Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Klimaatactiekamp 2012: overzicht acties (1)

zaterdag 11 augustus 2012
Van 3 tot 8 augustus vond het vijfde klimaatactiekamp op rij plaats in ons land, ditmaal in Leuven. Tijdens zo'n kamp komen vaak tot honderden mensen gedurende een week samen om ervaringen uit te wisselen, workshops en debatten bij te wonen, duurzaam, klimaatneutraal en veganistisch te leven en natuurlijk ook samen vreedzaam actie te voeren. Een overzicht van de verschillende acties.
  • Zaterdag 4 augustus: bankentocht

    Omstreeks 14u kwamen een honderdtal klimaatactivisten bijeen aan het Leuvense station voor een bankentocht door de binnenstad. De activisten hielden aan verscheidene banken halt en kregen uitleg over wat er mis is met deze banken.

    Banken gebruiken het geld van spaarders om te investeren in onder meer projecten en bedrijven. Zij hebben hiermee een unieke positie, aangezien deze projecten en bedrijven vaak niet kunnen bestaan zonder het geleende geld van de banken. Banken gaan daarbij echter vaak onverantwoord te werk. Hoewel ze bij machte zijn alleen duurzame, groene projecten levensvatbaar te maken, kiezen zij net zo gemakkelijk voor investeringen in kolenmijnen en -centrales, kernreactoren, teerzanden en andere onduurzame projecten.

    Dit is een sterk onderbelichte praktijk van banken, die al kritiek hebben gekregen voor het doen ontstaan van de kredietcrisis door een kredietbubbel te creëren die intussen is geknapt (en overigens weer wordt opgeblazen, je weet immers maar nooit), maar die  ook verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor het gebrek aan verduurzaming van de energiesector en grote chemische bedrijven. Als zij ervoor zouden kiezen om ‘foute’ projecten niet te ondersteunen, dan zouden deze projecten, bij gebrek aan geld, niet van de grond kunnen komen.

    Bankenranking (met dank aan FairFin)

    Bankenranking geeft een antwoord op de vraag: "hoe hoog is het risico dat mijn bank betrokken is bij schadelijke investeringen?". Dit gebeurt aan de hand van het investeringsbeleid en de schadelijke investeringen van bankgroepen op vier domeinen:

    Leefomgeving: bedrijven die ernstige of onomkeerbare milieuschade veroorzaken en bedrijven die de leefomstandigheden van lokale bevolkingsgroepen ernstig schaden;

    Vrede: producenten van wapens die het Internationaal Humanitair recht schenden, of wapens exporteren naar landen die de mensenrechten systematisch schenden;

    Vrijheid en democratie: bedrijven die dictaturen en repressieve regimes van wezenlijke steun voorzien.

    Waardig werk: bedrijven die systematisch de basis-arbeidsrechten overtreden: kinderarbeid, dwangarbeid, discriminatie, onderdrukking, vakbondsvrijheid, ...

    Uit verschillende onderzoeken blijkt dat het risico dat een bank betrokken is bij schadelijke investeringen van nature ‘zeer hoog’ is. Wanneer een bank op één van de vier domeinen een degelijk beleid ontwikkelt, zakt het risico.

    Een degelijk beleid houdt in:

    Degelijke criteria: het beleid concretiseert welke investeringen niet kunnen. De gehanteerde begrippen in het beleid wijken niet sterk af van definities uit gezaghebbende documenten (bv. de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens).

    Ruim toepassingsgebied: het beleid geldt voor alle investeringen en financieringen van de bankgroep.

    Duidelijkheid over toepassing: de bankgroep maakt publiek duidelijk met voorbeelden (namen of omschrijvingen van bedrijven/praktijken) welke investeringen wel doorgegaan zijn en welke niet.

  • AXA

    Ondanks de inspanningen van AXA om controversiële investeringen in wapens af te bouwen, blijft het risico op schadelijke investeringen bij deze bank zeer hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: geen investeringsbeleid.

    Vrede: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrijheid & democratie: geen investeringsbeleid.

    Waardig werk: geen investeringsbeleid.

    AXA heeft geen beleid rond waardig werk, leefomgeving en vrijheid en democratie. AXA verklaart dat het wacht op een politiek initiatief. Op die manier ontloopt de bank elke verantwoordelijkheid.

    AXA heeft een beleid om anti-persoonsmijnen en clustermunitie uit te sluiten. Dit beleid volstaat echter niet, om twee redenen:

    Het beperkte toepassingsgebied: het beleid geldt niet voor alle investeringen van AXA. Het beleid is enkel van toepassing op de investeringen die AXA doet voor eigen rekening en sinds 2008 ook voor collectieve beleggingsfondsen beheerd door AXA IM. Het beleid heeft geen betrekking op beleggingsproducten voor institutionelen of op beleggingsproducten die AXA IM niet zelf beheert.

    Onduidelijkheid over de precieze toepassing: AXA maakt de uitvoering van haar beleid niet concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    AXA had begin 2010 aandelen van volgende omstreden bedrijven in bezit of in beheer:

    Total – 1.119,13 miljoen dollar. Total werkt samen met de militaire dictatuur in Birma voor de ontginning van het Yadana-gasveld. Dit project vormt de grootste inkomstenbron van de militaire dictatuur in Birma. De aanleg van  gaspijplijnen in Birma ging onder meer gepaard met dwangarbeid, moord en martelpraktijken.

    Wal-Mart – 1.112 miljoen dollar. De Amerikaanse supermarktketen Wal-Mart is omstreden vanwege haar systematische schendingen van de meest elementaire arbeidsrechten, zowel in de VS als bij haar toeleveranciers.

    Vedanta Resources – 331,33 miljoen dollar. Vedanta is een Indisch mijnbouwbedrijf dat zonder toestemming inheemse volkeren van hun gronden verdrijft in India. Bovendien dumpte het bedrijf giftig afval India en Zambia.

    Freeport McMoRan – 880,11 miljoen dollar. Freeport McMoRan baat de Grasbergmijn in de Indonesische provincie Papoea uit – de grootste goudmijn ter wereld. Freeport loost dagelijks 230.000 ton vervuild steengruis in lokale rivieren. Tegenstanders en manifestanten werden in het verleden al bijzonder hardhandig aangepakt door ingehuurde militairen.

    BNP Paribas

    Het risico op schadelijke investeringen door BNP Paribas is hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: investeringsbeleid voldoende.

    Vrijheid & democratie: investeringsbeleid onvoldoende.

    Waardig werk: investeringsbeleid onvoldoende.

    BNP Paribas beschikt niet over een degelijk uitgewerkt beleid over waardig werk, leefomgeving en vrijheid & democratie. BNP Paribas geeft aan dat bij kredietbeslissingen milieurisico’s in rekening gebracht worden. Voor investeringen in verzekeringsproducten integreert de bank ook sociale- en milieucriteria. Het beleid van BNP Paribas is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke criteria: BNP Paribas maakt nergens concreet welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Beperkt toepassingsgebied: het beleid geldt niet voor alle investeringen van de bankgroep.

    Onduidelijkheid over de toepassing: BNP Paribas maakt de uitvoering van het beleid niet concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    BNP Paribas heeft een degelijk beleid voor het uitsluiten van een aantal controversiële wapens: anti-persoonsmijnen, clustermunitie, wapens met verarmd uranium, biologische wapens en chemische wapens. BNP Paribas sluit ook de financiering uit van de export van niet-controversiële wapens aan landen die onder het wapenembargo van Frankrijk, de EU, de VS en de VN vallen en aan landen waarvan de veiligheidsraad van de VN oordeelt dat er ernstige mishandeling van kinderen plaatsheeft tijdens een conflict. Het beleid wordt als voldoende geëvalueerd.

    Voldoende sterke criteria: het beleid omschrijft duidelijke concrete ondergrenzen voor investeringen in de wapenindustrie.

    Voldoende toepassingsgebied: dit beleid geldt voor alle financieringen en investeringen van BNP Paribas.

    Duidelijkheid over toepassing: BNP Paribas hanteert een lijst met namen van de bedrijven die door zijn beleid van financiering uitgesloten worden. Het risico op schadelijke investeringen door BNP Paribas is hoog. Hopelijk kan BNP Paribas het risico op schadelijke investeringen in de nabije toekomst drastisch verlagen.

    Investeringen van BNP Paribas in omstreden bedrijven:

    In augustus 2007 nam BNP Paribas met 56 miljoen euro deel aan een tijdelijk overbruggingskrediet met een totale waarde 815 miljoen euro aan Vedanta Resources. Eerder verdreef het Indische mijnbedrijf inheemse bevolkingsgroepen van hun land. Het bedrijf dumpte ook toxisch afval in India en Zambia.

    In juni 2008 financierde BNP Paribas een deel (82 miljoen euro) van een lening aan investeringsbedrijf Sakhalin Energy, goed voor een totale waarde van 3,4 miljard euro. Het geld is bedoeld om fase 2 van het Russische Sakhalin II-project te financieren. Het project bracht de plaatselijke fauna en flora enorme schade toe. Er werden zo'n 800 kilometerlange pijpleidingen aangelegd langs de kusten van het Sakhalin-eiland, waar nog amper 120 exemplaren van de ernstig bedreigde westerse grijze walvissen leven.

    In maart 2007 nam BNP Paribas deel aan een lening van mijnbouwbedrijf Freeport McMoran. De bank participeerde voor 34 miljoen euro in een doorlopend krediet van 1,1 miljard euro. Met een bedrag van 227 miljoen euro nam BNP Paribas ook deel aan een lening van 7,5 miljard euro. Freeport McMoRan baat onder meer de Grasbergmijn in de Indonesische provincie Papoea uit - de grootste goudmijn ter wereld. Freeport loost er dagelijks zo'n 230.000 ton vervuild steengruis in lokale rivieren. Tegenstanders en manifestanten werden in het verleden al bijzonder hardhandig aangepakt door ingehuurde militairen.

    BNP Paribas had in juni 2009 omstreden aandelen van volgende bedrijven in bezit of in beheer:

    Total – 259,93 miljoen dollar.

    Wal-Mart – 213,6 miljoen dollar.

    Suncor – 142,47 miljoen dollar. Suncor Energy is één van de grootste bedrijven die actief zijn in de Canadese olieontginning uit teerzand. Oliewinning uit teerzand genereert tot vier keer meer broeikasgassen dan de ontginning van conventionele ruwe olie.

  • Er werden op de verschillende banken rustig stickers geplakt, aangezien wildplakken 'niet mag'.

    Citibank

    Het risico op schadelijke investeringen door Citibank is zeer hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: geen investeringsbeleid.

    Vrijheid & democratie: investeringsbeleid onvoldoende.

    Waardig werk: investeringsbeleid onvoldoende.

    Citibank heeft geen degelijk uitgewerkt beleid rond waardig werk, leefomgeving en vrijheid & democratie. Wel heeft Citibank een specifiek beleid rond duurzame bosbouw en CO2-emissies. Verder heeft Citibank een risicomanagementbeleid met betrekking tot ecologisch waardevolle biotopen, het gebruik van gedwongen arbeid of schadelijke kinderarbeid. Dit beleid sluit sommige schadelijke financiële transacties uit. Net als andere Amerikaanse banken mag Citibank van de wetgever geen activiteiten opzetten of financieren in Soedan.

    Het beleid van Citibank is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke en onvoldoende sterke criteria: er blijft ruimte voor heel wat schadelijke investeringen. Bovendien maakt Citibank onvoldoende duidelijk welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Onduidelijk toepassingsgebied: het blijft onduidelijk in hoeverre het beleid van Citibank ook geldt voor rekening van derden.

    Onduidelijkheid over de toepassing: Citibank maakt de uitvoering van haar beleid nergens concreet. Er wordt onvoldoende duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen of welke niet.

    Citibank heeft geen beleid tegenover de wapenindustrie. Dit gebrek aan beleid levert Citibank vanzelfsprekend een onvoldoende score op.

    Investeringen van Citibank in omstreden bedrijven:

    In februari 2007 faciliteerde Citibank een vijfjarige lening aan het Chinese Dongfeng Motor Company. Citibank participeerde in de lening voor een bedrag van 30 miljoen euro. DFL, een van de de dochterondernemingen van Dongfeng, leverde militaire vrachtwagens aan het regime in Birma en steunde op die manier de gewelddadige militaire dictatuur in het land.
    In juli 2005 participeerde Citibank met 145 miljoen euro aan een doorlopend krediet van 3 miljard euro krediet aan EADS. EADS is de op een na grootste wapenproducent van Europa, en is ook betrokken bij de productie van kernwapens.

    In juli 2006 nam Citibank voor 20 miljoen euro deel aan een doorlopend krediet van in totaal 465 miljoen dollar aan PT Freeport Indonesia, een dochteronderneming van Freeport McMoRan. Freeport McMoRan baat onder meer de Grasbergmijn in de Indonesische provincie Papoea uit – de grootste goudmijn ter wereld. Freeport loost er dagelijks zo'n 230.000 ton vervuild steengruis in lokale rivieren. Tegenstanders en manifestanten werden in het verleden al bijzonder hardhandig aangepakt door ingehuurde militairen

    Citibank had in juni 2009 omstreden aandelenbelangen van volgende bedrijven in bezit of in beheer:

    Total – 19,42 miljoen dollar.

    Wal-Mart – 387,9 miljoen dollar.

    Freeport McMoRan – 60,81 miljoen dollar.


     

  • Creatief met krijt.

    Deutsche Bank

    Het risico op schadelijke investeringen door Deutsche Bank is zeer hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrijheid & democratie: geen investeringsbeleid.

    Waardig werk: geen investeringsbeleid.

    Deutsche Bank heeft geen degelijk uitgewerkt beleid over de thema's leefomgeving en wapenindustrie. Wel hanteert Deutsche Bank een specifiek beleid rond verboden producten als CFC (schadelijk voor de ozonlaag) en asbest. De financiering van deze producten is verboden. Verder hanteert Deutsche Bank een beleid rond regenwouden, dammen, klimaatverandering en mijnbouw om het risico op reputatieschade te managen. Ten slotte heeft Deutsche Bank een beleid dat financiële transacties uitsluit indien deze gerelateerd zijn aan anti-persoonsmijnen, clustermunitie en ABC-wapens.

    Het beleid van Deutsche Bank is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke en onvoldoende sterke criteria: er blijft ruimte voor heel wat schadelijke investeringen. Bovendien maakt Deutsche Bank onvoldoende duidelijk welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Beperkt toepassingsgebied: het beleid is enkel van toepassing op verstrekte financieringen. De beleggingsfondsen vallen bijvoorbeeld niet onder dit beleid.

    Onduidelijkheid over toepassing: Deutsche Bank maakt de uitvoering van het beleid niet concreet. Er wordt onvoldoende duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    Deutsche Bank heeft geen beleid rond waardig werk en vrede & democratie. Dit gebrek aan beleid levert Deutsche Bank een onvoldoende score op.

    Investeringen van Deutsche Bank in omstreden bedrijven:

    Deutsche Bank leende eind 2008 39 miljoen euro aan Endesa Chile voor de financiering van het omstreden HidroAysén-project. Door middel van vijf nieuwe stuwdammen en bijhorende waterkrachtcentrales wil het bedrijf elektriciteit opwekken in Patagonië, een onherbergzame regio in het zuiden van Chili. Tientallen families moeten gedwongen verhuizen en ook het unieke ecosysteem wordt onherstelbare schade toegebracht.

    In juni 2007 regelde Deutsche Bank een obligatie-uitgifte voor Suncor Energy ter waarde van 557,2 miljoen euro. Deutsche Bank onderschreef deze uitgifte voor 78 miljoen euro. In september 2007 en juni 2008 onderschreef Deutsche Bank nog eens twee obligatie-uitgiftes, voor respectievelijk 12,9 miljoen euro en 45 miljoen euro.

    Tussen november 2007 en april 2009 onderschreef Deutsche Bank zes obligatie-uitgiftes van wapenproducent Textron, ter waarde van 400 miljoen dollar, 350 miljoen dollar, 100 miljoen dollar, 25 miljoen dollar, 300 miljoen dollar en 540 miljoen dollar. Deutsche Bank participeerde voor respectievelijk 133 miljoen dollar, 12,32 miljoen dollar, 100 miljoen dollar, 25 miljoen dollar, 100 miljoen dollar en 14,625 miljoen dollar. Textron produceert onder meer clustermunitie.

    Deutsche Bank had in juni 2009 omstreden aandelenbelangen van volgende bedrijven in bezit of beheer:

    Total – 1.002,03 miljoen dollar.

    Wal-Mart – 767,9 miljoen dollar.

    Freeport McMoRan – 95,45 miljoen dollar.

    Dexia

    Ondanks een degelijk beleid omtrent de wapenindustrie blijft het risico op schadelijke investeringen door Dexia voorlopig hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: investeringsbeleid voldoende.

    Vrijheid & democratie: geen investeringsbeleid.

    Waardig werk: investeringsbeleid onvoldoende.

    Dexia hanteert een beleid over het thema leefomgeving. Verzekeringsproducten van het 'Portfolio 21'-project beleggen niet in bedrijven die ernstige milieuschade veroorzaken. Daartoe baseert Dexia zich op een lijst van bedrijven die worden uitgesloten door het Noors Pensioenfonds. Deze lijst wordt openbaar gemaakt. Verder sluit Dexia ook bedrijven uit die betrokken zijn bij schadelijke vormen van energiewinning.

    Het beleid omtrent het thema leefomgeving is onvoldoende, om één reden:

    Beperkt toepassingsgebied: de uitsluiting van bedrijven geldt enkel voor verzekeringsproducten en niet voor alle producten en diensten.

    Dexia heeft geen beleid ten aanzien van het thema vrijheid & democratie. De bank heeft geen financieringen lopen in de militaire dictatuur Birma, maar voor het overige is er geen concreet beleid. Het gebrek aan een dergelijk beleid levert Dexia een onvoldoende score op.

    Dexia hanteert een beleid rond het thema waardig werk. Het 'Portfolio 21'-project herinvesteert verzekeringsreserves van de Dexia-groep. Het beleid schrijft voor dat deze reserves niet belegd kunnen worden in bedrijven en overheden die betrokken zijn bij ernstige overtredingen van de basisarbeidsrechten. Wat de financieringen betreft, stelt Dexia dat het de voorschriften van de International Labour Organisation respecteert (inclusief criteria rond kinderarbeid, dwangarbeid, discriminatie en vakbondsvrijheid).

    Het beleid van Dexia is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke criteria: Dexia maakt nergens concreet welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Beperkt toepassingsgebied: het beleid is niet geldig voor alle investeringen van Dexia.

    Onduidelijkheid over toepassing: Dexia maakt de uitvoering van het beleid nergens concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    Dexia heeft een beleid met betrekking tot het uitsluiten van een aantal controversiële wapens, zoals anti-persoonsmijnen en clustermunitie. Dexia investeert dus niet in bedrijven die betrokken zijn bij dit soort wapentuigen. Wat  leningen betreft gaat Dexia nog een stap verder: bedrijven die actief zijn in de productie of de ontwikkeling van offensief wapentuig of militair materiaal worden uitgesloten van financieringen. Het  beleid is voldoende, om drie redenen:

    Degelijke criteria: het beleid van Dexia omschrijft duidelijke, concrete ondergrenzen voor investeringen in de wapenindustrie. Het kredietbeleid gaat nog een stap verder.

    Ruim toepassingsgebied: het beleid rond controversiële wapens geldt voor alle financieringen en investeringen.

    Duidelijkheid over toepassing: Dexia maakt de uitvoering van haar beleid concreet via een publieke nota, die aanduidt welke investeringen in producenten van militair materiaal de bank wél nog doet.

    Investeringen van Dexia in omstreden bedrijven:

    Dexia maakt deel uit van een bankensyndicaat dat in juni 2008 een obligatie-uitgifte onderschreef van Total, ter waarde van 59 miljoen euro.

    Dexia had in begin 2010 omstreden aandelen van volgende bedrijven in bezit of beheer:

    Total – 137,93 miljoen dollar.

    Wal-Mart – 11,01 miljoen dollar.

    Petrochina – 11,07 miljoen dollar. Het Chinese oliebedrijf Petrochina beheert het grootste deel van de olie-industrie in Soedan en is ook actief in Birma. Om het leger en de repressiegroepen te financieren, zijn de machthebbers in Soedan en Birma sterk afhankelijk van dit soort buitenlandse directe investeringen.

  • ING

    ING levert inspanningen om haar beleid omtrent verschillende thema’s aan te passen. Toch blijft het risico op schadelijke investeringen door ING hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: investeringsbeleid voldoende.

    Vrijheid & democratie: investeringsbeleid onvoldoende.

    Waardig werk: investeringsbeleid onvoldoende.

    Wat  leefomgeving betreft, beschikt ING niet over een degelijk beleid. Bij de financiering van bosbouw en plantages houdt de bank wel rekening met gevolgen voor bedreigde diersoorten en de rechten van inheemse volkeren. ING verleent geen kredieten aan bedrijven die betrokken zijn bij het ontbossen of platbranden van hoogwaardige bosgebieden en andere waardevolle natuurgebieden. Bijzondere aandacht is er voor de mensenrechten in voedings- en landbouwbedrijven. In de sectoren van natuurlijke hulpbronnen (bv. fossiele brandstoffen) en de chemische industrie wordt bij financieringsbeslissingen ook rekening gehouden met biodiversiteit en de rechten van inheemse volkeren.

    Het beleid rond leefmilieu is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke en onvoldoende sterke criteria: ING hanteert onvoldoende sterke criteria die haar betrokkenheid in schadelijke investeringen kunnen vermijden. Verder maakt ING niet concreet welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Beperkt toepassingsgebied: het beleid geldt niet voor alle investeringen van ING. Het is bijvoorbeeld niet van toepassing op investeringen van ING-beleggingsfonden.

    Onduidelijkheid over toepassing: ING maakt de uitvoering van het beleid niet concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    ING heeft een degelijk beleid rond het uitsluiten van een aantal controversiële wapens: anti-persoonsmijnen, clustermunitie, uraniumwapens, biologische wapens, chemische wapens en nucleaire wapens. ING weigert verder elke financiering van wapenbedrijven die leveren aan gewapende groepen of landen die onder een wapenembargo vallen.

    Het beleid rond vrede is voldoende, om drie redenen:

    Voldoende sterke criteria: het beleid omschrijft duidelijke, concrete ondergrenzen voor investeringen in de wapenindustrie.

    Voldoende toepassingsgebied: dit beleid geldt voor alle financieringen en investeringen van ING.
    Duidelijkheid over toepassing: ING hanteert een lijst met namen van bedrijven die niet op financiering kunnen rekenen.

    Wat waardig werk betreft, beschikt ING niet over een degelijk uitgewerkt beleid. Arbeidsrechten, gelijke kansen en discriminatie worden in rekening gebracht bij financieringsbeslissingen in de volgende sectoren: de industriële sector, de agrarische productie, natuurlijke hulpbronnen (bv. mijnbouw) en de chemische industrie.

    Het beleid rond waardig werk is onvoldoende, om drie redenen:

    Onduidelijke en onvoldoende sterke criteria: ING maakt niet concreet welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Beperkt toepassingsgebied: dit beleid geldt niet voor alle investeringen van ING. Investeringen van ING-beleggingsfondsen vallen buiten het beleid.

    Onduidelijkheid over toepassing: ING maakt de uitvoering van het beleid niet concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    Investeringen van ING in omstreden bedrijven:

    In mei 2006 nam ING deel aan een lening van 320 miljoen dollar aan Colbun, dat samen met Endesa Chile instaat voor de bouw van het omstreden HidroAysén-project. In augustus 2008 nam ING met 22 miljoen euro opnieuw deel aan een lening van 267 miljoen euro aan Colbun. Eind 2008 had Endesa Chile een langetermijnschuld van 30 miljoen dollar bij ING Bank.

    In december 2007 nam ING voor een bedrag van 23 miljoen euro deel aan een lening van 687 miljoen euro aan Lundin Petroleum. Lundin wordt door onderzoeksgroep Sudan Divestment Task Force (SDTF) geclassificeerd als één van de meest schadelijke bedrijven actief in Soedan, wegens zijn directe steun aan de Soedanese regering. De Soedanese regering wordt beschuldigd van aanhoudende etnische zuiveringen in Darfur.

    In april 2009 gaf Total Capital (een dochteronderneming van Total die zich bezighoudt met financiering) obligaties uit voor een bedrag van 54 miljoen euro. ING tekende in op de uitgave voor een bedrag van 5 miljoen euro.

    ING had in begin 2010 omstreden aandelen van volgende bedrijven in bezit of beheer:

    Total – 346,97 miljoen dollar.

    Wal-Mart – 376,3 miljoen dollar.

    Vedanta Resources – 5,37 miljoen dollar.

    KBC

    Ondanks een degelijk beleid omtrent de wapenindustrie en een aanzet voor een betere benadering van mensenrechtenthema’s blijft het risico op schadelijke investeringen door KBC voorlopig hoog.

    Onderzochte criteria:

    Leefomgeving: investeringsbeleid onvoldoende.

    Vrede: investeringsbeleid voldoende.

    Vrijheid & democratie: investeringsbeleid onvoldoende.

    Waardig werk: investeringsbeleid onvoldoende.

    KBC heeft geen degelijk beleid rond thema’s als waardig werk, leefomgeving en vrijheid & democratie. KBC zegt dat het geen kredieten verleent aan bedrijven die mensenrechten niet respecteren of het leefmilieu in gevaar brengen. Ondertussen belooft KBC dat het werkt aan een algemene investeringspolitiek voor beleggingen. Dit nieuwe beleid zou rekening houden met ecologische, sociale en ethische criteria. Het huidige beleid is onvoldoende, om twee redenen:

    Onduidelijke en onvoldoende sterke criteria: KBC maakt niet concreet welke investeringen al dan niet door de beugel kunnen.

    Onduidelijkheid over toepassing: KBC maakt de uitvoering van het beleid niet concreet. Nergens wordt duidelijk gemaakt welke investeringen nog doorgingen en welke niet.

    KBC heeft een beleid over het uitsluiten van een aantal controversiële wapens, zoals anti-persoonsmijnen, clustermunitie en uraniumwapens. Wat leningen betreft, hanteert KBC een terughoudend beleid.

    Het beleid is voldoende, om drie redenen:

    Degelijke criteria: het beleid van KBC omschrijft concrete, duidelijke ondergrenzen voor investeringen in de wapenindustrie. Het kredietbeleid gaat nog een stap verder.

    Ruim toepassingsgebied: het beleid omtrent controversiële wapens geldt voor alle financieringen en investeringen van KBC.

    Duidelijkheid over toepassing: KBC hanteert een lijst met namen van bedrijven die niet op financiering kunnen rekenen. KBC maakt ook het bedrag bekend dat het investeert in andere takken van de wapenindustrie.

    Investeringen van KBC in omstreden bedrijven:

    In februari 2007 nam KBC voor een bedrag van 23 miljoen euro deel aan een lening van 767 miljoen euro aan CNPC, de hoofdaandeelhouder van PetroChina. De lening financierde CNPC’s investeringen in PetroKazakhstan.

    In december 2007 nam KBC deel aan een bankensyndicaat om een kredietfaciliteit van 700 miljoen euro toe te kennen aan Lundin Petroleum. Lundin wordt door onderzoeksgroep Sudan Divestment Task Force (SDTF) geclassificeerd als één van de meest schadelijke bedrijven actief in Soedan, wegens zijn directe steun aan de Soedanese regering. De Soedanese regering wordt beschuldigd van aanhoudende etnische zuiveringen in Darfur.

    KBC had in begin 2009 omstreden aandelenbelangen van volgende bedrijven in bezit of beheer:

    Total – 127,37 miljoen: dollar.
    Wal-Mart – 76,29 miljoen dollar.
    Freeport McMoran – 13,12 miljoen dollar.

    Lees ook de PDF:  'Ending Harmful Investments'

  • Zaterdag 4 augustus: Actie bij ‘Hapje-Tapje’

    Hapje-Tapje is een evenement in Leuven waarbij verschillende restaurants en cafe’s kleine maar dure hapjes klaarmaken waarin dikwijls vlees is verwerkt. Nog los van de andere ethische aspecten, is vlees een van de grootste aandrijvers van de klimaatveranderingen door de grote hoeveelheid voedsel die nodig is om vlees te kweken (een kilo vlees kan tot zeven kilo plantaardig voedsel kosten) en randeffecten zoals de broeikasgassen die koeien door hun slechte dieet uitstoten en een gigantische meststapel die achterblijft. Een volledig plantaardige dieet heeft een tot vijftien maal zo kleine ecologische voetafdruk als een dieet waar veel vlees aan te pas komt. Stoppen met vlees eten zou daarom een grote stap zijn in de richting van een meer groene en duurzame levenshouding.

  • Tijdens een live-uitzending (VTM) van een kookprogramma rond Hapje-Tapje op de Leuvense Grote Markt kwamen vier activisten daarom op het idee hiervoor meer aandacht te vragen. Zij maakten snel twee posters met onder meer de slogan ‘HapjeTapje is een grapje, Go Vegan’ en liepen, langs verbaasde security, probleemloos het podium op.

    De presentator had even later door dat er ‘gasten’ waren en begon de teksten op de spandoeken voor te lezen. Extra aandacht voor de actie en dat was welkom. De slechte grapjes over foie gras die daarna door de koks werden gemaakt konden de pret niet drukken. De activisten konden in de volle spotlights ongestoord gedurende enkele minuten blijven staan, tot de security op hen afstapte en hen vriendelijk vroeg het podium te verlaten.

  • Vlaggetjes schilderen

    Zondag 5 augustus: Actie Parkveld

    Er is een stuk landbouwgrond van 15 hectare groot aan de rand van Leuven dat sinds mensenheugenis bekend staat als de beste hoveniersgrond. De grond is heel vruchtbaar en heeft een prima waterhuishouding, dat zeggen de boeren die de grond bewerken en er vandaag aardappelen, graan, maïs en witloof op kweken. Parkveld vormt een groene corridor tussen de stad Leuven en de bedrijventerreinen van Haasrode en is daarom essentieel voor flora en fauna om op gezonde wijze te kunnen gedijen.

     

  • infobord over Parkveld.

    Uit het Leuvense beleidsplan:

    “De stad wil agrarische gebieden vrijwaren van zonevreemde inmenging of verdringing.”

    Maar dat geldt blijkbaar niet voor Parkveld…

    Het mooie is dat deze grond de eigendom is van de Leuvenaars. Of juister gesteld: het OCMW van Leuven bezit de gronden en verpacht deze aan boeren uit omliggende gemeenten. Het land is dus in bezit van de gemeenschap.Maar boven de akkers hangt al 20 jaar een donkere wolk die niet wil wijken. Het is namelijk zo dat de stad Leuven hier liever een bedrijventerrein ziet verschijnen, een verkaveling en een reeks appartementen. Samen met de intercommunale Interleuven en de vastgoedfirma Extensa staat het stadsbestuur te popelen om eraan te beginnen.

  • De tarwe van het Parkveld

  • Debat

    Ze zijn zo ongeduldig dat ze een beetje slordig werden met de regels die je moet volgen als je landbouwgrond een nieuwe bestemming wil geven. Zo kwam het dat de Raad van State de plannen van Leuven al drie keer nietig verklaarde, de laatste keer was dat in november 2011. De Raad zette zich op één lijn met de buurtbewoners, die vonden dat de stad eerst met hen en alle Leuvenaars moet overeenkomen tot waar het stedelijke gebied mag komen. Want voor je het weet verdwijnt niet alleen het Parkveld, maar worden ook Groenveld en Kareelveld en alle andere goede akkers door een laag beton overgoten.

  • Op de voorgrond zien we Michel Demeyere van de Vrienden van Parkveld en Hubert, niet te herplanten parkveldboom, in volle discussie.

    De vastgoedpatroons van Extensa en Matexi kopen landbouwgronden op strategische plaatsen in Leuven en dat is echt niet om er biologische groenten te telen voor de Leuvenaars, het is grondspeculatie. Dit fenomeen - kapitaalgroepen die landbouwgrond opkopen voor oneigenlijk gebruik - is een internationaal fenomeen en het heet landroof, in het Engels ‘landgrabbing’. Zowel hier als in het Zuiden vinden wij deze praktijk onaanvaardbaar en een bewijs dat wanneer banken en investeerders louter hun eigen winsten najagen wij daar met zijn allen de dupe van zijn.

    Niet minder maar meer landbouwgrond hebben we nodig!

    De actievoerders komen op voor het behoud van de agrarische gronden in Leuven, want zij geven ons de kans om een lokaal voedselsysteem te ontwikkelen en dat is precies wat een klimaatneutrale stad nodig heeft. Indien we ons voedselsysteem niet grondig veranderen, zullen we ons voedsel van heinde en ver blijven aanslepen en tot in het absurde laten verpakken, verslepen, koelen, nog eens verslepen naar een ander magazijn en anders verpakken en ga zo maar door. Op die manier gaan we het klimaat blijven opwarmen.

    Maar uiteindelijk zullen het wel tuinders en akkerbouwers zijn die ons van graan en groenten voorzien. Waar gaan die hun grond vinden?

  • Elke Leuvenaar heeft ieder jaar zeker 1,4 hectare nodig om in zijn voedsel te voorzien. Dat is de voedselvoetafdruk van een gemiddelde Belg. Op die manier berekend, bezetten alle Leuvenaars tezamen een groot stuk landbouwgrond dat 126.000 hectaren groot is.  Zelf heeft Leuven maar 1.000 hectare landbouwgrond, dus al de rest palmen we elders in: stukken van Europese, Afrikaanse, Amerikaanse, Aziatische en zelfs Australische landbouwgrond worden voor de Leuvenaars bewerkt.

    Tijdens de actie Parkveld kon iedereen meer te weten komen over Parkveld: de stadsplannen, het verzet van de buurtbewoners, de beslissing van de Raad van State en de natuurwaarde. Bezoekers konden ook een praatje maken met de boeren die op dit land werken en vragen stellen over de gewassen die op het land staan, een vlaggetje kopen en dit op het Parkveld planten, een biobiertje drinken en iets eten aan het volop-zomerse-fruitkraam.

    Er was ruime belangstelling van de omwonenden en een boeiende onderlinge discussie tussen twee boeren over monocultuur versus agro-ecologie...

  • Zondag 5 augustus: picnick voor vrede en de rol van Defensie in klimaatverandering, energiezekerheid en wapenhandel

     

    Rond 15u klommen drie actievoerders over de omheining van het militaire domein 'Kwartier Cdt de Hemptinne' te Heverlee, de uitvalsbasis van het inlichtingenplatform van het leger, waar de Information Operations Group, het Bataljon ISTAR (Intelligence Survaillance Target Aquisition and Reconnaissance; een verkenningseenheid) en de Special Force Group, alsook de Inlichtingen- en Veiligheidsschool (IVS) zich bevinden.

    Andere actievoerders vatten post aan de hoofdingang van het militair domein. De drie actievoerders die effectief het terrein betraden, konden na een ongestoorde wandeling over het domein even ongestoord tot bij de tanks geraken, waar picknicklaken (een peace-vlag), boterhammetjes met vegan-choco, nootjes en soja-melk werden bovengehaald.

    Drie militairen stormden in alle paniek naar buiten om de picknickers te zeggen dat “dit écht wel niet kon”. Er werd hen vriendelijk aangeboden om mee te komen picknicken, maar daar hadden de militairen geen oren naar. A3-posters met daarop door de kinderen van het klimaatactiekamp geschilderde bloemetjes aan de lopen van de tanks hangen was ook al uit den boze (stel dat de loop van zo’n tank erdoor afbrak).

    De activisten probeerden met een van de militairen een conversatie aan te gaan over de training van militairen op het Kwartier de Hemptinne, het begrip ‘oorlog’ en de rol van Defensie in klimaatverandering, energiezekerheid en wapenhandel. Het enige dat deze militair kon uitbrengen, was: “ik heb al veel geweld gezien”.

    Op de vraag of hij dit dan niet absurd vond, kwam geen antwoord. Hij beende daarna in de richting van de actievoerders aan de ingangspoort. De twee andere militairen stonden er wat bedremmeld bij en wilden duidelijk geen conversatie aangaan.
    De actievoerders aan de ingangspoort namen foto’s en kregen te horen dat ze van alles foto’s mochten nemen “behalve van dát gebouw, daar liggen onze wapens”. De soldaat vond ook dat "als zeven mensen hem na een kwartier nog niet konden overtuigen, dat dat toch wat zei over hun argumenten", waarna een van de actievoerders opmerkte dat het “wel eens meer over de soldaat kon zeggen”.

    Wat werd er tijdens deze actie aangeklaagd? Terwijl steeds duidelijker wordt dat het bij klimaatverandering om onomkeerbare processen gaat die mens en milieu hard raken, zijn er ook sectoren die hierin juist nieuwe mogelijkheden zien. De defensie-industrie spint garen bij het feit dat klimaatverandering meer en meer als een veiligheidsprobleem wordt beschouwd en vooral als een afgeleide van de komende olieschaarste. Nieuwe markten dienen zich aan…

    De rol van klimaatverandering in het ontstaan of verhevigen van conflicten zal snel toenemen, zodra de gevolgen ervan voor bijvoorbeeld de beschikbaarheid van energie, voedsel, water en land voelbaar worden. Hoogleraar vrede- en veiligheidsstudies Michael T. Klare onderscheidt op dit vlak drie soorten conflicten: grondstofoorlogen als gevolg van schaarste van vitale materialen (zoals olie), grondstofoorlogen vanwege de opwarming van de aarde (zoals conflicten over water en land) en oorlogen vanwege migratie (als een gevolg van grondstoftekorten en -conflicten).

    Klimaatverandering wordt veelal als een 'dreigingsvermenigvuldiger' gezien, een element dat bestaande dreigingen en oorzaken van conflicten snel kan verhevigen.

    Deze analyse wordt langzaam maar zeker ook zichtbaar in militaire strategieën. De ‘Nationale Veiligheidsstrategie’ van het Verenigd Koninkrijk noemde klimaatverandering al in 2008 "de grootste uitdaging voor globale stabiliteit en veiligheid en daarom voor de nationale veiligheid." Gezien de zoveelste mislukte Klimaattop, in Durban afgelopen december, lijkt het besef van de ernst van klimaatverandering echter nauwelijks door te dringen op bestuurlijk niveau, althans niet in het rijkere deel van de wereld. De gevolgen zijn het hardst voelbaar in zogenaamde derdewereldlanden, waar men kampt met problemen als droogte, erosie en voedseltekorten. Klimaatverandering als een veiligheidsprobleem in militaire termen is dan weer vooral een westerse opvatting, waar men bedreigingen ziet in bijvoorbeeld klimaatvluchtelingen en conflicten over energievoorraden.

    Deze cynische, egoïstische houding van het deel van de wereld dat ook in de eerste plaats verantwoordelijk is voor klimaatverandering is door een aantal ontwikkelingslanden de laatste jaren fel bekritiseerd.

    Groenere krijgsmachten’?

    Op het eerste gezicht lijkt defensie soms de meest uitgesproken milieuactivisten binnen de overheid te herbergen. Op geen enkel ander beleidsterrein schijnt men zo doordrongen van de noodzaak tot verandering in het licht van klimaatverandering. Vooral in de zoektocht naar alternatieven voor fossiele brandstoffen lopen militairen voorop. Grote aanjager is de olieschaarste die in het verschiet ligt. Naarstig wordt gezocht naar mogelijkheden om het olieverslindende militaire apparaat minder olieafhankelijk te maken. In de tussentijd stellen militaire strategieën de beveiliging van de toegang tot die schaarser wordende olievoorraden en de bescherming van transportroutes steeds centraler.

    Daarmee wordt de mythe van een 'groene' krijgsmacht ook doorprikt. Alle veranderingen zijn slechts op één doel gericht: het voortgaand ongestoord functioneren van de krijgsmacht zelf. En dat functioneren is volledig in tegenspraak met welke milieuvriendelijke maatregel dan ook. De krijgsmacht blijft een zeer milieubelastende instelling, gericht op  de bescherming van een politiek en sociaal systeem dat gebaseerd is op de illusie van eindeloze economische groei, consumentisme en het nastreven van winst tegen welke (milieu)kosten dan ook.

    Smeermiddel wapenhandel

    De aanwezigheid van olie, maar ook de dreigende schaarste ervan, is een prima smeermiddel voor de wapenhandel. Het letterlijk ruilen van wapens voor olie is geen onbekend fenomeen. Chinese wapenexporten naar landen in Afrika en Latijns-Amerika worden regelmatig met olie betaald. China lag zwaar onder vuur van de internationale gemeenschap wegens zijn wapenexporten naar Soedan, die ook tijdens de Darfoer-oorlog voortduurden en vergezeld gingen van snel groeiende olie-exporten in de andere richting. Ook de grootste Britse wapenovereenkomst uit de geschiedenis, de al sinds 1985 lopende al-Yamamah-overeenkomst met Saoedi-Arabië, wordt betaald met olie, oplopend tot 600.000 vaten ruwe olie per dag. Hoofdaannemer BAE Systems verdiende inmiddels tientallen miljarden ponden met de door beschuldigingen van corruptie omgeven deal.
     

  • Tactische transacties / Vlaamse wapenhandel

    Vlaams militair materiaal kan gemakkelijk in slechte handen vallen. In drie vierde van de dossiers kent de Vlaamse regering de eindgebruiker gewoon niet. Dit kan zeer kwalijke gevolgen hebben.

    De Filipijnen gebruikten zo materiaal van het Mechelse Varec NV in de 'ordehandhaving' op de eilanden Masbate en Mindanao. Ook bevestigde de studie dat Saoedi-Arabië materiaal van het bedrijf Mol uit Hooglede gebruikte voor zijn gewelddadige 'bevriende' interventie in Bahrein, in maart 2011.

    De meest recente cijfers geven aan dat Vlaanderen voor 320,5 miljoen euro wapens exporteerde in 2010. Hiermee werden 330 vergunningen toegekend. Slechts twee vergunningen werden geweigerd. In totaal verdubbelde de Vlaamse wapenexport daarmee in vijf jaar.

    Twee derde van deze export was bestemd voor de buitenlandse industrieen werd daarna vaak doorverkocht. Hierdoor is de eindgebruiker van het Vlaams materiaal vaak onbekend. Tot zestig procent van de uitvoer ging naar Europese landen. Daarnaast zijn vooral de Verenigde Staten en Azië belangrijke afzetmarkten.

    Bij tien procent van de export in 2010 bevond de laatst gerapporteerde gebruiker zich in het Midden-Oosten of de Magreb. Onder de afnemers: Saoedi-Arabië, Egypte en Bahrein. MO* berichtte eerder ook over de zijwegen waarlangs Vlaamse wapens in de handen van twijfelachtige regimes terechtkomen.

    De Vlaamse wapenindustrie is een derde van de omvang van die in Wallonië. Vlaanderen produceert vooral hoogtechnologische componenten, die dan in het buitenland geassembleerd worden tot wapensystemen. In Wallonië worden ook volledige wapens gemaakt, waarvan de wapenleveringen van FN Herstal aan Kadhafi’s regime  eerder al zorgden voor ophef.

    Deze casussen zijn slechts enkele voorbeelden. Meer dan zeventig procent van de – niet onderzochte – gevallen zijn onbekend.

    Bij onze Noorderburen, Nederland, ziet het er al niet veel rooskleuriger uit:

    Van de vijfentwintig belangrijkste olie-exporterende landen buiten de EU en de NAVO-landen is ruim twee derde klant van de Nederlandse wapenindustrie of Defensie (afgestoten materieel). Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten (VAE), Nigeria, Koeweit, Venezuela, Qatar, Oman, Maleisië en Indonesië behoren tot de top-25 van grootste afnemers van Nederlandse wapens buiten EU/NAVO-verband. Dit zijn allemaal leveranties die op twee gronden als controversieel bestempeld kunnen worden: omdat er zich interne conflicten voordoen en/of omdat er repressieve regimes aan de macht zijn.

    Meestal hebben wapenleveranties en het gemak waarmee daarvoor vergunningen worden verleend te maken met de wens om goede relaties te onderhouden met landen die olie exporteren of die belangrijk zijn voor de toevoer van olie. Ook de doorvoer van wapens naar dergelijke bestemmingen kan meestal probleemloos verlopen. De afgelopen jaren vielen bijvoorbeeld omstreden doorvoerzendingen naar Kazachstan (traangasgranaten), Oman (traangas- en rookgranaten) en Nigeria (munitie) op.

    Wanneer lucratieve contracten zich aandienen, spelen ook de belangen van de defensie-industrie een rol bij de soepelheid in de verlening van exportvergunningen. Een aantal landen besteedt de enorme bedragen die met de export van olie binnengehaald worden aan buitensporige wapenaankopen. De VAE behoren om die reden tot de grootste wapenimporteurs ter wereld.

    Ook Nederlandse bedrijven profiteren daarvan mee. Thales Nederland haalde in 2009 een deal van ruim 170 miljoen dollar binnen voor de verkoop van een digitaal communicatiesysteem voor tanks. Het repressieve karakter van het regime in de VAE staat de verlening van wapenexportvergunningen nooit in de weg. Venezuela geeft met name de laatste jaren grote bedragen uit aan internationale wapenaankopen. Ook hier behoort Nederland tot de leveranciers. In dezelfde regio voert Brazilië de bewaking van recent ontdekte olie- en gasvoorraden voor de kust als een van de redenen op voor zijn vele wapenaankopen in de afgelopen jaren. Ondertussen woedt in Latijns-Amerika, mede door de aankoopdrift van deze twee landen, een zorgwekkende wapenwedloop.

