about
Toon menu

Geen Sinterklaas in Durban

woensdag 7 december 2011

Deze ochtend werden de leden van de Belgische delegatie op de klimaatconferentie in Durban getrakteerd op lekkers van de Sint. Dit zorgde alvast voor blije gezichten bij de onderhandelaars die duidelijk de eerste tekenen van vermoeidheid vertonen. De onderhandelingen zelf geven weinig redenen tot vreugde. Een sleutelthema is de financiering van het klimaatbeleid. De rijke landen moeten voldoende middelen op tafel leggen om het klimaatbeleid in het Zuiden te financieren. Hoewel er vooruitgang geboekt wordt over een aantal technische details, zitten deze gesprekken nog steeds muurvast. De rijke landen geven geen krimpt en houden de vinger op de knip. De Sint is alvast niet langsgekomen in de werkgroepen waar dit thema besproken wordt…

De vertegenwoordigers van de vakbonden hier in Durban zijn aan een intensieve ronde van gesprekken begonnen met de politieke vertegenwoordigers van de verschillende landen. Dit is nodig omdat de teksten die beschikbaar komen weinig vertrouwen geven. Eerst even in drie woorden onze bekommernissen voor de onderhandelingen.

1. Een juridisch bindend akkoord met doelstellingen die de klimaatopwarming onder de 2° houden. Dit betekent dat we verder moeten bouwen op het Kyotoprotocol en zorgen voor een tweede verbintenisperiode. Maar, we moeten ook de landen die niet gebonden zijn door het Kyotoprotocol, zoals de VS, China en India, mee in bad trekken. Deze afspraken (die best ook juridisch vastgelegd worden) moeten uitgewerkt worden in een “roadmap” met een duidelijke timing voor de inwerkingtreding van deze afspraken, doelstellingen voor de emissiereducties waaronder een jaar waarin de emissies moeten pieken. De EU is hiervoor vragende partij, en wij staan er ook achter.

2. Zowel op korte als op lange termijn is er aanzienlijke financiering nodig voor het klimaatbeleid in het Zuiden. Hoewel er vooruitgang zou geboekt worden rond de regels die het beheer van het Groen Klimaatfonds vastleggen, ziet het er voorlopig niet naar uit dat de rijke landen een voldoende grote inspanning leveren om het nodige geld op tafel te leggen.

3. Vorig jaar in Cancun waren de vakbonden in de wolken over de verwijzing in het akkoord naar een rechtvaardige transitie die nodig is met aandacht voor waardige jobs. Op deze manier kregen ook de werknemers hun verdiende plaats in het klimaatbeleid. In Durban moet er verder gebouwd worden op dit akkoord. We zijn er van overtuigd dat er een belangrijke rol weggelegd is voor de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) om die rechtvaardige transitie mee vorm te geven. De IAO, waar de werknemers, werkgevers en overheden samen aan tafel zitten, heeft heel wat kennis in huis over arbeidsmarktbeleid, opleiding van werknemers, sociale bescherming, enz. die meer dan bruikbaar is in de klimaatonderhandelingen.

Net zoals bij de opvolger voor het Kyotoprotocol, waarover nog niets zeker is, als over de financiering, zijn er ook tekenen dat er met betrekking tot de rechtvaardige transitie eerder stappen dreigen achteruitgezet worden dan vooruit. Zo komen er regelmatig teksten op tafel die de uitvoering van maatregelen voor een sociaal rechtvaardig beleid afhankelijk maken van de strategieën en ontwikkelingsplannen van de landen. Hoewel dit een mogelijkheid is om de regeringen op hun verantwoordelijkheid te wijzen, denken we dat dit toch geen goed idee zou zijn. Het kan nl. de deur sluiten voor de internationale aanpak via de Internationale Arbeidsorganisatie.

Gisteren zijn we met de Belgische vakbondsvertegenwoordigers en de confederale secretaris van het EVV langs gegaan bij mevrouw Evelyne Huytebroeck, hoofd van de Belgische delegatie en Brussels ministers van Leefmilieu en de heer Philippe Henry, Waals minister van leefmilieu om onze standpunten toe te lichten.  Morgen hebben we een afspraak met mevrouw Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu. Samen met onze Europese collega’s hadden we gisteren ook een zeer interessant gesprek met vertegenwoordigers van de Europese Commissie. Via deze gesprekken houden we de vinger aan de pols van de onderhandelingen en zorgen we er voor dat de ministers goed op de hoogte zijn van onze bekommernissen. Het kan zijn dat de ministers liever de Sint zien komen, maar de onderhandelaars hier in Durban kijken toch beter uit dat ze geen bezoek krijgen van zijn Afrikaanse collega…

Bert De Wel, ACV-studiedienst, van op de Klimaatconferentie in Durban.