about
Toon menu

Subsidiariteit of solidariteit?

woensdag 19 oktober 2011
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De discussies rond het opheffen van het voedselhulpprogramma voor de minst bedeelden (PEAD) vormen een mooie illustratie van het probleem van subsidiariteit in de Europese Unie. Normaal moeten de ministers van landbouw op hun vergadering van morgen en overmorgen (20 en 21 oktober 2011) in Luxemburg hier een beslissing over nemen. Van de 27 lidstaten zijn er zes – en dat is een blokkeringsminderheid – die willen beletten dat negentien andere lidstaten voor de periode 2012-2013 nog kunnen genieten van een overgangsregeling waarbij het huidige budget van 480 miljoen euro zou worden behouden. Die zes zijn Nederland, Denemarken, Tsjechië, Duitsland, Zweden en het Verenigd Koninkrijk, en wat hen betreft wordt het budget  in 2012 al teruggebracht tot 113,5  miljoen.


Het Europese voedselhulpprogramma kwam tot stand in 1987, na – zoals bejaarden nu nog rillend mompelen – “een van de koudste winters sinds mensenheugenis”. Het programma werd ondergebracht bij het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (CAP), omdat het doel niet alleen was de voedselvoorziening voor de allerzwaksten te garanderen, maar ook de Europese landbouwoverschotten kwijt te raken. Naarmate echter sinds de jaren 1990 het CAP leidde tot minder landbouwoverschotten, zag de EU zich verplicht voedsel aan te kopen om de bevoorrading van de nationale voedselbanken op peil te kunnen houden. Bovendien drongen zowel de Commissie als het Europees Parlement en ngo’s er op aan dat het aanbod niet uitsluitend afhankelijk zou zijn van de overschotten, maar dat het moest bijdragen aan een evenwichtige voeding (met vlees, melk, granen, suiker, olie, rijst, enz.). In 2010 zorgde PEAD voor 51% van het voedsel dat door de nationale voedselbanken werd verdeeld, aan in totaal zo’n 18 miljoen Europeanen. In 2009 was 90% van die Europese steun niet afkomstig van landbouwoverschotten, maar aangekocht op de markt.


Daartegen werd door Duitsland klacht ingediend bij het Hof van Justitie, en in april van dit jaar verbood het Hof aankopen van voedsel buiten de landbouwoverschotten. De Commissie, die verplicht is om de uitspraken van het Hof na te leven, draaide daarop de PEAD-begroting voor 2012 terug tot 113,5 miljoen euro, met de kans dat het programma in 2013 volledig opgeheven wordt. Om dit drama te vermijden, stelde de commissaris voor Tewerkstelling en Sociale Zaken, Laszlo Andor, op 3 oktober 2011 aan de ministers van sociale zaken voor het voedselhulpprogramma over te nemen. Het zou dan niet meer onder het landbouwbeleid vallen, maar onder de Europese opdracht om lidstaten te ondersteunen in hun strijd tegen discriminatie en voor de ‘inclusie’ van kwetsbare groepen.


Maar daarmee komt de voedselhulp op het terrein van sociaal beleid, en dat is bij uitstek een terrein waar de bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten niet helder is. En dus zijn er meteen nationale overheden die zich op het principe van subsidiariteit beroepen om Europese bemoeienissen ver weg te houden. De Commissie die, gesteund door het parlement, wel wil verder gaan met het programma, moet nu – zeker met het Verdrag van Lissabon – extra goed motiveren wat de toegevoegde waarde van haar tussenkomst is voor het nationale beleid. Zij zal moeten bewijzen dat de doelstellingen van haar interventie niet op bevredigende wijze kunnen worden bereikt door de lidstaten, en dat de beoogde actie, gezien haar omvang en impact, beter kan worden uitgevoerd door de EU dan door de lidstaten. Bij landen met een traditioneel diep geworteld netwerk van kerken en caritatieve instellingen als Duitsland is dat niet evident. En wat Nederland betreft, was ook GroenLinks dit jaar nog geen voorstander van een beroep op PEAD. Europarlementslid Marije Cornelissen zei toen: “Laat Nederland eerst maar eens de zwaksten ontzien in het kabinetsbeleid, voordat het overgaat tot voedselhulp uit de EU. Nederland heeft daar een verantwoordelijkheid als rijkste lidstaat.”


Is er dan geen mogelijkheid om het voedselhulpprogramma toch binnen het CAP te houden, waar de EU immers exclusieve bevoegdheid heeft? Het wegwerken van landbouwoverschotten is geen goede grond meer, maar sinds het Verdrag van Rome behoort ook het verzekeren van voedselzekerheid tot de Europese missie. Het voedselhulpprogramma moet dan beschouwd worden als een bijdrage tot de voedselzekerheid van delen van de bevolking die om wat voor reden dan ook niet in staat zijn zich degelijk te voeden. In de volgende meerjarenbegroting echter (2014-2020) zou de Commissie waarschijnlijk toch het PEAD overhevelen van landbouwbeleid naar het Europees Sociaal Fonds. Dat is opgericht voor de strijd tegen sociale uitsluiting, maar kan enkel de nationale activiteiten ondersteunen en aanvullen. Met name Roemenië, Bulgarije, Polen, Finland, Letland, Griekenland en Hongarije hebben al aangegeven dat zij niet in staat zullen zijn op eigen houtje de hulp door voedselbanken verder te zetten.
Het lijkt er sterk op dat de lidstaten die nu de voortzetting van het Europese voedselhulpprogramma tegenhouden kiezen voor subsidiariteit en tegen solidariteit.

Hugo Durieux

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.