about
Toon menu

Ecoconversatie Prof. Paul Verhaeghe

dinsdag 10 februari 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Prof. Paul Verhaeghe (foto: Wim Schrever)

Ter gelegenheid van het Feestcongres om de vijfjarige werking van Oikos in het licht te zetten, werden er enkele conversaties georganiseerd in de Vooruit (Gent) op zaterdag 31 januari. Een van de denkers die in debat gingen met een geëngageerd publiek was Prof. Paul Verhaeghe.

In deze samenvatting van het ruim twee uur durende gesprek proberen we enkele van de stellingen en adviezen weer te geven.
Zijn uiteenzetting over hoe onze leefwereld er vandaag uitziet, kan soms een opsomming van metingen en statistieken lijken. Uit de exclusieve ecoconversatie kon niettemin zijn optimistische toekomstvisie blijken. 'De politiek zoals we die nu kennen is dood. Alleen weten onze huidige politici het nog niet.' Om het met de woorden van Freek De Jonge te zeggen: Er is leven na de dood.

In zowat alle sectoren zijn werknemers overbelast. Dat is ook zo in de sociale sector. Hoe kan dat aangepakt worden? Hoe kunnen we de veerkracht van de mensen toch terug op peil brengen? Hoe kunnen we een tegenbeweging maken?
'Om te beginnen is de formulering 'hoe kunnen we de veerkracht oplossen?' al typisch voor het hedendaags denkmodel in een neoliberale samenleving. Daarin wordt het individu verantwoordelijk gesteld voor de toestand waarin het zich bevindt. Alsof resilience – de Engelse term voor veerkracht – een individueel bepaalde, fysieke capaciteit zou zijn, iets zoals uithoudingsvermogen. Maar dat is het natuurlijk niet.
Er wordt dus een oplossing verwacht om de veerkracht van de mensen als het ware op te krikken. Eigenlijk is dat een beschuldiging, alsof die mensen niet voldoen. We zouden het ook anders kunnen omschrijven als: die mensen zijn niet flink genoeg. Dat zegt net hetzelfde maar dan met een morele vingerwijzing. Het komt erop neer dat het individu geacht wordt het zelf op te lossen. En als het bij het ene individu niet lukt, wordt er een tweede individu – de zorgverlener – bijgehaald. En als het daarmee niet lukt, wordt er naar pillen gegrepen.
Het is zeker geen goed idee om uitsluitend het individu als verantwoordelijke te stellen voor zijn of haar problemen. Ook de omgevingsfactoren spelen daarin een grote rol. 
Langs de andere kant mogen we ook niet alle fouten toewijzen aan de maatschappij –zoals dat in de jaren '60-'70 de gewoonte was – want dan creëren we een slachtoffermentaliteit. En daarmee is niemand gebaat. 
Hulpverleners staan met andere woorden in een spreidstand tussen de verantwoordelijkheid enerzijds bij het individu en anderzijds bij de omgevingsfactoren leggen. Er moet altijd van persoon tot persoon gekeken worden wat er aan de hand is, wat zijn of haar context is.

Maakt de neoliberale meritocratie meer mensen ziek? 
Om ons goed te voelen is het belangrijk dat we erkenning van andere mensen krijgen. Dat is heel belangrijk. Erkenning van mensen uit onze intieme kring, zoals de partner, familie en vrienden, die ons graag zien omwille van onze intrinsieke kenmerken. Maar in toenemende mate ook erkenning van mensen uit onze werkkring, waar we beoordeeld worden op onze extrinsieke kenmerken: de gepresteerde cijfers, omzet, de evaluatie- en functioneringsgesprekken enz. 
Het mensbeeld dat daar in schuilt is dat je ofwel een winnaar bent ofwel een verliezer. Dat is een heel zwart/wit beeld dat kan leiden tot veel depressies: in de statistieken kunnen we merken dat depressies voor 2000 veeleer familiaal gerelateerd waren, nadien zijn depressies veeleer gerelateerd aan de werkkring.
Een tweede factor die instaat voor de toename van zeer veel problemen is een medisch-psychologische: stress. En die heeft niet alleen met het arbeidsklimaat te maken maar ook met onze maatschappelijke evolutie. Stress is vandaag een modewoord, waarvan niemand nog precies weet wat het precies inhoudt. Terwijl het een medisch concept is: ons lichaam dat in voortdurende interactie is met de buitenwereld, krijgt voortdurend prikkels binnen. Van heel subtiele tot heel opvallende. Ons lichaam is eigenlijk een verwerkingsmechanisme van prikkels. En als we te veel van die prikkels moeten verwerken, ervaart ons lichaam dat als een fysieke bedreiging en dan gaat het een bepaald hormoon, cortisol, afscheiden als een soort werkzame reactie waardoor we ons beter kunnen verweren. Nadien, als de situatie opgelost is, moet dat cortisolniveau weer dalen. 
We worden de laatste twintig jaar echter constant blootgesteld aan een overvloed aan prikkels. Daardoor hebben we allemaal constant een te hoog cortisolniveau. Het gevolg daarvan is dat onze immuniteit daalt en dat ontstekingprocessen in het lichaam gaan toenemen. En dat veroorzaakt vervolgens heel veel ziektetoestanden.
Dus enerzijds hebben we die neoliberale identiteitsproblematiek en anderzijds een enorme stressproblematiek. De combinatie van die twee vertaalt zich in steeds meer problemen, gaande van angst en depressie, inflammatoire ziektes, dalingen in immuniteit met daardoor veel meer ziekte-uitval. Daar wordt veel te weinig bij stil gestaan.'

