Bij DeWereldMorgen.be schrijven we niet voor de clicks.

We maken media voor een betere wereld.

Samen met vele vrijwilligers en burgerjournalisten.

Om dit te blijven doen hebben we uw steun meer dan nodig!

Steun onafhankelijke media!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Deel 10: Waarom de hulpverlening faalt

dinsdag 19 februari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Het is belangrijk voor ogen te houden dat Ann in de problemen kwam, en een NAH opliep, doordat zij een gekwetste collega heeft geholpen (deel 2: pesten) en dat ik nu in de problemen zit omdat ik Ann probeer te helpen (deel 9: Hoe justitie kwetsbare mensen de kans op herstel ontneemt). Wij hebben dus enkel onze burgerplicht gedaan en daarom en door gebrek aan kennis worden onze levens kapot gemaakt!

ERNAH-prject

Bron: Flickr

 Niet aangeboren hersenletsel staat in België nog pas sinds 2004 op de agenda. Vijf jaar te laat voor Ann. Het is begrijpelijk dat huisdokters niet onmiddellijk op de hoogte waren. In 2010 had een huisdokter die zijn vakliteratuur op peil houdt dus wel op de hoogte kunnen zijn. Dat ging niet op voor de huisdokter van Ann die ik toen hierover aansprak.

Het ERNAH-project heeft in 2015 een eindrapport gepubliceerd:

http://ernah.be/sites/default/files/ERNAH-eindrapport.pdf

Tijdens het onderzoek werd gepeild naar de competentie van dokters uit de eerste lijnzorg naar hun kennis van NAH. Daarbij werd hen gevraagd hoeveel mensen met NAH zij dachten in hun cliëntenbestand te hebben. De schattingen varieerden van 0 tot 3 pmNAH, gemiddelde is dus 1,5. Uit het onderzoek kwam echter naar voor dat elke huisdokter gemiddeld 30 patiënten had met de aandoening. Dat wil dus zeggen dat gemiddeld slecht 5 % van de mensen met NAH door hun dokter (h)erkend werd. Die 95 % anderen blijven dus in de kou staan.

Toen ik de huisdokter en de behandelende psychiater sprak lachten zij me zelfs uit. Misschien begrijpelijk als je weet dat zij beiden fin de carrière waren en zij dus al zeker hun vakliteratuur niet meer zullen opgevolgd hebben.

Ik heb tijdens de jaren van mijn zoektocht geregeld met psychologen gesproken. Niemand van hen kon mij spontaan zeggen wat NAH betekent. Ik sprak in 2015 een student psychologie die zijn thesis aan het schrijven was. Toen ik hem de vraag stelde gaf hij aan dat er tijdens de cursus misschien één of twee maal naar NAH verwezen was maar verder hadden zij geen info gekregen.

Als in de opleiding van psychologen nog altijd geen aandacht is voor NAH mogen we er dan van uit gaan dat dit ook voor de opleiding van dokters het geval is?

Ik werd in 2010 lid van Similes. Ook daar klaagde men er over dat huisdokters te weinig op de hoogte zijn van psychische beperkingen en dat in hun opleiding te weinig aandacht hiervoor is.

In het geval van NAH is er dan nog de bijkomende moeilijkheid dat de onzichtbare (cognitieve) problemen pas na vele jaren van schijnbaar herstel na het letsel aan de oppervlakte komen. In dat geval zijn het in de eerste plaats, en dikwijls ook zij alleen, de mensen uit de directe omgeving die de problemen zullen opmerken. Als zij dan niet serieus genomen worden dan is dat in het nadeel van de patiënten, zeker als deze geen ziekte-inzicht hebben.

Ook bij Similis vond ik geen expertise rond NAH.

Bij het CAW vond ik ook niemand die mij kon uitleggen wat NAH inhoudt. Hetzelfde geldt voor de mensen van het CGG.

