Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

De rode pet van Bart De Wever

zondag 19 augustus 2012
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Ik ga zondag 26 augustus niet naar de IJzerbedevaart, dat collectief ritueel van flaminganten. Vendelzwaaien en uit volle borst zingen: "Ze zullen hem niet temmen, de fiere Vlaamse Leeuw", het is nooit echt mijn ding geweest. Toch heb ik altijd belangstelling gehad voor de Vlaamse Beweging. Ik heb er veel over gelezen. Ongetwijfeld meer dan het gros van de N-VA’ers, uiteraard met uitzondering van Bart De Wever. Op die manier maakte ik trouwens met hem voor eerst kennis in 1999, een ervaring die nog niets aan actualiteitswaarde heeft ingeboet.

In 1999 verscheen en las ik ‘Nationalisme in België. Identiteiten in beweging 1780-2000’. De veelzeggende ondertitel luidde: ‘Belgen, Vlamingen, Walen, Franstaligen, Brusselaars, Duitstaligen, Fransen, Groot-Nederlanders en Nieuwe Belgen’. Het was een bundel artikels samengesteld door historicus Louis Vos (KULeuven) en de inmiddels overleden sociolinguïst Kas Deprez, Gaspard voor vrienden-kroegtijgers van weleer. Het boek was aanvankelijk in het Engels verschenen. De Nederlandse vertaling telde enkele extra-bijdragen, onder andere van Bruno en Bart De Wever.

Bruno kende ik toen als geschiedschrijver van de Vlaamse Beweging in de woelige jaren 1930. Omwille van zijn dossierkennis had ik hem zelfs geciteerd in het boek ‘De VlaamSSche Kronijken’ (EPO, 1987). Voor Bart was ik evenwel aangewezen op wat de samenstellers van het boek in 1999 over hem schreven: “studeerde geschiedenis aan de KU Leuven. Hij was een tijdlang als onderzoeker verbonden aan de Koninklijke Militaire School. Sinds 1996 is hij voltijds assistent aan de KU Leuven. Hij bereidt een doctoraat voor over het politiek Vlaams-Nationalisme na de Tweede Wereldoorlog”. En in hun dankwoord schreven de samenstellers: “Bart De Wever heeft de bijzonder zware klus van het register op zich genomen. Hij verdient hiervoor alle lof”. Wie beroemd wil worden, moet toch ergens beginnen!

Ik weet nu dat Bart De Wever op een blauwe maandag lid is geweest van de Antwerpse afdeling van het Liberaal Vlaams Studentenverbond (LVHV). Als student geschiedenis aan de KU Leuven sloot hij zich aan bij het Katholiek Vlaams Hoogstudenten Verbond (KVHV), dat zichzelf afficheert als nationaal-conservatief. De Wever was zelfs enige tijd hoofdredacteur van het clubblad ‘Ons Leven’. Hij studeerde in 1995 af met een licentiaatsverhandeling over ‘De herrijzenis van de Vlaams-nationale partijpolitiek (1949-1965)’ en ging aan de slag als medewerker van Louis Vos. Naar aanleiding van 100 jaar KVHV publiceerden ze in 2002 het boek ‘Vlaamse vaandels, rode petten’. Het opzet van een doctoraat geschiedenis werd afgeblazen. Bart De Wever ging in de politiek. Had hij Karl Marx gelezen? Die schreef in zijn elfde stelling over de Duitse filosoof Ludwig Feuerbach: “De filosofen hebben de wereld slechts verschillend geïnterpreteerd; het komt erop aan haar te veranderen”.

Terug naar 1999

In het boek schreven de gebroeders De Wever over de Vlaams-nationalistische aanhangers van de Groot-Nederlandse gedachte in de periode tussen de twee wereldoorlogen. De redenering van deze aanhangers: als Nederlanders en Vlamingen eenzelfde taal spreken, kunnen ze samen best één natie vormen. Dezelfde logica lag jarenlang ten grondslag van de solidariteit van flaminganten met het racistische apartheidsregime van Zuid-Afrika. De constructie van de eigen identiteit, etnocentrisme en racisme gaan vaker samen.

De samenstellers van het boek vatten het artikel van het De Wever-duo samen: “De politieke Groot-Nederlandse of Dietse beweging diende in Vlaanderen vrijwel steeds doelstellingen die niets te maken hadden met de realisatie van een Groot-Nederlandse staat. Tot voor kort diende het Groot-Nederlands conditio sine qua non vooral als breekijzer om elke pragmatische of zelfs democratische politiek binnen de Belgische context te bestrijden. Voor de Tweede Wereldoorlog werd het thema op die manier gedragen door de hoofdstroom van het Vlaams-nationalisme toen die een anti-democratische richting was uitgeslagen. Na de oorlog werd het gebruikt door de rechts-radicale oppositie in het herlevend Vlaams-nationalisme. De jongste twintig jaar verloor Groot-Nederland echter snel aan betekenis”. De titel van de bijdrage van de gebroeders De Wever: ‘Groot-Nederland als utopie en voorwendsel’!

Hoe nobel het streven van de Vlaamse Bewegers ook, er is wel vaker eens een loopje genomen met de geschiedenis. In een interview met het Franstalige Roularta-weekblad Le Vif (20/11/2009) verwees Bruno, inmiddels een internationaal gewaardeerd historicus die het overigens vaak niet eens is met de interpretaties van zijn broer, naar de Eerste Wereldoorlog. “Het feit dat Vlaamse soldaten stierven omdat ze de bevelen niet verstonden, is een romantische mythe om de Belgische staat in diskrediet te brengen. Een mythe met een enorme symbolische kracht. Waar of niet, deze geschiedenis heeft na de oorlog een enorme mobilisatiekracht uitgeoefend. De Vlaamse Beweging, tot dan toe minoritair, werd een massabeweging.”

Voorwendsel

In het boek uit 1999 verwezen twee andere auteurs naar het theoretische kader van de Tsjechische historicus Miroslaw Hroch over nationalisme. Die verwierf pas bekendheid in de jaren 1980 toen zijn boek in het Engels werd uitgegeven: ‘Social Preconditions of National Revival in Europe’. Bruno De Wever bracht het vorig jaar nog eens in herinnering in het oktobernummer van Sampol.

Kort samengevat verloopt volgens Hroch de ontwikkeling van het nationalisme in drie fases: (1) een groepje intellectuelen ontwikkelt een nationaal bewustzijn, (2) dat in een politieke vorm wordt gegoten en (3) nadien aansluiting vindt bij de massa doordat de band van de taal- of cultuurstrijd met de materiële belangen wordt gelegd.

Over Hroch verklaarde Bart De Wever in De Standaard Weekblad (27/8/2011): “Wat een inzicht! Nationalisme dat succesvol wil zijn, schreef Hroch, mag de natie niet als doel zien. Het moet de natie als middel zien om thema’s aan te pakken waar grote groepen van wakker liggen: minder belastingen, strengere migratie, enzovoort. Als je die boodschap als politicus onderbouwd kunt brengen, is het bingo. Daar heb ik met de N-VA altijd naar gestreefd: Vlaanderen als middel, niet als doel.”

Schrijn

In het cultureel centrum van het West-Vlaamse Wakken werd op 16 september 2002 een colloquium gehouden met de jonge historicus Bart de Wever als gastspreker. Het was een organisatie van het Studiecentrum Joris Van Severen, waarvan de leden een stevige rechts-radicale achtergrond hebben. Zij stellen zich tot op vandaag tot doel de studie omtrent het werk van Joris Van Severen te bevorderen. Het referaat is onder de titel ‘In de schaduw van de leider’ verschenen in het Belgisch Tijdschrift voor Nieuwste Geschiedenis (2001, 1-2) en op www.journalbelgianhistory.be.

Van Severen was een markante figuur in het Vlaams-nationalisme tussen de twee wereldoorlogen in de vorige eeuw. Ook hij was aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte. De gebroeders De Wever schreven in 1999:  “Tegelijk stuurde hij aan op een totale breuk met de democratische praxis. Groot-Nederland stond in functie van een fascistische droom (…) Dat het nationale doel nochtans in functie bleef staan van het fascistisch machtsstreven bleek uit het gemak waarmee Van Severen al in 1934 het nationaal territorium van Groot-Nederland wijzigde. De ‘Nieuwe Marsrichting’ bepaalde dat het Verdinaso  de macht zou grijpen in de ‘Belgische ruimte’. De Walen werden later beschouwd als ‘romaanse Dietsers’ en nog even later bouwde het Verdinaso een Belgisch patriottisch imago uit (…) Van Severen was verplicht om andere funderingen te leggen. Hij zocht ze in het Bourgondische verleden, in racistische theorieën en in de Belgische dynastie.” 

Van Severen werd na de Duitse inval in mei 1940 door de Belgische autoriteiten opgepakt. Hij werd korte tijd nadien door Franse soldaten doodgeschoten in Abbeville. Het Studiecentrum Joris Van Severen houdt geregeld herdenkingsplechtigheden aan het graf van de Leider.

De Wever bracht een stevig gedocumenteerd referaat over het na-oorlogse Vlaams-nationalisme en de rol van de volgelingen van Van Severen. Nooit te beroerd voor cassante uitspraken stelde hij: “Het lijkt erop dat men, bewust of niet, streeft naar een historiografisch schrijn voor Van Severen, in afwachting van het onvermijdelijke”. Het zette bij menig aanwezige veel kwaad bloed. Eén van hen schreef nadien: “Naargelang men verder leest wordt het steeds duidelijker dat er moet bewezen worden wat een droevige mislukking heel het Dinaso-opzet eigenlijk geworden is. Ik moet eerlijk bekennen dat deze bijdrage mij in het verkeerde keelgat geschoten is".

Maar bovendien stelde De Wever dat “recent onderzoek uitwijst dat de succesformule van radicaal rechts vandaag zou liggen in de combinatie van politiek en cultureel conservatisme enerzijds en een resoluut marktgerichte keuze op sociaal-economisch vlak anderzijds”. Zoals het N-VA zich nu profileert.

Voorzitter Paul De Belder van het IJzerbedevaartcomité in het weekblad Le Vif (3 augustus): “Er zijn dingen die Bart de Wever niet graag hoort, zoals onze expliciete afwijzing van het neoliberalisme van de N-VA.”
 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door Le grand guignol op maandag 20 augustus 2012

    De uitspraak van De Wever is inderdaad correct wanneer hij zegt dat "de succesformule van radicaal rechts vandaag zou liggen in de combinatie van politiek en cultureel conservatisme enerzijds en een resoluut marktgerichte keuze op sociaal-economisch vlak anderzijds."

    De Wever zegt er evenwel niet bij wat de aanleiding en mogelijke oorzaken zijn die aan de basis liggen voor de betreffende succesformule. Volgens Brown (2006) vertonen het neoliberalisme en het neoconservatisme een "symbiotische relatie die een subject produceert dat relatief onverschillig staat ten opzichte van geloofwaardigheid en aansprakelijkheid in de overheid alsmede tegenover politieke vrijheid en gelijkheid onder de burgerij"; het neoliberalisme en neoconservatisme "convergeren in hun de-democratiserende effecten". In wezen is er sprake van een "neoliberaal paternalisme" dat uitgaat van het primaat van de marktwerking in combinatie met een (paternalistische) moraliserende individualisering van de verantwoordelijkheidszin waarbij structurele maatschappelijke knelpunten vertaald worden naar individuele tekortkomingen en gebreken (zie o.a. Hache, 2007). Dit wordt onder meer duidelijk bij het beleid ten aanzien van armoede en werkloosheid (Schram, Fording, & Soss, 2009).

    De symbiotische relatie tussen het neoliberalisme en neoconservatisme heeft een verlammende werking op de bevolking waardoor die bevolking in wezen afstand doet van haar actieve, participatieve rol die noodzakelijk is voor een democratische beleidsvoering; de bevolking wordt een consument van het beleid - eender welk beleid - en geeft vanuit die positie alle macht af aan de beleidsmakers. Het gebrek aan een kritische, degelijk geïnformeerde en geïnteresseerde burger maakt het mogelijk voor de bewindslieden om hun politieke discours te baseren op 'fact-free politics' en op buikgevoel - zonder veel tegenstand vanuit de reguliere en 'corporate' media komen de betreffende politici er nog mee weg ook. Het probleem zit hem niet zozeer in een autoritaire, of mogelijk totalitaire, overheid dan wel in een bevolking die zich gewillig laat onderdrukken en zich onderdanig opstelt (cf. Brown).

    * Brown, W. (2006). American nightmare: Neoliberalism, neoconservatism, and de-democratization. Political Theory, 34(6), 690-714. doi: 10.1177/0090591706293016 [pdf: http://www.brynmawr.edu/socialwork/GSSW/schram/wendybrown.pdf ] * Hache, E. (2007). La responsabilité, une technique de gouvernementalité néolibérale? Raisons politiques, (28), 49-65. doi: 10.3917/rai.028.0049 [pdf: http://www.cairn.info/revue-raisons-politiques-2007-4-page-49.htm ] * Schram, S. F., Fording, R. C., & Soss, J. (2009). Governing the poor: The rise of the neoliberal paternalist state. Paper prepared for presentation at the 2009 Annual Meeting of the American Political Science Association, Toronto, Canada. Retrieved from http://law.buffalo.edu/nepoc09/pdf/schram09.pdf

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties