de christelijke fractie en sinds 31 oktober 2016 verkozen tot nieuwe president heeft zich bijvoorbeeld al bijzonder vijandig uitgesproken over de vluchtelingen.

Hoewel het moeilijk in te schatten valt in hoeverre Libanese soennieten betrokken zijn bij het conflict in Syrië, wordt er wel gesproken over een groeiende wapensmokkel vanuit Libanon naar Syrische rebellen. Daarnaast zou er ook beschutting en medische verzorging worden verschaft aan rebellengroepen en zijn er steeds meer netwerken betrokken in paramilitaire activiteiten.

Het partnerschap tussen de Libanese tak van het Moslimbroederschap en zijn Syrische tegenhanger, wordt versterkt maar dit heeft zich (nog) niet vertaald in nauwe relaties tussen de Syrische oppositie en de overwegend soennitische 'coalitie van 14 maart' van de Libanese regering.

Deze situatie vergroot op zijn beurt nogmaals de sektarische spanningen. Door de zwakke staatsstructuur bestaat er bij sommigen bovendien de vrees dat Libanon in het Syrisch conflict zou kunnen tuimelen. De vele Syrische vluchtelingen vergroten de druk op een wankel land.

Er is geen alternatief voor internationale solidariteit

Libanon biedt onvoldoende bescherming aan Syrische vluchtelingen. Het land heeft geen formeel vluchtelingenbeleid en is geen lid van de Vluchtelingenconventie van Génève. De overgrote meerderheid kan geen verblijfsrecht bekomen waardoor zij geen enkel toekomstperspectief hebben. De huidige levensomstandigheden stellen vele vluchtelingen voor een onmogelijke keuze: in deze ontberingen en mensonwaardige omstandigheden verder leven of een terugkeer naar hun land waar zij hun leven riskeren. Zij die Syrische vluchtelingen vanuit Libanon of andere buurlanden als 'economische migranten kwalificeren', negeren volkomen de reële omstandigheden waarin deze vluchtelingen zich bevinden.

Libanon zit met zijn 2 miljoen Syrische vluchtelingen aan het einde van zijn draagkracht. De vluchtelingencrisis vormt een nieuwe destabiliserende factor voor een land dat er geen andere crisis kan bijnemen. Het reeds wankele politieke, sociale en economische evenwicht wordt grondig dooreengeschud.

Om dat te begrijpen is inzicht nodig in de economische moeilijkheden, de zwakke staatsstructuur, de politieke instabiliteit, het gebrek aan centraal gezag in Libanon en het broze sektarische evenwicht dat het land kenmerkt. Men moet de geschiedenis van dit conflict begrijpen en de manier waarop Libanon altijd een speelbal is geweest in handen van regionale en internationale mogendheden. Men moet eveneens de oorzaken en gevolgen kennen van de burgeroorlog, Libanon’s ervaring met de Palestijnse vluchtelingen, en zijn intense verstrengeling met buurland Syrië.

De Syrische vluchtelingencrisis betekent dat zij hier in mensonwaardige omstandigheden leven en dat hun bescherming als vluchteling hier te kort schiet. Deze crisis houdt in dat de buurlanden gedestabiliseerd worden, door het disproportioneel grote aantal vluchtelingen dat zij opvangen, en door de politieke, economische en sociale context die hen kenmerkt. De crisis omvat tenslotte ook nog de doden die vallen in de Middellandse Zee, rechtstreeks gevolg van het Europese strikte grens-en toegangsbeleid. Door te spreken over een 'vluchtelingencrisis in Europa' miskent men de echte vluchtelingencrisis in de buurlanden van Syrië.

Onwil Belgische regering om problemen van Libanon te erkennen

Er wordt in België vaak geopperd dat de buurlanden van Syrië het best geplaatst zijn om de Syrische vluchtelingen op te vangen. Een Syrische vader uit Aleppo diende op de Belgische ambassade in de Libanese hoofdstad Beiroet een aanvraag in voor een humanitair visum om naar België te komen, om zo zichzelf en zijn gezin in veiligheid te brengen.

“Waarom heeft hij zijn familie niet meegenomen naar Beiroet?” vroeg onze Staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken (N-VA) zich daarbij af (De Redactie, 27/10/2016). Premier Michel stelt het gezin voor om naar buurland Libanon te reizen en daar een diplomatiek visum aan te vragen (Knack, 12/12/2016). In 2015 zei voorzitter van de N-VA Bart Dewever zelfs dat vluchtelingen die verder vluchten dan een buurland dat tenten en kampen aanbiedt, 'economische migranten' zijn en dus geen beschermingsstatuut als 'vluchteling' in andere landen verdienen (DM, 5/9/2015).

Professor Marc Bossuyt, voormalig hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit Antwerpen, stelt in die zin dat het veel beter is om vluchtelingen in hun eigen regio op te vangen, zowel op cultureel als economisch vlak. Het zou de EU-lidstaten ook minder kosten. Het recht op asiel, geldt immers enkel voor het eerste land van toevlucht, voegt hij daar aan toe (DS, 11/09).

Syrië is 185.000 km2 groot (zes maal zo groot als België) en telde voor de oorlog ongeveer 23 miljoen inwoners. Sinds het uitbreken van het conflict in 2011 vielen er naar schatting meer dan 400.000 doden, waarvan de meerderheid burgers. Meer dan 11 miljoen inwoners zijn gevlucht, waarvan 6, 6 miljoen ontheemden (vluchtelingen op het eigen grondgebied worden 'ontheemden' genoemd). 4,8 miljoen Syriërs vluchtten naar het buitenland, voor de overgrote meerderheid naar buurlanden Turkije, Libanon, Jordanië en Irak. Meer dan de helft van de vluchtelingen zijn kinderen.

Libanon is 10.450 km2 groot (vier Belgische provincies) en telt 4,4 miljoen inwoners. Midden 2016, na vijf jaar burgeroorlog in Syrië, stond de teller op 1,1 miljoen geregistreerde Syrische vluchtelingen in Libanon. Libanon vangt daarmee wereldwijd de hoogste concentratie vluchtelingen op per hoofd van de bevolking. Eén op vier van alle personen die voor het ogenblik in Libanon verblijft is Syrisch vluchteling. Omdat de UNHCR in Libanon echter sinds 2015 geen vluchtelingen meer mag registreren, ligt het werkelijke aantal op bijna 2 miljoen Syrische vluchtelingen. Eén op drie inwoners van Libanon is Syrisch vluchteling.

Ter vergelijking, de 28 EU-lidstaten (Groot-Brittannië er nog bij) is 4,5 miljoen vierkante kilometer groot en telt 510 miljoen inwoners. Hoewel 430 keer zo groot als Libanon en 400 keer zo rijk, hebben sinds 2011 tot september 2016 slechts 1,1 miljoen Syriërs asiel aangevraagd in Europa, ongeveer 10 procent van alle Syrische vluchtelingen. Slechts 0,2 procent van alle inwoners van het Europese grondgebied zijn Syrisch vluchteling. Vanwege het strikte visum- en grensbeleid, hebben de meesten daarvoor eerst hun leven geriskeerd om binnen de EU die bescherming te vragen.

De apocalyptische retoriek van Europa polariseert en boezemt de bevolking onnodig angst in. De humanitaire vluchtelingencrisis is niet alleen een kwestie van beperkte financiële budgetten in de regio. De Syrische vluchtelingencrisis is een langdurige crisis en een terugkeer van vluchtelingen zal niet voor de nabije toekomst zijn.

De realiteit in de regio toont aan dat, als er niet meer internationale solidariteit komt, niet alleen Libanon maar alle buurlanden van Syrië het risico lopen zelf op hun beurt herkomstlanden te worden van nieuwe vluchtelingenstromen naar Europa.

Voor bronnen kan je contact opnemen met de auteur

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

reageer

Er zijn nog geen reacties op .