Wetgeving

Bron: Pixabay

De ‘Wet op de patiëntenrechten’ uit 2002 vormt een struikelblok voor het in behandeling krijgen van mensen zonder ziekte-inzicht. De wet vertrekt immers van een volstrekte autonomie van de patiënt. Op zich zal iedereen daar blij om zijn. Wie wil er nu niet zelf de regie houden over het eigen leven? Alleen is dat voor sommigen, meestal mensen met ernstige psychische problemen, niet altijd mogelijk. Iemand die door zijn aandoening te kampen heeft met psychotische wanen heeft een probleem met zijn ervaring van de werkelijkheid. Het realiteitsbesef is verstoord. Vaak zeggen deze mensen dat er met hen niets aan de hand is en dat het de andere is die op de sofa moet.

 

Jules Tielens, Amsterdams psychiater heeft 2 boeken geschreven over dit probleem: ‘Bemoeizorg’ en ‘In gesprek met psychose’. Hij heeft 10 jaar gewerkt met daklozen. Hij ging zelf de straat op om zijn patiënten op te zoeken. ‘Aanklampende bemoeizorg’ noemt hij dat en is waarschijnlijk de enige manier om patiënten met ontbrekend ziekte-inzicht in de gepaste zorg te krijgen.

Het systeem is ook hier gekend. Via outreachende hulp gaan straathoekwerkers op zoek naar daklozen of mensen met een verslavingsproblematiek. De voordelen van het systeem zijn gekend en langzamerhand (veel te langzaam) wordt het systeem in meer en meer gemeenten ingevoerd.

Daarbij gaat het steeds om mensen die zich in het straatbeeld bevinden en voor straathoekwerkers gemakkelijk bereikbaar zijn.

Nochtans zijn er vele mensen die niet dakloos zijn en door het straathoekwerk dus niet zullen gevonden worden, maar die juist door hun aandoening ook niet bij de juiste zorg komen, zeker als hun eigen dokters niet over de nodige competentie beschikken om deze mensen een goede doorverwijzing te geven. Deze dokters hebben daarin een verpletterende verantwoordelijkheid en moeten daarop kunnen aangesproken worden, zeker als zij in hun soms onvoorstelbare arrogantie (eigen ervaring) weigeren de omgeving te horen (heteroanamnese) onder het mom dat zij gestudeerd hebben en het dus allemaal beter weten dan de omgeving die dagelijks met de gevolgen en problemen geconfronteerd worden.Ook de Orde van Artsen heeft hier een zware verantwoordelijkheid!

Voor een bepaalde doelgroep begint men eindelijk ook in dit land te begrijpen dat de aanpak moet veranderen. Weinigen kennen NAH, maar iedereen kent wel dementie. Zo werd het ‘Contactpunt Dementie’ opgericht. Op de site van De Voorzorg lees ik over het contactpunt:

“Het ‘contactpunt dementie’ zorgt ervoor dat hulp- en zorgverleners op een laagdrempelige manier kunnen signaleren wanneer een persoon met dementie of zijn mantelzorger extra ondersteuning nodig heeft”. (https://www.devoorzorg.be/antwerpen/Informatie-zorgverleners/dossiers/contactpunt-dementie/Pages/default.aspx).

Voor hulp- en zorgverleners zal een laagdrempelige signalering niet nodig zijn. Zij dienen de procedures te kennen. Maar waarom kunnen mantelzorgers of andere direct betrokken uit de omgeving die signalering niet zelf doen? Zij worden immers als eersten geconfronteerd met het probleem en zullen de gevolgen beter kennen dan de hulp- en zorgverleners! Opnieuw de arrogantie van ‘wij weten het beter’. Die mentaliteit moet dringend aangepakt worden.

In het Vlaams Hersenletselplan wordt dit probleem onderkend. Zo lees ik op p. 32:

moeten mutualiteiten proactief werken? Hoe komt de mutualiteit te weten waar iemand zit die nood heeft aan informatie? (...)

Binnen het ERNAH project werd er een pilootproject uitgevoerd waarbij er een actieve doorverwijzing gebeurde. Vanuit de sociale dienst van het ziekenhuis werd de mutualiteit van de pmNAH gecontacteerd, waarna deze de pmNAH zelf contacteerde. Dit project heeft zeer positieve resultaten en een blijvende samenwerking opgeleverd, maar moet ook op grote schaal worden geïmplementeerd”.

Contactpunt

Is het dan niet logisch dat men dezelfde procedure voorziet voor NAH zoals die bestaat voor het Contactpunt Dementie en dat men de mantelzorger of direct betrokkenen hierin erkend als personen die de aanmelding kunnen doen? Dit zou zelfs binnen korte tijd gerealiseerd kunnen worden aangezien het systeem gekend is. Veel meer dan copy/paste is daar niet voor nodig.

‘Daar is geen geld voor’ zal men weer argumenteren. Het is duidelijk dat dit een drogreden is aangezien mensen zonder behandeling op termijn meer zullen kosten dan wanneer zij wel goed begeleid worden. In ons specifieke geval betekend het zelfs een totale verarming met alle gevolgen van dien, niet alleen, maar natuurlijk in de eerste plaats, voor ons zelf, maar ook voor de samenleving als geheel. Bovendien zullen mantelzorgers die niet ondersteund worden niet zelden ook depressief worden of andere problemen krijgen waardoor er nieuwe patiënten ‘gecreëerd worden’. Dat er geen geld zou zijn is daarenboven vooral toe te schrijven aan de zeer ongelijke verdeling van middelen binnen onze samenleving. Als er dan geen geld is om grote noden bij bepaalde groepen van de bevolking te lenigen dan is het omdat een veel te kleine groep mensen over veel te veel middelen beschikt die niet kunnen ingezet worden voor sociale voorzieningen. En is het niet de regering die voor een rechtvaardiger verdeling van die middelen kan en moet zorgen?

Dit contactpunt NAH zou mogelijk zelfs kunnen geïntegreerd worden in het contactpunt dementie. Er zijn immers elementen die voor beide aandoeningen overlappend zijn zoals geheugenproblemen, slecht inschattings- en beoordelingsvermogen, terugtrekken uit sociale situaties, verandering van persoonlijkheid en gedrag: onrustig, bozig, angstig, achterdochtig, apathisch, depressie,.. om slechts enkele voorbeelden te noemen die wij zelf hebben waargenomen bij Ann. Bovendien lopen mensen met NAH een sterk verhoogd risico op (vroeg)dementie. Volgens de infolijn van de Nederlandse Hersenstichting zou het daarbij in de meeste gevallen gaan om frontotemporale dementie, vroeger de ziekte van Pick. Of dat het geval is weet ik niet maar natuurlijk maak ik mij daar zorgen om. Het is daarom onaanvaardbaar dat wij nooit serieus genomen worden en ondanks al onze pogingen geen hulp kunnen krijgen! Of wil men deze mensen gewoon laten creperen, immers dood kosten ze niets meer!

Ethisch omgaan met beperkingen

Hoogleraar Bron: Flickr

Axel Liégeois is gewoon hoogleraar zorgethiek en praktische theologie aan de Faculteit Theologie en Religiewetenschappen, KU Leuven. Hij is titularis van de Leerstoel van de Broeders van Liefde voor Theologie, Geestelijke Gezondheid en Beperking. Hij is ook als ethisch adviseur gedetacheerd naar de Broeders van Liefde te Gent. Daar coördineert hij commissies voor ethiek, geeft hij ethisch advies en ethische vorming.

 

In zijn ‘Autonomie: hoeksteen of struikelblok?’ schrijft hij:

De zorgverleners respecteren de autonomie van de patiënt door bij elke tussenkomst de geïnformeerde toestemming te vragen. Deze benadering is het uitgangspunt van de Wet Patiëntenrechten en van de actuele reorganisatie van de gezondheidszorg. Probleem is echter dat niet alle patiënten, in het bijzonder psychiatrische patiënten, beschikken over voldoende wilsbekwaamheid om een verantwoorde keuze te maken’.

Hij pleit daarom voor een personalistische visie:

'Wij kiezen voor een derde benadering die gebaseerd is op het personalisme van de Leuvense moraaltheoloog Louis Janssens. In het personalisme beschouwen we de menselijke persoon integraal, in alle dimensies van het mens-zijn. De mens is dus niet alleen een individu met een eigen innerlijkheid en zelfstandigheid, maar ook een persoon met openheid voor en betrokkenheid op de andere en het andere. Bijgevolg staat de relatie tussen zorgverleners, patiënt en/of familie centraal en ook hun gezamenlijke verantwoordelijkheid in de zorg'.

Volgens hem is in de wet het:

‘(...) relationeel karakter van de toestemming onvoldoende ontwikkeld. Het informeren en toestemmen worden door de Wet Patiëntenrechten als éénrichtingsverkeer beschreven en de familie wordt er niet bij betrokken. Vanuit een personalistische visie opteren we voor een wederkerig proces van informeren en toestemmen, waarbij alle partners zoveel mogelijk betrokken worden. De wet sluit dit niet uit, maar schrijft het evenmin voor.

Daarom houden we een pleidooi voor een overlegmodel waarbij zorgverleners, patiënt en familie elkaar wederzijds informeren en motiveren voor een bepaalde keuze in de zorg.

Een belangrijke lacune in de Wet Patiëntenrechten is dat niet bepaald wordt wanneer de patiënt feitelijk wilsbekwaam of wilsonbekwaam is.

Het oordelen over de wilsbekwaamheid is echter een bijzonder delicate aangelegenheid. Niettemin is dit de professionele opdracht van de zorgverleners.

Vanuit een personalistische visie stellen we drie criteria voor het gebruik van dwang voor, namelijk dat de patiënt onvoldoende wilsbekwaam is, dat er ernstige schade dreigt aan de gezondheid van de patiënt, de integriteit van de patiënt of een ander of aan het zorgklimaat, en dat er een proportionele verhouding is tussen de dwang en de schade’.

Kernpunt is dat we de autonomie niet individualistisch, maar relationeel opvatten, en dus de autonomie integreren in een overlegmodel.

Naar onze eigen ervaring is dit precies waar het schoentje wringt en zo heb ik het ook vernomen van de mensen bij Similes.

Als mijn informatie correct is dan zou er op dit ogenblik gewerkt worden aan een vernieuwde versie van de wet op de patiëntenrechten. Laten we hopen dat men daarbij de visie van prof. Liégeois kan implementeren in de nieuwe wet. Dit zou voor heel veel patiënten en hun omgeving een enorme verbetering kunnen betekenen.

Ook meer duidelijkheid in de wetgeving rond het beroepsgeheim zou veel kunnen veranderen. Als men er van uit gaat dat complexe aandoeningen het best multidisciplinair gewerkt wordt met daarbij zelfs de betrokkenheid van de omgeving van de patiënt, dan zal meer duidelijkheid in de wetgeving veel onzekerheid wegnemen die er nu op dit punt nog vaak heerst bij zorgverstrekkers. Meer duidelijkheid zal dan ook leiden tot betere zorg.

Outreach in theorie? Waar blijft de praktijk?

Onada is een intersectoraal samenwerkingsverband tussen ROG-OGGPA-CAW-IJH en is gevestigd in Multiversum, met het CAW als samenwerkende partner. 

Doelgroep: Personen met gedrags- en/of psychiatrische problemen en een verstandelijke beperking en/of autismespectrumstoornis (ASS) of een niet-aangeboren hersenletsel (NAH), die zich in een vastgelopen situatie bevinden of waarbij de familie/hulpverlening/... zich vastgelopen voelt.

Zowel de cliënt zelf, zijn familie of professionele hulpverleners (geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptensector, het onderwijs, jeugdhulp-verlening, huisartsen,...) kunnen een vraag tot ondersteuning stellen.

Bij complexe situaties brengen we het probleem in kaart door middel van gesprekken met de cliënt en zijn netwerk. We vragen gegevens op, observeren de cliënt, schakelen externe consulenten in, ... Al deze informatie verwerken we tot één verslag, de beeldvorming.

Om tot een goed advies te komen organiseren wij een overlegmoment waarop de resultaten van de probleemanalyse besproken worden met u en met één of meer consulenten van onze partnerorganisaties. Ook het natuurlijk netwerk van de cliënt en/of de cliënt zelf worden hiertoe uitgenodigd’.

