about
Toon menu

Het woord ‘neger’ en het opgeheven vingertje van de stand-up comedian

zaterdag 11 januari 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Vignette 2 2008 Kerry James Marshall

Stand-up comedians hebben het recht om eender welke mop te vertellen, maar deze vrijheid impliceert ook het recht van kritiek. We hoeven daarvoor ook niet weg te zakken in een politiekcorrect betoog om de negermoppen van Alex Agnew en Michael Van Peel op de korrel te nemen.

Waarom moeten we de “negermoppen” van de Vlaamse stand-up comedians zoals Alex Agnew en Michael Van Peel grappig vinden? En staat het ondermaatse niveau van deze ‘negermoppen’ ook niet soms veraf van een bijtende maatschappijkritiek op het racisme ten opzichte van Afrikanen in westerse samenlevingen? Als beide performers hun publiek de expliciete boodschap meegeven dat er niets mis is om het over ‘negers’ te hebben, versterken ze hiermee dan niet soms, wat de Kameroense filosoof, Achille Mbembe de ‘onmogelijke andersheid’ van Congolezen, Nigerianen, Ghanezen, enzovoort noemt? Kunnen we deze komedianten dan ook niet verwijten dat ze het verschil niet meer zien tussen bijtende maatschappijkritiek en het opgeheven vingertje?

In de huid van de ander

Alex Agnew droomt ervan om tijdens een toespraak van Barack Obama plots op te duiken en hem toe te schreeuwen: “jij bent een neger!” Waarom is dit grappig? – wat is er zo bijzonder aan moppen die zich louter beperken tot de ridiculisering van iemands huidskleur? Hoe zou de president van de Verenigde Staten hierop reageren? Als Agnew staat voor bijtende maatschappijkritiek, waarom zegt hij dan niet “Barack Obama jij bent een drone!”? Had Mobutu niet op zijn minst een beter gevoel voor humor toen hij één van zijn toespraken begon met te zeggen: “dag microfoon!”? Michael Van Peel wil wel eens in de huid kruipen van “diene neger aan da loket” op een luchthaven in een Afrikaans land om Belgische politieagenten tegen te houden omdat ze niet over de juiste papieren beschikken. Aristoteles wist al dat humor ook een manier is om een stuk van de waarheid bloot te leggen.

Maar waarom moet het bij Van Peel gaan over “diene neger” en niet over een douanier in de luchthaven van Niamey die met een grote glimlach een Belgische politieagent tegenhoudt? Of waarom had hij het niet over “die blanke repatriëringambtenaren”? Waarom kunnen Vlaamse stand-up comedians geen geslaagde moppen vertellen over Nigerianen, Congolezen, enzovoort? Het antwoord ligt hier voor de hand: ze zijn totaal niet vertrouwd met het dagelijkse leven van Afrikanen in België, laat staan dat ze vertrouwd zijn met het universum van de humor in Afrikaanse films, series en stand-up comedians. Afrikaanse grappenmakers maken ook vaak gebruik van het ‘omkeren van de rollen: Een Beninse stand-up comedian vertelt over zijn aankomst in het Klein Kasteeltje in Brussel, waar ze hem duidelijk maken dat er hier Frans wordt gesproken.

Een achtergrondscene in een aflevering van Superflics, een kolderieke serie over de avonturen van een politievrouw in Ouagadougou, de hoofdstad Burkina Faso gaat als het volgt: een blanke man duwt bij het verlaten van een barterras per ongeluk een glas water op een tafel omver; het water spat over een gast. De onhandige man verontschuldigt zich, en buigt zich meteen neer om de broek van de getroffen gast als een slaaf te drogen. Staat dergelijke subtiele, zwartgallige humor niet soms heel veraf van de vulgaire ‘negermoppen’ van Agnew en het belerend vingertje van Van Peel? Het gaat ongetwijfeld over blanken, maar je hoort hen die woorden niet in de mond nemen. Men kan natuurlijk tegenwerpen dat Afrikanen ook het woord ‘blank’ in de mond nemen, maar dan verliest men wel de achterliggende wanverhouding van onderdrukker en onderdrukte uit het oog.

Een duistere erfenis

De rol van slavenhouder, de koloniale ambtenaar en de missionaris lijken uit een ver verleden te stammen, maar tegenwoordig hebben transnationale bedrijven, de Europese Unie, Het IMF, de Wereldbank, Visumbureaus in Afrikaanse landen, de dienst Vreemdelingenzaken, en in sommige gevallen ook medewerkers van niet-gouvermentale organisaties deze oude gewelddadige rollen een nieuwe betwistbare invulling gegeven. Als Afrikanen op expliciete wijze het woord ‘blanken’ in de mond nemen, dan doen ze dat vooral uit onvrede voor de huidige internationale wanverhoudingen, en in het slechtste geval kan dat zeker ook wegzakken in een grimmige reproductie van deze oude westerse dichotomieën zoals Kémi Séba met zijn supranegritude in Frankrijk een nieuwe vorm van apartheid ten voordele van Afrikanen propageert ( en hiervoor met verstrekkende gevolgen op de korrel werd genomen door de Franse overheid).

Maar over het algemeen genomen, zijn er mij althans geen voorbeelden bekend van Afrikaanse stand-up comedians die op de platvloerse manier van Agnew en Van Peel racistische moppen vertellen over blanken. Dat de verhouding tussen het Noorden en het Zuiden nog altijd scheef loopt, werd trouwens ook duidelijk in het recente Sinterklaasdebat in Nederland, en wat de aanleiding vormde voor enkel frivole lessen in het gebruik van de woorden ‘neger’ en ‘zwarte’ in de laatste shows van Agnew en Van Peel. Denk maar aan de merkwaardige tegeltjeswijsheid: “Wij stoppen met donaties aan Afrika. Als wij geen zwarte pieten mogen hebben, spelen wij ook niet meer voor Sinterklaas.” Waar het woord ‘Afrika’ valt, komt het woord ‘neger’ en de heer/slaaf relatie nog steeds veel te vaak om de hoek kijken – beide begrippen zijn echter historische ficties waarop de huidige scheefgetrokken verhoudingen berusten.

Zowel Agnew als Van Peel rechtvaardigen met opgeheven vingertje in hun shows dat het woord ‘neger’ onschuldig is, dat het niet bedoeld is om te kwetsen, want dit substantief duidt volgens hen enkel op de huidskleur van de ander. Maar wat als de Martiniqaanse psychiater en vrijheidstrijder, Frantz Fanon in zijn boek Zwarte huid, blanke maskers de onsterfelijke woorden uit: “Ik ben niet zwart. Ik ben ook geen neger. Neger is niet mijn naam, noch mijn voornaam en nog minder mijn essentie en mijn identiteit.”? Als we net zoals Agnew en Van Peel dan toch denken het woord ‘neger’ te kunnen rechtvaardigen, kruipen we dan niet soms opnieuw in de rol van de meester die opnieuw beslist de ander op te sluiten in zijn huidskleur (of zoals Van Peel de Afrikaan in aloude 18e eeuwse stijl stereotypeert tot een ‘grote donkere gast met een kostuum aan)?

Als Agnew na elke gortige (neger)mop het publiek ook verder oppept door zich in hun positie te verplaatsen en de vraag te stellen: “meent hij dat nu of niet?”, dan kan Agnew deze belerende vraag eerder aan zichzelf stellen. Agnew en Van Peel schijnen niet te beseffen dat het woord neger in de eerste plaats een spotnaam is, en in de tweede plaats is het weliswaar ook de naam voor een huidskleur, maar waarmee je de Afrikanen meteen een bepaalde ondergeschikte positie in de wereld toewijst. Volgens Mbembe plaats je Afrikanen hiermee meteen in de nacht, in de obscuriteit. De woorden neger/zwart symboliseren immers ook het duistere, het onheilspellende, de dood. Historisch gezien is men de naam ‘neeger’/nègre beginnen te gebruiken om de slaaf en de gekoloniseerde te verdingelijken, om hem/haar te degraderen. Afrikanen werden toen herleidt tot objecten, tot waar op de slavenmarkt, tot arbeidskrachten op plantages, en tot gekoloniseerde subjecten die moesten verlost worden uit hun zogenaamd primitivisme. In die tijd plaatsten grote Westerse verlichtingsfilosofen zoals Kant en Hegel Afrikanen ook buiten de mensheid, buiten de geschiedenis. Volgens Mbembe impliceerde dit ook dat het onderscheid tussen mens en dier zelfs niet van toepassing was op Afrikanen.

Deze brutale wanverhouding en het duistere denken daarover, dat nog steeds verankerd zit in de westerse volkspsychologie, kan je niet veranderen met Van Peels ludiek voorstel om het woord ‘neger’ te verkiezen boven het woord ‘zwarte’ omdat de beginletter ‘N’ zogezegd een positievere connotatie met zich meebrengt dan de beginletter ‘Z’, de laatste letter van het alfabet (net alsof het alfabet een hiërarchische orde veronderstelt).

Mensen onder mensen

De kern van de zaak: het woord ‘neger’ en evengoed het woord ‘zwarte’ vormen de basis van een racistisch denken, terwijl wetenschappers op overtuigende wijze het verschrikkelijke 19e en 20e eeuwse rassenbegrip al overboord hebben gegooid. Dat wil dus zeggen: zolang we in termen van blank/zwart blijven denken, reproduceren we de kern van het racistisch denken van de slavernij, het kolonialisme en de apartheid. Dat wil niet zeggen dat we alle verschillen dan ook maar beter uitwissen. Het is immers duidelijk dat er verschillende huidskleuren zijn. Maar volgens Mbembe moeten we (positieve) verschillen nu net zien als de naam van het universele. Het belang dat we moeten stellen in het universele is bovenal een zaak van de mensheid en dus niet enkel het historische eigendomsrecht van het Westen, want onze geschiedenis leert dat prachtige ideeën zoals ‘democratie’, de ‘verlichte rede’ en het ‘universele’ hand in hand gingen met de meest barbaarse vormen van onderdrukking. De huidige restanten daarvan, zoals mensen opdelen, beoordelen, selecteren, en uitsluiten op basis van hun huidskleur/afkomst past niet in het universele toekomstperspectief van post-raciale samenlevingen, waar we allen voor moeten blijven strijden. We kunnen de spreekwoordelijke ladder van Wittgenstein enkel achter ons laten wegvallen, als we tot het inzicht komen dat de woorden ‘neger’, ‘zwart’ en ‘blank’ in de context van de mensheid eigenlijk niets betekenen.

De grote uitdaging om, zoals Fanon het stelt: ‘mensen onder mensen te zijn, in een wereld met een, wat Mbembe op zijn beurt ‘gelijkheid van delen” noemt, heeft geen plaats in het museum van utopieën. Dit geldt wel voor het racisme dat thuishoort in een door de tijd onderbedolven museum van duistere aspecten van de geschiedenis van de mensheid.

Bronnen

Alex Agnew (2013) The Legend Ends Michael Van Peel (2013) Van Peel overleeft 2013, http://www.youtube.com/watch?v=GUL2ujrKGv0 Frantz Fanon (1971) Peau noir, masques blancs, Seuil Édition, Paris Achille Mbembe (2013) Critique de la raison Nègre, Decouverte, Paris

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

3 reacties

  • door Rikm op zondag 12 januari 2014

    ... dat Alex Agnew een neoliberale fascistoïde racist is, zoals alle Antwerpenaar dat klaarblijkelijk geworden zijn, sinds de laatste gemeenteverkiezingen.

    Gelukkig ben ik zelf niet van Antwerpen (wel de provincie, maar dat telt niet). Wat een ander er van denkt weet ik niet, maar zelf kan ik af en toe wel lachen met Agnew. Lach ik, omdat ik ook graag een Antwerpenaar zou worden, ergo een neoliberale fascistoïde racist? Nee, ik lach om de vooroordelen en clichés, die door Agnew cum suis worden aangereikt. En dus niet om het voorwerp van die vooroordelen en clichés. En heel misschien is dat, ondanks zijn geboorteplaats, ook wel het uitgangspunt van Alex Agnew...

  • door Abrimont op woensdag 15 januari 2014

    zelfs indien er sprake zou zijn van dergelijke voorvallen mag men de wederkerigheid nooit als argument aanhalen om zelf ernstig in de fout te gaan door drempelverlaging rond discriminatie. Want die drempelverlaging alhoewel zij geheel tenonrecht dikwijls als onschuldig geperceptioneerd wordt ligt zij wel aan de basis van de maatschappelijke verzuring. Haar rol in het voeden van racisme wordt schromelijk onderschat en overstijgt mogelijks zelfs het toch marginaal optreden van extreem rechtse figuren. De verantwoordelijkheid van zoals in dit voorbeeld van standup comedians is verpletterend. Mag kritiek dan niet ? Jawel, maar geen platvloersheid die vooroordelen voedt, wat intelligentere humor is aangewezen.

    • door Rikm op zaterdag 18 januari 2014

      ... is veelal een gezonde reactie tegen de tendens om "geperceptioneerd" te gebruiken als eigenlijk gewoon "waargenomen" bedoeld wordt. En dit in een mislukte poging om een compleet betekenisloze tekst nog enig gewicht te geven. Helaas, wie doet er aan "drempelverlaging rond discriminatie"? En overstijgt niet alles en iedereen "het toch marginaal optreden van extreem rechtse figuren", zo in positieve als in negatieve zin? Hoe verpletterend is de verantwoordelijkheid van standup comedians in ons hele maatschappelijke bestel?

      Gelukkig mag van steller dezes kritiek toch wel. Alleen moet die beantwoorden aan de subjectieve normen van de steller: zijn gepercepitoneerd niveau van platvloersheid, van vooroordelen en van wat "intelligentere humor" is. Intelligenter dan wat?

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties