Unforgattable
Rino Feys

Unforgattable

zondag 18 november 2018 18:22

De eerste keren dat ik het hoorde, met aansluitend die verrassend mooie vertolking van ‘Unforgettable’ door Will Tura, hadden ze me midscheeps te pakken. Moet ik dringend voor kijken – dacht ik – voor die uitvaartverzekering van Dela.
Want er is helaas maar één iets waarvan je zeker bent, en hoewel magere Hein zijn kans soms met een eindeloos geduld lijkt af te wachten, kan hij er net zo goed meteen een eind aan maken, kort en krachtig. En moest het dan inderdaad nu plots gebeuren, ben ik na mijn verscheiden toch met iets in orde.

Aanvankelijk vond ik deze reclame dus confronterend, daarna sympathiek, na vele keren luisteren eerder oneerlijk, en toen, tenslotte, laag bij de grond. En ik ben nochtans helemaal niet zo wispelturig van aard. Dat ik mijn mening steeds weer herzag, komt doordat ik elke dag anderhalf uur in de wagen zit en vaak sta aan te schuiven. Dat zorgt ervoor dat je extra goed naar het reclameblok kunt luisteren op radio 1. 
Moet luisteren, telkens weer, elk half uur, dag na dag. 
En langzaamaan begon het door te dringen wat de reclamejongens van Dela me eigenlijk in de schoenen probeerden te schuiven. Een schuldgevoel omdat ik ben.

Enkele jaren terug zei mijn moeder me, tijdens onze wekelijkse afspraak aan de koffietafel, dat ze een uitvaartverzekering genomen had. Eventjes wist ik niet goed wat zeggen. Dat hoefde ook niet want zij sprak. Dat alles hiermee geregeld was. En we ons straks, als het zover was, geen zorgen hoefden te maken dat we voor onaangename financiële verrassingen zouden komen te staan. Ze was ernstiger dan anders en ik zag dat ze hier lang over had nagedacht. 
Met de dood spot je niet. 
En toen mijn vader stierf, eerder dit jaar, bleek dat hij ook een uitvaartverzekering had. Veel contact had ik niet met mijn vader, toch niet de laatste dertig jaar. En plots was hij dood. We zaten bij de begrafenisondernemer en kregen te horen dat hij dus zo’n overeenkomst met Dela had.

‘Pure maffia, die uitvaartverzekeringen!’ siste de receptionist van de balie des doods. 
‘Want o wee als je teveel gespaard hebt: het is geen sinecure om het resterende bedrag terug te krijgen! Niets mis mee om een bedrag opzij te zetten voor de uitvaart, maar dan open je toch gewoon een spaarrekening? Een begrafenis kost tussen de drie en de vijfduizend euro. Als je gerust wil zijn, zet je vijfduizend euro opzij en dan kun je de rest van je spaargeld zorgeloos opsouperen. Maar nee, de mensen gaan een levenslange verbintenis aan, sparen duizenden euro’s en de nabestaanden kunnen fluiten naar het, na aftrek, resterende bedrag. Tenzij ze een advocaat enkele dreigbrieven laten sturen, en wie heeft daar tijdens een rouwproces zin in? En daar rekenen ze op, die malafide organisaties!’ 
Gelukkig had ons vader niet teveel gespaard bij Dela. Er moest uiteindelijk nog zo’n vijfhonderd euro worden bijgelegd.

Maar terug naar die reclamespot: wat zeggen de makers eigenlijk? 
‘Stel, je bent gestorven. ‘t Is nogal snel gegaan. Iedereen zit al aan de koffietafel.’ 
Drie korte zinnetjes. Het eerste zegt dat het ermee gedaan is. Het tweede insinueert dat het een beetje onverwacht gekomen is. En het derde dat de etiquette toch gevolgd moet worden, no matter what. Op zijn minst broodjes dus.
‘En al ben je gestorven, je leeft altijd voort in de herinnering van de andere.’
Deze zin zegt dat je misschien wel dood bent, maar dat het geroezemoes niet meteen gaat liggen. De achterklap en het geroddel blijven nog een tijdje duren. 
En dan, misschien wel het belangrijkste moment in deze radiospot:
‘Zorg er dus voor dat men straks met de glimlach aan je terugdenkt.’
Een zin in de gebiedende wijs, als een bevel: ‘Wakker worden!’, met dat woordje ‘straks’ mooi in het midden. Want zie je, de dood zit je op de hielen, is dichter dan je denkt. En toen daagde het me dat ze het vooral op de hoogbejaarden hadden gemunt.
‘Omdat je lief was, zorgzaam, én… misschien omdat je een uitvaartverzekering had.’

Zo is de wereld vandaag. Nooit en nergens ben je vrij. Altijd moet je. Je hebt je dan je hele leven uit de naad gewerkt en je kinderen grootgebracht, je huur en je belastingen iedere keer mooi op tijd betaald, de distels uit je tuin verwijderd en gaan stemmen, telkens weer, ook al wist je dat het zinloos was. Nu ben je oud en misschien behoeftig geworden, maar er is nog steeds van alles wat je moet. 
En in dit specifieke geval moet je een uitvaartverzekering hebben. Want: ‘Zo zorg je voor elkaar’. 
Dit laatste zinnetje is voor discussie vatbaar. De verzekerde zorgt voor de positieve herinnering aan zijn nalatenschap, maar wie zorgt er voor hem of haar in dat rusthuis waar niemand ooit nog uitkomt, wachtend tot er iemand opdaagt… Of wil men misschien zeggen dat, als de verzekeringsnemer een uitvaartverzekering neemt, de nabestaanden dan pas met de glimlach aan de overledene terug gaan denken? Is het dat wat men hier bedoelt met ‘zo zorg je voor elkaar’?

Begrijp me niet verkeerd, ik ben helemaal niet tegen het idee van een financiële uitvaartvoorziening. Want we moeten er allemaal aan geloven. En ook al lijkt iedereen zich zo lang mogelijk vast te klampen aan zijn schamele bezittingen, je neemt niets mee naar waar je hierna heen gaat. Dus je kunt maar beter voorbereid zijn. En als mensen rustiger worden doordat ze wat geld opzij hebben gezet om zo weinig mogelijk deining te veroorzaken met hun stoffelijk overschot, waarom niet? Alleen stoort het me hoe Dela de boodschap brengt. Door op het schuldgevoel te spelen. We moeten ons zo snel mogelijk aansluiten, anders zorgen we voor overlast. 
Hoe meer moeten we ons nog wegcijferen? Hoe klein moeten we ons maken? 
En what’s next? Wie geen uitvaartverzekering kan voorleggen krijgt een gasboete? Doodgaan is big business. Maar dat de radiospot van Dela een efficiënte manier is om zieltjes te winnen, daar twijfel ik niet aan.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!