about
Toon menu

De hoofddoek, nog maar eens...

maandag 27 mei 2013
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

In een reactie op mijn opiniestuk “Hoofdoeken, keppeltjes, neutraliteit en semantiek” probeert Jurgen Slembrouck zijn strikte opvatting van neutraliteit te presenteren als de garantie op godsdienstvrijheid en zo de superioriteit ervan t.a.v. andere, meer “coulante” benaderingen van neutraliteit, aan te tonen. Echter zijn kritiek op de door mij voorgestelde semantisch minimalistische benadering van neutraliteit berust op een aantal misverstanden.

Terminologie

Volgens Slembrouck is de hele discussie over het hoofddoekenverbod een discussie tussen de voorstanders van een “strikte” interpretatie van neutraliteit en de voorstanders van een “coulantere” opvattingen. De “strikte” benadering van neutraliteit impliceert een hoofddoekenverbod, terwijl de meer “coulante” benaderingen dat niet doen. Door de discussie in termen van “strikt” en “coulante” te beschrijven, lijkt het alsof het gaat over een discussies tussen enerzijds de echte, serieuze verdedigers van het neutraliteitsprincipe - die het principe van neutraliteit in een ere houden - en anderzijds de “softies” die omwille van allerlei redenen bereid zijn het neutraliteitsprincipe te compromitteren en toegevingen te doen aan diegenen die de neutraliteit het liefst van tafel zouden vegen.

Maar dergelijke nomenclatuur miskent de echte kern van het debat. Het discussiepunt is niet of er al dan niet moet afgedongen worden op de idee van neutraliteit. De vraag is echter wat neutraliteit betekent. Ik verzet me dus tegen de manier waarop de voorstanders van het hoofddoekenverbod het debat framen omdat het de essentie van het meningsverschil toedekt en de hele discussie herleidt tot een quasi-manicheïstische strijd tussen de echte en de valse vrienden van de neutraliteit.

Racisme en discriminatie

Slembrouck voelt zich onheus bejegend omdat ik volgens hem de voorstanders van het hoofddoekenverbod als racistisch bestempel. Echter, nergens beweer ik dat. Ik beweer wel dat het argument dat ze hanteren om keppeltjes etc. te verbieden, wanneer logisch doorgetrokken, toestaat dat mensen met een bepaald uiterlijk worden geweerd. Ik beweer nergens dat zij die conclusie trekken en beweer dus nergens dat Slembrouck of gelijk wie racistisch is.

Ik merk dit gewoon op om aan te tonen dat het toepassingsbereik van het neutraliteitsargument op één of andere manier moet worden beperkt. Die beperking wordt ook gegeven door Slembrouck: de neutraliteitsregels mogen niet discrimineren. De vraag is natuurlijk discrimineren op basis van wat? Een manier om het toepassingsbereik van de neutraliteitsregels te beperken bestaat er in om ze enkel toe te passen op intentionele, vrije keuzes van de ambtenaar. Keppeltjes, hoofddoeken etc. mogen dan verboden worden omdat de drager er van zelf kan kiezen om deze hoofddeksels al dan niet te dragen.

Huidskleur kan dan niet worden geviseerd omdat men zijn huidskleur niet zelf kiest. Dat lijkt een elegante oplossing, maar is het dat wel? Neem een orthodoxe jood die peyos draagt. Kan dit achter het loket of niet? Het lijkt er op dat volgens Slembrouck die man zijn peyos moet knippen, immers de haartooi die men draagt is een vrije intentionele keuze. Maar peyos groeien niet op één twee drie terug. Dat betekent dat de orthodoxe jood, wil hij een officiële functie uitoefenen, beperkt wordt in zijn religieuze praktijk (en in zijn godsdienstvrijheid). 

De maatregel die de orthodoxe jood verplicht zijn peyos te knippen is dan wel geen intentionele discriminatoire maatregel, het effect is wel dat hij in tegenstelling tot anderen veel meer beperkt wordt in zijn religieuze praktijk ook buiten de arbeidscontext. Over het algemeen vind ik dat de voorstanders van het hoofddoekenverbod zichzelf heel vlot vrijspreken van discriminatie. De redenering lijkt te zijn: we hebben niet de intentie om te discrimineren dus, wat ook de reële effecten zijn, er is geen sprake van discriminatie.

Ik vind dat humanisten die zich op de Verlichting beroepen (en zoals Slembrouck terecht opmerkt, reken ik mijzelf daartoe) niet kunnen blind zijn voor de reële effecten die bepaalde maatregelen hebben. In het geval van het hoofddoekenverbod kan niet ontkend worden dat een reële effect is dat bepaalde minderheidsgroepen die in onze maatschappij voortdurend te maken krijgen met intentionele discriminatie en achterstelling, nog maar eens feitelijk worden gediscrimineerd. Men kan bij het vaststellen van dergelijke effecten niet simpelweg zeggen dat dat niet de bedoeling is en zo de handen in onschuld wassen.

Het argument voor het hoofddoekenverbod

De kern van het argument van Slembrouck betreft het vermeende verband tussen  het neutrale uiterlijk van een ambtenaar en  de loyauteit van de burger ten opzichte van de liberale democratie. Wanneer overheidspersoneel niet strikt neutraal gekleed is, dan beperkt dit de vrijheidsbeleving van de burgers. Maar door die beperking van vrijheidsbeleving, aldus Slembrouck, komt de loyauteit die de burger heeft t.o.v. de overheid in het gedrang.

De hoofddoek of het keppeltje toelaten, tast "de hele werking van een liberale, democratische rechtstaat" aan, aldus Slembrouck. Dit is een sterke conclusie, en als ze inderdaad waar is, dan lijkt het er op dat we zeer goede redenen hebben om keppeltjes, hoofddoeken etc. te verbieden. Maar is de conclusie gerechtvaardigd? Is het zo dat gekeppelde of gehoofddoekte ambtenaren de loyauteit van de burger t.a.v. de overheid in het gedrang brengen en zo de liberale democratie ondermijnen?

Om dit te staven geeft Slembrouck enkel een a priori argument. Maar het lijkt me dat dit geen uitspraak is die a priori waar of vals is. Of dat zo is kan enkel worden vastgesteld door empirisch onderzoek. Is het zo dat de loyauteit t.o.v. de liberale democratie in Groot-Brittannië lager is dan in Frankrijk? En als dat zo is, heeft dat dan te maken met het feit dat Groot-Brittannië een coulantere houding aanneemt t.o.v. uiterlijke kenmerken van ambtenaren of spelen er andere factoren? Het lijkt mij dat beweringen hierover, zonder te beschikken over wetenschappelijk onderzoek simpelweg natte-vinger werk is.

Dezelfde soort redenering zien we ook opduiken in de oorspronkelijke open brief/internetpetitie van Slembrouck. Daar heet het dat: "Indien u de neutraliteit opgeeft, zet u ook het harmonieuze samenleven op het spel." Als bedoelt wordt dat een overheid die een bepaalde religie bevoordeelt het harmonieuze samenleven bedreigt dan ben ik het eens met die uitspraak. Als echter wordt bedoelt dat keppeltjes en hoofddoeken achter het loket het harmonieuze samenleven bedreigen, dan heb ik mijn twijfels. Voor die laatste interpretatie geeft Slembrouck opnieuw enkel een a priori argument, zonder te verwijzen naar relevant wetenschappelijk onderzoek hieromtrent. 

Zo zijn er nog verschillende andere plaatsen waar uitspraken worden gedaan die enkel worden onderbouwd met een a priori argument terwijl die bewering enkel kan worden gestaafd door wetenschappelijk onderzoek. Om het onderscheid tussen expliciete religieuze symbolen enerzijds en kledingstukken dat ik aanbracht in mijn oorspronkelijk artikel als irrelevant te klasseren, schrijft Slembrouck: "Al is het slechts impliciet, wie een  hoofddoek draagt  onderschrijft  zo ook de ethisch beladen waarheidsaanspraak en universaliteitspretentie.

