Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu

Deel 2: Pesten

woensdag 9 januari 2019
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 

Woensdag 13 mei 1998. Dertig graden in de schaduw en geen wolkje aan de blauwe hemel. De dag begon vredig maar de donderwolken hingen achter de horizont klaar om het vredige beeld te verstoren. Het leven zou nooit meer hetzelfde zijn.

's Morgens vertrok Ann met de fiets naar haar werk op de groendienst. Daar was ze een graag geziene figuur voor haar collega's en de mensen op straat. Iedereen loofde haar om haar werklust en vriendelijkheid. Ze hield van haar werk en het contact met de collega's en de bevolking.

Een jaar voordien had haar diensthoofd, Ann bij zich geroepen. Binnenkort zou er iemand naar de groendienst komen, gestuurd door het OCMW. Die vrouw zou een jaar op de groendienst komen werken om in regel te komen met de sociale zekerheid. Dat was al meer gebeurd en gaf nooit problemen, maar dit keer ging het om iemand van Marokkaanse origine. Voor de collega's zou dat moeilijk liggen. Daarom dacht hij aan Ann om met de nieuwelinge het ganse jaar samen te werken. Was dat voor Ann een probleem?

Amira was een opgewekte vrouw die goed ingeburgerd was. Het klikte meteen met Ann. Met de andere collega's lag dat moeilijker. Onze gemeente is uitgestrekt. In elk gehucht zijn er plantsoenen die door de groendienst werden onderhouden. Die plantsoenen liggen dikwijls ver uit elkaar. Ann en Amira hebben heel dat jaar samengewerkt zonder andere collega's in hun ploegje. Wanneer ze met de fiets naar een ander pleintje trokken zou hun materieel door een collega worden nagebracht. Daar ging het fout. Ofwel wachtten ze tevergeefs op hun materieel, ofwel werd dat gebracht, maar was een en ander beschadigd zodat ze hun werk niet naar behoren konden doen. De twee dames namen de 'plagerijen' op met een kwinkslag. Pogingen om de twee uit hun evenwicht te brengen mislukten telkens weer

Een banaal ongevalletje

Na hun middagpauze die dag gingen ze de Japanse kerselaars tegenover het gemeentehuis verzorgen. Plots sloeg Amira haar voet om en huilde van de pijn. Zij had haar enkel verzwikt en haar kruisbanden gescheurd. Ann hielp Amira naar de garage van de politie, zette een emmer onder een kraan en stak Amira's voet in het koude water.

Even later kwamen de bedienden van het gemeentehuis toe. Toen hun diensthoofd passeerde vertelde Ann wat er gebeurd was en vroeg hulp om Amira naar het ziekenhuis te brengen. Hij antwoordde: “Ik moet naar een belangrijke vergadering. Zet ze maar in uw bakfiets en breng haar zelf weg”. Verschillende collega's riepen Ann toe dat ze die 'makaak' moest laten creperen. Ann kreeg geen hulp. Ze besloot de situatie uit te leggen aan de gemeentesecretaris.

Bij de secretaris zat het diensthoofd rustig in gesprek. Die 'belangrijke vergadering' had dus kunnen wachten. Ann legde de situatie uit aan de secretaris die haar de sleutels van een dienstwagen gaf en de opdracht Amira naar het ziekenhuis te brengen.

Korte tijd later verscheen een bericht in 'Gazet van Antwerpen'. Daarin stelde de schepen van personeel dat er bij een werkongeval niet adequaat was hulp geboden. Zonder nuance werd Ann over een kam geschoren met haar collega's. Ook Amira voelde zich onterecht behandeld. De twee eisten een recht van antwoord om de situatie correct te duiden. Een reactie verscheen op 6-7 juni 1998 in de Gazet van Antwerpen, op 10 juni 1998 in Het Nieuwsblad en op 16 juli 1998 in de Streekkrant.

Ann stort in

Ann werd volledig geïsoleerd van haar collega's. Elk contact werd haar onmogelijk gemaakt en ze werd nog enkel ingezet op plaatsen waar men haar om de haverklap kon controleren.

Een maand later stierf een collega aan een beroerte. Ook zijn dood werd aan Ann verweten: haar gedrag en de spanning die dat had gegeven op de dienst werd als oorzaak van zijn dood gezien en dat terwijl hij één van de collega's was die de zijde van Ann had gekozen. Tijdens de begrafenisdienst wilde Ann bij haar collega's plaatsnemen. Onmiddellijk werd zij aangevallen door enkele vrouwelijke collega's: “Waar haalde ze het lef vandaan nadat zij aansprakelijk was voor de dood van de overledene”.

Wenend is Ann achteraan in de kerk bij collega's van andere diensten gaan zitten. Iedereen die aanwezig was, waaronder de leden van het gemeentebestuur en de burgemeester, was getuige van deze onterechte aanpak van Ann. Niemand greep in!

De volgende dag bleef Ann thuis. Zij zou nooit nog in staat zijn haar werk te hervatten. Ze ging naar een huisdokter van wacht en kreeg een antidepressivum voorgeschreven. Ook kreeg ze de raad met een psychologe te gaan praten. In zijn verslag van 6-9-2000 blijft hij vaag over het antidepressivum dat werd voorgeschreven. Wel schrijft hij over de ernstige hypeventilatieaanvallen waardoor Ann werd opgenomen in het ziekenhuis.

Voor het eerst naar de psychologe

Ann had het er moeilijk mee om met een psychologe te gaan praten en vroeg of ik wilde meegaan. Nellie was een vriendelijke dame, een beetje het moederlijke type. De eerste sessie richtte zij zich op de prilste jeugdjaren van Ann. Nellie probeerde zich een algemeen beeld van Ann te vormen. De tweede, derde en vierde sessie werd verder gegaan op de ingeslagen weg waarbij we telkens een beetje opschoven in de tijd. Het werd duidelijk dat we Ann haar hele levensgeschiedenis gingen overlopen. Als we met Ann die weg op gingen dan kon het nog jaren duren voor we aan het acute probleem, de pesterijen, zouden toekomen.

Bij het begin van de vijfde sessie vroeg ik of we niet konden focussen op het acute probleem waarvoor we tot bij haar waren gekomen. De reactie was kort: “Zij had gestudeerd, ik niet, dus wist zij hoe dit aan te pakken en ik moest zwijgen”.

Om het voor Ann niet moeilijker te maken heb ik dat dan maar gedaan. Op het einde van die sessie kreeg ik te horen dat ik niet meer welkom was. Mijn steun aan Ann werd dus door de psychologe onderuitgehaald. Ik raadde Ann aan een andere psycholoog te zoeken want volgens mij ging het met Nellie niet de goede kant op. Dat zag Ann niet zitten want dan zou zij haar verhaal helemaal opnieuw moeten gaan vertellen. Ann bleef naar Nellie gaan en ik bleef thuis. Dat was een vergissing. Ann was toen niet assertief genoeg om er bij Nellie op aan te dringen dat ik zou blijven meekomen en zelf was ik bang een conflict te creëren.

Telkens Ann van bij Nellie kwam zat ze er onderdoor en weende voortdurend. Geen wonder als men Ann haar jeugd en traumatische gezinsgeschiedenis ging oprakelen zonder aandacht aan haar acute probleem te schenken. Ik had telkens een week tijd om Ann uit haar verdriet te halen en opnieuw op de sporen te krijgen, waarna ze weer naar Nellie ging en alles opnieuw begon. Dat heeft zo anderhalf jaar, twee jaar geduurd tot Ann op een dag van bij Nellie kwam en me vertelde dat ik volgens de psychologe misschien toch wel gelijk had gehad (ondanks dat ik niet gestudeerd had en zij wel?). Leuke blijk van erkenning maar welke schade was er alweer aan Ann aangedaan? Trauma bovenop trauma stapelen lijkt me niet de manier om mensen uit een psychologisch moeras te halen.

Inzicht komt vaak te laat, ook bij psychologen. Kort daarna veranderde Nellie van werkgever en Ann stond er opnieuw alleen voor zonder dat haar psychologe had kunnen proberen in te halen wat zolang genegeerd was geweest.

