Een nieuwssite die

reclamevrij
onafhankelijk
kritisch
en gratis is?

Dat kan!

Maar enkel dankzij jouw steun

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Deel 3: De gevolgen

zondag 13 januari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Beterschap of illusie?

Vanaf toen leek het langzaam beter te gaan met Ann. Ze leek meer energie te krijgen.

Bron: pxhere

Na thuiskomst kreeg ze opnieuw antidepressiva voorgeschreven. Voor zover ik weet is er nooit een of andere test gedaan om uit te zoeken of Ann goed reageerde op de medicatie en of Ann leed aan een unipolaire depressie dan wel dat het om een bipolaire depressie ging.

Voordien was Ann eerder apathisch en bracht de tijd veel slapend of rustend door. In de zomer van 2002, zagen we een grote verandering. Ze werd plots super actief en begon het huis een opknapbeurt te geven. Er werd geschilderd dat het een lieve lust was. Het vreemde daarbij was dat we altijd gewend waren geweest dat soort dingen samen te doen. Nu mocht ik geen vinger uitsteken. Als ik maar zorgde dat er op tijd eten klaarstond dan kon zij verder werken. Ik had er een wrang gevoel bij en voelde me zelfs enigszins buitengesloten. Aan de andere kant leek het haar goed te doen. Misschien was dat haar manier om zich af te reageren en dus liet ik haar begaan. Dat ging een hele zomer door tot ze blijkbaar tevreden was met het resultaat (of moe, misschien zelfs uitgeput). In elk geval die voldoening had ze dan toch maar gehad en dat leek haar zelfvertrouwen te versterken.

Het volgend jaar, 2003, kwam de tuin aan de beurt. Opnieuw mocht ik niet helpen en moest ik maar zorgen dat er eten was. Er werden planten uitgegraven, planten verplaatst en nieuwe planten aangekocht. Ik mocht wel mee naar het tuincentrum om nieuwe planten te kiezen. Verder kwam ik er weer niet aan te pas.             

Bron: Pixabay

Dat waren de activiteiten tijdens de zomermaanden. De rest van het jaar bleef oningevuld. Daarom probeerde ik haar opnieuw belangstelling te doen krijgen voor haar hobby's. Zo liet ze zich inschrijven in de academie in de richting textiele kunsten. Spinnen en weven was al jaren een hobby van haar. Het leek dus toch weer de goede kant op te gaan. Enthousiast ging ze aan de slag en met haar groot gevoel voor creativiteit maakte ze prachtige dingen.

 Dat jaar kreeg Ann ook last van vreetbuien. De inhoud van dozen roomijs verdween als sneeuw voor de zon. De roomijs verdween maar de kilo's vlogen er aan. We zijn tot in Amsterdam gegaan om voor haar kleding te zoeken die haar niet alleen paste maar ook  in haar smaak viel. We hebben niets gevonden.

In 2004 schreef ze zich  in voor een cursus 'Ikat', een bijzondere weeftechniek, die in Etten-Leur in Nederland werd gegeven. Ann voelde zich niet sterk genoeg om met de auto te rijden en dus bracht ik haar telkens, bleef dan een dag in een cafetaria zitten en 's avonds reden we samen naar huis. Voor mij een opgave, maar ze leek vooruitgang te maken en dat gaf me hoop om door te zetten.

Uiteindelijk begreep ze dat het met haar gewichtstoename de verkeerde kant uit ging en begon zich zo extreem uit te hongeren dat ik er de huisdokter heb bijgehaald. Een kort gesprek bracht haar terug op het juiste spoor. Gezond verstand leek er niet aan te pas te komen. Als een dokter het haar niet vertelde dan werd het niet geaccepteerd.

Intussen was een procedure ingezet tegen het gemeentebestuur. Een lijvig dossier met klachten werd bij de rechtbank ingediend. Korte tijd later werd de klacht geseponeerd. Ondanks al onze klachten was het dossier geseponeerd op basis van slechts één brief van de burgemeester aan de rechtbank waarin hij verklaarde dat het om twee vrouwen ging die het noorden kwijt waren en er absoluut van pesten geen sprake was. Van Frachem leek dus gelijk te krijgen.

Begin 2006 werd duidelijk dat er meer aan de hand was. Omdat het op dat moment nog om een losstaand feit leek te gaan werd er weinig aandacht aan geschonken maar dat was een vergissing.

Bron: pixabay

Op 6 januari reed een lichte vrachtwagen tegen hoge snelheid tegen onze woning met heel wat glasschade tot gevolg. Ann schrok hevig. Toen de brandweer toekwam om de ramen af te sluiten kreeg Ann opnieuw een zware hyperventilatieaanval. 'Gelukkig' waren we bekend met het fenomeen en kon de aanval redelijk snel onder controle gebracht worden. We waren weer even gerust, maar was dat wel terecht?

Enkele dagen later waren we bij mijn zus om nieuwjaar te wensen. Toen mijn zus vroeg of we plannen hadden om dat jaar op reis te gaan had ik daar wel zin in. Ann reageerde vreemd. Van onze eerdere reizen, voor de problemen met de pesterijen, had Ann daar erg van genoten. Nu was elke uitvlucht goed om thuis te blijven. 'Zou de bruine dat wel kunnen trekken' en 'wat moest er gebeuren met de kat' en 'wie ging de planten verzorgen' en (vooral) 'ik weet niet wat er boven mijn hoofd hangt'. Op dat laatste reageerde mijn zus nogal fel. Niemand weet natuurlijk wat hem boven het hoofd hangt. Dat hadden we de laatste jaren voldoende ondervonden, maar als het daarvan afhangt kan je natuurlijk nooit nog iets doen. Hoewel we van onderwerp veranderden leek Ann de rest van de tijd tamelijk afwezig en nam nog nauwelijks deel aan het gesprek.

In de loop van dat jaar waren er nog enkele kleine incidenten die er leken op te wijzen dat Ann erg op zichzelf gericht werd. Minder empathisch en zelfs eerder egoïstisch leek te zijn geworden. Op de achtergrond was er zelfs veel meer aan de hand, maar dat zou pas 4 jaar later duidelijk worden. Dat zou in 2015 in een open brief uitgebreid beschreven worden door haar oudste broer.

Aan het einde van het jaar kon niet meer ontkend worden dat er wel degelijk meer aan de hand was. We waren ingeschreven in de cursus 'Natuur in-zicht' van Natuurpunt. Afwisselend een theoretische les gevolgd door een wandeling met praktijk onderricht. Voor een van die uitstappen zouden we een plannetje met locatiegegevens van waar de volgende wandeling zou starten, per e-mail toegestuurd krijgen. Op een avond ging ik nakijken of er mails waren toegekomen. Dat was niet het geval. Net op het ogenblik dat ik wilde afsluiten merkte ik dat Ann stilletjes achter mij was komen staan. Plots greep ze mijn hand waarmee ik de computermuis vast had en begon wild over de tafel te bewegen: “Ik wil de twee mails zien die je verstuurd hebt!”. Je kunt niet laten zien wat er niet is, er waren geen mails verstuurd. Trouwens als Ann had gezien dat ik mails had verstuurd en zij die mails wou zien, dan wist zij dat ik niet de kans had gehad die mails te wissen. Ik vertelde haar dat en liet haar zelf afsluiten terwijl ik vertrok. Er werd niet meer over de 'twee mails' gesproken. Die zouden enkele jaren later opnieuw opduiken.

We hebben onze cursus afgerond zonder dat er nieuwe incidenten waren. Op het einde van de cursus schreven we in op de cursus 'Natuurgids'.

In die periode was er nog iets dat me opviel. Na het avondeten ging ik meestal nog wat boven aan de computer werken terwijl Ann beneden TV  bleef kijken. Het was gewoonlijk rond dat tijdstip dat Benny, een vriend, ons opbelde. Ann nam dan op en schakelde door. Zij wist dus wie er gebeld had. Toch viel het regelmatig op dat ze stilletjes de trap opkwam en stiekem het gesprek stond af te luisteren. Een keer vertelde ik dat aan Benny, wetende dat ze dat ook zou horen. Nadien is ze daarmee gestopt. Vreemd en verontrustend vond ik dat .

De cursus 'Natuurgids' begon op 8 februari 2007. De cursus gaf niet automatisch recht op het diploma tenzij we zouden slagen in een stageproject: een terreinstudie met bijhorend verslag en het gidsen van een kleine groep in het gekozen gebied. Ann wilde het diploma behalen, maar zag het niet zitten een groep te moeten gidsen. Daarom kozen we voor een videoverslag van onze studie. Veel meer werk maar daar zag Ann geen probleem in.

De tweede les zou een uitstap worden. De avond voordien zei Ann me dat ze niet zou meegaan. Toen ik vroeg waarom niet kreeg ik te horen “Zoals het er hier aan toe gaat...”. Op mijn vraag hoe het er dan aan toeging kwam enkel “Als je dat na 35 jaar niet weet zul je het nooit weten”. “Oké Ann, ik weet het niet, wil jij het me dan zeggen?” Enige reactie: “Denk dan maar eens goed na!” Ann is niet mee gegaan. Ik vertrok alleen en besloot het verloop af te wachten. Op de wandeling vroegen verschillende mensen waarom Ann er niet bij was. Wat kon ik zeggen? Ik besloot de tijd van het jaar de schuld te geven en vertelde dat zij zich grieperig voelde en er de volgende keer wel bij zou zijn. Toen ik thuiskwam vroeg Ann me hoe het was geweest, of er naar haar gevraagd was en wat ik hen gezegd had. Toen ik haar dat vertelde werd ze woedend: “Je had moeten zeggen dat wij relatieproblemen hebben”.

Dat er problemen waren was duidelijk, maar 'relatieproblemen' was nieuw. Toen ik vroeg over welke problemen zij het had, moest ik weer eens goed nadenken. Wat doe je dan? Nadenken en hoofdpijn krijgen maar geen antwoorden vinden! De volgende les kwam opnieuw de vraag naar Ann. Tegen mensen die we al langer kenden en op de hoogte waren van de pesterijen heb ik geprobeerd een en ander uit te leggen voor zover ik het tenminste zelf begreep. Ook die mensen begrepen het niet. Iedereen die ons al langer kende had ons steeds gezien als een modelkoppel en dan nu dit.

Vreemd genoeg was de volgende week alles weer peis en vree en ging Ann opnieuw mee naar de cursus alsof er niets gebeurd was. De verwarring werd totaal. Ons stageproject raakte niet van de grond. Als ik haar erover aansprak was het telkens weer 'zoals het er hier aan toe gaat', 'dan moet je maar eens goed nadenken', of 'als je dat na 35 jaar niet weet!' Was onze hele relatie dan enkel een leugen geweest?

Begin april 2007 kwam onze dochter, Nancy, met haar vriend Danny plots op bezoek. Zij kwamen mij vertellen dat Ann en ik maar uit elkaar moesten gaan! Ann was bij het gesprek aanwezig. Ik wist niet hoe te reageren. Ik besloot er niet op in te gaan en het er later met Ann over te hebben. Dat was de laatste keer dat ik nog contact heb gehad met mijn enige dochter, met uitzondering van een paar pogingen tot herstel die telkens weer op een arrogante manier werden afgewezen. Ik liet het enkele dagen rusten. Toen vroeg ik aan Ann hoelang het nog zou duren voor wij uit elkaar zouden gaan. Totaal verwonderd reageerde ze met: “Maar wij gaan toch helemaal niet uit elkaar!” Blijkbaar was ze het gesprek van enkele dagen voordien totaal vergeten. Geheugenproblemen leken een belangrijk element in het verhaal te zijn.

Ik merkte dat de wandelingen met de groep Ann goed leken te doen. Daarom trokken we enkele keren naar Virelles in de buurt van Chimay, waar we prachtige wandelingen maakten. 's Avonds stopten we ergens om wat te gaan eten. Ik merkte aan haar gelaatsuitdrukking dat ze afwezig leek maar toch had het haar goed had gedaan en ze bedankte me daar ook voor.

Na dit vier maanden te hebben vol gehouden kreeg ik Ann zo ver dat we aan ons stageproject begonnen. Het werd een drukke maar boeiende tijd. We genoten er beiden van. Toen we de videoreportage over onze terreinstudie voorstelden aan het publiek was dat een groot succes. Ik heb Ann nooit zien glunderen als toen. Dat gaf een goed gevoel. Waren we dan toch weer op de goede weg? Natuurlijk was ik ook bang voor een mogelijke terugval. Die leek gelukkig uit te blijven.

2008 werd een rustig jaar. Ten minste oppervlakkig bekeken. Langzaam begon me iets anders op te vallen.

Na het inkopen doen gingen we eens een tas koffie drinken. Toen een dienster onze tafel naderde knikte ik haar vriendelijk een goede dag toe. Nadat zij onze bestelling had opgenomen en zich verwijderde keek Ann me aan met een blik vol woede: “Jij denkt zeker dat ik dat niet gezien heb?”, “Wat heb je dan gezien Ann?”, “Dat je naar haar gepinkt hebt!”, “Ann, ik weet zeker dat ik dat niet gedaan heb; en zelfs al was dat zo dan wil ik enkel vriendelijk zijn tegen de mensen, maar ik weet zeker dat ik niet geknipoogd heb”.

Daar bleef het toen bij, al bleef haar stemming negatief. Enkele maanden later kwam zij geheel onverwachts hierop terug: “Ik heb dat eens opgezocht in de 'etiquette'(?) en pinken doe je enkel naar vrouwen waarmee je geheime afspraakjes hebt”.

Hoe verschrikkelijk ik die beschuldiging ook vond, ik reageerde maar niet. Ik had het gevoel dat ik haar op dat ogenblik onmogelijk zou kunnen overtuigen van mijn onvoorwaardelijke trouw aan haar.

In augustus dat jaar was er opnieuw het jaarlijkse familiefeestje. Op een bepaald ogenblik stond ik op en ging naar het toilet. Daarbij passeerde ik Sophie, de vriendin van Mark, de jongere broer van Ann. Onverwachts greep Sophie me vast en zei: “Kom hier dat ik je eens tegen mijn gilet trek” liet me los en ging verder.                                   Typisch iets voor Sophie, waarmee ik niet gelukkig was. Later sprak ik hierover met Wim en hij vertelde dat alle mannen in de familie een probleem hadden met Sophie maar Mark leek gelukkig dus werd veel getolereerd.

Toen Sophie me vastnam kreeg ik Ann in de gaten die met een kwade blik naar ons keek. De volgende dag vertrok Ann onverwachts zonder iets te zeggen. Ik liep haar nog na en vroeg waar ze naartoe ging. “Jij denkt zeker dat ik geen ogen in mijn kop heb”, was haar reactie. Dat kon enkel slaan op de gebeurtenis de vorige dag met Sophie, maar ik kreeg geen tijd om te reageren. Ann vertrok.

Het was onmiskenbaar dat er meer aan de hand was en dat dit niet zomaar zou voorbij gaan. Maar wat was er dan aan de hand? Ann had zwaar geleden onder de pesterijen. Jarenlang had zij antidepressiva gekregen. Had het daarmee te maken? Maar ze leek tussendoor toch zo goed te zijn herpakt en bovendien had ze in de eerste helft van 2007 samen met de huisdokter de medicatie die haar door de psychiater was voorgeschreven afgebouwd. Vlak voor we aan ons stageproject waren begonnen had ze fier al haar medicatie vernietigd en het leek nadien toch een heel stuk beter te gaan. Had het dan toch iets met die medicatie te maken?

Bron: pixnio

Ik besloot meer informatie te zoeken. Nooit was er sprake geweest van een bipolaire stoornis. Maar waar kwamen dan die stemmingswisselingen vandaan? Hoe was te verklaren dat toen zij al haar medicatie had afgebouwd het plots veel beter ging?

Ik begon me te verdiepen in het verschijnsel depressie en bipolaire stoornis. In de geraadpleegde literatuur vond ik vele elementen die we in de praktijk van de laatste jaren hadden opgemerkt. Dat gaf enige verklaring, maar waar kwamen die agressieve reacties en woedeaanvallen vandaan? Ik zocht verder.

Zo kwam ik bij 'De Borderline Gids' van Randi Kreger. Daar vond ik heel wat meer aanknopingspunten. Borderline gaat vaak gepaard met  bijkomende stoornissen  zoals depressie, bipolaire stoornis, eetstoornissen, narcisme en theatrale stoornis. Later vernam ik via een mail van Gaby, een jongere zus, dat er ooit sprake was van seksueel misbruik door een grootvader waar Ann en Christa, haar oudere zus, het slachtoffer van waren geweest. Is het dan toeval dat 70% van de mensen met borderline ooit seksueel misbruikt zijn geweest?                                                                                                                          Het was Gaby en Christa ook opgevallen dat toen zij op een feestje elkaar foto's lieten zien van hun kleinkinderen Ann daar stilletjes bij zat te wenen, beseffend dat zij waarschijnlijk nooit kleinkinderen zou hebben omdat onze dochter leed aan de chronische ziekte colitis ulcerosa. Alweer een verlies voor haar. We waren trouwens al een zoon verloren die kort na de geboorte is gestorven. Al die bijkomende verliezen hebben haar zeker geen goed gedaan. Maar nu voelde ze zich ook nog uitgesloten van een belangrijk 'ritueel' met haar zussen.

Ook in het boek 'Leven met een borderliner' vond ik veel herkenbaars. Het emotioneel grillige en onberekenbare gedrag in extreme uitersten was iets wat ik heel goed had leren kennen.

Natuurlijk merkte Ann welke boeken ik ontleende bij de bibliotheek. Zij begreep  natuurlijk dat ik antwoorden zocht voor de gebeurtenissen van de laatste jaren en werd daar enorm woedend over: “Ge zijt de verkeerde boeken aan het lezen!” Ze leek dus zelf ook te beseffen dat er iets scheelde en dat de inhoud van die boeken op haar betrekking hadden wat heel confronterend geweest moet zijn en dus logisch tot ontkenning zal hebben geleid.

Wat wel verontrustend was en waarvoor Randi Kreger waarschuwt in haar boeken is dat als je als betrokken mantelzorger met buitenstaanders over je ervaringen spreekt je zelden geloofd wordt en je er beducht voor moet zijn dat men zich zelfs tegen jou zal keren. Oorspronkelijk schonk ik daar niet veel aandacht aan, maar later zou ik daar nog dikwijls aan terugdenken.

Begin 2009. Frans en Marina, vrienden van mijn zus, hadden gehoord van onze videoreportage die ze graag wilden zien omdat zij ook erg geïnteresseerd zijn in alles wat de natuur aangaat. We spraken af bij mijn zus thuis. Nadien vertelde mijn zus me dat het bij Frans en Marina was opgevallen dat er iets mis leek met Ann. De ganse tijd was Ann aan het woord geweest. Zij praatte over ons project terwijl ik geen kans kreeg aan het woord te komen. Zelf was me dat ook wel opgevallen, maar ik gaf er niet om, ik was blij dat zij nu wel het woord nam en enthousiast leek te zijn, iets wat ik al enige tijd had gemist.

Randi Kreger waarschuwt in haar boeken er voor dat de (zoals zij hen noemt) niet-BP's de neiging hebben zich weg te cijferen als ze merken dat het eens goed lijkt te gaan met hun BP. In haar boeken gebruikt zij de afkortingen BP voor een persoon met een Bordeline Persoonlijkheidsstoornis en een niet-BP is dan iedereen in de omgeving die betrokken is bij de BP.

Na het relatief rustige jaar 2008 kregen we opnieuw te maken met ernstige stemmingswisselingen. Er ging werkelijk geen dag voorbij of ik kreeg de wind van voren. Ik had geen idee hoe ik daarop het best kon reageren, want elke reactie van mijn kant leek de zaak alleen maar te doen escaleren. Haar meenemen op een wandeling zoals we in 2007 hadden gedaan lukte niet meer. Telkens ik een voorstel deed werd dat negatief onthaald. Om een verdere escalatie te voorkomen nam ik regelmatig een time-out en ging dan maar alleen wandelen of fietsen.

Vooral bij dat fietsen begon me iets op te vallen. Telkens ik pas met de fiets vertrokken was merkte ik dat er iets met die fiets niet in orde was. Ik stapte dan af om te kijken wat er aan de hand was. Het leek wel of de remmen waren blijven hangen, zo hard moest ik mijn best doen om dat ding vooruit te krijgen. Maar met die fiets was niets aan de hand. Toen ik dan maar verder probeerde te rijden kwam dan vaak de gedachte op dat ik net daarvoor aan de situatie met Ann had zitten denken. Toen ik me dat realiseerde leek die fiets meteen weer beter vooruit te trappen. Met die fiets was dus niets aan de hand. Het was het mannetje dat op die fiets zat die het moeilijk had. Zoals ik nog zou vernemen uit de literatuur en gesprekken met deskundigen heeft men een NAH nooit alleen

Ik besefte toen niet dat het nog veel erger zou worden. Dat zou ik snel ondervinden.

 Wordt vervolgd


 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 


 

 

 

 


 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.