Het onderscheid dat Zahidi maakt tussen symbolen en kledingstukken is in deze optiek dan ook niet relevant." Maar die eerste zin wordt door geen enkel argument onderbouwd. Het gaat om Slembroucks persoonlijke interpretatie van de betekenis van de hoofddoek. En, waarom zou de overheid of gelijk wie die interpretatie moeten overnemen?

Slembrouck is het met mij eens dat de betekenis vaan kledingstukken historisch en cultureel bepaald wordt. Maar hij trekt daaruit de volgende conclusie: "Het valt niet uit te sluiten dat sommige uiterlijkheden die vandaag een aanhorigheid verraden, dermate ingeburgerd en verspreid raken dat ze hun levensbeschouwelijke en ideologische betekenis verliezen. Het punt is, dan zullen ze door diegene die hun overtuiging willen etaleren niet meer worden gekozen."

Maar hoe volgt de conclusie dat die uiterlijkheden niet meer zullen worden gekozen door diegenen die "die hun overtuiging willen etaleren"? Opnieuw wordt geen argument gegeven of wetenschappelijk materiaal geciteerd. Ik vind die conclusie zelfs verre van plausibel. Neem bijvoorbeeld de ondertussen iconische foto van Che Guevara. Tegenwoordig vinden we die op allerlei kledingstukken en accessoires en het zijn inderdaad niet alleen meer personen die het gedachtegoed van Che hoog houden die dergelijke items dragen. Dat neemt niet weg dat er nog heel wat linkse antikapitalisten een T-shirt met Che Guevara dragen om hun ideologische aanhorigheid te etaleren. 

Kortom, in cruciale stappen in het argument voor het hoofddoekenverbod worden uitspraken als zelfevidente waarheden geponeerd zonder dat ze dat ze dat zijn.  Het is onbegrijpelijk dat personen die wetenschap zo hoog in het vaandel dragen van oordeel zijn dat voor het begrijpen van complexe sociale fenomenen geen empirisch wetenschappelijk onderzoek nodig is. Blijkbaar volstaat het om op basis van enkele anekdotes en algemene principes zoals “scheiding tussen kerk en staat” om dergelijke fenomenen te begrijpen. De grens tussen dit soort houding en een fundamenteel anti-wetenschappelijke en anti-intellectuele houding lijkt me flinterdun.

Semantisch minimalisme

Slembrouck merkt terecht op dat wanneer de overheid zich laat leiden door het principe van semantisch minimalisme nog steeds bepaalde kledingstukken zal moeten interpreteren. Daarin heeft Slembrouck gelijk. Ik heb nooit het tegendeel beweerd en zoals het bijvoeglijk naamwoord “semantisch” in de naam van het principe aangeeft, moet er betekenis worden gegeven aan symbolen, kledingstukken etc. . Maar dat impliceert volgens Slembrouck dat de overheid waardeoordelen moet vellen:

“Concreet, mag een ambtenaar aan het loket zitten met een T-shirt met de slogan ‘Aids is een vorm van immanente gerechtigheid’? Stel dat het niet mag omdat het mensen met Aids stigmatiseert. Dan zegt de overheid dat een dergelijke visie, die binnen een godsdienstig perspectief uitstekend verdedigbaar is, verwerpelijk is.”

Maar dat is helemaal niet wat uit het principe van semantisch minimalisme volgt. Als de overheid een dergelijk T-shirt verbiedt, dan spreekt ze daarmee geen waardeoordeel uit over de boodschap. Ze stelt alleen vast dat er een in het oog springende boodschap is (ik veronderstel dat Slembrouck dit niet ontkent) en die boodschap is niet neutraal. Bijgevolg past ze niet achter het loket. Het is mij volledig onduidelijk hoe semantisch minimalisme impliceert dat de overheid waardeoordelen velt over de betekenis van kledingstukken. Wat ze wel doet is vast stellen wat de in het oog springende betekenis is en afweegt of die betekenis past binnen een neutrale overheid.

Helemaal vreemd wordt het als Slembrouck hieruit concludeert dat semantisch minimalisme de godsdienstvrijheid beknot:

“Op die manier wordt ook in de publieke ruimte de godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting van overheidswege onder curatelen geplaatst en zou aartsbisschop Léonard meer moeten zwijgen dan hem lief is.”

Hoe dat zou volgens is mij helemaal duister. Ik dacht dat de discussie ging over welke implicaties de neutraliteit van de overheid heeft op het uiterlijk van het overheidspersoneel. Ik pleit voor semantisch minimalisme in deze context. Zoals Slembrouck terecht opmerkt is een benadering gebaseerd op het semantisch minimalisme opener (Slembrouck gebruikt het woord “coulanter”) dan de benadering die hij voor staat. Het is ook moeilijk te begrijpen hoe Slembrouck tot de conclusie kan komen dat semantisch minimalisme minder godsdienstvrijheid impliceert dan zijn benadering terwijl hij zelf zegt dat mijn benadering coulanter is dan diegenen die hij zelf voor staat.

Ik heb me dus helemaal niet uitgesproken over wat er kan en niet kan in de publieke ruimte. Voor alle duidelijkheid: als mensen op straat willen lopen met een T-shirt waarop staat dat aids een vorm van immanente gerechtigheid is, dan vind ik niet dat de overheid dat kan verbieden. Wat mij betreft kan Leonard schrijven of zeggen wat hij wil, vermits hij geen overheidsfunctie uitoefent is hij ook helemaal niet gebonden door het principe van het semantische minimalisme.

Karim Zahidi, filosoof (UA)

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

4 reacties

  • door maartenvt op maandag 27 mei 2013

    Ik sta volledig achter de intelligente uiteenzetting van Jurgen Slembrouck.

    Ik heb echter ook veel begrip voor de beweegredenen van de tegenstanders van het hoofddoekverbod. En ik denk ook dhr Slembrouck samen met mij.

    Beide partijen hebben zich immers opgeworpen als strijders voor de vrijheid, en vrije meningsuiting van de burger. Maar zoals we kunnen lezen, hebben zij andere uitgangspunten.

    Ik vind de titel van deze reactie van dhr Zahidi zeer flauw, alsof de tegenstanders tot vervelens toe het debat gaande houden. Flauw, omdat het een zeer fundamentele kwestie betreft. Het is niet omdat u het nut er niet van inziet, dat we er over uitgepraat zijn.

    Wat ik vooral wens aan te kaarten is het fenomeen van waardenverval en indommelfilosofie in de welvaartstaat, waarin dhr Zahidi zich onbewust lijkt te laten meeslepen. Waarschijnlijk zou het vasthouden aan normen en waarden zoals een hoofddoekverbod veel sterker gesteund worden, wanneer de islam een dominante rol in de samenleving zou spelen, of gespeeld zou hebben. Dan zouden we opnieuw beseffen dat onze vrijheid niet gratis is, en moet beschermd worden tegen invloeden, die oorspronkelijk weinig bedreigend lijken.

    Toen de katholieke macht nog sterk was, en haar stempel nog sterk drukte op politiek en in de samenleving, kwam er een sterke tegenbeweging die streed voor een strikte scheiding tussen kerk en staat. Omdat men dagelijks aan den lijve ondervond wat de nefaste invloed van het kerkelijk gezag was op het wel en wee van vele burgers. Op het moment dat deze scheiding tussen kerk en staat net gerealiseerd was, maar de herinnering aan de negatieve invloed van de kerk in de samenleving nog sterk was, zal het draagvlak bij de linkse beweging, om religieuze symboliek te weren uit de neutrale ruimten in de samenleving (ambt, onderwijs,...) groter geweest zijn dan de dag van vandaag.

    Vandaag zijn de godsdiensten een soort folklore geworden waarvan het bedreigend karakter verdwenen lijkt te zijn. In ons land althans. Ik begrijp dan ook dat voor vele verdraagzame burgers, het verbieden van religieuze symbolen in de neutrale ruimten, overdreven is en naar rechtse politiek "ruikt". Vergelijk het met een schattig leeuwenwelpje. Wanneer niemand zou weten tot welke proporties dit diertje kan uitgroeien, lijkt het volledig overdreven wanneer een aantal mensen zou pleiten om het beestje in een stevige kooi op te sluiten.

    Maar dat is het nu net. In deze tijden van welvaart en vrijheid, hebben we nog steeds de verantwoordelijkheid om deze welvaart en gelijkheid binnen de samenleving te beschermen en bewaken. Ik begrijp dat sommige mensen de teugels dan graag wat willen laten vieren. Maar, net zoals het met een ruiter het geval is, zit je dan minder stevig in het zadel wanneer iets onverwachts gebeurt, en je paard op hol slaat.

    Mensen zijn de laatste honderd jaren nog niet zó hard veranderd dat we er van moeten uit gaan dat, bij een zware economische klap, een zware natuurramp, een gewapend conflict, de mensen vredelievend blijven samenleven. Er is immers veel individualisme en weinig gemeenschapsgevoel vandaag de dag. We moeten voorzichtig blijven dat we het normen en waardenkader binnen onze samenleving niet te sterk verzwakken in tijden van overvloed, waardoor in een mogelijks toekomstig ogenblik van échte en zware crisis, het bedje gespreid ligt voor een aantal minder verdraagzame partijen om van deze vrijheid gebruik te maken om hun symboliek in de neutrale ruimten op te dringen. Is dat onrealistisch? Wel als we er van uit gaan dat de mens in dit land fundamenteel veranderd is ten opzichte van honderd jaar geleden. Niet wanneer we het naïef vinden om te denken dat er nooit geen oorlog of aanverwante crisis meer zal komen, en dat er dan een deel van de mens weer naar kan komen in tijden van crisis, waarvan het lijkt dat die verdwenen is vandaag de dag...

    Het is helemaal niet "rechts" of onverdraagzaam om een strikt kader op te stellen waarvoor dhr Slembrouck vandaag pleit. Het is immers niet ondenkbaar dat er ooit nog een periode komt waarin onze welvaart, vrede, fysieke integriteit, op de helling komt te staan, en in een nieuw angstklimaat, een nieuwe rechtse beweging profiteert van de ruimte die de linkse vleugel hen gegeven heeft op het moment dat de welvaart nog sterk leek.

    Ik vind dat het ook stilaan tijd wordt dat de moslims moeten stoppen om zich te blijven gedragen als een geslagen hond, net zoals de joden zich in een slachtofferrol blijven steken, terwijl er voor de eigen deur eens flink gekeerd moet worden. Zij lijken nog steeds niet te begrijpen dat onze welvaart, wetenschap, en daaruit voortvloeiende materiële welstand, het gevolg is van het samenwerken van mensen met een open geest in een klimaat dat na de verlichting gecreëerd is, ONDANKS blijvende tegenwerking van godsdiensten en andere invloeden die profiteerden van het vrijheidsbeginsel binnen de samenleving.

    Ik vind dus, als progressief en verdraagzaam burger, dat dhr Slembrouck de nagel op de kop slaat, en dat diegenen die het verbod van het dragen van oa religieuze symboliek niet begrijpen, in het ijle grijpen, en enkel in staat zijn om te redeneren binnen het huidige maatschappelijke kader.

    Ik begrijp, en heb begrip voor, de reacties van de tolerante burger die vindt dat men moet kunnen dragen wat men wil. Dat is zeer sympathiek en hartverwarmend. Dat maakt van onze samenleving een aangename plaats! Ik heb ook begrip voor de zoekende moslim die de hoofddoek wenst te dragen. Maar ik ben toch voorstander om, met de glimlach van mededogen, een grens te trekken voor religieuze symbolen binnen de neutrale ruimten.

  • door paulhaes op dinsdag 28 mei 2013

    Hebben we echt niks beter te doen dan ons druk te maken over dit soort trivialiteiten? Laat mensen toch dragen wat ze willen , wat maakt het uit zolang je vriendelijk geholpen wordt aan het loket?

    • door Multatuli op dinsdag 28 mei 2013

      Ik ben het helemaal met u eens. Decennia lang hebben we een goede verstandhouding op basis van een eenvoudig compromis ; wie een loketfunctie heeft in een openbare functie respecteert het neutrale karakter van zijn/haar openbare functie door geen religieuse tekenen te dragen in die functie. Maar nu is er een minderheid die systematisch eist dat de individuele vrijheid voorrang krijgt op het algemeen belang. Als een klein kind dat blijft zagen tot het zijn zin krijgt.

      Terwijl er veel ernstiger problemen zijn die een oplossing vragen.

      Opvallend toch hoe veel energie er in dit debat gestoken wordt. Wanneer reageert er iemand op de Brusselse waanzin om een overbodig voetbalstadion te bouwen ?

  • door smoky58 op dinsdag 28 mei 2013

    Als rasechte atheïst haat ik elk symbool dat synoniem staat met onderdrukken en uitbuiten van menselijk waarden. Het hoofddoek is er zo eentje van. Een voorbeeldje is hier op zijn plaats. Mijn dochter ging 1 jaar naar een gemeentelijke school. Hier waren vooral veel islamitische jongeren. Deze jongeren scholden mijn dochter alle dagen uit voor een hoerenjong, want haar moeder liep niet gesluierd. In Antwerpen worden meisjes, vooral van islamitische afkomst geregeld lastig gevallen omdat ze geen hoofddoek willen dragen. Te zwijgen van zij die om huwelijks reden ze verplicht moeten dragen van hun echtgenoot. Wie gaat hier voor hen opkomen? Niet de jongeren die in het fundamentalistisch godsdienst denken hun weg willen vinden. Wil je voorbeelden van hoever men kan gaan, kijk dan eens terug naar de vrouwen in Afghanistan toen de taliban de macht had. Een hoofddoek moet inderdaad kunnen, maar enkel als de vrouw daar echt behoefte aan heeft, niet omdat ze het opgelegd krijgt. En denk je dat de islamitische mannen niet weten hoe ze hun vrouw moeten bewerken om hen te laten geloven dat een hoofddoek dragen hun meer vrijheid geeft. Kijk eens goed naar de katholieke geschiedenis, die staat bol van deze schijnheilige vrijheden. Wetende dat deze zelfs maria magdalena in 400 na christus als een hoer bestempelde. Terwijl daar geen enkel gegeven van bestaan. Ik ben misschien volgens velen een angsthaas, die geloofd in het slechte van dergelijke mensen. Kijk eens hoe rechtser de mensen zijn gaan denken, ze geven er zelfs vrijheid voor op, vrijheid die zwaar bevochten is geweest, waar bloed en menig tranen voor gelaten zijn. Moeten we die ten allen prijzen te grabbel gooien aan andere gekken. Nee, voor mij mag het hoofddoeken verbod gerust nationaal worden, voor mij mogen dergelijke fundamentele vrijheden, echt gevrijwaard worden met eender welk middel, tegen elke prijs. En denk eraan, vrijheid is geen liberaal gedachte, het is een dierlijk wens. Kijk anders eens naar alle dieren die we hebben gevangen gezet. Onze menselijk geschiedenis staat bol van wreedheden in naam van godsdienst en geloof, bol van uitbuiting en volkerenmoord. Laat ons eindelijk de waarden van vrijheid met allen verdedigen waar ter wereld ook.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties