Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Schone kleren bij H&M of AS Adventure? 36 modeketens beoordeeld

vrijdag 13 januari 2012
BRUSSEL - Op 11 januari 2012 maakte de Schone Kleren Campagne de resultaten bekend van een onderzoek naar het beleid van 36 modeketens en merken over arbeidsomstandigheden in hun toeleveringsketen. Etalagepoppen liepen de Nieuwstraat in Brussel af en maakten voor de ingang van de betrokken winkels de beoordeling van de Schone Kleren Campagne bekend.

"We Want Clean Clothes"

Schone Kleren Campagne stelt met de brochure 'Wij willen Schone Kleren' een tweede stand van zaken voor. Van 17 van de 36 opgenomen merken werd al een profiel opgemaakt in 2008 en 19 worden in de nieuwe brochure voor de eerste keer bestudeerd.

De Schone Kleren Campagne heeft ervoor gekozen zich in deze publicatie te concentreren op de modesector en heeft ook meer aandacht willen geven aan Belgische bedrijven (twaalf deze keer, tegenover zes in 2008). Exit sportmerken en discountketens.

Het onderzoek en de publicatie kwamen tot stand in samenwerking met verschillende Europese 'Clean Clothes Campaigns' (CCC) en vooral in samenwerking met de Franstalige collega's van de campagne achACT (acheteur-acteur). 

Gedragscode, toepassing, controle, transparantie. Dat zijn de vier basisindicatoren die de Schone Kleren Campagne hanteert om het engagement van een onderneming te evalueren. Een korte samenvatting van de brochure vindt u hierbij. DeWereldMorgen.be maakte een fotoverslag van de actie en sprak met Frieda De Koninck, Jessie Van Cauwenberghe en Ranjahn uit Indonesië.

Frieda De Koninck, coördinator Schone Kleren Campagne België

"Ik werk al meer dan 15 jaar als coördinator van SKC en ik ben eigenlijk wel trots op de organisaties - de vakbonden, de NGO’s en de consumentenorganisaties - dat die al zolang aan de campagne blijven meewerken. En vooral ben ik zeer dankbaar tegenover de mensen die deelnemen aan de acties omdat ik merk dat dit is wat het verschil maakt."

"En dan is het natuurlijk ook belangrijk dat de media dat geluid, die stem bekend maken en versterken. Maar eigenlijk het bewustmaken en aanzetten tot actie vind ik fundamenteel en er is ook echt een oorzakelijk verband tussen de resultaten en de acties die gevoerd zijn. Het is natuurlijk niet zo dat resultaten er van vandaag op morgen zijn."

Het is de tweede keer dat jullie dergelijke studie (laten) doen. Maar u werkt dus eigenlijk al 15 jaar over dit thema?

De Koninck: "Inderdaad. Ik heb nog levende herinneringen aan het begin. Het eerste gesprek, hier in de Nieuwstraat, op het kantoor van H&M. Waar ze nog nooit van internationale arbeidsnormen gehoord hadden. De mensen van het managementcomité vielen bijna van hun stoel. Iedere keer herhaalde zich dat."

Was dat toen nog niet bekend? Er waren toch al precedenten, met Nike enzo?

"Maar de internationale campagne bestaat ongeveer twintig jaar, in België zijn we zo’n vijftien jaar bezig. Maar de arbeidsomstandigheden waarin kleren werden gemaakt, waren grotendeels onbekend. We hebben toen een tournee gedaan met zes Aziatische werknemers. Iedereen zat echt met open mond te luisteren."

"Wat? Worden de kleren die wij dragen (en verkopen) in die omstandigheden gemaakt zoals jullie beschrijven? Ik merk aan jouw verbazing dat dit nu wel een bekend gegeven lijkt, maar dat is niet voor iedereen het geval. Het is zelfs zo dat het ergerlijk wordt en dat sommige mensen kleding alleen nog associëren met uitbuiting. En bovendien niet zo erg geïnteresseerd zijn in wat de resultaten van dit onderzoek zijn, wat de organisaties doen om deze campagne voort te zetten. Want, er zijn wel degelijk grote verschillen tussen de vele kledingmerken."

Was is er nog veranderd in die vijftien jaar?

"Het is nu moeilijker om nog vooruitgang te boeken. Je moet genuanceerder zijn, je moet technischer zijn, en dat maakt het moeilijker om de studie uit te voeren en om een campagne te organiseren. Ook ten aanzien van de bedrijven."

Vijf of tien jaar geleden kon je ze nog makkelijker over dezelfde kam scheren.

"Juist, zij worden ook steeds deskundiger in die materie. Of in het uitleggen ervan. Sommige van die bedrijven kennen echt de problematiek en de instrumenten (ter evaluatie) even goed als wij. Maar dit wil niet zeggen dat de problemen daarmee opgelost zijn."