Tot zover alweer de theorie!

Op onze vraag kregen we de volgende reactie:

Een Intervisie is enkel mogelijk naar hulpverleners toe en niet naar familieleden’.

Dit lijkt ons in tegenspraak met bovengenoemde doelgroep waar gesteld wordt dat ook familie een vraag tot ondersteuning kan stellen.

Enerzijds is vrijwilligheid van de cliënt een zeer belangrijk principe, en dat ligt moeilijk bij de cliënt in kwestie.
Anderzijds is jullie uiteindelijke doel het opnieuw opbouwen van communicatie (/relatie) met familie en ex-partner.
Om dit te bereiken, verwijzen we jullie door naar 'Bemiddeling'. De kern hiervan is net het opnieuw opstarten van communicatie en het helpen bij meningsverschillen/belangenconflicten.
Belangrijk is om een 'geschikte' bemiddelaar te vinden.

Opnieuw is de wet op de patiëntenrechten en de volstrekte autonomie hier het struikelblok (zie Liégeois)! Maar ook de gebrekkige kennis van NAH in de hulpverlening speelt hier een negatieve rol! Hoe kan men halsstarrig blijven vasthouden aan het feit dat een patiënt hierin een weloverwogen keuze maakt als die patiënt juist door de aandoening daar niet toe in staat is. Hier wordt het onmogelijke verlangd en dus blijven deze mensen, zonder de correcte zorg, in de kou staan.

Ik schreef hierover een mail aan Maggie De Block en Jo Vandeurzen. Van de laatste kreeg ik een ontvangstmelding met de bevestiging dat ik later nog zou gecontacteerd worden. Ik vernam nadien niets meer. Van Maggie De Block kreeg ik geen enkele reactie!

Al 12 jaar heb ik geen normaal contact meer met onze enige dochter die meegaat in de confabulaties van haar moeder. Ook mag ik niet weten dat ik sinds 28-06-2016 een kleindochter heb. Dat noemt men ouderverstoting.

In Knack van 07-04-16 verscheen een artikel onder de titel: 'Ouderverstoting is ook een vorm van partnergeweld'

Op 5-10-2017 verscheen ook in Libelle een artikel over dit onderwerp.

Van de in ouderverstoring gespecialiseerde psycholoog die ik op 3-12-2017 aanschreef vernam ik: ‘We weten dat een psychiatrische problematiek van een ouder vaak een grote rol speelt in bij de verstoting van de andere’.

Deze psycholoog eindigt met de woorden: ‘Ik ben ervan overtuigd dat het in het belang van u allemaal is dat het contact herstelt! Zelfs in het belang van Ann!

Alweer een deskundige die mijn visie bevestigd!

Hulp bieden wordt bestraft

Maar wat als medische zorgverleners en justitie een heel andere taal spreken? Dan kan dit nooit opgelost worden.

Tot ik informatie vond over de ‘Ketenaanpak’.

In november 2014 publiceerde Het Steunpunt Algemeen Welzijnswerk een visietekst hierover: https://www.kennisplein.be/Documents/Geweld,%20misbruik%20en%20kindermishandeling/Visietekst%20ketenaanpak%202014-11.pdf :

Uit de praktijk van ketenaanpak in Vlaanderen blijkt dat verschillende partners kunnen betrokken zijn: algemeen welzijnswerk, OCMW, verslavingszorg, geestelijke gezondheidszorg, huisvesting, opleiding & tewerkstelling, integratiediensten. Ook politie en justitie zijn betrokken, wat deze vorm van ketenaanpak zeer specifiek maakt.’

Hier leek men dan toch aandacht te hebben voor de verschillende deelaspecten van het complexe probleem: zowel de medische, sociale en juridische problematiek zouden samen aan bod kunnen komen. Alweer theorie. De praktijk was schokkend!

Ik had intussen op aanraden van enkele mensen die ik ontmoette tijdens een infobijeenkomst rond NAH contact genomen met LUS-vzw, ‘Sterk in verbinden’.

