Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Deel 5: Eindelijk een medestander

zaterdag 19 januari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

De medestander

Bron: Pixabay

Wim vertelde me, toen in maart 2010, dat Ann in de lente van 2006 naar Antwerpen was gekomen waar hij en de drie andere broers aan het werk waren in het ouderlijk huis dat Mark had overgenomen. Ann vertelde dat ik compleet veranderd was door cannabis gebruik en dat ik al ons geld aan het opmaken was om mijn verslaving mee te betalen.                                                                     Ik vertelde Wim dat ik wegens chronische slaapproblemen, een familiekwaal, cannabis was gaan gebruiken omdat de huisdokter mij niet kon helpen. Ik vertelde van het gesprek dat ik had met de apotheker die me had afgeraden daarvoor de pillen die hij verkocht te proberen want veel te gevaarlijk omwille van verslaving en de bijwerkingen. Ik had sindsdien alle mogelijke kruiden- huis- en tuinmiddeltjes geprobeerd maar niets had geholpen tot ik naar aanleiding van een artikel in Humo het boek van Lester Grinspoon las en zo bij cannabis uitkwam. Ik vertelde ook dat ik elk jaar er compleet mee stopte om te kijken of er sprake was van ontwennings- of verslavingsverschijnselen of 'craving' maar werd daarbij telkens gerustgesteld. Ik vertelde ook van mijn apothekeres die voor mij in Nederland cannabis wou bestellen maar dat niet kon omdat België elke importvergunning weigert.                                                                                                             Van toen was het voor Wim onmiskenbaar dat er een ernstig probleem was met Ann. Hij wou proberen ons te helpen hoewel veel voor hem ook niet duidelijk was. Wat er tijdens het gesprek met Ann twee dagen later (zie deel 4 Van kwaad naar erger) gezegd was weet ik niet. Van toen echter leken de problemen alleen maar te escaleren. Geen dag ging voorbij zonder woede-uitbarstingen. Uiteindelijk zijn bij mij de stoppen doorgeslagen en is wat huisraad gesneuveld. Ann belde de politie en sindsdien leven we apart. Toen ik enkele weken later op verhoor moest vertelde de insp. me dat Ann hem had gezegd dat zij een hersenletsel had!!!   Toen ik de huisdokter daar over sprak lachte hij me uit. Ann kon onmogelijk een hersenletsel hebben. Arrogante dokters die het ook niet weten!

Ik heb geprobeerd mijn verhaal op te schrijven en heb dat naar Nancy gestuurd in de hoop tot een gesprek te komen. In een reactie liet Nancy me weten dat zij ook had opgemerkt dat Ann zich regelmatig vreemd had gedragen, maar dat zij nu volkomen gelukkig leek en dat wij maar zo vlug mogelijk moesten scheiden. Welke dochter stuurt aan op de echtscheiding van haar ouders zonder rekening te houden met de visie van allebei die ouders. Zeker als je weet dat Nancy sinds 1996 in Leuven psychologie was gaan studeren. Dan verwachtte ik van haar een genuanceerdere benadering. Heeft Nancy zich laten beïnvloeden door de verhalen die Ann blijkbaar tegen iedereen die ze maar wilde horen had verteld? Of was er misschien meer aan de hand met Nancy!?

Tijdens de vakantiemaanden liet Ann me weten dat ze nog wat spulletjes van de academie wou krijgen. We spraken af aan een taverne in de buurt van een natuurgebied. Het positieve effect van wandelen indachtig hoopte ik zoals in 2007 haar te kunnen overhalen een korte wandeling te maken. "Dat had je op voorhand moeten zeggen dan had ik een pijnstiller kunnen nemen", was haar reactie. Ook dat nog. Toch hebben we heel kort samen gewandeld waarna we een koffie gingen drinken. Toen we vertrokken heb ik haar de gevraagde spulletjes bezorgd.

In september was Wim opnieuw in België en bezocht hij Ann. Later die dag kwam hij ook bij mij langs. Hij vroeg of ik akkoord was dat hij met Nancy en Danny ging praten. Eigenlijk had ik geen keuze want Wim had zelfs al een afspraak voor later die week gemaakt met Nancy. Ann wilde volgens hem ook proberen het contact te herstellen.                                                                                             Ann vertelde hem over onze afspraak en korte wandeling. Maar zij had er een probleem mee: waarom waren we na die wandeling niets meer gaan drinken zoals ik voor de wandeling had voorgesteld? Die koffie in de taverne was ze volkomen vergeten!!! Dit deed me denken aan het gesprek met Nancy in 2007 over dat wij maar uit elkaar moesten gaan. Ook dat was ze enkele dagen nadien volkomen kwijt!            

Bemiddelingspoging         

Zoals Wim me vertelde was het een lang gesprek waarbij hem was opgevallen dat zij beiden arrogant overkwamen en volledig meegingen in de visie van Ann. Volgens hem was Nancy  op het einde gaan twijfelen en ze beloofde hem er over na te denken mogelijk zelf contact met mij te nemen.

Een maand later, op 7 oktober, brak ik een rib. Ik ging naar het ziekenhuis en bracht Ann op de hoogte. Nog voor we met de ziekenwagen aan het ziekenhuis kwamen stond zij daar al te wachten. Na het onderzoek dat de breuk bevestigde bracht ze me naar huis en beloofde me te zullen helpen met inkopen doen de komende weken. De laatste keer dat ze we samen naar de winkel waren geweest vertelde ik haar, wenend, dat ik nog altijd veel van haar hield (houd) en haar erg mis(te). Met een gezicht nat van de tranen draaide ze zich naar me toe en zei: "Walter dat is wederkerig, ik zie jou ook nog heel graag en ik mis je ook heel erg, maar ik kan je niet meer vertrouwen".  "Waarom vertrouw je me niet Ann?" Zonder iets te zeggen draaide ze zich om en vertrok. Vanwaar toch al die tegenstrijdigheden?

Ondanks de belofte aan Wim heeft Nancy me nooit gebeld. Ik besloot, begin 2011, dan zelf nog eens het initiatief te nemen. Nancy zag een gesprek niet zitten. Ik stelde voor dat ik dan met Danny zou praten. We spraken af in Leuven.                                 

Bron: Pexels

Het eerste wat Danny tegen me zei was: “Wat gij allemaal met dat geld gedaan hebt!” Ik begreep het niet en vroeg nadere uitleg. Als men iemand beschuldigd mag de beschuldigde toch weten waartegen hij zich moet verdedigen. Danny schudde het hoofd alsof ik mij van de domme hield. Verder gesprek leek onmogelijk en we hebben afscheid genomen.

Zijn opmerking liet me niet los. Ik ben de rekeninguittreksels van de laatste tien jaar gaan nakijken. Wat ik vond was verbijsterend. Ik had Ann al die jaren blindelings vertrouwd omdat er nooit reden was dat niet te doen. Nu werd duidelijk dat Ann al die jaren veel geld van de rekening had gehaald waarvoor geen verantwoording was te vinden. Wat was er met al dat geld gebeurd? Wat opviel was een enorme piek in de uitgaven in 2006. Het bedrag van die piek kwam overeen met iets anders: begin 2006 kregen we telefoon van Nancy. Ann nam op. Na het gesprek vertelde Ann dat Danny gecrasht was. Ik dacht aan een ongeval met de auto. Maar dat was het niet. Kort na  de eerste coma van Ann had Nancy een eerste opstoot van colitis ulcerosa gekregen. Naar aanleiding daarvan had zij een tegemoetkoming gekregen van een  bijstandskas. Toen zij Danny had leren kennen namen zij een samenlevingscontract en kochten in 2005 een appartement. Omwille van de gewijzigde gezinssituatie had zij daarvan melding moeten maken aan die bijstandskas wat ze niet gedaan had. Nu moesten ze een deel van die tegemoetkoming terugbetalen. Daarom was Danny gecrasht.                                       

