Blijven jodelen, Jan
Stefaan Hublou

Blijven jodelen, Jan

vrijdag 23 oktober 2015 18:38

Als kind van 14 ontwikkelde ik dag op dag een vurige passie voor vogelen. In een boekje noteerde ik de ene na de andere soort, “waarnemingen” die ons de smaak in het leven terug bezorgden. Bij de beroemde ornitholoog Erik Hosking, die op een dag een oog kwijt raakte bij een aanval van een Bosuil, vond ik een straf verslag van een observatie: een Spreeuw die was gevangen door een Sperwer, ging door met zingen uit volle borst, ook al zat ie gevat in de kromme bek, ook al ging het om de laatste momenten van zijn leven! Vandaag besef ik: daar dient zingen voor. Meer nog, daar draait het om in het bestaan. Als ik dit diepe besef in een heldere zin tracht te gieten, kom ik uit bij:

Expressie is het beste middel tegen de Pijn van het Zijn

De zin van het leven, zoekt u er ook naar? Na 53 jaar is hij duidelijk voor mij. Luister. De zin van het leven bestaat erin te jodelen, ondanks alles. Jodelen is bekend als een soort klaterende lofzang die komt vanuit de diepte van de keel en is ontwikkeld in de Alpen door de geinige herbergiers, houthakkers en jagers die het bedenkelijke voorrecht hebben daar te mogen bestaan. Zelf probeer ik al een eeuwigheid deze nobele kunstvorm onder de knie te krijgen. Een paar keer is het gelukt. Onlangs bereid ik na het zware werk in de goudmijn een lekkere boterham in mijn ongelofelijk goede keuken. De keuze is voor het beleg gevallen op een Boulogne-paardenworst van sympathieke Sim die ’s vrijdags op het Ladeuzeplein staat met zijn beenhouwerskraam. Op de bamboeplank heb ik ze in de bankschroef van mijn linkerhand, maar ineens merk ik tot in de vezels van hart en ziel dat ik ernaast zit met mijn zelfgeslepen zakmes. Niet de worst, maar het verste stukje uiteinde van mijn linker wijsvinger gaat eraan. Toen dus. Mijn buren dromen er nog van. – In dat verband herinner ik mij nog een ander ‘topmoment van ontmoeting’. Het was de zomer van 1990, broeierig warm, en onze studiegroep had pas zijn intrek genomen in het Molenhuis in de Ardennen bij de Amblève. Tijd om even op verkenning te gaan en wat op adem te komen. Opeens vertrok voor mijn voeten in het gras- met een snelheid die deze creaturen enkel in volle zomer halen – een groene slang van voor mijn voeten. In niet te volgen kronkels, als een algoritme dat je belooft snel rijk te maken op de beurs. Op zulke momenten kan en wil ik niet beletten dat er een oerkreet klinkt, die wel uit mijn beenmerg zelf lijkt naar boven te komen. Ook al zit de toon en de melodie nog niet helemaal op Alpijns niveau. Het mooiste voorbeeld van de alomvattende heilsbetekenis van het jodelen voor de homo economicus valt volgens mij echter te rapen bij Urbanus. “Nicht von mir aber auch Gut”. Er zijn opnamen bewaard van zijn humoristische sketches uit de jaren tachtig. Niemand staat zonder stress op de planken, maar elke keer als de man uit het Pajottenland het publiek in een nieuw lachsalvo heeft weten doen uitbarsten met zijn hoogst persoonlijke visie op de gebrokenheid van de mens, gebruikt hij die korte tijd om voor zich uit luidkeels te jodelen.

