Het recht op energie: een grondrecht waard
Geert.S

Het recht op energie: een grondrecht waard

dinsdag 10 mei 2011 16:35

Vele goedbedoelde overheidsmaatregelen ten spijt neemt energiearmoede in Vlaanderen enkel toe. De hoogste tijd daarom om het recht op energie te verankeren in onze grondwet, zo argumenteren Bernard Hubeau (Universiteit Antwerpen), Geert Marrin, Mieke Clymans en Ellen Dries  (sector Samenlevingsopbouw).

Veroordeeld zijn tot kaarslicht, maar dan niet voor de gezelligheid. De warme maaltijden voor enkele weken achterwege laten, maar dan niet omdat brood je beter smaakt. Je ’s ochtends wassen met flessenwater van Aldi, en echt niet omdat je kraantjeswater maar niets vindt. Een mens houdt het anno 2011 niet voor mogelijk. Toch vormt voor vele duizenden Vlaamse gezinnen niet Jeroen Meus, maar extreme energiearmoede dagelijkse kost.

De energiearmoede in Vlaanderen nam sinds de liberalisering van de energiemarkt in 2003 qua omvang enkel toe. Het is bepaald geen marginaal fenomeen, wel integendeel. Nu al zijn meer dan 100.000 Vlaamse gezinnen aangewezen op (duurder) aardgas en elektriciteit van de distributienetbeheerder omdat ze de energiefactuur van hun commerciële leverancier niet langer konden betalen. Van de 10% armste Vlamingen woont 35% (of ca. 170.000 gezinnen) in een energieverslindende woning die niet voldoet aan zelfs maar de minimale kwaliteitseisen van de Vlaamse Wooncode. De armste lagen van de bevolking torsen met andere woorden de zwaarste energielasten. Ook de waterfactuur neemt fors toe: het aantal Vlaamse gezinnen dat omwille van betalingsproblemen volledig werd afgesloten van water verdrievoudigde in 2010 tot 2362. Alsof dat allemaal niet volstond, zullen de recent besliste prijsstijgingen van de distributienettarieven (als gevolg van het succes van zonnepanelen) deze gezinnen nog dieper onderdompelen in een moeras van schulden.

De diverse overheden in ons land namen – mee onder onze impuls – de afgelopen jaren tal van beleidsinitiatieven om de problemen het hoofd te bieden. Hoe goedbedoeld ook, vanuit de projectpraktijk van de sector Samenlevingsopbouw kunnen we niet anders dan vaststellen dat deze initiatieven ontoereikend zijn. Een paar voorbeelden. Grote groepen van mensen met beperkte financiële middelen komen niet in aanmerking voor de sociale maximumprijzen voor water, gas en elektriciteit. De minimale leveringen van aardgas en elektriciteit zijn niet gegarandeerd. Nieuwe systemen van schuldafbouw in de budgetmeters voor gas en elektriciteit zijn hopeloos ingewikkeld en hebben perverse neveneffecten. Overheidssteun voor investeringen in energiebesparing en/of structurele woonkwaliteit blijkt nauwelijks toegankelijk voor kansengroepen. En private huurders van woningen van ondermaatse kwaliteit worden door de overheden al helemaal aan hun lot overgelaten.   

Vaak volstaan wetten, reglementen en allerhande steunmaatregelen om een maatschappelijk probleem in meer of mindere mate te bedwingen. Wanneer deze instrumenten – zoals voor de strijd tegen energiearmoede het geval is – geheel geen resultaat opleveren, dringt zich een grondigere ingreep op. Concreet bepleiten we de invoering van een nieuw grondrecht: het recht op energie, te begrijpen als een gegarandeerde en toereikende levering van de nutsvoorzieningen elektriciteit, gas en water. De huidige decretale erkenning is ten eerste maar zeer gedeeltelijk: van het recht op water is bijvoorbeeld nog geen spoor te bekennen. De decretale erkenning is  ten tweede zeer minimaal: het gaat niet om een recht op toereikende energie, maar enkel om een minimale levering. En zelfs die minimale levering wordt in de praktijk niet altijd gerealiseerd. Want nog steeds worden in Vlaanderen gezinnen volledig afgesloten van water,  gas en elektriciteit (wat uitdrukkelijk strijdig is met een grondrecht op energie). Nog meer gezinnen worden dan weer de facto afgesloten: een gezin dat geen geld heeft om de budgetmeter op te laden, wordt in de praktijk gedwongen om zichzelf af te sluiten.

Volstaat een grondwettelijke verankering van het recht op energie om energiearmoede de wereld uit te helpen? Uiteraard niet. Toch kan de kracht van een grondrecht niet onderschat worden. Een grondrecht heeft een belangrijke symbolische en pedagogische waarde, maar tegelijk ook meer dan dat. Zo is een grondrecht belangrijk bij de interpretatie van regels in geschillen. En worden nieuwe regels en maatregelen eraan getoetst. Het (grond)recht op energie maakt tenslotte ook dat maatregelen die een achteruitgang inhouden op het vlak van energiearmoede, niet langer aanvaard zullen worden (stand-still principe).

We besluiten graag met de woorden van Albert Camus: “De vrijheid moet er zijn voor iedereen of voor niemand. Dat is de enige formule voor de democratie waarvoor men offers over heeft.” De liberalisering van de energiemarkt heeft op het terrein alleen nog maar voor meer onvrijheid gezorgd voor maatschappelijk kwetsbare gezinnen. Met een grondwettelijke verankering van het recht op energie werpen we dan ook een ultieme dam op tegen energiearmoede.

Bernard Hubeau (hoogleraar aan de Universiteit Antwerpen, voormalig ombudsman van de Vlaamse overheid en bestuurslid van Samenlevingsopbouw Vlaanderen)
Geert Marrin (beleidswoordvoerder van de sector Samenlevingsopbouw)
Mieke Clymans en Ellen Dries (opbouwwerkers actief binnen het project Energie en Armoede van de sector Samenlevingsopbouw)
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!