Zet de meritocratie een rem op de participatie van etnisch-diverse burgers?
'Dat is niet zo eenvoudig te beantwoorden. Alleen al om het feit dat autochtonen en allochtonen niet slechts twee groepen zijn: het is veel complexer dan dat.
Maar als ik er een ding in kan zien is het dat de meritocratie zoals wij ze nu kennen puur gericht is op het individu. Terwijl bij de meeste niet-westerse etnische groepen vaak wordt uitgegaan van het collectieve. En dan werkt dat individuele daar niet in. En dan kan je dat zelfs niet overbrengen. Zelfs jonge kinderen uit de allochtone gemeenschap denken sneller vanuit een collectief standpunt. Vanuit dat standpunt gezien is hun visie (die beter is dan ons individu-gericht model) iets wat integratie moeilijker maakt.' 

In een vorig interview in Humo vertelde u dat dat u van uzelf had gemerkt dat u cynischer aan het worden was. Kan u daar wat meer over vertellen?
'Toen ik in de jaren '80 begon te werken aan de faculteit van de Universiteit hebben wij nog de positieve periode van de meritocratie meegemaakt. Op basis van kwaliteit werd er nog een onderscheid gemaakt in de beslissingen. Gaandeweg werd dat echter meer en meer een meritocratie van cijfers en statistieken waarin de kwaliteit naar de achtergrond begon te verdwijnen. In die evolutie – en dat had zeker ook te maken met het ouder worden – zag ik mezelf en mijn omgeving steeds cynischer worden.
In feite is dat een afweermechanisme want cynisme is een vorm van verdediging, om je staande te houden. En vooral: het is een manier om je niet te hoeven engageren: je kan scherp schieten op iets, maar je doet er niets aan. En dat is niet gezond. Bovendien is het zeer ongenietbaar voor je omgeving. Toen ik dat ingezien had, heb ik het mezelf afgeleerd. Dat was een niet zo fijne ervaring. Intussen heb ik dat cynisme volledig achter me kunnen laten.' 

Hoe kan je als individu uit het overheersende neoliberale marktverhaal stappen van competitie, consumptie en hebzucht? En hoe kan je daarmee het politieke discours doen kantelen?
'Het neoliberaal meritocratische zet elk van ons apart, iedereen tegen iedereen. Een van de gevolgen daarvan is dat iedereen met zijn of haar eigen problemen bleef zitten – ik formuleer het in de verleden tijd want het is aan het veranderen – en dat niemand daarover durfde spreken.
Dus om te beginnen kunnen we proberen los te komen uit dat individuele zodat er opnieuw een sociaal contact ontstaat tussen mensen.
Het is ook zo dat zingeving een groot gemis is in onze samenleving. Vaak lees je dat mensen zelf moeten instaan voor hun zingeving want religie en de grote verhalen zijn verdwenen. Maar dat gaat niet op je eentje. Zingeving is altijd het product van een groep, zelfs al is het met drie personen. 
Zingevend werken kan zelfs in een kleine groep: van zodra je een gemeenschappelijk doel voor ogen hebt, ontstaat de zingeving vanzelf. In die zin zijn verenigingen zoals Oikos ontzettend belangrijk. Want daar vinden mensen weer een impuls om contacten te leggen.
We hebben de groep nodig, ook om ruzie te maken. Want op je eentje zit je alleen maar te verpieteren. 
De herontdekking van het collectief is een heel belangrijke evolutie in onze huidige zoektocht naar zingeving. 
Op die manier wordt het politiek discours bijgestuurd: al die bottom-up initiatieven zijn een teken aan de wand. Zij fietsen letterlijk en figuurlijk langs de traditionele structuren heen, want die hebben allemaal boter op het hoofd.
Al die kleine groeperingen zijn bezig een nieuw economisch en politiek verhaal aan het schrijven. Het belang daarvan kan niet genoeg onderschreven worden. 
Bovendien is de huidige politiek zoals we die nu kennen morsdood. Alleen weten de politici het nog niet. De burger is niet politiek onverschillig, zoals de traditionele politieker het nog graag verwoordt. Net integendeel: de burger is wel degelijk geïnteresseerd in politiek. Maar niet meer in de traditionele partijpolitiek zoals wij die nu kennen.
Ik moet daarbij denken – misschien toch een beetje cynisch, het zij zo (hij lacht) – aan een verhaal van Edgar Allen Poe, over meneer Valdemar die dood is maar het nog niet weet. Dat is wat er met onze huidige partijpolitici aan het gebeuren is: ze zijn dood, maar ze weten het niet.'

