Burgeranalyse – politiek bedrijf – onderwijs: dl. 3 remedie opvoeding & onderwijs
Pousejo

Burgeranalyse – politiek bedrijf – onderwijs: dl. 3 remedie opvoeding & onderwijs

donderdag 21 maart 2019 14:19

Beleid

Het wordt duidelijk hoog tijd dat de beleidsvoerders, zowel uit de politiek als uit de onderwijskoepels, het werkveld en dan vooral de expertise van onze leerkrachten naar waarde schatten en hun beleidsideeën grondig aftoetsen vooraleer deze eenzijdig op te leggen.
Het is duidelijk dat een grondige, zelfs radicale wijziging in het onderwijsbeleid zich opdringt. We moeten dringend werk durven maken van de invoering van een echte kwaliteitscultuur. De school moet terug de plaats zijn waar inhoudelijk gewerkt wordt aan het overbrengen van kennis en vaardigheden in plaats van een oord van amusement.
En onze leerlingen moeten weer opnieuw leren wat een inspanning leveren is.

 

Een betere onderwijsstructuur

Ik pleit voor een andere onderwijsstructuur

  • 3 jaar  kleuterschool
  • 12 jaar basiseducatie
    • 4 j  basisschool 1-2-3-4
    • 4 j  tienerschool 5-6 / 1-2   – verlate richtingkeuze
    • 4 j  middelbaar   3-4-5-6
    • centrale toetsen na elke 4 jaar
  • 3, 4, … jaar voortgezette opleiding
    • tegenwoordig werkt men er met pakketten, los van jaarsystemen
    • men kan een jaar overzitten of pakketten meenemen, maar dat kan geen 2 jaar naeen

Momenteel zijn wiskunde-wetenschappen of talen de selectie-motor. Dit moet uitgebreid worden met praktijk-mogelijkheden.

Kleinere klassen zijn een ‘must’. Daardoor zal verdere uitdaging of verder bijwerken gemakkelijker te realiseren zijn en wordt men niet hiervoor constant uit de groep gehaald.

 

Opleiding voor leerkracht en doorgroeimogelijkheden

Een 3-jarige opleiding waarbij het schooljaar loopt van 1 september t/m 30 juni:

  • 1ste jaar: kijkstage met verslag + opleidingslessen
  • 2de jaar:  proeflessen + opleidingslessen
  • 3de jaar:  opleidingslessen + stages

Na 10 jaar praktijkervaring kan men:

  • gaan voor directie
    • 1ste jaar: opleiding directie
    • 2de jaar: opleidingslessen + stage
  • gaan voor inspectie
    • 2 jaar: opleiding inspectie
    • 3de jaar: opleidingslessen + stage
  • gaan voor onderwijspedagoog/onderwijspsycholoog
    • 2 jaar: opleiding onderwijspedagogie / onderwijspsychologie
    • 3de jaar: opleidingslessen + stage

 

Het M-decreet

Het M-decreet is een gedrocht en wil de inclusie, kost wat kost, zinvol of niet, doorduwen.

Wat kan dan wel om inclusie te bevorderen? Wel waarom kunnen scholen niet op eenzelfde locatie gewoon en buitengewoon onderwijs herbergen? Dat zou pas inclusie zijn! Maar zoiets gebeurt niet … Leerlingen en/of ouders uit gewone scholen worden niet graag geassocieerd met leerlingen uit het buitengewoon onderwijs. Begin daar maar eerst eens met inclusie!

Voor de rest moet groepsscheiding, zoals dat vroeger voor de invoering van het M-decreet was, verder gezet of terug ingevoerd worden.

Dat het gewoon onderwijs moet kunnen profiteren van hetgeen het buitengewoon onderwijs aan expertise opbouwde, is de evidentie zelf.

 

Spelregels in opvoeding en onderwijs

Een cultuur van standvastigheid is een absolute noodzaak. Hierbij wordt aan de leerling zeer duidelijk gemaakt waar de grens ligt. En via de herhaling als didactische strategie worden de leefregels voor een klas dagelijks herhaald en een of andere regel concreet ingevuld. En bij een leseinde kunnen leerlingen bedankt worden om zich te houden aan de regels die er echt toe doen.
Wanneer een lerarencollectief op een rustige manier transparant communiceert over wat ze wilt – als school en als samenleving – , dan kiezen we voor een verbindende strategie die niet gekenmerkt is door alleen maar wat praten en verantwoorden. Klasmanagement gebeurt non-verbaal, vanuit aanwezigheid en nabijheid.

Wanneer een leerling zich niet houdt aan de spelregels, moet hij onmiddellijk berispt worden. De leerling heeft dan twee keuzes. Ofwel kan die opteren om zich te excuseren en te schikken naar de regels om op die manier opnieuw bij de groep te horen. Ofwel weigert die zich te schikken, maar dan moet de school wel voet bij stuk houden en dit ongeacht druk van buitenaf.
Jongeren moeten echter wel de kans krijgen om hun gedrag, en de eventuele gevolgen ervan, te herstellen. Zo kan iemand opnieuw beginnen met een propere lei. Het toont aan dat fouten maken mag.

 

Inhoudelijk onderwijs

Nemen we even het in 2019 actuele klimaatprobleem. Iedereen denkt ‘klimaatexpert’ te zijn en slikt zomaar voor waar wat de media brengen. Klimaatbrosser zijn is één ding, maar de complexiteit van het probleem snappen, is heel wat anders. Men vergeet al te snel dat ‘kunnen’ en ‘zijn’ niet zonder ‘kennen’ kunnen. Hier komt het onderwijs in beeld. Haar eerste taak is om leerlingen op een correcte en bevattelijke manier  de nodige wetenschappelijke kennis bij te brengen. Enkel zo kunnen die leerlingen informatie in het juiste perspectief plaatsen en correct beoordelen. Haar tweede taak is de leerlingen motiveren om creatief na te denken over oplossingen voor, in dit geval, de klimaatverandering.

En zo kom je tot de kern van opvoeden en onderwijs.
Investeer als lesgever in zinvolle basiskennis: de gereedschappen en de kapstokken binnen elk vak. En ja, leren doe je zowel binnen als buiten de schoolmuren én levenslang. Maar dankzij die basiskennis kan je er tenminste mee uit de voeten.
Leerlingen moeten beseffen dat eerst wilskracht en volharding nodig zijn om tot welbevinden te komen. En ze mogen best ambitie hebben: je mag de beste willen zijn, zolang dat maar niet ten koste van de andere gaat.

Volwassenen leggen, met de beste bedoelingen, de lat alsmaar hoger voor zichzelf én voor hun kinderen. Maar uitdagingen zijn enkel zinvol als falen ook een optie is. Zolang je maar de kans krijgt te leren uit je fouten én gaandeweg leert omgaan met kritiek bouw je veerkracht en doorzetting op.
‘Ga dus aan de zijlijn staan, als een enthousiaste supporter, die niet alleen kijkt naar winst of verlies, maar vooral plezier heeft in het spel op zich,’ aldus Luc Swinnen. Beter kan ik het niet verwoorden!

 

Rechtvaardige evaluatie

Examens moeten op een geheel andere leest geschoeid worden.
Kennisvakken moeten via punten geëvalueerd worden. Vaardigheden via een schaal van bekwaamheid (3 of 5 stappen naargelang het item) op basis van deelvaardigheden.
Je hebt dagelijks werk en toetsen doorheen het jaar en tweemaal examens op het eind van een periode (december en juni). Beide groepen evaluaties tellen voor 50 % mee in het rapportentotaal van een jaarperiode. Zo wordt het werk doorheen het jaar ook gehonoreerd (goed voor wie continu werkt) en niet enkel de examenperiode (goed voor knappe koppen die er doorheen het jaar hun broek aan vegen).