“Expressie als medicijn tegen de pijn van het zijn.” Vandaag heb ik de indruk dat in onze corner van het continent een belangrijke silent majority zwaar gebukt gaat onder het wrede besef dat zijn buur (en zowat al wie op tv komt) het veel beter heeft dan hijzelf. Tijdens een debatje in de wachtrij aan de kassa van de Carrefour vorige week, sprak een klein gebouwde dertiger met kort geschoren haar het plots treffend uit. Nadat ik verwezen had naar exotische culturen zoals Peru of de Indus, waar mensen nog met elkaar in levendig gesprek gaan in publieke ruimten, klonk het: “Ja. Die mensen hebben een schoner leven: die betalen geen belasting!”. Geplaagd, uitgezogen door politici en maatschappelijke systemen en structuren, totdat het lachen je compleet vergaat. Zo zien veel mensen vandaag blijkbaar hun relatie met het leven en de overheid. Wie zijn wij om hen daarin niet te horen? En toch. Het leven is ook wat je ervan maakt. En dat begint bij je bril. Was het Toon Hermans, die zo treffend zong: “Van paljazon, in die tijden dat iedereen buiten nog zong…”? Er was midden vorige eeuw, en letterlijk al de eeuwen die daarvoor kwamen, veel minder geld en zeker veel minder aan producten in omloop. Misschien zou het voor de mens van nu slim zijn minder in de heilige Koopkracht te geloven, en inspanningen te doen onze expressiebuis, die tussen hart en tong zit, open te houden. Misschien zouden we er verder wel bij varen zoals de trekpaarden voor de koets destijds oogkleppen te ontvangen. Is het niet zo dat ik op heden niet meer gelukkig kan zijn zonder auto, drie vrouwen (mét boezem), vier kinderen, twee huizen, een platte beeldbuis… omdat ik al die fenomenale dingen keer op keer opmerk bij the guy next door? Of zijn wij in zekere zin “al te zeer volwassen mensen” aan het worden, om nog op een diep niveau voldaan te kunnen zijn? Wie heeft ons dan op het verkeerde pad gezet? Welke volksmisleider? Wel, het schijnt dat Adolf Hitler zich een keer vergist heeft. Toen hij Nietzsche las. Die schreef op het eind van zijn leven een boek over de übermensch. Deze zomer las ik dat de grote, droeve, gedreven filosoof daar eigenlijk mee bedoelde dat wij best “allen weer als kinderen worden”. Immers: een kinderhand is gauw gevuld. Wie zijn behoeften kan in toom houden, hoeft de omweg langs slavenarbeid en overvloedsmaatschappij niet te maken Ligt in zulke levenswijze en heropvoeding van jezelf geen highway to heaven klaar, alles wel beschouwd? Adolf zag het dus anders: harde kracht, dames en heren, dat is waar het op aan komt. Vernederen wie je heeft vernederd, dat is de weg tot het ware geluk. Wraak tot de tiende macht, wat had je daar van gedacht? Buiten gooien wie hier slechts een jaar (of duizend) zijn komen wonen, en zeker als zij er rijk of gelukkig en samen-blij uitzien. [1] Zijn het de vele kleine problemen die in het bestaan van vandaag op ons toekomen die onze toegang tot waarachtige tevredenheid verstoppen? Of zijn wij misschien wel sluipenderwijs te ver uit balans geraakt wat onze verhouding met de (natuurlijke, onveranderlijke, diepe) menselijke existentie betreft? Gelijken de consumenten die wij geworden zijn soms niet meer op spelers in een film dan op mensen aan de gang in landschap en leven? Onze bazen, en de controlemechanismen van de organisaties waar wij werken, de files, de stoffige gassen, de verslavende verhalen van de media, de koopmolen… zetten ons onder druk. We slapen er niet goed meer van. Afgelopen zaterdag bood wat zuurstof bij het nadenken. “Werelddag van verzet tegen Extreme Armoede”. Al wie meent door het leven en door God benadeeld te zijn, zou het eens een enkele maand met een leefloon van 800 euro, die dus diep onder de door experten vastgestelde armoedegrens ligt, moeten doen. Wie het vermogen tot identificatie met andere mensen bezit, verleert snel het klagen. Zelfs mét de microfoon in de hand, vond de kansarme oude man die naast burgemeester Tobback bij de gedenksteen voor de strijd tegen de Armoede op het stadsplein naast de stadseik het woord mocht nemen, niet de kracht goed hoorbaar te spreken… Vorige dinsdag dan, vond de jaarlijkse Waerbeke Conferentie (www.waerbeke.be) plaats. Die ngo werkt aan het versterken van de stille kracht van Stilte in onze maatschappij. In de voormiddag een getuigenis van drie mensen die door de hel zijn gegaan en het kwamen navertellen. Reginald, een paracommando die in Rwanda stond. Rami, een jongeman die vanaf zijn zevende de rol van vader moest opnemen ten bate van mama en zustertje, toen vader onderweg stierf aan een herseninfarct, op de vlucht voor de Taliban, een Odyssee van Afghanistan tot hier. “De mensensmokkelaars, dat zijn geen loutere bandieten, die hebben ons leven gered, mijnheer!”. Dat soort verhalen zijn niet minder dan poorten naar andere universa[2]. Als derde trad de heer Vincke, zoöloog van vorming en jarenlang actief als diplomaat & adviseur van staatshoofden op. Het ging over zijn dochter, Edith. Als kind was zij een kundig en lief kind, muzikaal, vrolijk, verstandig… Later bleek dat zij op een diepgaande manier anders is dan de modale mens in onze gemeenschap. Mensen keken van haar weg. Dat bracht haar veel innerlijke pijn. De vader gaf ruiterlijk toe dat zij, achteraf bekeken, vooral behoefte had beluisterd te worden. Zwijgen. Dat moest ik gedaan hebben. De jonge vrouw wilde zich bovenal aanvaard weten als dochter. “Ik heb dat vele jaren niet begrepen, heb niet geluisterd naar haar ziel, en die aandachtige aanwezigheid dus niet geboden. Het drama dat volgde, ontroert mij nog steeds als ik spreek…” De innerlijke pijn van Edith was zo groot, dat zij verlichting vond in de lichamelijke pijn die kwam als zij kerfde in haar armen. Volksstammen specialisten-geneesheren hebben haar nooit begrepen, verkeerde diagnoses op haar voorhoofd geplakt. Niet willen, niet kunnen luisteren, zo benadrukt de vader. Edith is aan haar einde gekomen op een heel speciale manier, die ik niet verklap. Een tipje: de kapitein van de Beagle, de latere admiraal Fitzroy, die de grote Charles Darwin de hele wereld had rondgevaren, en die de grondlegger is van het systeem van observaties dat weersvoorspellingen mogelijk maakt, is op dezelfde manier gestorven. De geleerde boeken zeggen er over: een moedig man. Het verhaal van de fijne Edith kunt u nalezen op http:// www.edithvincke.be

Om maar te zeggen, er zijn mensen onder ons die dagelijks met heel wat pijn omgaan, en toch doorgaan. En die bovendien vaak veel mededogen opbrengen voor andere mensen. Die pijn soms zelfs als een betekenisvol signaal zijn gaan zien. Tijdens de workshops rond “Conflict en Compassie” getuigde een deelneemster: “Ik ben als een paard: als dat een been breekt, jammert dat niet dagenlang, maar het gaat door met zijn doen en omgaan met de anderen”. Dan komt de bedenking: “Dat is een heel andere stijl dan die van veel politieke (en media-) figuren bij ons vandaag”. Als zij het materialistisch egoïsme prediken, aanvaarden dat mensen agressief-jaloers gaan reageren naar elkaar, wat voor leiders/opiniemakers zijn dat dan? Mogen zij hun gang gaan? Of roepen zij ons onrechtstreeks op om creatief, beleefd en in vele vormen in het Verzet gaan?

Aan het andere uiterste van het spectrum vind je mensen die pijn en dood als demonische dingen zien. Absoluut te vermijden, daar is niets goeds aan. “Laat ons de schapen op het einde van hun leven, na tien jaar in de wei en de stal, toch zeker zo slachten, dat zij geen tien minuten pijn lijden”. Dat staat in zoveel woorden op de homepage van GAIA. En je eigen dood (die absoluut ongewenste situatie, toch?), kan je nog zin geven door je legaat over te maken…

Luister. Laat ons streven naar een diep besef van het feit dat wij spoedig zullen doodgaan. Laat ons dan hopen op de genade dat wij op zulke manier mogen leren leven – en anderen onderweg te helpen leven – dat wij zo recht in de schoenen zullen staan, dat wij die laatste paar passen naar het schavot al fluitend kunnen afleggen, al zingend of jodelend.

 

Luister naar het lief én het leed van je buur, ga voor hem en haar door het vuur.

 

Het moet pijn doen. Is die natuurlijke pijnsensatie immers niet de beste medicijn tegen de grote klacht van vandaag: “Ai, wat gaat het leven snel voorbij!”

 

——————————————————————————————————————

[1] De laatste nieuwe Waarheid over het ideaal van de Ubermensch kan je nalezen in het sublieme “In stilte. Een filosofie van de afzondering” (2015), van Jan-Hendrik Bakker).

[2] Zie de facebookgroep ‘Raminism’ voor het wereldbeeld van de jonge Vlaams-Afghaanse man, en zijn persoonlijke pagina ‘Ramin D Boy Samadzai’.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!