    Bij Nederlandse wapenexporten is de link met de aanwezigheid van olie in de ontvangende landen ook regelmatig te leggen. Soms ligt dit wel heel dicht aan de oppervlakte: in 2009 kreeg scheepsbouwer TP Marine zonder problemen een vergunning voor een controversiële levering van catamarans voor troepenvervoer aan Nigeria, ondanks het slepende gewapende conflict in de Niger-delta en de mensenrechtenschendingen door politie en (para)militairen die in dat kader aan de orde van de dag zijn. De Nederlandse regering verdedigde deze levering, die overduidelijk in strijd is met de geldende EU-wapenexportregels, met een expliciete verwijzing naar de bescherming van olieplatforms van onder meer Shell in de regio.

    De band tussen TP Marine en de Nigeriaanse marine is steeds inniger geworden: vorig jaar werd de bouw van een gezamenlijke werf in de haven van Lagos aangekondigd. Met deze faciliterende rol geeft TP Marine de marine een vrijbrief om haar werf te gebruiken om de interne repressie in het belang van de heersende elite en de grote oliebedrijven nog verder op te voeren.

    Nieuwe veiligheidsmarkten

    Klimaatverandering speelt ook een indirecte rol als katalysator voor het ontstaan van nieuwe afzetmarkten voor de defensie-industrie. Grensbeveiliging is hier een duidelijk voorbeeld van. In de toekomst zal de migratie als gevolg van de klimaatverandering alleen maar toenemen, terwijl de landen waarheen de migranten vluchten steeds drastischere maatregelen nemen om de vluchtelingen buiten te houden.

    Het Europese wapenbedrijf EADS, met hoofdkantoor in Leiden, behoort tot de grootste profiteurs op dit vlak. Het leverde de Bulgaarse en Roemeense grenspolitie communicatietechnologie en is betrokken bij een groot Saoedisch grensbewakingsproject. Veel defensiebedrijven zijn ook actief met grensbeveiligingsprojecten in het kader van het EU-onderzoeksprogramma Framework Program 7. En nu de Europese Commissie en het Europees Parlement eind vorig jaar hebben beslist dat het Europese grensbewakingsagentschap Frontex eigen militair materieel, zoals helikopters en schepen, mag aanschaffen voor grensbewaking in het Middellandse Zeegebied, liggen nieuwe afzetmogelijkheden in het verschiet.

    ‘Groene’ wapens

    BAE Systems was in 2006 een van de eerste grote wapenproducenten die een hele nieuwe serie ‘milieuvriendelijke wapens’ op de markt zette. Daartoe behoorden onder meer kogels met minder lood, raketten met minder gifstoffen en pantservoertuigen met een lagere CO2-uitstoot. Andere bedrijven volgden, vooral met het gebruik van alternatieve energie. Boeing ontwikkelde een gevechtsvliegtuig op biobrandstof, de Green Hornet. General Dynamics ontwierp een 'groene' straalmotor en Raytheon werkt samen met Cyclone Power Technologies aan een motor die onder meer op algen en afvalolie kan lopen. EADS presenteerde een vliegtuig dat volledig op algen vliegt. Daarnaast is er op dit moment sprake van een ware race in de ontwikkeling van onbemenste vliegtuigjes (drones) op zonne-energie.

    De toekomstige opbrengsten van wapenhandel aan regio's waar olie-gerelateerde conflicten heersen en de ontwikkeling van 'groene' wapens lijken in het niet te zullen vallen bij de ongeziene winstmogelijkheden die gloren in een nieuwe markt. De organisatoren van de Energy Environmental Defense and Security (E2DS)-conferentie in 2011 maakten dit in hun juichende aankondiging onomwonden duidelijk: “de defensiemarkt is wereldwijd jaarlijks een miljard dollar waard. De energie- en milieumarkt is minstens acht keer dit bedrag waard.” De conferentie werd gesponsord door grote wapenproducenten als Raytheon, Lockheed Martin, Finmeccanica, EADS en Thales, die de kassa al horen rinkelen.

    Zo is Lockheed Martin al actief op de energiemarkt met energie-efficiëntieprogramma's en warmtekracht- en zonne-energiecentrales. Vliegtuigmotorenproducent Pratt & Whitney bouwt een biomassa-warmtekrachtcentrale en wereldwijd rijden duizenden bussen op een elektronisch aandrijvingssysteem van BAE Systems.

    De waarschijnlijk meest lucratieve nieuwe mogelijkheden voor de defensie-industrie zijn (satelliet)observaties, monitoring en dataverzameling en -analysering. In de 'Alliance for Earth Observations' werken bijvoorbeeld Boeing, Lockheed Martin en EADS hiertoe al samen met diverse onderzoeksinstituten. Telespazio, een joint venture van Finmeccanica en Thales, verzamelt en verwerkt in opdracht van de Italiaanse overheid data van het satellietsysteem Cosmo-SkyMed, zowel om milieurampen te monitoren en te voorkomen als voor civiele veiligheidsdoelen. GMES, een EU-satellietsysteem, kent dezelfde mix van doelen, waarbij de milieutoepassingen vooral een reclameverhaal lijken te zijn om de onderliggende veiligheidsagenda te verhullen.

    In diverse projecten zijn onder meer TNO, Thales, Astrium, ATOS Origin, Finmeccanica, Qinetic en de Zweedse Defense Research Agency hiervoor werkzaam.

    Greenwashing

    Net als het militaire apparaat grijpt ook de defensie-industrie de ontwikkeling van 'groene' wapens en de mogelijke civiele milieutoepassingen van militaire middelen aan voor een uitgebreide campagne van 'greenwashing': ze probeert zich een groen imago aan te meten terwijl ze in werkelijkheid niet om milieuproblemen bekommerd is. Helaas laten milieu- en natuurbeschermingsorganisaties zich hierbij, al dan niet in ruil voor forse bedragen, voor het karretje van wapenproducten spannen. Een voorbeeld is de sterke band tussen Northrop Grumman en de Amerikaanse organisatie Conservation International.

    Samen riepen zij de defensie-industrie en natuurbescherming op om de handen ineen te slaan om in actie te komen tegen de gevolgen van klimaatverandering. Gezamenlijk zouden zij ‘de juiste middelen in de juiste handen’ moeten plaatsen. Een mooi verkooppraatje voor die ‘juiste middelen’, zoals monitoring- en dataverzamelingsystemen, die de defensie-industrie in de aanbieding heeft.

    Lees hierover ook de PDF "Klimaatverandering en veiligheid: het Belgische en Europese beleid", over hoe Defensie vooral kijkt naar klimaatverandering.

    De drie picknickende actievoerders werden overigens na een half uur door de opgetrommelde politie van het militaire domein verwijderd en konden na identiteitscontrole terugkeren naar het kamp.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.