about
Toon menu

Schiet niet op de boodschapper

donderdag 6 oktober 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Eergisteren kwam de klacht van een paar politiemensen naar aanleiding van de film ‘racisme in Brugge’ voor het Correctioneel hof. Daar dit een belangrijk proces is voor ieder die de fundamenten van een rechtstaat genegen is en voor burgerjournalisten in het bijzonder vond ik het noodzakelijk deze zaak op te volgen en er verslag van te doen.

Voor meer duiding naar wat voorafging verwijs ik naar mijn vorige bijdragen hierover in DWM en BAF of naar de blog van ‘beklaagde’ Didier Eeckhout.(die overigens ook op deze nieuwssite blogt en arttikels schrijft).
De zitting duurde een stuk langer dan normaal voor een correctionele rechtbank, ik geef dan ook enkel een vrij summiere omschrijving van de aangehaalde argumentatie.

De advocaat van de burgerlijke partij

bracht nog maar eens het riedeltje dat beklaagde ter kwader trouw handelde, aandacht en sensatie beoogde en allerminst journalistieke doelen nastreefde. Hij ging zelfs zo ver dat hij het maatschappelijke nut en het belang van burgerjournalistiek in vraag stelde.
De politiemensen hebben ‘zwaar geleden’ door het openbaar maken van de film: ‘ze werden er namelijk herhaaldelijk over aangesproken tijdens hun werk enz..’
Voor hem was dit dus duidelijk een schending van de privacywet en zeker geen persmisdrijf.
Toch wou hij zijn oorspronkelijke eis wat bijstellen omdat de beklaagde zich had verontschuldigd voor ongemak die zijn film zou veroorzaakt hebben: gevangenisstraf is niet aan de orde, de minimumboete zou volstaan.

Het Openbaar ministerie

volgde de aanklagers niet helemaal. Burgerjournalistiek is immers een vaste waarde in een democratische samenleving en Mr Eeckhout is daar wel degelijk reeds jaren mee bezig. Hij gaf zelfs met een aantal voorbeelden van naar zijn oordeel geslaagde artikels om aan te tonen dat de beklaagde wel degelijk journalistieke capaciteiten bezit.
Natuurlijk past de film ‘Racisme in Brugge daar in zijn visie evenwel niet in omdat hij daar andere bedoelingen achter ziet dan louter journalistieke. Zijn argumentatie haalt hij niet uit de bewuste film zelf maar uit een artikel dat ‘de beklaagde schreef over zijn proces, eer artikel die dus niet het voorwerp is van de aanklacht. In dat artikel van april jongstleden uit Didier Eekchout zijn kritiek op de klacht van de politie en de gehele procesvoering. Volgens de openbare aanklager staan hierin een aantal feitelijke onjuistheden (zo verward de schrijver de onderzoeksrechter met de Procureur des Konings) en hij gebruikt nogal beladen termen zoals collaboratie.
Daaruit meent het OM dus te kunnen concluderen dat Mr. Eeckhout ‘zijn gram wou halen tegen de politie’. Ik vind dit op zijn zachtst gezegd weinig overtuigend. Het artikel zegt immers helemaal niets over de opinie die hij over de politie had ten tijde van het filmpje maar reflecteert over de procesvoering die er op volgde.. Maar hij moest natuurlijk kunnen hard maken dat het wel degelijk om een delict tegen de privacywet ging en niet om een persdelict.
Daarvoor haalde hij tevens het Cassatie-arrest in de zaak Belkacem aan (oktober 201). ( Belkacem beriep zich op een arrest van 6 maart 2012 van het Hof van Cassatie zelf. Dat vond eerder dat iedere strafbare mening die op het internet wordt geuit een persmisdrijf is. Cassatie stelde in het beroep van zijn zaak uitdrukkelijk dat er een geschreven tekst nodig is om van een persmisdrijf te spreken. Mondelinge oproepen en beelden vallen hier niet onder. Zij mogen door de correctionele rechter bestraft worden.)
Het Openbaar ministerie onderschreef dat Didier Eeckhout de mediaheisa rond zijn filmpje niet had kunnen voorzien en dat hij de politiemensen niet herkenbaar in beeld zou hebben gebracht als hij had vermoed wat daar de gevolgen van waren.
Een minimumboete met uitstel en een publieke schuldbekentenis in de media op kosten van de beklaagde zijn voor hem ‘voldoende’.

De verdediging maakte brandhout van hun argumentatie en beschuldigingen

Meester Beckaert opende zijn pleidooi

‘Dit is geen normaal proces om recht te halen, dit is een vakbondsactie. De politie wil via deze zaak een precedent scheppen zodat hun mensen in functie niet meer ongestraft gefilmd kunnen worden en een stuk publieke controle op hun werk verloren gaat.
Het zegt iets over hun visie op de grondbeginselen van onze democratische rechtstaat dat ze een filmische getuigenis van een racistisch misdrijf willen gebruiken om dit te bereiken. De rechtszaal is niet de plaats om wetten te veranderen, daarvoor moeten ze zich tot het parlement wenden.’

Hij ging in op de feiten:


Didier, burgerjournalist is getuige van een grof racistisch incident. Als burgerjournalist heeft hij de reflex om dit te filmen met de instemming van de café-baas, het echte slachtoffer van de hele zaak. Als de politiemensen aankomen blijft hij filmen omdat dit deel uitmaakt van de hele afwikkeling. Het is van belang om te zien hoe onze wetsdienaren hiermee omgaan.
Hij zet het filmpje met de kop ‘Racisme in Brugge’ op het net zoals hij dat met al zijn andere filmpjes doet. Geen haar op zijn hoofd die eraan denkt dat er binnen de week een mediaheisa over zal losbarsten waarbij het oorspronkelijke thema, racisme, helemaal niet meer aan bod komt.
Dat komt niet door Mr. Eeckhout maar door de korpschef van de lokale politie die de betrokken politiemensen aanmaant om klacht in te dienen. Uit zichzelf hadden ze het klaarblijkelijk niet gedaan..
In de eigen woorden van de chef: ‘Als korpschef van de politiezone Brugge wens ik een principiële uitspraak van de gerechtelijke overheid uit te lokken en mij namens het lokaal politiekorps burgerlijke partij te stellen ten belope van één symbolische euro.’
Het rascistisch misdrijf werd onder de mat geveegd en de boodschapper werd schietschijf van een politieapparaat die in deze zaak vooral een mogelijkheid ziet om burgerrechten te ondermijnen.

Van een eerlijk onderzoek was ook niet echt sprake:


- De lokale politie wendde zich tot de federale politie van de eigen zone wat serieuze vragen oproept over de objectiviteit van het onderzoek. Dit blijkt ook uit het verslag: daarin worden weinig feiten of bewijsmateriaal gegeven maar wel ongefundeerde beweringen en krenkende opmerkingen over beklaagde.
-In het onderzoek werden enkel feiten a charge opgenomen en geen enkel feit a decharge. Een voorbeeld: In het gehele ‘onderzoek’ wordt de eigenaar van de bistro, toch een belangrijke getuige, helemaal niet gehoord.
Wel werden bij huiszoeking laptop en harde schijven meegenomen zodat de beklaagde maandenlang niet kon werken. Op die schijven werd evenwel niets strafbaars teruggevonden.


Over de geldigheid van de aanklacht:

Elk argument werd gestaafd met voorbeelden van arresten en citaten van rechtsgeleerden die ik voor de leesbaarheid van dit artikel achterwege laat.
De politie mag immers wel degelijk gefilmd worden bij haar openbaar functioneren
De politie heeft als ‘dienaren van de wet en de openbare orde’ wettelijk gezien het ‘monopolie op dwang en geweld’ en zijn dus wel degelijk publieke personen en vallen onder de uitzonderingen binnen de privacywet.
Het racistisch incident is een zaak die het openbaar debat aanbelangt. Door publicatie van de betwiste video vervulde mr. Eeckhout, in zijn hoedanigheid als burgerjournalist, zijn functie als waakhond van de democratie (E. Brems, EHRM arresten mei-december 2004, TBP 2006, (30) 34.).
De privacy van de burgerlijke partijen moet vanuit die beschouwing worden beoordeeld.
Dit betekent dat politie-agenten in functie zich niet kunnen beroepen op de verplichting toestemming te geven om gefilmd te worden of om de gefilmde gegevens te verwerken. Zij kunnen en mogen dit uiteraard vragen maar niet zondermeer verplichten. Alleszins dient bij afweging van de belangen rekening te worden gehouden met het feit dat zij publieke figuren zijn.
De proportionaliteitstoets laat het recht op vrije meningsuiting en het maatschappelijk belang om racisme aan te klagen primeren op het recht op privacy van betrokken politieagenten, die bovendien hun job naar behoren uitoefenden.


De Correctionele rechtbank is onbevoegd om in deze zaak te oordelen

‘In essentie is de betwisting, als ze al dient gevoerd te worden, een burgerlijke betwisting over een eventuele schade die klagers ondervinden of ondervonden hebben door de video.Dit valt volledig buiten het kader van het strafrecht.Dit soort betwistingen dient beslecht te worden voor de burgerlijke rechtbank. Het is duidelijk dat het in casu om meer gaat dan de video van beklaagde, maar dat de burgerlijke partijen er een principezaak van willen maken, tot en met voor de strafrechter, dat politieagenten niet mogen gefilmd worden tijdens hun optreden en dat de beelden evenmin op het internet mogen geplaatst
De strafrechter mag niet gebruikt worden met dit doel.’
Didier Eeckhout kan in deze niet gelijkgesteld worden met een gewone burger; hij heeft de gegevens uitsluitend voor journalistieke doeleinden verwerkt. Het argument van de tegenpartij dat hij geen officieel erkende journalist is houdt geen steek: burgerjournalistiek is reeds lang een vaste waarde en van groot belang voor een rechtstaat. Elke burger kan op een gegeven moment journalistieke dingen doen (en Didier Eeckhout is daar reeds jaren vrij intensief me bezig.)
Artikel 150 Grondwet bepaalt dat drukpersmisdrijven, met uitzondering deze die door racisme of xenofobie ingegeven zijn, door de jury voor het Hof van Assisen moeten behandeld worden.
Het argument van de burgerlijke partijen over het Cassatie-arrest in de zaak Belkacem snijdt geen hout. In tegenstelling tot Belkacem is de film voorzien van een geschreven titel die de film wel degelijk een informerende waarde geeft. Meerdere andere arresten en rechtsartikels geven beeldmateriaal wel degelijk een zelfde status als drukwerk. We leven nu immers in een eeuw waar beeldmateriaal vaak meer impact genereert dan de geschreven pers..


Conclusie van de verdediging:


Advocaat Jespers: ‘Het is onvoorstelbaar dat deze klacht werd ingedient.’ Hier is geen sprake van inbreuken tegen de privacywet maar van onheus gebruik van de rechtbank door de burgerlijke partij.

De Correctionele rechtbank is dan ook in deze zaak onbevoegd en moet de zaak doorverwijzen naar het Assisenhof of onze cliënt helemaal vrijspreken. De burgerlijke partijen moeten worden veroordeeld tot het betalen van een rechtsplegingvergoeding.


Uitspraak in deze zaak: 8 november