Midden 2017 heb ik samen met mijn LUS begeleider nog contact gezocht via het CAW, waarbij we door mevr. P.D.B. werden doorverwezen naar de plaatselijke politie. Bedoeling was meer informatie te krijgen rond de Ketenaanpak. Mijn begeleider was aanwezig bij het gesprek met insp. S. Resultaat: er werd, ondanks de belofte dat het niet zou gebeuren, toch een voor mij belastend PV naar het parket gestuurd.

De reactie van mijn LUS-begeleider:

Dit kan ik echt niet snappen!! Zij heeft wel 'gedreigd' op een bepaald moment om een PV te maken als je nog verder zou doorgaan met je mening. Ik heb het dan wijselijk geacht het gesprek af te ronden. Dat heeft dan misschien nog wel even geduurd, maar zij heeft ons nooit gezegd: "en nu maak ik een PV op!”

Dat zij dit alsnog heeft gedaan:

1. vanuit een gesprek dat wij zelf hadden aangevraagd om te kijken naar mogelijkheden binnen het KAT project (ons trouwens door P. D. B. zelf aanbevolen: "De aanmelding bij KAT zal (op dit ogenblik) toch moeten gebeuren via een van de partners die betrokken zijn in KAT en waar de cliënt gekend is, in dit geval volgens mij de politie. Een cliënt kan niet verwezen worden naar een dienst om te worden aangemeld bij KAT vb. ons CAW)" (mail dd.31/07/2017)

2. zonder jou/ons in het gesprek zelf ook mee te delen ... is verregaand, ja, is er over.

Je komt met een 'hulpvraag' en je krijgt een Proces Verbaal!

Dat zij dit PV dan nog eens naar het Parket stuurt zonder jou op de hoogte te brengen getuigt van weinig respect.

Ik zou graag zelf wederwoord willen halen bij Insp. S. Ik voel me hier - na deze feiten - zelf heel slecht bij. Ik heb bij je aangedrongen om toch de informatie aangaande mogelijkheden binnen de Ketenaanpak verder te bekijken ... en dus de stap te zetten naar de politie zoals P. D. B. van CAW in haar mail aan ons had gesuggereerd. Ik heb zelf per telefoon en met jou erbij die afspraak met haar gemaakt. Ik zou graag, na consult bij mijn directeur, vanuit mijn functie als LUS-medewerker officieel willen reageren op dit gebeuren. Immers: ook onze organisatie wordt hiermee in diskrediet gebracht.

Tot zover de reactie van iemand die zelf in de hulpsector werkt!

In het artikel van Knack wordt gesteld dat:

Ouderverstoting wordt nu eenduidig in alle rechtbanken als partnergeweld gecatalogeerd en vervolgd’. (…) Preventie en herstelgerichte contacten via hulpverleningstrajecten zijn noodzakelijk. Alleen zo krijgt de verstoten ouder een kans om opnieuw in contact te komen met het kind. Alleen zo kan de verstoten ouder de band met het kind proberen te herstellen.

Ouderverstoting voorkomen kan enkel resultaat hebben door dit enerzijds vroegtijdig vast te stellen en anderzijds door een samenwerking tussen de psychiatrie en justitie’.

Is dat niet precies waar het bij de Ketenaanpak zou moeten om gaan?

Ik heb gemerkt dat dit weer loze woorden zijn zonder de minste praktische gevolgen.

Politie je vriend?

Toen ik op 24 mei 2018 voor het laatst de deur achter me dichttrok heb ik een afscheidsbrief achtergelaten. Bij die afscheidsbrief was ook de mail gevoegd van de psycholoog gespecialiseerd in ouderverstoting.

In die afscheidsbrief schreef ik dat het me allemaal te veel was geworden omdat ik ondanks mijn vele inspanningen nooit gehoor kreeg en er dus nooit een oplossing kon komen. Zo zou ik nooit nog mijn dochter kunnen zien en mijn kleindochter ontmoeten. Ik schreef, geheel naar waarheid, dat ik gestopt was met eten en ik binnenkort ook zou stoppen met drinken.

De volgende morgen werd ik tegengehouden door een politiecombi. Ik stond geseind! Zij maakten zich zorgen om mij (sic). Ik moest mijn auto aan de kant zetten en moest mee naar het bureau. Daar werd ik verhoord door twee inspecteurs, een man en een vrouw, waarvan ik de namen niet ken. De man voerde het woord. Hij vroeg mij wat mij bezielde. Ik vroeg hem of hij de mail van de psycholoog had gelezen want daar stond de uitleg in.

“Ik stel hier de vragen, jij antwoordt”, was de reactie.“Dan is het simpel, als ik geen antwoorden krijg, krijgen jullie die ook niet”, antwoordde ik.

Toen begon hij een verontwaardigde uitleg te geven waarbij hij zich versprak zodat ik wist dat zij de mail toch wel gelezen hadden. Ik wees hem daarop! “Als jij niet meewerkt dan zorg ik ervoor dat jij gedwongen opgenomen word,” was zijn reactie. Alweer dreigen! “Als jullie de mail gelezen hebben dan heb je voldoende informatie en heb ik niets meer te zeggen", was mijn antwoord.

Toen kwam de vrouw tussenbeide: “Is die brief dan een wanhoopskreet?” Ik haalde mijn schouders op en vertelde dat ik wilde vertrekken. “Oké, dan zullen we het parket inlichten”. Was dat alweer een bedreiging? Of kon hier misschien toch nog een procedure Ketenaanpak uit voortkomen? Alweer naïef gedacht. Ondanks dat in de media aangegeven wordt dat partnergeweld en ouderverstoting hoog op de agenda van justitie staat heb ik van het parket nooit iets vernomen.

Enig mogelijk conclusie: ‘De politie je vriend’, vergeet het maar!

Ik besloot mijn bewust zelfgekozen actie om te versterven op te schorten. Ik wist immers dat er nog vele mensen met NAH in de kou bleven staan. Dat had ik vernomen tijdens de vele infobijeenkomsten en lotgenotencontacten die ik had bijgewoond. Als het hier voor mij zou stoppen wou ik tenminste toch nog aandacht proberen te krijgen voor het fenomeen NAH via de media.

Ik begon mijn verhaal heel openlijk en oprecht op te schrijven. Dat doe ik nog altijd in de hoop dat ik aansluiting kan krijgen met lotgenoten die in de problemen zijn gekomen door de niet erkenning van de persoon met NAH in hun midden. Dat is dan ook de reden van deze blogreeks waarvan ik blijf hopen dat ze door zoveel mogelijk mensen gedeeld en gelezen wordt.

Gevolgen gebrek aan ondersteuning

Eerlijk gezegd verwacht ik er niet heel veel van. Immers op woensdag 12 augustus 2015 verscheen er in De Morgen een uitgebreid artikel met als titel: ‘Zorgen voor elkaar heeft zijn grenzen’. Daarin stond het relaas van enkele mantelzorgers die al jaren zorgden voor een zwaar gehandicapt familielid.

In amper twee weken tijd begingen twee bejaarde mannen een wanhoopsdaad omdat ze de zorglast voor hun geliefde niet meer konden dragen. Toch wil de overheid dat we allemaal zo lang mogelijk thuis blijven en voor elkaar zorgen. ‘Vermaatschappelijking van de zorg’ heet dat, al wil die maatschappij niet altijd mee’.

De zorg was uiteindelijk zo zwaar geworden dat zij hun dierbare patiënt uit zijn lijden verlosten (vermoordden) om daarna zelfmoord te plegen. Zover ik weet heeft dat artikel niet de minste impact gehad. Als de overheid zelfs daar niet op reageert wat moet men dan nog doen om aandacht voor de meest schrijnende problemen te krijgen. Het lijkt er integendeel sterk op dat men maar rustig laat begaan. Zo wordt het probleem op termijn ook opgelost en moet niemand zijn verantwoordelijkheid nemen. In een welvarend land (tenminste voor sommigen) is dit totaal onaanvaardbaar en het is dan ook onbegrijpelijk dat hier niet meer mensen de kat de bel aanbinden!

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.