Over kersen en Indianen
Stefaan Hublou

Over kersen en Indianen

vrijdag 10 juli 2015 17:50



Oogsten uit de natuur, een oer-ervaring

Het is
kersentijd! Ik kan me inbeelden dat dit feit midden vorige eeuw, zeker bij
jongeren, groot nieuws zou zijn. In het Leuvense dialect bestaat er, zo
herinner ik mij, een volksliedje dat begint met “Ikken en den dikke gingen
krieke pikken!”. Als natuurliefhebber in hart en nieren is de tijd van die rode
vruchtjes een uitgelezen kans om even op heel oorspronkelijke manier mens te
zijn: om van het land te leven. Ook al is het dan in heel bescheiden, vereenvoudigde
vorm. Deze tijd van het jaar grijp ik sinds enkele jaren telkens aan om de band
met het landschap aan te halen. Het landschap rond Leuven. (Mijn hoogleraar
topografie en paleografie gaf destijds aan dat het toponiem Leuven
waarschijnlijk als etymologie heeft, ‘de plek waar het goed leven is’.) In deze
streek ben ik geboren en heb ik altijd geleefd. Deze morgen heb ik bij het
begin van de dagelijkse wandeling met Fellow meteen een 15-tal kersjes geraapt
in het gras onder de grote wilde kerselaar in onze achtertuin. Ze smaken
heerlijk, ook al zijn ze niet steeds typisch “spannend vel”-intact als de
vruchten in de supermarkt! Op weg naar de buiten, het platteland bij “de
Kesselse Bergen”, waar ik ’s zomers graag 
naar toe mag stappen, kom ik voorbij een tuin met enkele kerselaren. De
takken hangen tot over de haag, langs het wandelpad. Een dozijn dikke, door
kweek veredelde kersen zijn in een ogenblik geraapt en verorberd. Dan volgen
welgeteld 69 kleine rode en zwarte kersjes. Een feestmaal op sobere  maar oorspronkelijke wijze. Tijdens deze
degustatie moet ik denken aan de verhalen die ik als kleine  jongen las in het fantastisch geschreven en
geïllustreerde “Het indianenboek” van Holling en Holling. Hoe die mensen
leefden van wat ze  verzamelden in het
landschap, en daar van genoten, zowel van het werk als van het eten van de
vruchten. Het zijn verhalen die, achteraf bekeken, in meerdere opzichten mijn
leven hebben beïnvloed. Ik kan me in die zin goed herkennen in de persoon en de
interessegebieden van de cultuurfilosoof Ton Lemaire. Hij is bekend van een
baanbrekend werkje over De Tederheid, maar ook auteur van het essay “De indiaan
in ons bewustzijn”. We zijn dus niet alleen, ook al doet niemand mee aan mijn
enthousiaste oogsten hier op deze plek. De ene fietser na de andere, en ook
wandelaars passeren zondermeer. Het schijnt dat het eten van honing die
verzameld is door bijtjes uit bloemen die groeien in de omgeving waar je zelf
leeft, extra gezond is. Dat voedsel beschermt je. In de nieuwe biowinkel “Content”,
waar het om “inhoud” gaat en je zelf je verpakkingen moet meebrengen, aan de
Tiensepoort, kan je brood kopen gebakken van lokale tarwe.  Uit de Velpevallei, langs de baan naar
Tienen. In elk geval vind ik het op spiritueel niveau een verrukkelijke
gedachte. Brood te kunnen eten gemaakt uit tarwe die op enkele passen van hier
is opgeschoten en onder de zon gerijpt. Misschien wordt het een trend. In het
kersverse infoblad van de groene partij lees ik dat in een randgemeente in
Brussel pas een publieke tuin is ingericht waar burgers appels, peren en
pruimen kunnen plukken. Het lijkt me zeer belangrijk dat stedelijke mensen de
band met de natuur en met de 
natuurelementen kunnen en mogen bewaren en onderhouden. Natuurelementen
als bomen, heesters, kruiden, bloemen, roofvogels, zangvogels, zoogdiertjes,
lucht, wind, aarde, water, vuur… Winter of zomer, ik grijp elke kans om aan te
schuiven rond een open vuur. De warmte te voelen, het vlammenspel te
beschouwen. Bij het begin van de nacht zag ik gisteren van op het
gemeenschappelijke balkon in onze tuin de steenmarter. Snel en heimelijk, met
de typische golfbewegingen en de lange donzen staart in het verlengde van het
lijf, stak het diertje het gazon over bij het begin van zijn nachtelijke
foerageertocht. Zulke observaties doen me altijd iets. Er gaat iets zuiverends
van uit. Net als van de  geluiden van Steenuilen
of Kerkuilen in de diepte van de nacht. Of van de roep van de Houtsnip in die
uren. Of van de smaak van zelf geraapte wilde kersen. Laten we maar de Indiaan
in de diepte van ons hart koesteren. Ook al kunnen we het wonder dat we met
zulke life style op het oog  hebben, niet
helemaal beschrijven, laat staan meten. Wie mij lief heeft, volge mij.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!