Groter dan de woede is de angst voor het onbekende
Frank Colle

Groter dan de woede is de angst voor het onbekende

woensdag 27 maart 2019 22:19

“Niet in staat tot het verzinnen van een toekomst wordt het verleden afgestoft.” 

En ik herhaal deze zin om er de nadruk op te leggen: Niet in staat tot het verzinnen van een toekomst wordt het verleden afgestoft. Hij komt uit een artikel[1] geschreven door Alessandro Baricco (It.) waarin hij het heeft over de wereldwijde opstand van de burger tegen zowat alles wat hem omringt en voornamelijk dan tegen de heersende klasse. Tegen de in zijn artikel benoemde: elite.

Het is een buitengewoon interessant artikel dat verdieping en aandacht verdient, maar ik wil het hebben over die ene bovenstaande zin omdat ik mij ertoe aangesproken voel.

Reeds lang vraag ik mij immers af hoe het toch komt dat het telkenmale, en zeker wanneer het erop aankomt, slecht uitdraait voor de kleine man, de burger, of hoe je hem/haar ook wilt noemen?

Er wordt dan in maatschappelijke context vaak verwezen naar het gezegde dat degene wie niet leert uit de geschiedenis ze herbeleeft of dat geschiedenis zich herhaald gewoon omdat we er niet van (willen) leren. Er zijn nog wat variaties mogelijk, maar bij het verzinnen van een toekomst valt op hoezeer verhalenvertellers, en laat mij de schrijvers waarover het hier gaat en die ik bij uitstek bevoorrecht zie om die toekomst te verzinnen even zo noemen, dat die verhalenvertellers dus, zowel in het heden als in het verleden zich toch wel vaak van hun duisterste kant hebben laten zien.

Tenminste, dat is wat ik ervan denk.
Dat is niet enkel te merken aan het lijstje met dystopische romans waarin we klassiekers als Brave New World, 1984 of iets recenter The Handmaid’s Tale kunnen terugvinden. Het is eveneens te zien aan het aandeel van schrijvers die niet meteen rechtstreeks via het verhaal, maar onderhuids, via de taal, blijk geven van een wel zeer misantroop karakter en, al of niet hun (eigen?) tragisch leven gekoppeld aan die toekomst. Een blik op de ‘groten’ in de literatuur zegt genoeg.

Wie vrolijk wordt van Dostojevski, Flaubert, Musil, Nabokov, Pessoa en zovele anderen, waaronder ook vrouwen natuurlijk, denk aan Emily Brontë, Mary Shelley, Virginia Woolf, Sylvia Plath, enz. die is waarschijnlijk lichtjes gestoord. Al is hun taal natuurlijk wonderbaarlijk.

Happy people tell no stories.
Het is een zin uit een nummer (Stories) van de Noord-Ierse poprockgroep Therapy? (1995, Infernal Love). Maar zou het waar zijn?

Wanneer we ons – toegegeven – vanwege tijdgebrek enigszins beperkend kijken naar de andere zijde van het spectrum, valt in de categorie utopische romans op dat een aantal onder hen evenzeer bezwaarlijk als vrolijk kunnen worden omschreven. En dan is utopisch natuurlijk niet helemaal hetzelfde als vrolijk, maar zag ik daarnet niet zelfs een M. Houellebecq staan (met Mogelijkheid van een eiland)? En dat een aantal van de auteurs in die lijst evenzeer in het lijstje met de dystopische romans voorkomen (weliswaar met ander werk), maar bovenal, dat met utopisch toch vooral bedoeld wordt wat in de realiteit niet bereikbaar is. Met de nadruk op niet.

In literaire middens wordt dit omfloerst met een term als sciencefiction. En er ontstaat iets, noem het een tegenstelling, die we bijvoorbeeld ook zien in het klimaatdebat. Er is de zijde van hen die voorstander zijn om daden te stellen die ontegensprekelijk ten voordele van het klimaat moeten uitdraaien, en er is een zijde die de voorgaande aanmaant om realistisch te zijn.

Waarom dat zo is, is een andere vraag.
In het tv-programma Van Gils & Gasten[2] (VRT, 26/03/2019) legt Anuna De Wever  zo heerlijk puberaal de essentie bloot tegenover partijkrokodil van Open VLD, Gwendolyn Rutten: “Waarom bent u zo bang?”
Wel, het enige juiste antwoord is: de angst voor het onbekende. 

Mevr. Rutten pruttelde nog tegen dat iedereen wel voor een windmolenpark is maar niemand ze in zijn achtertuin wil en dat men daarom geen grondwetswijziging wil, zonder te beseffen, of misschien juist wel, dat niemand ooit gevraagd heeft, noch zijn toestemming heeft gegeven, om een potentiële atoombom in de vorm van een kerncentrale in zijn achtertuin te hebben, noch het bijhorende kostenplaatje daarvan. Een ander voorbeeld? Dat haal ik uit Alessandro Baricco zijn tekst: Europa, of toch de economische versie ervan. Daar heeft ook niemand naar gevraagd. Daar hebben we niet voor betoogd met spandoeken en slogans enzo, maar we hebben het, net als de kerncentrales wel gekregen. En de facturen, beste Mevr. Rutten, die betalen we ook nog.

Maar terug naar de literatuur.
Daar lijkt het of zij die ze produceren (de auteurs) voornamelijk hun best doen om zo ongrijpbaar mogelijk te zijn. Zo het al hun taak zou zijn om die (rooskleurige) toekomst te verzinnen natuurlijk.

Nochtans blijkt het omgekeerde wel degelijk het geval te zijn. Het visionaire aspect van een Aldous Huxley is wel al vaker en terecht her en der ter sprake gekomen. En je moet geen Einstein zijn om te weten dat alle, en ik overdrijf hier expliciet een beetje in, dat werkelijk alle maatregelen ter voorkoming van bijvoorbeeld het terrorisme, enkel en alleen maar het totalitaire aspect van de staat benadrukken of op zijn minst versterken. Ik denk bijvoorbeeld recent aan de wet om vingerafdrukken op identiteitskaarten op te slaan, wat de facto neerkomt op het criminaliseren van elke (!) burger.

Het opent de mogelijkheid tot het stellen dat de reactionaire krachten in een samenleving geen, of enkel in zeer uitzonderlijke gevallen, verbeeldingskracht bezitten en zich bijgevolg maar verlaten, al of niet verkeerdelijk en naargelang de wens, op datgene wat reeds voorhanden en geschreven is. Namelijk door diegene die wel in staat zijn te verzinnen. Zoals Hitler en zijn nazitroep zich verlieten op Nietzsche om hun rassenhaat te vergoelijken. Ik vind dit een klein onderzoek waardig.

In zijn dagboek uit 1944-45 (verschenen onder de titel: Goethe in Dachau) laat Nico Rust (NL.) blijken dat de nationaalsocialisten in grote getalen niet eens weten/wisten wat er in de literatuur staat/stond die ze op de brandstapel gooiden dan wel toelieten. Uiteraard is deze vorm van intellectueel elitarisme in dit voorbeeld slechts te zien vanuit een overlevingsmodus van een persoon in een extreme situatie, maar het zegt iets over de ware toedracht die ook Alessandro Baricco in zijn artikel aanhaalt en die ik wil koppelen aan een tekst van Menno ter Braak, die ik onlangs hier[3] ook onder de aandacht bracht, nl. het is het doorbreken van de bestaande machtsstructuren onder impuls van een op rancune (en soms ook op jaloezie) bepaalde woede die bovenkomt. Het keert zich tegen alles en iedereen wat boven hen staat. Ongeacht de herkomst. Maar het zal bovenal te herleiden zijn tot het herkenbare, tot het kenbare.

Want groter dan de woede is de angst voor het onbekende.

In het licht van de huidige politieke situatie zal het volgens mij dan ook de taak zijn van iedere linkse politiek die naam waardig, te benadrukken, maar vooral te tonen (dat wil zeggen: met beelden), dat rechts, in welke vorm en hoedanigheid ook, niets anders is dan de macht die ze eigenlijk juist moeten breken/bestrijden. Bijvoorbeeld door te wijzen en te blijven wijzen op het status quo van hun economisch programma. Anderzijds zal het erop aankomen de angst weg te nemen. Maar daarvoor zullen andere middelen nodig zijn, omdat angst niet rationeel is.

Zo ook in de literatuur. 
In een artikel[4] op het online kunst- en cultuurtijdschrift Recto/Verso, laat auteur Gaea Schoeters haar licht schijnen op de teloorgang van het aandeel literatuur in de media. Dit naar aanleiding van het verschijnen van De literatuur draait door (Sander Bax, met ondertitel: de schrijver in het medialandschap).

De auteur – Gaea Schoeters – ziet de toekomst somber in:

“Mediacultuur en de modernistische poëtica zijn niet voor elkaar geschapen,” valt er te lezen. En het gaat van kwaad naar erger. “Ook de positie die de auteur inneemt, is bepalend. De media zijn gericht op het gepolariseerde politieke debat, waarin ook de literatuur mee moet: hij/zij moet zich conformeren aan de populistische logica van met mediagesprek, waarin nuance uit den boze is en een heldere stellingname wenselijk. Bovendien zijn alleen stemmen die het dominante mediaverhaal onderschrijven welkom. En dat heeft verregaande gevolgen voor de maatschappijkritische functie van de literatuur.”

Verder: “De consumerende lezers willen geëntertaind worden en dompelen zich daarom liever onder in een wereld die hun bekend voorkomt dan dat zij geconfronteerd willen worden met een nieuw perspectief op een andere wereld.”

En dan schiet mij dit te binnen:

With the lights out, it’s less dangerous
Here we are now, entertain us
I feel stupid and contagious
Here we are now, entertain us
A mulatto, an albino, a mosquito, my libido
Yeah

Wie schreef dat ook al weer?[5]

En tenslotte, zo gaat het artikel nog:

“Als de realiteit het criterium wordt voor het beoordelen van fictie, hoe kan literatuur dan nog functioneren?”

“Wat kan de auteur dan nog anders doen dan het braaf naschilderen van de werkelijkheid?”

Het antwoordt op deze vraag, naast de optie die de auteur zelf meteen aangaf en volgens mij eerder van passief capitulerende aard is, bevat wel meerdere mogelijkheden. 

De auteur zou ook kunnen stoppen met schrijven bijvoorbeeld. Of althans met publiceren. Een soort van braindrain voor het maatschappelijk bestel. 

Of, en nu kom ik eindelijk tot wat ik lang geleden ooit al eens dacht: hij/zij zou het soort boeken kunnen schrijven die uitblinken in wat ik dan zou noemen als: nietszeggendheid. Een aangename en hoopvolle soort van literatuur. Gesneden, excuseer, geschreven uit een onverdacht (lees: ondubbelzinnig) optimisme, met haalbare kaarten voor iedereen. Een onverbloemde bloemigheid. Zoiets.

Met uitsluiting van scepsis, pessimisme en sarcasme, wat niemand toch echt goed weet te begrijpen. Zonder parodieën, zonder ironie en zonder diepgang. Vooral zonder diepgang. En zonder humor ook uiteraard, want die is altijd op de kap van een ander.

Zo halen we de voedingsbodem weg voor dat leger van malcontenten dat rammelt aan de poorten van het reactionaire establishment, de echte doos van Pandora.

Met het risico dat het resultaat onder de noemer van soft-pornografisch werk terechtkomt natuurlijk. Maar ook dat moet kunnen. Zoals Vijftig tinten grijs, denk ik dan. Wat toch maar mooi een kaskraker is geworden. Al kan ik niet meteen zeggen waarom.

Op de vraag waarom de kleine man dan toch altijd aan het langste eind trekt is echter geen antwoord gekomen.

Ik wil afsluiten met (opnieuw) het artikel van Alessandro Baricco, wiens boek the Game, over de invloed van de digitale revolutie, binnenkort in vertaling verschijnt:

“Want de mythe van een directe, maagdelijke benadering van alle fenomenen, (…) is een fantastische creatuur waar we eeuwen en eeuwen over gedaan hebben om haar te ontmaskeren. Haar nu weer tot leven roepen is voer voor geestelijk zwakzinnigen.

We hebben al heel lang begrepen dat het beter is om veel, zo veel mogelijk, van iets te weten voordat je eraan gaat morrelen, dat het beter is om zo veel mogelijk mensen te kennen als je jezelf wilt leren kennen, dat het beter is om de gevoelens van anderen te delen om onze eigen gevoelens te kunnen beheren, dat het beter is om veel woorden ter beschikking te hebben in plaats van weinig omdat uiteindelijk wint wie het meeste weet. En er is een begrip, een definitie, van deze manier van ons verdedigen tegen de wrede hardheid van de realiteit dankzij het geduldige en geraffineerde gebruik van onze intelligentie en  ons collectieve geheugen: cultuur.

Dit vervangen door de heldere eenvoud van een elementair uitgedrukte gedachte, een boerenslimheid, is vrijwillig naar de slachtbank gaan. Ik wil duidelijk zijn: iedere keer dat we ons tevreden stellen, of zelfs enthousiast zijn, over bepaalde simpele ordewoorden of slogans, verbranden we jaren van gemeenschappelijke groei waarin is geïnvesteerd in het ons niet laten verneuken door de op het eerste gezicht zo makkelijke simpelheid der dingen. Gewoon maar een voorbeeld uit de losse pols: het beschouwen van de logische verplaatsing van een redelijk bescheiden aantal mensen uit delen van de wereld die wij hebben uitgeknepen en die wij nog steeds bij de ballen houden, als zijnde een ontzaglijke bedreiging voor onze staat van zijn en welvaart, dat zijn koeien van onzin.”

[1] https://www.groene.nl/artikel/en-nu-moet-de-elite-zichzelf-op-het-spel-zetten

[2] https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2019/03/26/rutten-de-wever-van-gils/

[3] http://community.dewereldmorgen.be/blog/frankcolle/2019/01/31/menno-ter-braak-en-het-nationaalsocialisme-als-rancuneleer

[4] https://www.rektoverso.be/artikel/beste-sander-bax-1

[5] Neen, niet Nirvana.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!