about
Toon menu

Brain Business van Filipijns medisch personeel

woensdag 20 maart 2013
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Op woensdag 27 februari stelde senator Sabine Vermeulen van N-VA een parlementaire vraag aan Jean-Pascal Labille, minister van ontwikkelingssamenwerking. Zij kwam tot de vaststelling dat het Filipijnen nationaal beleid in verband met Brain Business niet houdbaar is als er op het Filipijnse platteland een acuut tekort is aan medisch personeel.

Enkele kanttekeningen

De Filipijnen behoren tot de zogenaamde ”emerging countries” volgens het IMF. In de Filipijnen houdt de elite de touwtjes op economisch en politiek vlak stevig in handen met een grote ongelijke verdeling van rijkdom tot gevolg. Het nationaal ontwikkelingsmodel bestaat erin om opgeleid personeel in het buitenland te werk te stellen. De Filipijnen is de grootste exporteur ter wereld van verpleegkundigen en de tweede grootste exporteur van dokters volgens de WHO (World Health Organization). Er is een enorm tekort aan medisch personeel op het platteland en de ironie wilt dat dokters in de steden soms werkloos zijn.  In de VS is zowat 76% van het buitenlandse medisch personeel Filipijns. Ongeveer 8% van de bevolking werkt in het buitenland. Op deze manier ontvangt de Filipijnen ongeveer 8.5 miljard dollar per jaar aan remittencies.

Deze export van arbeidskrachten levert de Filipijnse overheid weliswaar veel geld op dat het kan gebruiken voor de ontwikkeling van het land. De expats die na een verblijf in het buitenland terugkomen zijn beter opgeleid en zorgen ook voor een kwaliteitsverhoging van de lokale gezondheidszorg volgens de WHO. Sinds 1995 stimuleert de Filipijnse overheid deze terugkeren. De expats krijgen bepaalde voordelen als ze terug keren zoals geen belastingen op hun aankopen tijdens hun eerste jaar dat ze terug zijn, interessante intrestvoeten om leningen te krijgen en gesubsidieerde beurzen. Volgens de WHO (World Health Organization) heeft dit systeem tot goede resultaten geleid en staan er veel andere landen klaar om hetzelfde systeem in te voeren. Het is dus een systeem dat bijdraagt tot de nationale ontwikkeling, maar houdt het niet een bepaalde elite in de steden in het zadel? Wat met het acute tekort aan medisch personeel op het platteland?

De verdeling van ziekenhuizen en medisch personeel over het land is zeer onevenwichtig. Er is sprake van een centralisatie van de ziekenhuizen en het medisch personeel in de buurt van Manilla en Cebu. Op het Filipijnse platteland is de gezondheidszorg veelal ontoereikend en van slechte kwaliteit. Hiertegenover staat dat er in de Filippijnen absoluut geen tekort is aan goed opgeleide verpleegkundigen. Alleen worden zij niet opgeleid ten behoeve van de lokale gezondheidszorg, maar wel met het oog op het buitenland en de daaraan gekoppelde Brain Business.

Het is uiteraard aan de Filipijnse overheid om de financiële resultaten van deze brain business ten goede te laten komen van de gezondheidszorg in eigen land, maar ook de importerende landen kunnen hierbij helpen door sensibilisering en opname van clausules bij het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten.

Oplossingen

In het land van herkomst zijn er oplossingen om dit probleem aan te pakken en toch het systeem van Brain Business te behouden. Om medisch personeel naar het platteland te brengen kunnen er verschillende beleidsmaatregelen genomen worden. Deze beginnen voornamelijk tijdens de opleiding. De opleiding moet meer geconcentreerd worden op lokale problemen, in een lokale taal gegeven en aangepast a.an de lokale cultuur. Ook zouden de lonen moet worden verhoogd door een herverdeling van het budget naar het platteland en een decentralisatie van de ziekenhuizen. Zo zou het medisch personeel een betere toekomst moeten krijgen. Dan is de kans groter dat ze zich zullen inzetten voor hun lokale gemeenschappen, want op zoek gaan naar betere levenscondities blijkt de doorslaggevende factor te zijn.

Hoe moet het nu verder?

Volgens minister Jean-Pascal Labille heeft ons land in 2010 de goedkeuring van de Code of Practice van de WHO over het internationaal aanwerven van gezondheidspersoneel gesteund. Het betreft een vrijwillige en niet-afdwingbare Code die de migratiestroom niet noodzakelijkerwijze inperkt, het recht op migratie erkent en tevens wijst op interessante effecten van de mobiliteit van gekwalificeerd personeel (brain circulation). De bevolking heeft in elk land recht op gezondheidszorg en de Code tracht tussen deze twee rechten een juist evenwicht te vinden. Bovendien hebben de Belgische actoren van de ontwikkelingssamenwerking het Charter aangaande rekrutering en ondersteuning van gezondheidspersoneel in partnerlanden ondertekend. Het Charter richt zich in eerste instantie op de Belgische actoren van de internationale samenwerking op gebied van gezondheid. Het heeft als doel de praktijken bij het aanwerven en ondersteunen van gezondheidspersoneel uit partnerlanden meer te harmoniseren en ze rechtvaardiger en efficiënter te maken. Met betrekking tot de rekrutering stelt het Charter voor om potentiële negatieve gevolgen te compenseren met het lokale gezondheidssysteem van het partnerland en om te informeren en sensibiliseren over de principes van de WGO Code of Practice bij actoren van de publieke en private sector die gezondheidspersoneel rekruteren uit het Zuiden, voornamelijk voor wat betreft het onthaal van deze personen en de implicaties van hun rekrutering in het land van oorsprong.

Volgens senator Sabine Vermeulen van N-VA  moeten we ervoor pleiten dat landen die actief hoger opgeleiden rekruteren, steeds moeten nagaan wat het effect is op het land van herkomst. Als daar een schaarste is aan mensen met het gevraagde profiel, zoals dat het geval is met verpleegkundigen in de Filippijnen, moet van de rekrutering worden afgezien en moet er voldoende ondersteuning worden geboden om de omstandigheden waarin hoger opgeleiden in de landen van herkomst moeten werken, te verbeteren.