Niemand is een eiland. Een man of vrouw is nooit alleen maar man of vrouw. Zo was Ann niet alleen zichzelf maar ook dochter, kleindochter, zus, nicht, echtgenote en moeder. Maar acht uur per dag was zij ook 'Ann van de groendienst'. Al die zaken bepaalden wie ze was. Al vanaf het begin nadat zij was ingestort was het duidelijk dat zij nooit meer zou kunnen werken, al wilden we dat in het begin niet aanvaarden en hoopten we nog op eerherstel voor haar. Dat is ons niet gelukt. Toen zij 4 jaar later ontslagen werd moesten we dat wel onder ogen zien. Maar daarmee was Ann dus een belangrijk deel van haar persoonlijkheid afgenomen. Acht uur per dag en meer was er voor haar enkel maar een leegte die moeilijk kon gecompenseerd worden. Alle blijken van waardering voor haar werk was ze kwijt. In dat opzicht was ze zelfs niets meer.

Eerste ziekenhuisopname

Toen ik begin september 1998 thuiskwam na een gesprek met de schepen van personeel vond ik Ann liggend op de keukenvloer. Zij hyperventileerde. Ik belde de hulpdiensten en hielp Ann op de zetel te gaan liggen. Toen de 100 arriveerde zetten de twee hulpverleners zich bij Ann en wachtten af. Een defibrillator werd klaar gezet. Ann verloor het bewustzijn en kreeg een hartstilstand. De defibrillator deed zijn werk en Ann werd naar het ziekenhuis gebracht. Daar heeft ze enkele dagen verbleven. Slechts enkele dagen behandeling na een hartstilstand lijkt me vreemd. Maar 'het gebroken hartsyndroom' is een zeldzame en meestal voorbijgaande vorm van hartspierziekte die kan veroorzaakt worden door hevige stress, maar ook als gevolg van sommige antidepressiva! Het antidepressivum van die huisdokter?

Aangenomen wordt dat tijdens een heftige stressvolle ervaring grote hoeveelheden stresshormonen vrijkomen in het bloed. Er zijn aanwijzingen dat mensen bij wie deze aandoening voorkomt, mogelijk een of andere neurologische stoornis hebben, die kan leiden tot abnormale samentrekkingen van bloedvaten onder invloed van stress. Ook zijn er aanwijzingen dat het gebroken hart syndroom meer voorkomt bij mensen met een bestaande angststoornis of andere psychiatrische problemen.

De klachten lijken sterk op die van een hartinfarct, maar het hart herstelt zich vrij snel. Vandaar de korte opname. Er is echter een risico: mogelijk hebben mensen die het gebroken hart syndroom hebben doorgemaakt, een licht verhoogde kans om later een beroerte of CVA te krijgen!

Het recht van antwoord dat Ann en Amira bij de krant hadden gevraagd werd door het gemeentebestuur niet in dank afgenomen.

Doodsbedreiging

De pesterijen stopten ook niet, ze gingen thuis verder. We kregen regelmatig telefoontjes waarbij het aan de andere kant stil bleef. Soms hoorden we geluiden als in een café op de achtergrond. We melden dit bij de politie en Belgacom deed een onderzoek. De oproepen bleken telkens van dezelfde collega te komen. De rijkswacht is met de man gaan praten en toen zijn de telefoontjes wel gestopt.

We kregen echter iets anders in de plaats. Op een dag vonden we voor de poort op onze oprit een dode duif, de nek gebroken, die mooi in het midden van de oprit tegen de poort was gelegd. Zeker geen ongelukje. Het was voor Ann snel duidelijk van wie de duif afkomstig was. Dezelfde collega van de telefoonterreur stond erom bekend dat hij het niet zo nauw nam met dierenwelzijn en hij zou de enige zijn die zoiets zou doen. Een bewijs dat hij het was kon natuurlijk niet gevonden worden en dus lieten we het maar zo. Dit werd echter wel aangevoeld als een doodsbedreiging!

Tweede ziekenhuisopname na coma en tweede hartstilstand

Zelfs het weer liet zijn nadelige invloed gelden. Februari 1999 was een erg natte maand. Een buurman had problemen met wateroverlast en begon water te pompen naar het greppeltje dat we zelf hadden gegraven voor onze woning om het water van ons dak op te vangen. Dat alles samen kon dat greppeltje niet slikken en begin maart kregen we water in onze living. De meubels dreven nog net niet in het rond. We belden de brandweer die beloofde zandzakjes te brengen en te komen pompen. We wachtten vergeefs.

In overleg met de oppositie besloten we de volgende dag met water uit onze living naar het gemeentehuis te trekken om het daar uit te gieten. De pers werd uitgenodigd.

De nacht van 5 maart 1999 is Ann echter hyperventilerend in coma gegaan. Ik werd wakker van haar gejaagde ademhaling. Gelukkig was onze dochter die in Leuven studeerde die nacht thuis. Terwijl ik Ann probeerde te wekken riep ik naar Nancy dat ze de 100 moest bellen.

Ann reageerde niet. Toen ik haar toeriep kwam er geen reactie. Haar door elkaar schudden hielp niet. Pas toen ik haar in haar gezicht sloeg kwam er een zwakke reactie van haar arm die haar hand naar de pijnlijke plek bracht. De beweging was houterig terwijl ze snel met de ogen knipperde. Even later was er geen reactie meer.

Toen de mensen van de 100 binnenkwamen stonden ook zij machteloos. Een MUG werd opgeroepen. Toen de mensen van de MUG op de slaapkamer kwamen vlogen Nancy en ik buiten: de medisch verantwoorde martelpraktijken konden beginnen. Tijdens de reanimatie kreeg Ann opnieuw een hartstilstand.

De coma heeft ongeveer een uur geduurd en de reanimatie nam naar schatting een kwartier in beslag. Naar ik later vernam is de duur van de coma en de reanimatie een indicatie voor de ernst van de gevolgen. Dr. Erik Matser, neuropsycholoog, docent neurowetenschappen aan de Erasmus Universiteit, schrijft in zijn boek 'Het beschadigde brein' op p. 68: 'Als de bewusteloosheid korter duurt dan vijftien minuten, is er sprake van een mild traumatisch hersenletsel. Duurt de bewusteloosheid langer dan vijftien minuten, dan spreken we van een ernstig hersenletsel of een hersenkneuzing'. Bovendien wijst hij in zijn boek op het belang van optellende letsels die, zelfs bij minimale letsels, zich na elkaar voordoen toch een ernstig letsel kan ontstaan zoals bij snel recidiverende hypeventilatieaanvallen.

De actie aan het gemeentehuis is niet doorgegaan.

Ann werd opnieuw opgenomen in het Heilig Hart waar er op 11 maart opnieuw een interventie van de MUG is geweest, wat er op wijst dat zij opnieuw in coma was gegaan en mogelijk opnieuw een hartstilstand had. In het Heilig Hart heeft ze weken verbleven waarbij zij motorische revalidatie kreeg om opnieuw te leren lopen. Er werden cardiologische onderzoeken uitgevoerd en een eeg genomen. Ook een kanteltest voor epilepsie werd gedaan.

Naar de psychiatrie

Na 5 weken zou Ann naar huis mogen komen, maar zou nog geruime tijd motorische revalidatie moeten volgen. Naar huis komen was niet evident. De houten vloer in de living moest vervangen worden. Door problemen met de verzekering was met het herstel nog geen aanvang genomen. Men besloot Ann naar een PAAZ (Psychiatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis) over te plaatsen. Zo kwam ze voor het eerst in contact met een psychiater.

We kwamen overeen dat zij pas naar de PAAZ zou vertrekken als daar een kamer apart zou zijn. Op 12-04-1999 werd Ann overgebracht. Om twee uur 's middags kwamen we aan. Een kamer was niet beschikbaar. We hebben nog tot 's avonds in de gang moeten wachten, Ann zittend in haar rolstoel, tot men haar kwam halen voor het avondeten. Intussen was dan toch een kamer vrijgemaakt en kon ik haar spulletjes in de kast leggen.

Opnieuw (snel recidiverende) hyperventilatieaanvallen

Die avond, vlak voor ik zou vertrekken kreeg zij opnieuw een zware hyperventilatieaanval. Ik melde dit aan de balie. De plaatselijke psychologe volgde me naar Ann's kamer. Toen de psychologe me wou wegsturen greep Ann me wanhopig bij de arm. De psychologe weigerde Ann te helpen zolang ik in de kamer bleef want met publiek kon zij haar 'therapie' niet uitvoeren. Ann klampte zich nog harder vast en ik bleef ter plekke. Uiteindelijk gaf de psychologe toe en liet ze Ann in een zakje in en uit ademen. Zij had haar zeer moeilijke therapie die niet voor publiek kon uitgevoerd worden dan toch toegepast! Sindsdien verliep het contact met haar slechts moeizaam. Twee psychologen en twee negatieve ervaringen op rij.

Ann bleef 3,5 maand in de PAAZ. Van motorische revalidatie was geen sprake. Zoiets is blijkbaar minderwaardig in een PAAZ. Gelukkig had ik de oefeningen voor Ann mee gevolgd en dus hebben we dat maar zelf aangepakt. De enige behandeling bestond uit de dagelijkse pillen, wekelijks een gesprek met de psychologe en af en toe kwam de psychiater ook eens langs.

BDE

Van enige vorm van therapie, met uitzondering van een beetje ergo (gipsvormpjes maken) was, zover ik uit Ann haar verhaal kon opmaken, geen sprake. Voor een creatief iemand als zij was dit in feite een vernedering. Ze is dan maar zelf aan de slag gegaan en heeft een aantal tekeningen en ontwerpen gemaakt met daarbij een heel bijzondere tekening.

Tijdens haar opname in de PAAZ vertelde Ann dat toen ze in coma was gegaan zij een bijna dood ervaring (BDE) had meegemaakt. Ze maakte er een tekening van. Volgens haar kende de psychiater dat niet. Misschien wou hij haar zo aan het praten krijgen. De persoon kennende had dat ook wel waar kunnen zijn.

De man heeft er wel voor gezorgd dat Ann sinds eind 1999 van het RIZIV een erkenning kreeg als definitief gehandicapte met 66% invaliditeit. Ann heeft me daar nooit iets van gezegd. Zij is daarvoor nooit op controle bij het RIZIV moeten komen dus viel me dat ook niet op. Mogelijk schaamde Ann zich voor die erkende handicap.

Medicatie - antidepressiva

Nadat Ann thuiskwam uit de PAAZ bleef zij ambulant in behandeling bij de psychiater. Zij kreeg enkel antidepressiva en angstremmers (benzodiazepinen) voorgeschreven. Van therapie was helemaal geen sprake. Toch leek het langzaam te beteren. Schijn bedriegt zegt het spreekwoord.

Actie

We werden lid van de vereniging Helpende Handen, later SASAM. Bedoeling was aandacht creëren voor pesten op het werk in het bijzonder en pesten in het algemeen.  We hebben samen met de voorzitter een persconferentie belegd. De respons was een succes. De belangrijkste kranten waren aanwezig. Er volgden publicaties in o.a. 2000-11-21 T.V. Expres, 2000-09-20 Nieuwsblad, waarna ook VTM een reportage maakte. Ook een affichecampagne werd opgestart onder de slogan 'Met pesten in nesten'. Hoezeer zou dat bewaarheid worden!

We zochten verder naar een oplossing. Verschillende hulpverleningsorganisaties werden aangeschreven. Telkens had men begrip voor de schrijnende situatie, maar het probleem bleek niet tot de agenda van de vzw te behoren en in het beste geval werden we doorverwezen, in het slechtste geval kregen we geen reactie. Zo werden we van het kastje naar de muur gestuurd. Je vraagt je af wat het bestaansrecht is van al die verenigingen met ronkende, maar loze beloftes op hun sites en in hun publicaties.

De wet Onckelinx 2002

Ook mensen uit de politiek werden aangeschreven. Ook hier weer werd telkens de paraplu opengetrokken en leek niemand bereid om iets aan dit vreselijke maatschappelijk probleem te doen. Met uitzondering van Jacintha De Roeck van Agalev. Van haar kregen we de uitnodiging ons probleem te komen uiteenzetten voor een werkgroep rond pesten die zij had opgericht binnen de partij. We trokken naar Brussel voor een namiddag die hoop gaf dat er eindelijk iets positiefs ging gebeuren. Maar zo simpel was het niet.

Er werd gewerkt aan een wetsvoorstel om pesten strafbaar te maken. Ook Laurette Onckelinx was er mee bezig. Ons werd gevraagd de totstandkoming van de wet in zijn tussenstappen mee te volgen en te becommentariëren. We zouden dit op ons nemen.

De teksten van wetsvoorstellen, besprekingen in diverse commissies, het parlement, de nationale arbeidsraad, amendementen enz. werden ons toegezonden, waarna ik mij door de ambtelijke taal van soms onleesbare paragrafen worstelde om er nadien onze commentaar op te formuleren en terug te sturen. Het werd meer dan een volledige dagtaak. We bekwamen er echter mee dat enkele belangrijke punten in de wet werden opgenomen. Zo zou het mogelijk zijn de wet retroactief in te roepen door iedereen die reeds slachtoffer van pesterijen was op het ogenblik dat de wet werd gepubliceerd. Ook kregen we gedaan dat preventieadviseurs verplicht zouden worden aangesteld. Die aanstelling moest gebeuren voor eind 2002 en ze moest bekend gemaakt worden aan alle werknemers. Zolang dat niet gebeurd was zouden mensen zich ook rechtstreeks tot de rechtbank kunnen wenden.

Doofpot?

Op een bepaald ogenblik leek er vanuit de plaatselijke oppositie toch een positieve reactie te komen. Iemand van VLD nam contact met ons. Hij wou proberen te bemiddelen met het bestuur. Mogelijk heeft de burgemeester daar lucht van gekregen nog voor er stappen tot bemiddeling waren gezet en de man haakte plots zonder motivatie af. Was het dan toeval dat hij na de volgende verkiezing een zitje in het bestuur had gekregen? De kiezer had gesproken, dus zal alles wel correct zijn verlopen. Dat mag men verwachten in een democratische rechtsstaat. Maar daar is de uitspraak van Edwin Van Frachem, assisenvoorzitter op rust, die in een interview met de openbare omroep verklaarde dat België geen democratische rechtsstaat is omdat België een klassenjustitie heeft. Als zo'n man zoiets zegt....

De wanhoopsdaad

Op 7 oktober 2001 nam Ann een overdosis met haar voorgeschreven medicatie. Ze had dat impulsief gedaan en had er onmiddellijk spijt van. Zover kan men mensen dus krijgen. Ze lichtte me in en ik bracht haar binnen op spoed. De rit naar het ziekenhuis duurt ongeveer een kwartier. Op spoed aangekomen hoorden we de dokter van wacht vanuit zijn bureau roepen dat hij geen tijd had en dat we maar naar een ander ziekenhuis moesten rijden.

Twee stagiaire verplegers hebben Ann opgevangen en de eerste vaststellingen gedaan. Toen was het wachten geblazen waarmee deze verplegers duidelijk verveeld zaten. Na een klein uur is de dokter dan toch uit zijn bureau gekomen en kwam aan Ann vragen wat ze had genomen. Ann was erg verward (door de medicatie?) en kon niet het juiste antwoord geven. Hij heeft haar dan heel arrogant gewezen op haar foute antwoord en vergeleek haar met een ordinaire junkie. Hij verklaarde dat, nu hij zijn job had gedaan, ze even mocht bekomen en dan maar naar huis moest!!!

Daarmee was de maat vol. Ik wees de man erop dat hij enkel in zijn bureau had zitten roepen en tieren en dat er nog niets was gebeurd. Toen verbleekte hij, gaf de stagiaire verplegers opdracht een maagspoeling te doen en verdween.

Maar welk nut heeft die maagspoeling na een uur nog gehad terwijl die medicatie was ingenomen op een nuchtere maag en dus waarschijnlijk al lang opgenomen was. Gelukkig bleek die medicatie dan toch niet zo dodelijk als gevreesd. Maar omdat het om psychofarmaca ging rijst natuurlijk de vraag wat dat in Ann haar hersenen heeft teweeg gebracht.

Mantelzorger 1.0

Ann bleef nog veertien dagen in het ziekenhuis. Wij eisten dat zij niet verder zou behandeld worden door die dokter, en een andere cardioloog heeft het dan overgenomen. Na haar thuiskomst heb ik een kwade brief naar de directie van het ziekenhuis gestuurd en kreeg de reactie dat zij alles zouden doen om herhaling te voorkomen.

Op 26/12/2001 werd ik erkend als mantelzorger. Ik ontving daar een maandelijkse vergoeding voor die ik nooit gevraagd heb. Ik had meer voordeel gehad met meer info of psycho-educatie, maar die is er nooit gekomen.

Wordt vervolgd!


 


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.