Een positieve noot om mee af te sluiten. Het was een leerrijk debat. Wat die avond in de Gentse Vooruit nog volgde was een congres waar elk van de sprekers voor alle aanwezigen nogmaals aan bod kwam. De opkomst stemde de coördinator van Oikos, Dirk Holemans, meer dan tevreden: met ruim zevenhonderd mensen zat de theaterzaal afgeladen vol. En er was een wachtlijst van nog zowat driehonderd geïnteresseerden.
Om het met de woorden van een andere Nederlandse cabaretier, Toon Hermans, te zeggen: er ruist wat in het struikgewas. (tekst en foto: Wim Schrever)

reacties

3 reacties

  • door Roland Horvath op woensdag 11 februari 2015

    De maatschappij is ook nu georganiseerd in groepen maar dan in groepen, waarvan we vervreemd zijn. Het zijn de Grote Multinationale Ondernemingen GMO die de toon aangeven. Met slechts één doel, winst voor een kleine minderheid. Het middel is doel geworden.

    Om de maatschappelijke zin ervan weer te geven: Ze maken het slechtste product aan de hoogste prijs, vraag en aanbod. Slechtste product: Dat wat nog net aanvaard wordt. Als er concurrentie is wordt de prijs en de kwaliteit onweerstaanbaar gedrukt tot de deelnemers: leveranciers, concurrenten, werknemers, klanten er aan onderdoor gaan. De concurrenten concurreren elkaar kapot, al 250 jaar. Wie is daar mee gediend? Als er nadien een monopolie van één of enkelen ontstaat stijgt de prijs naar het twee - tot viervoudige. Een onstabiele toestand die nooit tot rust komt waarbij alles opgeofferd wordt aan het bestaan van de ondernemingen.

    In de ondernemingen moeten alle betrokkenen zeggenschap hebben: Aandeelhouders, leveranciers, werknemers, klanten, overheid, omwonenden. Kleinschaligheid. Meerdere criteria. De vrije markt moet ingeperkt worden bijvoorbeeld met vaste prijzen. Nog een methode om de burger meer zeggenschap, eigendomsrechten en onafhankelijkheid te geven is een Onvoorwaardelijk Basis Inkomen OBI. Wat meritocratie genoemd wordt heeft vrijwel niets met verdienste te maken maar met macht/ afkomst, ten 2e met puur- geluk/ timing/ een- toevallige- ontwikkeling en te 3e met vriendjespolitiek.

    Als de burgers zich enigszins bevrijd hebben van de dominantie van de ondernemingen, zijn ze in staat zinvolle activiteiten en samenwerkingsverbanden te ontwikkelen. De maatschappij krijgt dan weer kleur.

  • door Berten Debergh op donderdag 12 februari 2015

    Bovendien is de huidige politiek dood. Alleen weten de politici het nog niet. Klopt voor heel wat politici en hun achterban! Ze spreken van "verandering" maar bedoelen eigenlijk : "nog meer van hetzelfde, nog meer voor mij of voor mijn aanhang en niet voor de ander"! Daarom is het nodig en ook goed dat we groepen, hoe divers ook, die opkomen voor waarachtige ver-ander-ing in the picture zetten en hen ronduit steunen.laten we niet langer energie verspillen aan hen die ijveren voor nog meer stress door individuen als criminele luiaards voor te stellen, door te streven naar nog meer shopuren of winsten voor aandeelhouders, door nog bredere wegen aan te leggen voor nog meer autoverkeer, door nog meer mensen te laten pronken met nog grotere wagens, door individuen verantwoordelijk te stellen voor alle onheil.. of anderen te prijzen omdat zij het uit eigen beweging zo goed deden. Verbondenheid in diversiteit, waardering voor het kleine, inzet voor een gezonde leefomgeving,verzekering van broodnodige rust en oog hebben voor echte kwaliteit i.p.v. kwantiteit zijn de na te streven kleuren voor een hoopvolle toekomst! Doen!

    • door inge op donderdag 12 februari 2015

      Heel goed artikel en uitstekende reactie van Berten . Meer van dat graag .

    Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties