Stijn en de ‘positief-actieven’
Maarten De Groof

Stijn en de ‘positief-actieven’

woensdag 12 mei 2010 11:31

Wie kent STIJN nog? Deze eenmanspartij, een experiment van Knack-journalist Stijn Tormans, had in 2007 slechts één programmapunt: ‘Stem zeker niet op mij.’ Hij behaalde op de senaatslijst 2.567 voorkeurstemmen. Die wilden daar ongetwijfeld alle 2.567 ‘een signaal’ mee kwijt, maar geen mens weet welk. Maar de kiezer, zo zegt men, heeft altijd gelijk.

Al denkt die andere Stijn, de muzikant-regisseur, daar anders over. Voor hem heeft de niet-kiezer deze keer het gelijk aan zijn kant. Want de politici bakken er niets van. Dus gaat hij, als klant van de politiek, ‘even niet meer shoppen.’ Hij roept anderen niet op om hetzelfde te doen, maar weet wel dat er veel zijn die denken zoals hij. Hoeveel precies zullen we nooit weten, aangezien hij niet van plan is zichzelf kandidaat te stellen. Het zou nochtans wat zijn, het nieuwe STIJN (‘STem In Juni op Niemand’). Benieuwd of hij ook aan 2.567 stemmen zou geraken.

Je vraagt je af of Stijn het echt meent, dat het hem niet uitmaakt wie er een procentje meer of minder haalt in juni. Stel dat het net dat procentje is dat de ‘V-partijen’ in juni aan een Vlaamse meerderheid helpt. Zou Stijn dan niet een beetje spijt krijgen? Al gaan we er misschien wat te snel van uit dat Stijn, omdat hij op de loonlijst van de VRT staat, geen V-man is. Van Siegfried dachten we dat om die reden ook. En kijk hoe die ons verrast heeft.

Journalisten, politicologen en zelfs politici haasten zich om te verklaren dat ze Stijn wel een beetje begrijpen. Veel geweeklaag over het beschamende schouwspel aan de politieke top, waar de gewone burger niks mee te maken heeft. La politique, c’est les autres.

Net als Stijn vinden heel wat Vlamingen dat ze boven het ‘gekrakeel’ van de politiek staan. Politieke overtuigingen houden we net zo geheim als loonbriefjes. We bewaren ze voor de beslotenheid van het kieshokje, waarna we de illusie van een eendrachtig volk tegenover ruziemakende politiekers kunnen verderzetten. Onze conflicten netjes geoutsourcet. Stijn ziet zich als de vertegenwoordiger van wat hij zelf de ‘positief-actieven’ noemt: niet de klassieke foertstemmers maar ‘mensen die altijd oprecht geloofd hebben in de democratie en de politiek.’ Zoiets als de zwijgende meerderheid. Maar waarom hebben ze zo lang gezwegen? Waarom lieten ze de publieke ruimte braak liggen voor de rechterzijde van het politieke spectrum?

Want dat is het geheime wapen van de V-partijen: een ondergronds leger van vurige pleitbezorgers. Aanvankelijk uitgesloten van de traditionele media veroverden ze het internet, de cafétogen, de communietafels. Steeds benadrukten ze dat ze de stem van het volk vertegenwoordigen, tot journalisten en politici dat ook gingen geloven. Terwijl de meerderheid zweeg, schoof de algemene consensus geruisloos op. Tot de verkiezingsoverwinning van Leterme in 2007 zonder veel tegenstand kon worden geclaimd als een communautair signaal van ‘de’ Vlamingen. De directe aanleiding voor een drie jaar durende politieke impasse.

Wellicht heeft Stijn gelijk wanneer hij wijst op een grote groep mensen die zich ergeren omdat ze geen beleid zien van die politici die ze jarenlang daartoe verkozen. Maar zijn remedie van een verkiezingsboycot als zoveelste ‘signaal’ is verkeerd. Van deze mensen hebben we niet minder, maar meer stem nodig. Niet zozeer in het stemhokje, wel in de publieke ruimte. Een verkiezingsuitslag is voor politici geen kant-en-klare handleiding voor beleid, maar een verzameling cijfers die moeten worden geïnterpreteerd. Dat gebeurt aan de hand van een dominant maatschappelijk discours. Wie dat in handen heeft, mag zich tot de echte politieke overwinnaar uitroepen. De rest zijn inderdaad niet veel meer dan wat verschuivingen van procentjes hier en daar.

Te lang hebben de ‘positief-actieven’ zich gekoesterd in hun vanzelfsprekende maatschappelijke overwicht, de post-mei ’68-sfeer die heerste in de media, het onderwijs, de wandelgangen van de macht. Een ideaal klimaat om vrijblijvend te grossieren in vage positieve en progressieve principes. Maar het hoogste goed bleef hun hun individualiteit, waardoor ze  partijpolitiek beschouwden als een net zo gedateerd fenomeen als georganiseerde religies of vakbonden.

Je kan veel zeggen van de chronisch malcontenten die de reactiemodules van krantenwebsites bestoken, maar ze voelen zich tenminste niet te goed om aan partijpolitiek te doen. En dat loont. Ze vormen de beste reclame voor die partijen die, om hun ideologische gelijk te bewijzen, niet zullen rusten voor het hele land op apegapen ligt. Als de ‘positief-actieven’ dat willen verhinderen, zullen ze beter moeten doen dan een verkiezingsboycot die ‘de politiek’ viseert.

‘De politiek’ is een zaak van ons allemaal. Dat begint met het besef dat we geen verenigd volk zijn dat opgezadeld wordt met een ruziemakende politieke klasse. We zijn een samenleving die diep verdeeld is over hoe onze gezamenlijke toekomst eruit moet zien als het gaat over diversiteit, economie, milieu en bovenal de verhouding tussen twee taalgemeenschappen die altijd een onlosmakelijke band zullen hebben. Wie het beu is dat één kant daarbij alle slagen binnenhaalt, zal stilaan terug moeten vechten. Door zich te informeren, zich te verenigen met anderen en zijn stem te verheffen. Niet tegen ‘de politiek’, maar tegen ‘de politieke opponenten’. Een heel klein beetje oorlog, als het ware, net genoeg om het tot politici te laten doordringen dat er niet enkel met communautair spierballengerol electoraal succes te behalen valt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!