Sakala: Van pronk-n-woord tot rebel
Eric Hulsens

Sakala: Van pronk-n-woord tot rebel

vrijdag 25 januari 2019 07:40

In het Gentse Citadelpark prijkt boven op een namaakrots een beeld van een zwarte jongen, Sakala, zoon van een Congolees stamhoofd. Hij was door de in 1850 in Ledeberg geboren Lieven (Liévin) Vandevelde mee naar Gent gebracht, liep er school in de Ledeganckstraat, en keerde na twee jaar met zijn mentor terug naar zijn geboorteplaats in Congo, Vivi.

Het beeld is een onderdeel van een monument ter ere van twee ‘koloniale helden’, Jozef (Joseph) en Lieven Vandevelde, allebei militairen die voor Leopold II werkten. Jozef, geboren in 1855, stierf al jong tijdens zijn koloniale activiteiten, door ziekte, in 1882. Zijn broer Lieven werd een prominente koloniaal die o.a. voor zijn vorst lobbyde op de Conferentie van Berlijn.

Lieven overleed in 1888, en in datzelfde jaar werd het monument voor de gebroeders opgericht, met Sakala als voorbeeld van een geslaagde ‘civiliserende’ kolonisering. Aan de voeten van het beeld van Sakala lagen, in brons uitgevoerd: sagaaien, schilden, landkaarten, boeken… (Nu al lang verdwenen door diefstal.)

Het monument roept een interessant stukje koloniale geschiedenis op. Twee zaken springen hierbij in het oog: Lieven Vandevelde was sterk etnografisch gericht en biedt ons goed geschreven, welwillende observaties over de Congolese samenleving, zoals blijkt uit een fragment uit zijn geschriften dat ik hieronder uit het Frans vertaal.

En verder lijkt Sakala, die als model van een met succes geciviliseerde zwarte jongen moest gelden, een behoorlijke aversie van zijn mentor en van België en de blanken opgedaan te hebben, volgens wat de antropoloog Harvey Blustain schrijft.

Lieven Vandevelde:

“De zwarten van Isanghila zijn intelligent en geschikt voor de arbeid. Ik meen te mogen bevestigen, op grond van mijn studie ter plekke, dat het zwarte ras geen inferieur ras is, voorbestemd om te verdwijnen voor de gesels van de beschaving, zoals de ongelukkige bevolkingen van de nieuwe wereld en van Australië. De vrijgelaten negers van de Verenigde Staten bewijzen het ten overvloede: ze vermenigvuldigen zich en stellen het goed in de grote republiek, op een manier die hun bevrijders te denken geeft.

In dit verband wil ik nog een paar woorden wijden aan het onderwerp van de familiale organisatie bij de zwarten van Neder-Congo, iets wat men in dit opzicht nogal verkeerd begrepen heeft.

Er bestaat bij hen een heel groot respect voor de familiebanden, en zowel de vrouw als de man die echtbreuk pleegt, worden voor de fouten tegen het echtelijk vertrouwen gestraft.

De jonge meisjes trouwen zodra ze de leeftijd van de puberteit bereikt hebben, gewoonlijk rond hun twaalfde jaar, de jonge mannen zodra ze rijk genoeg zijn om zich een levensgezellin te kopen. Gewoonlijk wordt het huwelijk gesloten op basis van wederzijdse instemming. Het zijn dus huwelijken op basis van genegenheid. De stamhoofden verloven hun kinderen al op heel jonge leeftijd met het doel hun kinderen een voordeel te verschaffen en voor zichzelf vriendschappelijke relaties met naburige stammen te scheppen.

De jongeren maken elkaar het hof. Als een verliefde jongen zich officieel voorstelt, vlucht het jonge meisje de velden in en schreeuwt daarbij alsof ze een wolf gezien heeft. Ze loopt niet erg ver als haar wolf haar bevalt. De toekomstige koopt het jonge meisje van de vader. Hij is verplicht een bruidsschat te betalen en een uitzet te geven, en voor zijn vrouw een woning met alle keukengerei en gereedschappen voor de akker te voorzien. Bovendien moet hij de kosten dragen van het feest, waarop de verwanten van de beide families uitgenodigd worden. Op de dag van de bruiloft is er een maaltijd waarvan varkensvlees de hoofdschotel is en die vergezeld wordt van zang en dans.

Polygamie komt voor, maar alleen bij de stamhoofden en de vrije mannen. In dit land waar de vrouw, zelfs de vrouw van een stamhoofd, een meid is die het allerzwaarste werk moet leveren, is elke nieuwe echtgenote een hulp bij het werk en haar komst wordt niet afkeurend bekeken door de anderen. Een groot aantal vrouwen hebben wordt beschouwd als een teken van macht en rijkdom.

Het is de eerste vrouw die het huishouden bestuurt. Al de andere vrouwen worden beschouwd als haar dienaressen. De kuisheid van de zeden en de arbeid van de vrouwen van dit land zijn een belangrijke bijsturing voor de wanordelijkheden die de polygamie met zich meebrengt in streken waar de vrouwen opgesloten zitten en niets te doen hebben.

Ik heb nooit een echtgenoot zijn vrouw zien mishandelen en ik heb nooit een ruzie in het huishouden meegemaakt. De ouders bewonderen hun kinderen; de moeder geven hun kinderen maar zelfstandigheid als ze de leeftijd bereikt hebben waarop ze hun plan kunnen trekken. Eer het zover is, verlaten de kinderen hun moeder geen ogenblik. De kinderen worden nooit mishandeld of geslagen, net zo min als de huisdieren, wat duidelijk toont hoe zacht de zeden zijn. Elke vrouw bezit een hond. Hij is een deel van de familie en wordt belast met het bewaken van de kinderen die de moeder op de grond neerzet als ze op het veld moet werken. Als een pasgeborene zich bevuilt, wordt de mbua-mbua geroepen om het kind te verschonen.

De vrouwen zijn heel fier op hun kinderen. Elke keer als ik ging wandelen in de buurt van onze legerpost kwamen de moeders die in de velden werkten naar me toe gelopen om hun baby’s te tonen. Ze waren heel gelukkig als ik naar de kleine zwartjes lachte en zei dat ik ze mooi vond.

Het is al ontroerend te zien met welke liefde en welke goede zorgen de ouders hun kinderen omringen, maar niets is zo bewonderenswaardig als het respect te zien dat de jongeren hebben voor de ouderdom. De leeftijd betekent bij hen een belangrijk recht op respect. Als we door het dorp van zijn vader kwamen, rende Kinkelé, een van mijn huisknechtjes die nooit een voetbreedte van me week, weg om zijn ouders eer te betuigen en wat maniok te eten met taté (vader) en mamé (moeder). En als de vader naar de legerpost kwam om er kippen te verkopen, liet hij nooit na zijn geliefde moéna (zoon) te bezoeken.

De stamhoofden, die begrepen welke voordelen een opvoeding bij de blanken bood, kwamen ons vragen om hun zoon in dienst te nemen. Zo vertrouwde het stamhoofd Mambuco van Vivi mij zijn zoon toe en vroeg me hem mee te nemen naar Europa om hem de taal van de blanken te laten leren, en ook lezen en schrijven. Hij krijgt zijn vorming in mijn gezin, heeft groot respect voor mijn oude vader en laat nooit na hem te gaan groeten als hij binnen komt of buiten gaat. Voor hem is hij het grote stamhoofd met de witte baard, de makronte (de allerwijste oude man). In zijn ogen, ben ik maar een mfumu (hoofd) van tweede rang.”

https://archive.org/details/lecongoillustr11892brux/page/150

Harvey Blustain:

“Een verder bewijs van zijn etnografische oriëntatie is dat Van de Velde de eerste Belg was die een Congolese jongen naar het moederland bracht om daar school te lopen. Zijn jonge beschermeling was Sakala, de zoon van koning Mambuco bij Vivi op de benedenloop van de Congo. Toen hij in 1885 in België aankwam, was Sakala het voorwerp van nieuwsgierigheid en overvloedige aandacht. Recepties om hem te eren werden over heel Vlaanderen gehouden. Zijn afbeelding werd verkocht op prentbriefkaarten, zoals de hier afgedrukte. Van de Velde gaf veel lezingen over Congo en bracht dikwijls Sakala mee, een soort van levende vertoning. In 1888, na de dood van Van de Velde in Afrika door koorts, bouwden de burgers van Gent een gedenkteken voor hem in een openbaar park: een grot met een rotspartij met bovenop een beeld van Sakala.

Na twee jaar in België keerde Sakala terug naar Congo. Majoor Charles Liebrechts die destijds in Congo was, stelde dat zijn studieverblijf in België hem rotverwend gemaakt had en hem geleerd had de Europeanen met minachting te bekijken. Liebrechts noemde Sakala een ‘pseudoprins’ en ‘een zelfbenoemde zoon van een grote koning’.

Liebrechts deelt mee dat Sakala, eens terug in Congo, weigerde Europeanen te gehoorzamen en insubordinatie onder de Afrikanen aanmoedigde. Toen Van de Velde zijn fatale ziekte kreeg, ‘besteedde Sakala geen enkele zorg’ aan hem. En toen Van de Velde stierf, organiseerde Sakala de plundering van diens bagage. Sakala werd later schuldig bevonden aan diefstal en tijdens de Arabische oorlogen pleegde hij verraad tegenover de Belgische staat. ‘En dat’, besluit Liebrechts, ‘was het verhaal van de eerste Congolese inboorling die door een verblijf in Europa gesocialiseerd werd.’ Het was een vroeg experiment in internationaal leven, en het liep erg slecht af.”

We hoeven het perspectief van Blustain niet te delen, maar duidelijk is wel dat het monument in het Citadelpark volkomen fake is. Maar als we het verzet van Sakala in gedachten houden, wordt het op een andere manier heel sprekend.

Harvey Blustain, Sakala: A Cultural Exchange Gone Bad,
http://www.wondersandmarvels.com/…/sakala-a-cultural-exchan…

Portret van Liévin Vandevelde uit : Ligue du Souvenir congolais, A nos Héros coloniaux morts pour la Civilisation (1876-1908), Bruxelles 1931, derde fotopagina na p. 224.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!