Burgeranalyse – politiek bedrijf – onderwijs: dl. 2 het grote alarm
Pousejo

Burgeranalyse – politiek bedrijf – onderwijs: dl. 2 het grote alarm

donderdag 21 maart 2019 12:40

Het aantal alarmsignalen uit het onderwijs is stilaan niet meer op twee handen te tellen…

Veel problemen die ons onderwijs vandaag teisteren zijn terug te voeren op foute beleidskeuzes, al dan niet uit het verleden. Op vlak van de beleidskeuzes dragen de onderwijsministers en de partijen die de bevoegde regeringen vorm(d)en een verpletterende verantwoordelijkheid. De ontegensprekelijke kwaliteitsdaling van ons onderwijs is immers een rechtstreeks gevolg van hun daden.
Maar ook de onderwijskoepels zijn als mede-beleidsvoerders verantwoordelijk voor de neerwaartse spiraal. Toplui van onderwijskoepels lijken steeds meer uit te blinken in wereldvreemdheid.

Om de verschillen tussen zwakke(re) en sterke(re) leerlingen weg te werken – wat op zich een nobel basisprincipe is -, is er vanuit het beleid overdreven veel aandacht gegaan naar de zwakke(re) leerlingen, waarbij onze sterke(re) leerlingen in de kou bleven staan. Professor Wouter Duyck stelt onomwonden dat “niet de ‘slechte’ worden opgetild, maar de ‘betere’ leerlingen worden afgetopt”. Het is een nivellering naar beneden, wat natuurlijk nefast is voor ons onderwijs.
En  de onderwijsresultaten in Vlaanderen, gemeten op basis van de internationale PISA-testen, gaan inderdaad achteruit zowel van de sterkst als de zwakst presterende leerlingen. En daarbij heeft de verschuiving van kennis naar vaardigheden en welbevinden gemiddeld genomen ook niet geholpen om de onderwijsresultaten te doen stijgen.
Maar het kan nog erger dankzij nieuwe decreten:

  • Door het ingevoerde M-decreet is ons schitterend bijzonder onderwijs in de verdomhoek beland. Enkel de inclusie-gedachte telde, zonder natuurlijk de nodige middelen daartoe vrij te maken.
  • Door een decreet voor de inspectie is het nu juridisch mogelijk om effectief van de eindtermen af te wijken. Haal je de eindtermen niet, dan geeft men wel externe factoren de schuld. Maar de scholen willen enkel extra ondersteuning in plaats een inspectie die de lat lager legt.

Veel onderwijsmensen vinden dat er sinds de jaren 1990 van bovenuit gepromoot werd dat leren vooral leuk, speels en aangenaam moet zijn. Deze visie met vooral meer aandacht voor de uiterlijke vorm (een mooie powerpoint, ludieke spelletjes, …) dan voor de eigenlijke inhoud van de les, heeft via de lerarenopleiding het ganse onderwijslandschap besmet. Een les mag natuurlijk leuk zijn, maar ‘het leuk zijn’ mag nooit een doel op zich zijn en dat is het nu veelal wel.
Die tirannie van de aangenaamheid zal met tijd zuur opbreken. Enerzijds zal men geen goede leerkrachten meer vinden die de ‘educatieve clown’ willen blijven uithangen en anderzijds zullen afgestudeerden raar opkijken als ze op de arbeidsmarkt komen waar het werken vaak niet altijd aangenaam zal zijn.

 

Leerkrachten belaagd

In 2017 werden in Vlaanderen 81 leerkrachten fysiek belaagd door een leerling, familielid van een leerling of buitenstaanders. Deze cijfers kunnen we aanvullen met het aantal leerkrachten dat – al dan niet tijdelijk – niet meer in staat is om te werken wegens problemen met klasmanagement.

Het probleem is tweeërlei. Leerlingen worden thuis vaak opgevoed met de visie dat zij alles mogen zonder berisping wat op school leidt tot ongewenst gedrag. En leerkrachten, als individu en als team, worden geen goed klasmanagement aangeleerd.
“Er is een duidelijke nood aan een alternatief voor de tweespalt tussen de straffende en de toegevende leerkracht”, schrijft Kristof Das, docent lerarenopleiding en onderzoeker aan het expertisecentrum Education For All.

 

Wat is pedagogisch en didactisch zinvol?

Professor Paul Kirschner, hoogleraar aan de Open Universiteit Nederland, haalt enkele mythes onderuit die geleid hebben tot fout onderwijsbeleid.
Ten eerste is ontdekkend leren absoluut niet zinvol genoeg en enorm tijdrovend. Feiten aanleren stuwt wel vooruit.
Ten tweede kunnen kinderen helemaal niet multitasken. Ze doen telkens heel kort de dingen na elkaar wat tot fouten en tijdverlies leidt. Zich leren concentreren op één ding tegelijk moet aangeleerd worden.
Ten derde is instructie aangepast aan de specifieke leerstijl van een bepaalde leerling niet efficiënt. Elkeen heeft wel een ietwat favoriete leerstijl, maar alleen daarop focussen is totaal fout. Algemene instructie is absoluut noodzakelijk.

De school is de geëigende plaats bij uitstek om kennis op te doen. Dit doe je niet door iemand rond te laten lopen of te laten doen waar hij/zij zin in heeft. En digitale hulpmiddelen zijn hulpmiddelen, geen doel op zich! Daarom moeten gsm’s, tablets en laptops uit indien ze niet bijdragen tot de lesgang.
Het meeste van wat we op school leerden, is nog steeds geldig. Er is veel achtergrondkennis nodig om nieuwe dingen te snappen, na te gaan of iets klopt of om correcte uitspraken over iets te doen. Creatieve oplossingen bedenken kan pas als iemand kennis heeft over een situatie, spelregels, tactieken, strategieën, enz..