Ann wilde hen dat geld, ongeveer 8.000 euro schenken. Bij de aankoop van hun appartement het jaar daarvoor hadden we echter al 25.000 euro geschonken en voor de verfraaiing van het appartement vroegen ze daar nog eens 10.000 euro bij. Ik vond,  omdat ze hier zelf in de fout waren gegaan, dat ze maar moesten proberen zelf uit de problemen te komen. Als dat niet lukte konden we nog altijd bijspringen. Sinds het begin van haar studies in 1996 had Nancy ook nog eens een maandelijkse studietoelage van ons gekregen. Die toelage liep nog steeds door omdat zij door haar ziekte een aantal malen een examen had gemist. Eens moest dat echter stoppen. Dat laatste begreep Ann niet omdat Nancy toch onze enige dochter was. Ik vroeg aan Ann hoelang ze daarmee wilde doorgaan. “Zolang als nodig is”, antwoordde ze. “Ann, we kunnen daarmee toch niet doorgaan tot zij recht heeft op pensioen?” “En waarom niet?” vroeg Ann. Zij leek alle redelijkheid te zijn verloren. Het is niet omdat je slechts één dochter hebt dat die dochter niet moet leren op eigen benen te staan. Als zij gewend raakt dat de ouders alles voor haar oplossen, hoe gaat ze dan in het leven staan de dag dat die ouders zijn weggevallen? Ik heb er lang mee geworsteld maar ik heb nadat Nancy ons, haar ouders, kwam vertellen dat wij maar uit elkaar moesten gaan en zij niet het minste respect voor haar vader nog leek te hebben, heb ik dan maar zonder verder overleg (dat gewoon niet meer mogelijk was) haar studietoelage, na 11 jaar, eenzijdig stopgezet, wat me alweer niet in dank werd afgenomen.

 Begin 2011 kreeg ik een kaartje van Gaby, de jongere zus van Ann, met de vraag haar eens te contacteren. Zo kwam ik zaken over Ann te weten die niet alleen nieuw voor me waren maar ook verontrustend, zeker met in mijn achterhoofd dat er sprake kon zijn van borderline. Zo vernam ik dat Ann en Christa, haar oudste zus, in hun jeugd seksueel waren misbruikt geweest door een grootvader. Bij 70 % van de mensen met borderline zou dat het geval zijn geweest. Opnieuw een aanwijzing dat het om BPS zou kunnen gaan.

Ik legde de resultaten van mijn zoektocht door de rekeninguittreksels voor aan Wim. Hij heeft op 15 augustus 2011 Ann geconfronteerd met de uittreksels. Ann reageerde hoogst verbaasd. Zij scheen alles vergeten te zijn en richtte haar woede opnieuw op mij: “Gaat hij het zo spelen?” En dat terwijl zij enkel maar de 'Walter van vroeger' terug wou. Een verder gesprek was niet meer mogelijk en ze hebben afscheid van elkaar genomen. Zoals zou blijken definitief. Telkens iemand haar aansprak op haar problemen verbrak zij elk contact met die persoon. Wie meeging in haar verhaal kon vriend blijven.

Echtscheiding?

Bron: Pxhere

Intussen had Ann de echtscheiding aangevraagd. Ik legde mijn toenmalige advocate, advocaat # 1, uit dat er al jaren sprake was van ernstige psychische problemen en dat ik een sterk vermoeden had dat Ann niet echt een echtscheiding wou. Die advocate heeft dat aangebracht op de rechtbank, maar daar werd niet op in gegaan. De rechter kon, zo zei hij, niet anders dan de wet toepassen. Maar art. 503 uit het BW, hoofdstuk bekwaamheid, zegt dat: 'De handelingen die voor de onbekwaamverklaring verricht zijn, kunnen vernietigd worden, indien de oorzaak van de onbekwaamverklaring kennelijk bestond ten tijde dat die handelingen zijn verricht'. Dat artikel is bij advocaten weinig of niet gekend. Als ik een advocaat er op wees werd gesteld dat een wet nooit retroactief kan zijn. Als ik erop aandrong dat artikel op te zoeken moesten zij toegeven dat mijn visie correct was. Ook die rechter kende dat artikel niet. Mijn advocate verwoorde het anders: “Ik zie niets aan mevrouw, die mankeert toch niets”. Alsof je aan mensen met een zeer ernstige aandoening aan de buitenkant kunt zien dat er iets mis is. Als er een correct onderzoek naar de wilsbekwaamheid was gebeurd en daaruit bleek dat er een probleem was dan had men kunnen uitzoeken of de keuze tot echtscheiding een bewuste keuze was. Als dat geen bewuste keuze was kon er geen sprake zijn van een door de rechtbank uitgesproken echtscheiding en dus ook geen procedure vereffening/verdeling en ook geen verkoop van een gezinswoning ver (32 %) beneden de waarde daarvan. De rechter baseerde zich in zijn vonnis op een 'onomkeerbare ontwrichting van het huwelijk'. Maar was het dat wel? Die vonnissen werden aan de lopende band uitgesproken. Ze duurden zelfs niet langer dan een bezoek aan de huisarts. Langer dan 10 minuten heeft het niet geduurd De kansen op herstel werden zo onder de rechtershamer vermorzeld.

In 'Leven met een borderliner' van Randi Kreger lees ik op p. 45: 'Proberen de borderline-stoornis te definiëren lijkt op staren in een lavalamp: wat je ziet, veranderd voortdurend. De ziekte veroorzaakt niet alleen instabiliteit, maar is er ook een symbool van. (…) Volgens DSM-IV is een persoonlijkheidsstoornis een stabiel, duurzaam alles doordringend en moeilijk te veranderen patroon van innerlijke beleving en gedrag dat aanzienlijk afwijkt van wat de cultuur van het individu verwacht en dat tot lijden of tot ontwrichting van interpersoonlijke relaties leidt.

De vraag die zich daarbij opdringt is of het hier wel om een ontwrichting van het huwelijk ging dan wel om een ontwrichting van de psyche van iemand die al veel te veel verliezen had moeten incasseren en daarbij nooit de hulp had gevonden die zij nodig had en die haar nota bene gewaarborgd werd door de wet op de patiëntenrechten en de EVRM.                                                               Veel mensen met NAH vertonen inderdaad geen uiterlijke kenmerken van hun aandoening. Datzelfde geld voor de zogenaamde goed functionerende borderliners. Die kunnen de mensen in hun omgeving (vooral zij die hen het dierbaarst zijn) tot uiterste wanhoop drijven terwijl zij naar vreemden toe vaak zeer aimabel kunnen overkomen en er volgens die vreemden inderdaad niets aan de hand is. Hou daarbij in gedachten dat mensen met NAH heel vaak borderline symptomen ontwikkelen. De echtscheiding is uitgesproken op 6 oktober 2011.

Eindelijk de eerste antwoorden!

Eind 2011 raadde een vriend me aan eens met een psychiater in de buurt te gaan praten. Zij hadden goede ervaringen met de man in verband met de psychische problemen van zijn vrouw, een kankerpatiënte.                                                                                          Ik had enkele malen een gesprek met hem. Eén keer is ook Wim mee geweest. De eerste keer vertelde ik hem dat ik veel informatie had gevonden in 'De Borderline Gids'. Hij kende het boek en was er zeer lovend over. Ik vertelde hem mijn verhaal en hij bevestigde mij dat hier veel elementen in zaten die verwezen naar de borderline stoornis. Volgens hem zou er enkel een mogelijkheid tot behandeling zijn via een gedwongen opname. Daarbij zou er in een eerste fase sprake zijn van een ontembare woede. Pas na stabilisatie met medicijnen zou behandeling mogelijk zijn. Natuurlijk is dat geen diagnose maar het gaf wel een bevestiging van mijn vermoedens van de laatste jaren.

Kort nadien vertelde de enige vriend die me nog overbleef over een programma dat handelde over het verband tussen hyperventilatie en coma.                                                                                                          Daar dook het begrip coma opnieuw op. Ik besloot in die richting te zoeken. Zo kwam ik bij de Comavereniging terecht. Ik nam contact en sprak  kort voor de feestdagen met de voorzitter. Toen ik hem mijn verhaal verteld had was hij heel formeel: hier was zeker sprake van een NAH (niet aangeboren hersenletsel). Hij raadde me aan eens met een deskundige gespecialiseerd in niet aangeboren hersenletsel in Bierbeek te gaan praten.

Op 29 februari 2012 had ik mijn eerste gesprek. Natuurlijk kon deze specialist geen diagnose stellen zonder Ann gezien te hebben. Toch waren in mijn verhaal vele elementen die aan een NAH deden denken. Hij bevestigde dat vele patiënten met een NAH ook borderline symptomen ontwikkelen.Cognitieve gedragstherapie was een belangrijk instrument in de therapie. Van dergelijke therapie was nooit sprake geweest. Ann had de laatste jaren enkel antidepressiva voorgeschreven gekregen. Massa's van dat spul had zij reeds geslikt.                                                                                                   

Ik ben sindsdien regelmatig in Bierbeek gaan praten om advies te kunnen krijgen hoe ik hiermee moest omgaan. Liefdevol proberen aanwezig te blijven voor Ann was zijn belangrijkste tip. Hij verwees me naar het systeem van Prochaska en Diclemente, een systeem van motiverende gespreksvoering. Toen ik vroeg hoe ik dat moest aanpakken waarschuwde hij me dat het enkel kan gebeuren door een professional. Maar dan zaten en zitten we in een paradoxale situatie. We moesten Ann bij een goede professional krijgen die haar kon overhalen hulp te zoeken bij een goede professional waar ze sowieso niet naar toe wou. Dus liefdevol proberen aanwezig te blijven. Maar hoe doe je dat met iemand die weigert of het niet aankan een gesprek aan te gaan. Ik besloot haar regelmatig een sms'je te sturen. Meer kon ik niet doen. Ik ging elke dag een uur wandelen in de bossen in de omgeving. Daar vond ik inspiratie voor mijn sms'jes. Twee vlinders in een paringsvlucht, een buizerd die laag overvloog, een paar paarden in een wei, kortom alles waarvan ik wist dat het Ann zou kunnen aanspreken deelde ik haar mee in de vorm van een haiku. Ook liet ik haar af en toe weten dat als zij hulp nodig had ik er voor haar zou zijn. Op bijzondere dagen zoals feestdagen of verjaardagen stuurde ik haar een kaartje. Ik kreeg dan wel geen reacties, maar dat was ook niet zo vreemd. We hadden opgemerkt dat zij weinig reactie gaf, positief of negatief, op welke toenaderingspoging dan ook. In elk geval bleef de deur op die manier op een kier.

Hulp zoeken

Wim en ik schreven naar de huisdokter om hem te laten weten wat wij met Ann hadden ervaren. De heteroanamnese. We brachten hem ook samen een bezoek. De man stond zelfs niet open voor een gesprek. De arrogantie bij sommige dokters leidt er zo toe dat zij belangrijke zaken niet opmerken en dus hun cliënten niet altijd goed kunnen helpen, zeker wanneer die cliënten geen ziekte-inzicht hebben zoals bij veel mensen met NAH of een psychische stoornis het geval is en waarbij (zoals ook het 'hersenletselplan' en het 'classificerend diagnostisch protocol van het VAPH' vaststellen) de heteroanamnese uitermate belangrijk is om een correcte diagnose te stellen en dus ook een correcte behandeling te kunnen opstarten. Mogelijk gaan zij ervan uit dat wanneer hun cliënten hen vertellen dat hun naasten leugens over hen vertellen om hen bvb. gedwongen te kunnen laten opnemen en de dokter daarin meegaat zonder op een objectieve manier naar die naasten te luisteren, dan gaan zij wel mee in het paranoïde psychotische denken van hun cliënt, terwijl je van hen mag/moet verwachten dat zij voldoende patiëntinzicht hebben om het kaf van het koren te kunnen scheiden. Is het niet precies dat wat men een folie à deux, of een gedeelde psychose, noemt? Ook het niet bijhouden van de vakliteratuur in een snel veranderend landschap van het hersenonderzoek maakt dat zij hun patiënten niet op de best mogelijke wijze volgens de meest recente inzichten van wetenschap kunnen helpen. Iets waar patiënten nochtans wettelijk gezien recht op hebben!


 



 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.