Voortgaande op wat Stijn Van Hamme liet noteren in zijn boek ‘Scholen laten schitteren’, uitgegeven bij Beefcake Publishing, maar ook op mijn eigen ervaring pleit ik voor het volgende evaluatiesysteem.
Op het einde van elke 4-jarige cyclus zijn er tijdens de eerste twee weken van juni de schoolexamens, tijdens de laatste twee weken de staatsexamens volgens eenzelfde rooster in gans Vlaanderen. Op deze manier worden leerlingen tweemaal getest per kennisvak om een genuanceerder beeld te krijgen van hun studierendement.
De berekening van het resultaat voor ieder vak is dan als volgt: elk examen telt voor de helft van de punten mee en een leerling moet op beide onderdelen minstens 50% halen om te kunnen slagen voor het desbetreffende kennisvak. Op deze manier behouden de leerkrachten hun inspraak in het leerproces en kan de overheid tegelijkertijd ook op een objectieve manier het behalen van de eindtermen controleren.
Een gelijkaardig systeem gebruikte ik reeds vele jaren geleden in het 6de leerjaar van de basisschool als eindtoetsen. De interdiocesane proeven Wiskunde en Nederlands en de specifieke toetsen die eindtermen van andere vakken controleerden zorgden voor de ene helft, de eigen examens voor de andere helft.

Stijn Van Hamme zou ook opteren dat de studiebeurzen kunnen ingezet worden om de omslag naar een echte kwaliteitscultuur te bewerkstelligen. “We zouden studiebeurzen namelijk ook kunnen koppelen aan de behaalde schoolresultaten. Leerlingen (maar ook studenten) zouden op deze manier een bijkomende stimulans krijgen om een serieuze inspanning te leveren tijdens hun schoolloopbaan. Aan de hand van de centrale examens zou dit op een in gans Vlaanderen gelijkaardig testniveau kunnen bepaald worden. Op deze manier zouden alle leerlingen gelijke kansen krijgen op basis van hun inzet.”
Hierbij heb ik wel een kritische bedenking. Worden zo minder getalenteerde leerlingen niet uitgesloten van een studiebeurs? Minder getalenteerden moeten ook van zo’n studiebeurs kunnen genieten als ze verder willen gaan in een studietak die voor hen geschikt is. Ik pleit ervoor en sta erop dat dit element ook meegenomen wordt in de beoordeling voor de toekenning van een studiebeurs.

 

Burgerschapsvorming

Het is hoog tijd dat we werk maken van structurele en maatschappij-brede oplossingen. Willen we oprecht samen gemeenschap vormen, dan moet iedereen mee roeien in dezelfde richting. En waar passeren we vroeg of laat allemaal? Juist ja, op school. Ons onderwijs is dan ook de plaats bij uitstek om een gedeeld vak ‘burgerschapsvorming’ in te kapselen. Een vak waarbij jongeren, oude en nieuwe Belgen, vanuit hun eigen identiteit met elkaar in debat leren gaan.

Vandaag vallen alle doelstellingen rond burgerschapsvorming, samenleven en identiteitsvorming in ons onderwijs onder de zogenoemde “vakoverschrijdende eindtermen”. Zowel leerkrachten als leerlingen beoordelen het systeem van de vakoverschrijdende eindtermen als complex, tijdrovend en dus weinig efficie?nt.

De enige plaats waar waarden en identiteit we?l expliciet aan bod komen, zijn de levensbeschouwelijke godsdienst- of zedenleerlessen. Zeker nuttig, maar de paradox wil nu dat leerlingen precies voor deze lessen op basis van geloof of levensbeschouwing niet samen zitten. Van gedeeld burgerschap is er dan natuurlijk weinig sprake.

Als het ons echt menens is met het versterken van een gedeeld burgerschap, dan leren we jongeren eerst en vooral samen leren en leven, ongeacht godsdienst, afkomst of onderwijsnet. Daarom, breng alle leerlingen samen in één vak waar ze vanuit hun eigen identiteit, overtuiging en waarden met elkaar leren in dialoog gaan.
Dit alles is heel concreet op te lossen zonder een revolutie te ontketenen.
Voorzie in het onderwijsrooster evenveel lestijd voor levensbeschouwelijke vorming (godsdienst of zedenleer) en LEF (Levensbeschouwing, Ethiek en Filosofie).
Geef in die LEF-uren:

  • onze democratische waarden. Mensen worden immers niet als democraten geboren. Democratie moet voorgeleefd, uitgelegd e?n aangeleerd worden.
  • een levensbeschouwelijke geletterdheid. Inzicht in de verschillende vormen van de islam, jodendom en christendom is onontbeerlijk in een religieus pluriforme maatschappij. Dit geldt ook voor de vrijzinnigheid en de oosterse godsdiensten.
  • aandacht aan filosofische en ethische kennis.
  • aanzetten tot reflectie en kritisch denken.

Op deze manier krijgt burgerschapsvorming een expliciete plaats in ons onderwijs en zullen betrokken leerkrachten zich ook gesterkt voelen in hun maatschappelijke rol.

 

Mindfulness

Steven Laureys is professor in de neurologie aan de universiteit van Luik en leidt “Coma de Science Group”, een transdisciplinaire wereldautoriteit op het vlak van onderzoek naar coma en bewustzijnsstoornissen. In zijn boek ‘Het no-nonsense meditatieboek’ onderzocht hij de effecten van meditatie op onze grijze massa. Meditatie is in feite bewust-zijn.

De duidelijke resultaten van meditatie zijn voor de neuroloog een signaal dat het werkt. Het versterkt in de hersenen de netwerken die belangrijk zijn voor het geheugen en het controleren van emoties. En de gebieden die een belangrijke rol spelen bij angst en stress worden dan weer kleiner. Daarbij zou het een goed alternatief kunnen zijn voor de hoeveelheid pillen die worden geslikt.
We zijn allen heel bezorgd over ons lichamelijk welzijn, maar verwaarlozen het mentale aspect. Nochtans zijn die twee met elkaar verbonden.

Maar professor Laureys is niet alleen. Aan de KU Leuven doet professor Filip Raes met zijn Leuven Mindfulness Center onderzoek naar de effecten van mindfulness. Wetenschappelijk onderzoek geeft aan dat mindfulnesstraining stress, angst en depressieve gevoelens in een aantal gevallen kan verminderen, ook bij schoolgaande jongeren.

Daarom pleiten beiden er ook voor om een basispakket meditatietechnieken te introduceren in het onderwijs. De praktijk zou bestaan uit verschillende oefeningen in zittende en bewegende meditatie. In een theoretisch gedeelte kan het bij oudere leerlingen dan ook nog gaan over de boeddhistische traditie waar mindfulness vandaan komt, en over de wetenschappelijke onderbouwing van mindfulness.

Maar ook specifieke muziek doet volgens neuropsycholoog Rebecca Schaefer iets met onze hersenen. Muziek kan het hele brein activeren. Elk element, zoals ritme, klank, melodie en harmonie, kan invloed hebben op een specifiek deel van de hersenen.
Rustige, harmonieuze instrumentale muziek met weinig tempowissels, dat je brein niet te veel verschillende prikkels geeft, zorgt voor een effect op de spierspanning en hartslag en maakt je relaxer. Klassieke muziek en sommige filmmuziek zijn vaak goede opties, maar ook muziek met natuurgeluiden kunnen rustgevend zijn. Er bestaat zelfs specifieke meditatie-, relaxatie-, en slaapmuziek.

Toen ik zelf nog in het werkveld stond, heb ik op school nog geëxperimenteerd met ontspanningsoefeningen, meditatie en achtergrondsmuziek in het zesde leerjaar. Zeker interessant om rust te brengen en nadien vol goede moed en geconcentreerd erin te vliegen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!