Een goede tapijt kan helpen met de eeuwige "Keep calm"-doelstelling
Stefaan Hublou

Pleidooi voor het Tapijt… en voor blijvend geloof in eigen gezond verstand

woensdag 29 juli 2015 17:43

Toen ik onlangs via Kessel-lo de nu niet meer zo nieuwe hoofdtunnel van het station van Leuven binnenging, viel mij op dat er een opvallend sfeerverschil heerste. Plots viel mijn oog op de vloer en viel mijn frank. De mat die er aanvankelijk had gelegen, een anderhalve meter diep en over de gehele breedte van de tunnel van vier meter, deze tapijt was weggehaald. Men had ze vervangen door een perfect passende, maar kil aandoende houten plaat, die de vrijgekomen ruimte opvult. Hoe moet de passant nu bij regen zijn schoeisel slipvrij maken? Ik hoop dat dit een tijdelijke maatregel is. De verandering zette mij in elk geval aan het denken. Ook bij menige boekenketen, huisvestingsmaatschappij of bibliotheek werden de afgelopen jaren de vloermatten in de inkomhallen weggehaald. Een typerend idee van de laatste tijd is dat dergelijke matten nauwelijks meerwaarde zouden bieden: ze worden vooral gezien als ‘stofnesten’. Nergens weet ik nog de goede oude ‘kokosmatten’ in gebruik, die alomtegenwoordig waren in mijn jeugd, de jaren zestig en zeventig. Dit is bij nader toezien een symptoom van een bredere mentale beweging, waar mannen als Dirk Draulans, wetenschapsjournalist en voormalig oorlogscorrespondent, al tegen in het verweer zijn gegaan. Soms benoemen wij de verandering als “verkleutering van de mensen door de media”. Wij wijzen dan op de toch wel overmatig dramatische oproepen als deze van weerman de Boosere om thuis  te blijven, bij de radio te gaan zitten, godbetert, omdat er “een storm” op komst zou zijn met windsnelheden van (ochot) 90 km per uur. Er zou wel eens een tak van een boom kunnen waaien, dus moesten de luisteraars maar thuis blijven en hun karretje vooral niet onder bomen zetten. Ik herinner mij tijden dat niemand opkeek van een stormpje met hogere windsnelheden. In dezelfde lijn geven media tijdens de vakantiemaanden allerlei adviezen om toch maar geen ongemak of schade te ondervinden van de zon, van te lang wandelen, enzovoort. Alsof mensen kleuters zijn. Een ander aspect aan die beweging, die natuurlijk ook juist zal bedoeld zijn om geld in de kassa van die media te brengen, is dat persmensen het doen voorkomen dat de gewone mens niet meer zou kunnen leven met gewone dingen. Voor elk fenomeen menen zij er een “deskundige” te moeten bij halen. Een goede kennis, dame mét universitaire specialisaties, wees mij daar onlangs op en gebruikt voor dit fenomeen de term “deskundologie”. Laten wij ons niet inpakken. Laat moeders vooral ook maar naar hun hart luisteren, in de omgang met hun baby en kind. Laten we maar blijvende eerbied opbrengen voor onze eigen inzichten en verlangens, en ons niet onzeker laten maken door het gepraat van allerlei wetenschappers met een groot forum als de tv. De eerlijke wetenschapper zal de eerste zijn om te bevestigen dat zijn discipline, dat de wetenschap altijd meer vragen dan antwoorden kent, en altijd in een voorlopig stadium is. Er heerst een overdreven “geloof” in de wetenschap. Wij dreigen te vergeten dat over de werkelijk belangrijke vragen, nooit definitieve antwoorden kunnen gevonden worden. Die ‘trage vragen’ dient elk voor zich uit te zoeken. Wat niet wegneemt dat te rade gaan bij wijze mensen een goed idee kan zijn.

Een van die meningen van “deskundigen” is dus dat tapijten beter niet meer tot onze woon cultuur gaan behoren. Het is misschien waar dat de langpolige dikke, kamerbrede tapijten die een tijd in zwang waren, een bepaalde bijdrage hebben geleverd aan de sterk toegenomen allergieën bij kinderen. Zelf stam ik uit een tijd dat zo goed als  niemand daar last van had. Dat verklaren deskundigen, ha, dan weer door erop te wijzen dat al te veel hygiëne, een leven volkomen vrij van stof en vuil en microben, ook niet goed is. Ons lichaam, ons immuunsysteem is daar niet op ingesteld. Het draait dan door, en ontwikkelt allergieën. Het is beter kinderen te laten buiten spelen, in tuinen, parken, bossen en openbare plekken, en ze mogen gerust een beetje vuil worden. Per slot van rekening heeft het gewone gezonde verstand van moeder en grootmoeder het dus het meest bij het rechte eind.

Daar is nog een kant aan: zoals steenkapper en kunstenaar Philippe Ongena opmerkt in “Helend groen”:  “Vele kinderen hebben nog nooit aarde in hun  handen gehad. Als men alles als vies en onrein ervaart, verliest men toch het contact met de realiteit.” Dat we de band met de natuur niet laten verloren gaan, lijkt me essentieel. Wat de toekomst, wat de handel en de industrie ook nog aan comfort mogen gaan brengen, gesteund door wetenschappelijk gestuurde technologie en reclame. Dat boek van Anne-Marijn Somers (met mooie foto’s, van uitgeverij De Groene Gedachte), is het lezen en bekijken waard.

Zelf had ik een jaar of tien geleden bij een eerste bezoek aan de Perzische tapijtwinkel in de Bondgenotenlaan een uitgebreid gesprek met de uitbater, een man met Iraanse roots en een Omar Sharif-look. Hij leerde mij dat in de rijke Iraanse cultuur, de tapijt “de ziel van het huis” wordt genoemd. En dit al eeuwen lang, in deze half nomadische cultuur, waar men in het verleden vaak in tenten woonde. De dochter, zo vervolgde de man overigens, is voor ons “het licht van het huis”. Zo veel poëzie in een enkele winkel… Overigens verfriste de tapijthandelaar zijn aanbod aan luxueuze handgeknoopte tapijten na de ontmoeting, en na mijn doorleefde opmerking dat zijn keuze wel erg traditioneel was, op het oubollige af. Sindsdien liggen in de etalage vooral handgeknoopte Perzische tapijten met hedendaagse motieven, patronen en kleuren. Prachtige dingen. Sierstukken. Sfeerbrengers die bijna niet kapot te krijgen zijn.

In mijn eigen woonst ligt er al een jaar of elf een grote wollen tapijt met een bijzondere uitstraling. De ondergrond is pikzwart en de tekening bestaat uit sneeuwwitte figuren. Die zijn druk actief als dansers en jagers, de meesten dragen pijl en/of boog. Mijn aanvoelen is dat de figuren teruggaan op authentieke prehistorische rotstekeningen, ik heb ze nog niet kunnen thuisbrengen, moet eens googelen. De naïeve levenslust, het speelse, en tegelijk het strijdbare dat van de tekening uitgaan, maakt dat ik er nog niet op uitgekeken ben. Met plezier reinig ik de tapijt elke dag.

Onlangs las ik in een huishoudelijk reglement van een grote huiseigenaar dat deurmatten in principe niet meer toegelaten waren, wegens… het belang van de veiligheid. Ontruiming in nood, daar mocht geen centimeter tussen komen. Mensen, laten we niet nodeloos ongeruste gevoelens volgen. Laten we oog blijven hebben voor wat wezenlijk mee het goede leven uitmaakt. Ook al is het door voorwerpen die in onze ooghoeken, sublimaal zoals dat heet, mee de sfeer bepalen in onze woonruimten. Voorwerpen worden in deze consumptiecultuur hoog geschat. Laten we dan zeker gevoelig blijven voor de goede uitstraling ervan. Zoals de gezelligheid, huiselijkheid, ambachtelijke warmte, degelijkheid en het zachte en tegelijk toch sterke karakter van een tapijt. Het plezier er met blote voeten op te lopen, of er op te gaan liggen. Laten we niet doof worden voor de verwelkoming die van broeder deurmat uitgaat. De stilte die wij hopelijk mogen ervaren in de vakantielandschappen kan daarbij wellicht helpen.

Update:

In de vroege zomer van zeventien liep  ik nog eens binnen. Ik liet mij verleiden door een tweede kleine Gabeh tapijt, de eerste had een stukje geluk gebracht in onze woonst, sinds de kerstaankoop. Faruk liet mij weten, toen ik hem herinnerde aan dat eerste instructieve bezoek, dat mijn suggestie hem intussen veel business, veel verkoop had opgeleverd. Gelukkig voor hem had hij mij überhaupt mijn nieuwe weefseltje al aan een eerlijke, vriendelijke prijs verkocht.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!