Een leerkracht schrijft voor hoe leerlingen kennis kunnen opdoen. Dat is niet altijd leuk want leren kost nu eenmaal veel moeite. Leraren proberen dat zo effectief, efficiënt en aangenaam mogelijk te maken:

  • effectief = dieper gaan dan het oppervlakkige
  • efficiënt = snel en zonder omwegen
  • bevredigend = succes ervaren en voldoening aan overhouden

De leerkracht instrueert in de eerste plaats en begeleidt de leerlingen bij het verwerven van kennis en vaardigheden.

De taak van de overheid is tweeërlei.
Ten eerste moet de scholing van aanstaande leerkrachten heel stevig zijn. Momenteel zijn ze helemaal niet goed opgeleid. De meest efficiënte leer-, studie- en klasmanagementstrategieën komen niet aan bod.
Ten tweede moet de bijscholing van reeds werkende leerkrachten vele keren beter worden. Momenteel  zijn ze slecht begeleid en krijgen ze niet de tijd om bij te scholen.

 

Evaluatie die niet evalueert

Men evalueert het best niet via punten, maar enkel via woorden en dan nog heel omfloerst. Want anders is dat te shockerend, te denigrerend en te frustrerend! Leerlingen zouden getraumatiseerd kunnen worden! Zoiets heet pamperen om het met de woorden van Jean-Marie Dedecker te zeggen.
Leerlingen die gebuisd zijn, moeten toch gedelibereerd worden zelfs als ze het eigenlijk niet verdienen om af te studeren. Anders worden de scholen door de overheid op de vingers getikt omdat ze te veel B- of C-attesten afleveren.

Maar kleinere klassen maken, opdat leerlingen veel individueler zouden geholpen kunnen worden, kan niet want dat kost veel te veel centen. Enkele uurtjes per week individuele hulp kunnen wel, maar dat leerlingen daardoor weer andere dingen moeten bijwerken komt bij het beleid nooit op. Het toont hun onbekwaamheid met de materie; gebuisd heet dat in onderwijstermen!

 

M-decreet

Kritische vragen over het M-decreet werden beantwoord door Theo Mardulier, adviseur bij het Departement Onderwijs en Vorming en mede-architect van het decreet. < https://www.klasse.be/7097/m-decreet-14-kritische-vragen >
De pedagogische begeleidingsdiensten zullen schoolteams ondersteunen en er moet meer overleg komen. Er wordt niet bij gezegd dat de ondersteuning er wel niet continu is, maar gepalaver is er weerom des te meer. En lesgeven, wat de leerkracht echt wil, komt weerom in de verdrukking.

Het medisch model moet verlaten worden en het onderwijs moet zich aanpassen aan de leerling. In de praktijk betekent dit nivellering naar beneden. Leraren bijzonder onderwijs worden experten die anderen moeten vooruithelpen maar de meesten willen vooral concrete kinderen vooruithelpen.

Het budget blijft behouden, maar je moet geen helderziende zijn om te zien dat er heel veel meer geld nodig is, wil men echt inclusief werken! Groepsindeling doet er echt wel toe wil men efficiënt werken.

Differentiatie zal alles oplossen! Wat was het bijzonder onderwijs dan wel? Macro-differentiatie die leidde tot heel mooie concrete resultaten. Dat technieken uit het bijzonder onderwijs ook bruikbaar zijn in het gewone onderwijs is toch logisch en wisten we al heel lang, beleidsmakers blijkbaar niet.

Wie logischerwijze in het bijzonder onderwijs thuishoort volgt wel gewoon onderwijs, maar die haalt geen diploma of die haalt wel een diploma dankzij ‘redelijke’ compensatiemaatregelen. En dit ook bij toetsen en examens. Geen gelijke behandeling dus, wel uitzonderingen om de quota te kunnen halen. Geen enkel vergelijkingspunt meer. Meer nog, men kan zelfs een individueel curriculum opeisen.
Veel theoretisch gezwam en ontzettend rooskleurig voorgesteld. Niet minder werklast maar juist meer en een enorme versnippering en verspilling van middelen om inclusie in te voeren waar het niet zinvol is.

Aanpassingen aan gebouwen wil men ook niet echt doen, want dat kost geld. Je moet er even lang op wachten als voor scholenbouw en dat kan over meer dan een decennium gaan. Het probleem wordt dus vooruitgeschoven en niet opgelost. Dit alles is een sterke poging om grondig te besparen op de kap van de generaties in opleiding. Maar ja, onderwijs is nu eenmaal een verliespost op economisch vlak!

 

Scholenbouw

Er is een grootschalige inhaalbeweging in scholenbouw bezig. Die werd ingezet met het “Scholen van Morgen”-programma van gewezen minister Frank Vandenbroucke dat in 2015 een verlengstuk kreeg met het Masterplan Scholenbouw van minister Crevits.
Minister Crevits lanceerde een interactieve kaart die voor elke gemeente een overzicht geeft van de investeringen die er tussen 1 januari 2015 en 30 juni 2018 zijn gebeurd op het vlak van scholenbouw. Dat gaat van reguliere subsidies tot bijkomende capaciteitsmiddelen en de eigen inbreng van schoolbesturen en gemeenten.
Geen slechte zaak nu, maar in feite ‘too little too late’.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!