  • De laatste voorbereidingen en een korte briefing over het verloop van de actie: "We gaan vijf à tien minuten voor de verschillende winkels staan om de resultaten van het rapport bekend te maken. De etalagepoppen dragen ditmaal niet de laatste modekleren, maar wel borden met foto's en de beoordeling. Flyers, korte samenvattingen en het volledige rapport kunnen worden uitgedeeld en kort toegelicht aan de voorbijgangers."

  • De Franstalige flyer van de Schone Kleren Campagne. Devenez des achACTEURS.
  • De Franstalige flyer van de Schone Kleren Campagne. Devenez des achACTEURS. Vele consumenten (acheteurs) kunnen wel degelijk een rol spelen en invloed uitoefenen (ACTEURS) op het management van de grote merken.

  • DeWereldMorgen.be vroeg of het de bedoeling was om hier en nu, in de Nieuwstraat in Brussel, en tijdens de koopjesperiode, het grote publiek aan te spreken en te informeren over het verhaal achter de goedkope kleren.

  • Hier staan we voor een eerste winkel. De kleur van de panelen zegt ons iets over de globale evaluatie. De gele kleur staat voor goede beleidsinstrumenten. In deze groep worden de merken C&A, Charles Vögele, Esprit, G-Star, H&M, Jack&Jones, Levi Strauss, Only, Vero Moda en Zara ondergebracht. Uit het rapport blijkt dat heel wat grote ketens, zoals C&A en H&M goed scoren. Terwijl die toch eigenlijk heel goedkope kledij aanbieden.

     

    Gemiddeld genomen wordt dure kleding in dezelfde omstandigheden gemaakt als goedkopere kledij.

    De Koninck: "Neem een voorbeeld aan C&A. Dat bedrijf heeft heel erg lang onder vuur gelegen. En dit werpt vruchten af. Vandaag is het een voorbeeld van een bedrijf dat greep wil krijgen op zijn zaken, dat met zijn leveranciers op een correcte manier wil omgaan. Je merkt dat het effectief iets probeert te doen aan de arbeidsomstandigheden. Maar zelfs bij die beter scorende merken ontsnapt nog altijd veel aan hun greep. Kleinere bedrijven worden niet zo snel onder vuur genomen, die kunnen nog een beetje profiteren van hun schaduwpositie."

    Een voorbeeld is het Belgische bedrijf AS Adventure, dat nochtans mikt op een publiek dat kiest voor duurzaamheid, door zijn aanbod van duurdere en kwaliteitsvolle kledij voor de sportieve natuurliefhebbers.

    "Het heeft geen informatie willen vrijgeven en staat daardoor op de zwarte lijst. Je zou veeleer het omgekeerde verwachten. Alle merken zullen er zich moeten mee bezighouden. Het minimum moet te bereiken zijn, voor ieder merk."

    "Betaling van leefbare lonen voor de arbeiders hoeft de prijs van de kledij niet onmiddellijk te doen stijgen als de kostenstructuur anders in elkaar steekt. Verminder de winst voor de aandeelhouders. Verminder de kosten door verspilling. Verminder de kosten die gaan naar marketing."

  • Onze kleren worden in het Zuiden gemaakt. Vorig jaar steeg de import van de Europese Unie nog met zo’n acht procent. China staat ruimschoots op kop. Het heeft als producerend land een aandeel van maar liefst 42 procent van de totale import in de landen van de EU. Gevolgd door Turkije, India, Bangladesh, Tunesië, Pakistan, Marokko, Vietnam en Indonesië. SKC klaagt aan dat miljoenen mensen tegen hongerlonen werken om onze kleren te maken.

     

    Rajahn ijvert via een vakbond voor betere arbeidsomstandigheden voor de textielarbeiders in Indonesië. Hij is tevens één van de medewerkers van de campagne en probeert zoveel mogelijk wantoestanden in de fabrieken aan het licht te brengen. 

    Rajahn: “In Indonesië werken misschien wel twee miljoen mensen in de textielindustrie. De grootste fabrieken kunnen tot 20.000 arbeiders tellen, maar andere naaiateliers hebben soms maar enkele honderden arbeiders. Het management is vaak in handen van Indonesische bedrijfsleiders. Maar ook Koreaanse, Chinese, Arabische of Europese bedrijven hebben er hun afdelingen. Er bestaan ook zogenoemd 'geïntegreerde bedrijven', waar de meestal jonge arbeid(st)ers voedsel én onderdak krijgen."

    "Arbeiders hopen op die manier extra geld te kunnen sparen en zien het als een investering. Het is echter moeilijk vat te krijgen op de levensomstandigheden. Hoewel ze het weekend vrij zouden moeten hebben, is hun loon zo laag dat ze blijven voortwerken. Vaak kloppen ze werkweken van meer dan zestig uur."

    "Een zeer groot probleem is ook dat zo’n tachtig procent van de arbeiders een kortetermijncontract heeft van zes maanden. De economische crisis wordt soms aangehaald als drogreden om geen langetermijncontract aan te bieden."

    "De realiteit is om arbeiders het zwijgen op te leggen. Op die manier kunnen ze geen loonopslag eisen. Bij eventueel protest wordt hun contract niet verlengd en worden ze gewoon vervangen door een andere arbeider in de rij, zonder enig recht op compensatie.”

  • Van Cauwenbergh: "De winkels zijn aangeschreven en hebben meegedaan aan ons onderzoek. De Schone Kleren Campagne probeert al langere tijd met hen in dialoog te gaan."

  • Het Belgische Cassis krijgt een rode kaart. Beslist niet de vorm van aandacht die de winkelketen zou wensen. Toch worden we niet weggejaagd.

     

    Zo lang voor Cassis staan met deze borden is toch negatieve publiciteit?

    Van Cauwenbergh: "Ja, ok, maar Cassis scoort echt niet zo goed. Het is niet bereid om daarover in dialoog te gaan."

    En toch staat er in het rapport dat Cassis grote sprongen voorwaarts heeft gemaakt?

    "Ja, als je het vergelijkt met de vorige campagne, toen wilde het echt niets vrijgeven."

    De campagne op zich zorgt er wel voor dat de merken en bedrijven beseffen dat ze hieraan moeten werken. Verbetering is dus belangrijk.

    "Het is de tweede keer dat er zo’n uitgebreide brochure en bevraging is. Het is een campagne die ook in andere landen van Europa plaatsvindt. Rajahn, werkt bij een textielvakbond in Indonesië. Dus de Schone Kleren Campagne werkt ook samen met organisaties in het Zuiden. Zij gaan naar de fabrieken waar de kleding wordt gemaakt die hier wordt verkocht."

    Wat zijn de positieve verrassingen die uit het onderzoek naar voren komen?

    De Koninck: "In vergelijking met het vorige onderzoek, twee jaar geleden, zijn drie Belgische bedrijven vooruitgegaan: Mayerline, Cassis en Bel&Bo. Zelfs al scoort Cassis nu nog onvoldoende, het komt van ver. We vinden dat de consument het recht heeft te weten welke kleren hij of zij koopt."

  • Het aan de kaak stellen van de modemerken door middel van zo'n grondig onderzoek is een beetje zoals hetgeen de ratingbureaus zouden kunnen betekenen voor overheden en banken. Met dit verschil dat hier wel vele milljoenen mensen een beter leven zouden kunnen door leiden.

     

    De Koninck: "Sinds een aantal jaren hebben wij de gewoonte om naar aanleiding van Olympische Spelen, EK voetbal, … druk uit te oefenen op sportmerken. Na de OS van Peking (2008) hebben we ons eerst gefocust op de marktleiders: Nike, Adidas en Reebock. Daarna hebben we ons gericht op Lotto, Fila en andere. En we hebben toen de belangrijkste sportmerken rond de tafel gekregen".

    Die meeting was in België?

    "Neen, in Hongkong. Er is een akkoord uit de bus gekomen voor een proefproject met vakbonden uit heel Azië, met de sportmerken en de campagnemensen. We hebben gezamenlijk besloten te starten in Indonesië. Twee jaar werd onderhandeld met vijf Indonesische vakbonden over vakbondsvrijheid in de fabrieken die sportschoenen maken."

    "Voor de vakbonden was het de eerste keer dat ze in één front onderhandelden met de merken en de fabrikanten. Dit lijkt voor ons evident, maar het was niet vanzelfsprekend. Het heeft ook een tijd geduurd. Die vijf vakbonden hebben nu toegang tot de Indonesische leveranciers, tot de werkvloer, een vakbond kan worden opgericht, mensen kunnen vrijgesteld worden om vakbondsactiviteiten uit te voeren, vakbonden kunnen informatie bekend maken, …"

    "Indonesië is één van de vier landen waar het gros van de sportschoenen en heel veel sportkledij wordt gemaakt. Een strategisch belangrijk land. Het is aan de lokale vakbonden om dat akkoord in de praktijk te brengen. Het duurt even vooraleer die vakbonden de mensen kunnen organiseren."

  • Jessie Van Cauwenberghe: "De eerste bedoeling is ons rapport vrij te geven met enige aandacht van de media. Dit rapport is het resultaat van een uitgebreide studie, een soort evaluatie van de bedrijven en de merken. Met dit overzicht kan iedereen snel een aantal conclusies trekken. Maar het is dus geen sensibiliseringsactie, daarvoor is het instrument te uitgebreid."

    "De resultaten van de studie zullen vooral gebruikt worden in vormingen voor militanten, voor mensen die in al die Belgische bedrijven werken. Het is ook bedoeld om mensen die echt op zoek zijn en die specifiek iets willen weten over een bedrijf. Je kan als consument je koopgedrag hierop afstemmen. Maar de meeste koopjesjagers hebben er nu geen boodschap aan en hebben meestal geen zin om dat verhaal te horen."

  • De loonkost bedraagt dus amper één procent van de totale kostprijs van een kledingstuk.

     

    Van Cauwenbergh: "Dit deel is klein omdat er enorme budgetten aan marketing uitgegeven worden. Het is niet omdat de lonen zouden stijgen dat onze trui van 30 euro ineens 50 euro zou (moeten) gaan kosten. Dit is niet het geval. De prijzen hoeven hier niet te stijgen om de arbeiders in de productielanden een beter loon te laten genieten. Sommige bedrijven verplichten hun producenten om tenminste minimumlonen uit te betalen, zodat mensen een waardig leven kunnen leiden."

    De Koninck: "Eigenlijk is het idee: we besparen op kosten, we beginnen bij de lonen. Hier zou de belangrijkste vooruitgang kunnen worden geboekt, maar dit verloopt niet zo snel als verhoopt. Slechts één derde van de bedrijven wil dat de werknemers een leefbaar loon verdienen."

  • Is een gedragscode op de website een garantie voor het effectief toepassen ervan?

    De Koninck: "We weten dat er bedrijven zijn die beginnen met zo’n gedragscode, meer als PR-instrument en als eerste stap."

    Om zo’n gedragscode op te stellen, kunnen merken andere codes kopiëren?

    De Koninck: "Ik heb er niets op tegen als er goede criteria worden overgenomen. Het is de uitvoering die belangrijk is. Voor ons is het een instrument, want we kunnen teruggaan naar de bedrijven en zeggen: 'Kijk, u heeft het publiek gemaakt dat u deze normen gaat naleven.' Anders is het misleidende reclame." 

  • DeWereldMorgen.be vroeg aan Rajahn wat voor indruk het zien van onze kooplust bij hem nalaat.

     

    Rajahn: “I think that effectively, most people here don’t know the reality. They have money, so they just want to buy what they like. I would wish that they can put once their position at the workers side. Imagine yourself a garment worker (nvdr = textielarbeider) in an Asian country. One can calculate how much the workers earn from one piece of clothes."

    "One can compare it with the price you buy the clothes. In average only one to five percent of the selling price of clothes goes to the salaries for the workers. I think that that only then one can imagine how is the feeling of the garment workers in reality.”

    Het zou met andere woorden geen kwaad kunnen dat wij stilstaan bij de gedachte dat veel handenarbeid gebeurt zonder dat we er eigenlijk iets voor betalen. Die kleren worden dus gemaakt door gedwongen arbeid, een vorm van moderne slavernij dus.

  • Overproductie, overconsumptie, een snel veranderende mode en bikkelharde concurrentie.

     

    Textielindustrie vereist nog steeds veel handenarbeid en lijkt in vele ontwikkelingslanden de industrie bij uitstek om veel mensen werk te bieden en te exporteren. Is ons koopgedrag verantwoord? Kledij is niet duurder dan vroeger?

    De Koninck: "Onbegrijpelijk hoe goedkoop kledij is. Ja, er is overconsumptie, zeker met de koopjes. Ik heb er niets op tegen dat mensen bewust wachten tot de koopjesperiode om kleding te kopen, maar zo stimuleer je impulsaankopen."

    Wat doen winkelketens met de stock na de koopjesperiode?

    "Een goede vraag. Dit weet ik niet en daar hebben we ons eigenlijk nog niet echt mee bezig gehouden. Misschien terug naar het land van oorsprong? Of naar andere ontwikkelingslanden? Er is zeker veel dumping van kleding. Een circuit waar ik nog meer over zou willen weten."

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Lenke Slegers op vrijdag 13 januari 2012

    Ik weet wat ze er mee doen: ze worden verscheept naar ontwikkelingslanden, waar ze eigenlijk gratis uitgedeeld moeten worden, maar grotendeels terecht komen op de plaatselijke markten en voor een appel en een ei verkocht worden! Zelf gezien hier in Masaka, Oeganda.

    • door aronjaco op zaterdag 14 januari 2012

      Voor een appel en een ei. Over wiens appels en eieren het ge het ? In elk geval niet over " Oegandeese ".

  • door a op zaterdag 14 januari 2012

    begin dan zelf een kledingketen! De "beste" stuurlui staan aan wal.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties