Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Academische vrijheid als disciplineringsmiddel

zondag 30 december 2012
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Waar academische vrijheid niet van toepassing is, mag ze dan ook niet misbruikt worden om het recht van spreken in te perken.

Inleiding

De reactie van Lieven De Cauter op Bart De Wevers essay over de relatie tussen kunst en politiek heeft de nodige reacties losgeweekt. De feiten zijn bekend: Lieven De Cauter schreef een mail naar een zeventigtal prominenten uit de kunst- en cultuursector waarin hij Bart De Wever verweet dat hij een aantal kunstenaars en kunstfilosofen, op basis van een oppervlakkige lezing, voor zijn politieke kar trachtte te spannen.[1]De stijl waarin het korte stukje was gesteld, kon niet gesmaakt worden door Bart De Wever, die daarop besloot om bij de Leuvense rector, Mark Waer, zijn beklag te doen. Wat mij  interesseert, is niet zozeer de reactie van Bart De Wever, maar wel deze van de Leuvense rector op de klachtenmail van de N-VA voorzitter en burgemeester van Antwerpen. In  De Standaard verklaart de rector:

“Er is zoiets als academische vrijheid die de universiteit hoog in het vaandel draagt. Maar er is ook zoiets als academische terughoudendheid. De vraag is of beide hier nog in evenwicht zijn.”

In tegenstelling tot Mark Waer, die de discussie kadert in termen van academische vrijheid, denk ik dat de tussenkomst van Lieven De Cauter niet onder de academische vrijheid valt, maar wel onder het recht op vrije meningsuiting.  Door de reactie van Lieven De Cauter te plaatsen in het kader van de academische vrijheid wordt academische vrijheid ingeschakeld als disciplineringsmiddel.

Academische vrijheid

De notie van academische vrijheid vindt zijn oorsprong in het Duitsland van de 19de eeuw.  Het academische personeel behoorde tot het ambtenarenkorps De staat deed, als werkgever, dan ook allerlei pogingen om het academisch functioneren van academici te sturen in een richting die aansloot bij de  staatsbelangen. Zo probeerde de staat vat te krijgen op het onderwezen curriculum, het wetenschappelijk onderzoek en de verspreiding van wetenschappelijke ideeën.

Om de academische werkzaamheden te vrijwaren van inmenging van staatswege, werd de notie van academische vrijheid ingevoerd . Deze notie heeft betrekking op drie aspecten: de individuele rechten van de academicus, institutionele (universitaire) rechten en tenslotte de plichten van de overheid om de academische vrijheid te waarborgen. Wat hier van belang is, zijn de individuele rechten van de academicus. Academische vrijheid garandeert de academicus de vrijheid om zelf de inhoud van het onderzoek vast te leggen zonder inmenging van buitenaf: de academicus kan zelf bepalen wat onderzocht dient te worden, welke methode daartoe wordt gehanteerd  en wat de doelstelling is van het onderzoek. Verder garandeert de academische vrijheid dat de onderzoeker zelf mag bepalen hoe en wanneer hij de resultaten van het onderzoek openbaar wil maken. In het bijzonder betekent dit dat het de academicus vrij staat om zijn onderzoek, wat ook de resultaten zijn, te publiceren. Tenslotte staat het de academicus vrij om zelf te bepalen op welke manier de toevertrouwde leeropdracht het best kan worden ingevuld.

Zoals elke vrijheid is ook de academische vrijheid niet absoluut. Wie gebruik wil maken van de academische vrijheid, moet een aantal normen respecteren. Onderzoek moet voldoen aan een aantal criteria van wetenschappelijkheid, het verspreiden van resultaten van wetenschappelijk onderzoek dient te gebeuren via geijkte wetenschappelijke kanalen en publicaties moeten opgesteld zijn in een min of meer zakelijke toon.

In hoeverre het klassieke ideaal van academische vrijheid vandaag nog gewaarborgd is, is zeer  de vraag. De commercialisering en commodificatie van een deel van het wetenschappelijk onderzoek zet bepaalde academische waarden onder druk. Academici worden steeds afhankelijker van geldstromen  van actoren die niet in de eerste plaats geïnteresseerd zijn in de verdere ontwikkeling van de wetenschap, maar vooral in de toepasbaarheid en commercialisatie van wetenschappelijke onderzoeksresultaten. Dit zorgt er bijvoorbeeld voor dat de autonomie van de onderzoeker in de keuze van het onderzoeksdomein en de -methodologie steeds verder naar de achtergrond verdwijnt. Om geld binnen te halen, moet de onderzoeker zich steeds meer laten leiden door de vraag van niet-academische, commerciële actoren  dan door  intrinsieke wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Aan de universiteiten zijn het vaak de bestuurders die deze erodering van de academische vrijheid bejubelen als het model van de toekomst voor wetenschappelijk onderzoek. Hoewel dit een belangrijke kwestie is, ga ik in het vervolg van dit artikel niet dieper op in.

Wat academische vrijheid niet is

Academische vrijheid is enkel van toepassing  op de werkzaamheden en uitlatingen van academici in de uitoefening van hun academisch rol . Als een academicus uitspraken doet of handelingen stelt die niet kaderen binnen zijn academische werkzaamheden, dan kan hij of zij zich niet beroepen op academische vrijheid. Niet elke uitlating van een academicus valt met andere woorden onder de noemer van academische vrijheid. De scheidslijn tussen welke interventies van een academicus wel tot de academische sfeer behoren en welke niet, is niet altijd zo duidelijk te trekken. Dit is in het bijzonder het geval wanneer een academicus deelneemt aan het publieke debat.

Waar in dit geval de grens  getrokken dient te worden, is echter niet zo belangrijk vermits De Cauter zich nergens beroept op academische vrijheid, enkel op zijn recht op vrije meningsuiting. Dit betekent dat De Cauter zich ook niet hoeft te houden aan de normen die de academische vrijheid beperken. Hij was dus vrij – binnen de gebruikelijke begrenzingen van de vrije meningsuiting - om de stijlmiddelen te hanteren die hem het meest adequaat leken.

Een vreemde inversie

Waer interpreteert de notie van academische vrijheid echter veel ruimer: hij schijnt te denken dat elke uitlating van een academicus onder de academische vrijheid valt en dus gebonden is aan dezelfde eisen. Aan de hand van deze ruime interpretatie van de notie van academische vrijheid kan de rector dan ook  Lieven De Cauter de les te lezen. Want dat is precies wat Waer doet: hij noemt zichzelf een verdediger  van de academische vrijheid, maar wijst erop dat Lieven De Cauter de normen, die bij de academische vrijheid horen, overtreedt (Waer heeft het over academische terughoudendheid die bij de academische vrijheid behoort). Maar zoals ik hierboven aangaf, is De Cauters email geen academische bijdrage en valt ze niet onder de academische vrijheid. Door haar toch als een uitlating te bestempelen die onder de academische vrijheid valt, kan Mark Waer kritiek formuleren: De Cauter houdt zich niet aan de academische terughoudendheid en dus misbruikt hij de academische vrijheid. Maar dit is onterecht. Waer exporteert academische normen naar een kader waar ze niet thuishoren. Door dit trucje kan Waer De Cauter op het matje roepen. Anders gezegd, Waer gebruikt de academische vrijheid, niet om De Cauter als lid van de academische gemeenschap te vrijwaren van politieke inmenging, maar wel om die politieke inmenging te legitimeren. Academische vrijheid wordt met andere woorden ingezet om het recht op vrije meningsuiting van De Cauter in vraag te stellen.

Dit is een bizarre inversie. Waar academische vrijheid bedoeld was om de academicus te beschermen, wordt het nu gebruikt als een middel om zijn recht op meningsuiting te beperken. Of Mark Waer dit bedoelde, is onduidelijk, maar als Waers redenering wordt doorgetrokken, dreigt de vrije meningsuiting voor academici ernstig  beperkt te worden.[2] Wanneer elke uitlating van een academicus wordt beschouwd als een uitlating die valt onder de academische vrijheid dan vormt de academische vrijheid niet langer een bescherming van de academicus bij het uitoefenen van zijn taak, maar verwordt ze tot een disciplineringsinstrument. Het is dan ook belangrijk om de toepassing van de notie van academische vrijheid te beperken tot het domein waarvoor ze bedoeld is en ze daar rigoureus te verdedigen. Waar academische vrijheid niet van toepassing is, mag ze dan ook niet misbruikt worden om het recht van spreken in te perken.

Voetnoten

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

10 reacties

  • door Le grand guignol op maandag 31 december 2012

    Ik ben het eens met uw betoog, maar de reactie van De Wever is in deze wel degelijk interessant. Het is namelijk De Wever die het voorval 'academiseert' door zijn gram te willen halen bij Waer. Al dan niet bewust reageert Waer door er het evenwicht tussen de academische vrijheid en de academische terughoudenheid bij te betrekken. Waer reageert met andere woorden vanuit zijn rol als rector, maar het ontgaat hem blijkbaar dat het voorval niets van doen heeft met academische vrijheid dan wel met de vrijheid van meningsuiting. De impliciete oproep om de academische vrijheid als disciplineringsmiddel te hanteren komt in deze van De Wever en Waer gaat er, al dan niet bewust, in mee.

    Stel dat ik strontzat sta te dansen op de boxen in de Boccaccio - ik zie dat eerlijk gezegd niet gebeuren, maar kom - en iemand die met mij een appeltje heeft te schillen trekt daar foto's van en bezorgt die vervolgens aan mijn werkgever. Dat is iets wat mijn werkgever op geen enkele wijze aanbelangt. Eigenlijk doet De Wever hetzelfde en dat toont wederom wat voor een kleingeestig man hij is. Die man is door en door reactionair en zoals kinderpsychiater Jean-Yves Hayez het reeds verwoordde gedraagt hij zich als een kindkoning: "Hij creëert uit volle macht crisissen, zeker als hij vastgesteld heeft dat dat effect heeft" (La Dernière Heure, oktober 2010). Overigens, De Wever diende nadien tegen Hayez een klacht in bij de Orde van Geneesheren. Hetzelfde geschiedde ten overstaan van Pierre Mertens; deze werd door De Wever voor de correctionele rechtbank gesleept. Onze kindkoning is met De Cauter dus zeker niet aan zijn proefstuk toe. De Wever mag blijkbaar iedereen, met zijn verongelijkt toontje, op de korrel nemen, maar doet men hetzelfde met hem dan kan men geheid een klacht of oproep ter verantwoording bij een hogere instantie verwachten.

    Hayez noemde De Wever trouwens ook een "machtsgeile zot". Die uitspraak is op zijn zachtst uitgedrukt expliciet, maar ten gronde zal Hayez er niet ver naast zitten.

    • door karim zahidi op maandag 31 december 2012

      [title]Le Grand guignol, De reactie[/title]Le Grand guignol,

      De reactie van De Wever is uiteraard interessant, maar daar hebben verschillende andere mensen al op gereageerd. Ik vermoed dat dergelijke dingen wel vaker gebeuren: politici die trachten druk uit te oefenen op werkgevers wanneer hun personeel politici het vuur aan de schenen legt. Maar wat tot hiertoe een beetje onderbelicht bleef was het feit dat de rector daar zo makkelijk in mee gaat en juist de academische vrijheid inroept om politieke druk te legitimeren.

      Karim

      • door Le grand guignol op maandag 31 december 2012

        juist vanwege het feit dat de rector meegaat in het gebruik - misbruik - van de academische vrijheid, vond/vindt ik uw bijdrage zeer belangrijk omdat u de vinger op de wonde legt. Mijn reactie was dan ook absoluut geen verwijt aan uw adres.

        Mvg

  • door Guy op maandag 31 december 2012

    Een rector waardig! ;-) Het moet zijn dat de politieke druk toch geen fabeltje is, aangezien de heer Waer er zijn verstand en kritische zin lijkt bij te verliezen.

    @legrandguignol : Kindkoning, dat zegt het zowat - ook ik dacht recent dat het onvolwassen gedrag van BDW voer voor psychologen is. Daarom ook dat ik deze mediaweek zo interessant vind: hoe meer hij zijn mond opendoet en er geweten is over zijn démarches en activiteiten, hoe groter de ontmaskering. Ik denk dat de mediastrategen van N-VA het momenteel zeer druk hebben met het monitoren van de grondstroom en hem nu, in de mate van het mogelijke toch wat gaan proberen afremmen: beetje minder expliciet aub, niet teveel zout op elke slak, lachen naar de camera's (na de verkiezingen was hij dat truukje even kwijt), die en die onderwerpen uit de weg gaan, beetje minder ruzie maken en eens een grote verzoenende geste naar die of die (cultuurmens, immigrant ...) doen. Nog anderhalf jaar op eieren lopen voor BDW dus ... en daarbij à la VB zorgen dat er geen walmen ontsnappen uit de interne keuken. Laat ons hopen dat die N-VA-rakkers te vroeg victorie hebben gekraaid en alsnog het deksel op de neus krijgen.

  • door Bram op maandag 31 december 2012

    Disciplinering... is dat niet de kern van het n-va betoog en iedereen die er mee zweept: genoeg gepraat (sic) en gepamperd, wie niet luisteren wil moet voelen. Met de kleinburgerlijkheid als norm. Dat is 'de kak van verandering'.

  • door Fred Guldentops op maandag 31 december 2012

    het cynische van de zaak is dat De Cauters punt juist was dat wat hij al jaar en dag met kennis van zaken produceert - in de publieke opinie gewoon van tafel geveegd mag worden door iemand die er geen knijt van kent, maar wel meer stemmen haalt... de bazen van de universiteiten zouden de eersten moeten zijn om in de bres te springen voor wetenschappers die hun metier verdedigen.

    De Wever heeft dat goed gezien: "ah gij denkt dat gij meer verstand hebt van wat ik verkondig? Ik zal het eens aan uw baas vragen se om te zien wat die zegt" ;-)... en na de klucht met Barbara Vandijck was het risico niet te groot dat de Leuvense rector hem zou tegenspreken...

    Acadamische vrijheid voor zo'n tiepen is waarschijnlijk: "mijn loonslaven van de filosofie, stedebouw of een andere prulfaculteit die mogen voor mijn part kwatsch bij elkaar schrijven zoveel als ze willen, zolang ze er niemand anders mee lastig vallen dan hun eigen"

  • door landoalda op dinsdag 1 januari 2013

    Hm, de vrijheid na de Franse revolutie was die om ongebreideld te beginnen industrialiseren, zonder sociale bescherming voor de werkende man, vrouw, kinderen (als ze al werk hadden) ; het opbouwen van kapitalen, het verval tot armoede en verlies van eigenwaarde aan de andere kant ... De vrijheid die we nu in de 21ste eeuw zien is die van de multinationals, de super rijken die een eigen wetgeving, een eigen recht (onrecht) hanteren en werkende mensen of niet werkenden voor wie enkel brood en spelen geldt en die hun (jeugdige) frustraties uiten op allerlei manieren, geen ervan kunnen we als beschaafd, maatschappelijk betitelen. OPGELET dus voor het gebruik/misbruik van het woord VRIJHEID.

    Academische vrijheid, u bedoelt uiteraard de vrijheid, gehanteerd door onze intellectuelen, om uitspraken te doen die verband houden met de eigen discipline (en enkel die) ! Kan een academicus zich niettemin eveneens (zwaar) vergissen als ie uitspraken doet over het eigen leerstofgebied ? Laat de man/vrouw zich in alle geval niet laten verleiden om voornamelijk het eigen paradigma te verdedigen en wie dat niet doet onder de mat te vegen of te verketteren. Het isen blijft nog steeds zo dat (academische en andere) uitspraken slechts dan wetenschappelijk zijn (of ze nu juist zijn of niet) wanneer ze kunnen gefalsifieerd worden.

    Ken uw Popper !

    • door karim zahidi op woensdag 2 januari 2013

      [title]Beste landoalda 1. Inderdaad[/title]Beste landoalda

      1. Inderdaad academische vrijheid beperkt zich tot de de uitlatingen van academici in zover zij die uitspraken doen binnen het kader van hun academische rol. Dat was juist het punt van mijn betoog. Daarbuiten is de academische vrijheid niet van toepassing, daar geldt gewoon de vrijheid van meningsuiting zoals die voor iedereen geldt.

      2. Uiteraard kan een wetenschapper zich vergissen wanneer hij over zijn vakgebied spreekt. Maar academische vrijheid veronderstelt niet dat we academicus de waarheid in pacht heeft. Academische vrijheid houdt ook het recht in om zich te vergissen.

      3. Wat Popper hierbij komt kijken is niet helemaal duidelijk. Maar, het faslificatiecriterium van Popper als lakmoestest voor de wetenschappelijkheid van een uitspraak is binnen wetenschapsfilosofische kringen al afdoende bekritiseerd. Falsificeerbaarheid is noch een voldoende noch een nodige voorwaarde voor wetenschappelijkheid (Quine, Lakatos, Laudan, etc... ).

      Karim

  • door Bo M op donderdag 3 januari 2013

    In se zijn types als Waer gevaarlijker dan meneer De Wever. Het is dit soort opportunistische meelopers die tot "de jaren '30" leiden.

    • door Joseph van Dijk op donderdag 16 mei 2013

      leiDDen

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties