about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 32 - final mix 1/2

dinsdag 2 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 

De wilde dieren zijn niet meer te stuiten. Via het vluchtelingenkamp Nukaru en de sloppen van Mugwana trekken ze de stad binnen. Overal langs de lanen krijgen ze bijval: het oude Afrika haalt hen binnen als bevrijders. Ook met de versperringen die ze onderweg tegenkomen hebben ze weinig moeite - het lijkt wel alsof ze eigenhandig aan de knoppen van een PS4 pro zitten. Intussen loopt de RUZ vol met ouders die komen kijken naar het optreden van hun kids. De 3D-outfit van de kleintjes gaat alle beschrijving te boven. Het ongelooflijke is: zo'n ouderwetse live-enscenering werkt ook in 2045 écht. 

 

Final mix 1/2


De trek van Malambi’s dierenvolk door modern suburbia doet denken aan nog een ander bijbels spektakel: de passage door de Rode Zee. Ik heb er een hoogst vermakelijke rollercoaster over gevonden op Lost Data. Theatraal en gedateerd, maar ook bijzonder Geheime Valleiachtig.

Maar de vergelijking gaat niet helemaal op. Mozes en Noach leidden hun expeditie naar het land van belofte, Atomù leidt zijn gezellen naar de Markt. Niet voor een of andere deal, maar om afrekening te houden. Zoals Christus deed toen hij de kooplieden uit de tempel verdreef.

 Van economie wordt gezegd dat het een wetenschap is die met cijfers en tastbare gegevens werkt. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat het ook om een geloof gaat. Het kapitaal is danig ontspoord in de 21e eeuw, de believers klampen er zich aan vast omdat er zo veel op het spel staat.

Typisch voor een systeem in verval is dat de roergangers als eersten de wijk nemen. Wanneer Atomù & co de afslag richting centrum Mugwana nemen, is er dan ook geen spoor te bekennen van ordediensten. De massa die langs de kant van de weg staat, is het Volk.

‘Makkelijk loopt dat asfalt niet,’ foetert Koloss.

‘Zeg dat wel,’ zegt Theodora, de giraf. ‘Ik schuif de hele tijd uit.’

‘En ik ga op elke rotonde onderuit,’ gilt Betty.

‘Dat zijn de G-krachten,’ zegt Veyron. ‘Daar heb ik geen last van, mijn onderstel is perfect neutraal.’

‘Jij hebt makkelijk praten, jochie,’ zegt Qonq. ‘Een spook heeft geen gedonder met voetenwerk.’

‘Ik vond dat rode zand in de bidonvilles een stuk comfortabeler,’ zegt Mater. ‘Maar je moet er wat voor over hebben. Nog even doorbijten, meiden. De betonnenlopers die ze hier uitrollen zijn niet meteen onze natuurlijke habitat, maar alles went.’

‘Zolang we niet naar de slachtbank hoeven te kletteren,’ loeit Jägermeister, de leider van de buffels. ‘Kom op, iedereen. Waar een wil is, is een weg.’

Zoals dat gaat bij demonstraties liggen ernst en luim niet ver uit elkaar. Door hun kwantum voelen de dieren zich gesterkt. Zelfs de blikken dozen die aan de kant schieten, brengen hen niet van de wijs. De imposante torengebouwen voor hen uit doen onwennig aan, maar de zee van tweevoeters langs de kant geeft hen vleugels. Iedere Mugwanees wil van dit nooit eerder geziene protest getuige zijn.

‘De politie en het leger zijn nergens te bekennen,’ verkondigt een reporter van East African TV vanuit een helikopter. ‘Ze hebben zich verkeken op het parcours van de betoging en beveiligen momenteel het voetbalstadion en de regeringspaleizen tegen fantomen. Ik probeer contact te leggen met de aanvoerder van de manifestanten, dan komen we misschien meer te weten over hun bedoelingen.’

‘We komen uit de savanne verderop,’ antwoordt Atomù even later in de microfoon die uit de helikopter bengelt. ‘We zijn jullie buren en komen de lat op de markt verleggen. We roepen op tot een eerlijker nulsomspel. Dat is het beste voor iedereen.’

‘Bedoel je dat jullie het niet eens zijn met de vooruitgang en de globale samenwerking?’ schreeuwt de sterreporter naar beneden.

‘Wij zijn niet tegen vooruitgang of samenwerking,’ weerlegt Atomù de aantijging, ‘maar tegen ongelijkheid en overdreven gewin. We willen niet van de kaart geveegd worden, we willen herverdeling. Als er nog langer zo met ons ivoor omgesprongen wordt, zijn we ten dode opgeschreven. Dat kan nooit de bedoeling zijn van een innoverend bestel dat in het voortbestaan van de planeet investeert.’

‘U hoort het, beste kijker,’ zegt de reporter voor de camera, ‘achter deze ongebruikelijke demonstratie schuilt wel degelijk een rebels idee. Hoewel, naar verluidt is dit geen poging tot staatsgreep. De actievoerders beweren de balans in ons systeem te willen herstellen. Van evenwicht gesproken, als u mij toestaat zou ik nu graag mijn halsbrekende toeren even onderbreken. Over naar de studio.’


*


In de aula van de RUZ zijn de verwachtingen hooggespannen. Ouders hebben zich massaal van hun thuiswerkplek losgeweekt, het geroezemoes voelt aan als een warme deken.

‘Mijn opdrachten moeten wachten,’ zegt een vader tegen zijn buurman. ‘Ik heb mijn bandje on hold gezet.’

‘Jij ook?’ zegt een moeder. ‘Oef, dan ben ik niet alleen. Mijn netwerk had het anders knap moeilijk. Stel je voor, omdat ik een paar uur onbereikbaar ben.’

‘Het kan niet anders. In de zaal is geen bereik, alleen via het interne systeem.’

‘Wat een ongehoorde luxe. Hè hè, goed dat ik gekomen ben. Malek, zit zo niet met Josje te klieren. Blijf op je stoel en hou je rustig, begrepen?’

Ook Magnus en Diede zitten in het publiek. Magnus heeft zijn vertrek naar Afrika uitgesteld en Diede heeft haar shift geruild. Als ik uit de coulissen kijk, steken ze breed grijnzend hun duim naar me op. Ze zitten op de derde rij, net voor mijn console.

Dan gaat het licht uit en doet zich een merkwaardig akoestisch fenomeen voor. Er valt een dikke, analoge stilte, enkel doorbroken door gekuch en geschuifel van kleding. Iedereen gaat goed zitten om zijn kroost te kunnen zien.

Hoe lang is het geleden dat ze nog naar theater zijn geweest? De kids hebben er in ieder geval hard voor geronseld. Ze hebben uitgepakt met een gigantisch verkoopsargument: ze staan hier allemaal live op de planken. Dat is wat anders dan de nieuwste update van de community channel. Zo voelen hun ouders de vibes van een echt publiek, in plaats van de sensaties van een hologram.

Zelf geniet ik natuurlijk het grote voorrecht dit alles van op scène te mogen meemaken. Het enige wat de toeschouwers van mij zullen merken, is mijn stem. Maar zelfs die heeft enkel ondersteunende waarde. Ze hoeven alleen oog te hebben voor hun kinderen.

‘Moet je zien, daar staat Emily,’ hoor ik een moeder fluisteren. ‘Daar, herken je haar pak? Die slurf heeft ze zelf geprint. Schattig, hè?’

‘Ik zie Marcel,’ zegt een jongetje hardop. ‘Daar, bij die olifant. Yo, Marcel!’

Ik grinnik in mezelf. Zelfs als onze kids maar wat staan te lummelen is het evenement geslaagd. Het doet er niet toe dat er maar een paar hoofdrolspelers zijn. Ook figurantjes die maar in één scène optreden, horen erbij.

De jongsten doen het trouwens beter dan verwacht. In het eerste intermezzo wordt het gelijkspel tot een waar ballet verheven. Volgens een stuntelig geometrisch patroon dribbelen ze over de planken, helemaal zoals olifantenweesjes het zouden doen. Nu en dan schiet de bal zijn doel voorbij, maar een gedienstige souffleur zorgt voor de nodige aanwijzingen. Het gaat om de enscenering: de beamer plaatst het tafereel regelrecht in de savanne. Het snelle walsje waarop de kids huppelen, wordt schitterend door de Zelfhulpband gebracht.

Ze mikken niet op doel / ze trappen op gevoel, zingt Moona gloedvol. Het gaat niet om de winst / vals spel lusten ze het minst.

Wendel heeft als register een orgeltje van yesterday getrokken, Jehdi mept er stevig op los en Sylve plukt vrolijk aan haar snaren. Als ze dat maar volhouden, zo twee uur aan een stuk. Er is wel een pauze en ze hebben alles opgenomen voor het geval dat, maar echt ervaring met dit repertoire hebben ze niet.

Het hoogtepunt van het eerste gedeelte - het eerste van drie bedrijven, zou je kunnen zeggen - is de scène in Taalu, waarin Trom ravot met Kika, Rikki, Maita, Veyron en Amahl. Het wordt steeds duidelijker dat hij er tussenuit valt en voorbestemd is voor heel andere zaken. De melodie is hier een stuk melodramatischer. Je voelt dat het weesje er alleen voor staat - Moona leeft zich zo goed in dat ik het publiek effectief tissues zie bovenhalen.


Trom weet met zijn emoties geen blijf

hij gedraagt zich weer eens veel te stijf


Kika en Serena begrijpen hem best

maar Maita heeft aan hem de pest


De rol van Trom wordt gespeeld door Rijs. Hij is fijngevoelig genoeg om zich in de jonge olifant in te leven, maar overtuigt tegelijk met een uitstekende podiumprésence. Trom twijfelt heel erg aan zichzelf, maar hij is ook impulsief en dat is niet evident om neer te zetten. Rijs slaagt erin om hoop en verwachting uit te stralen, niets van het cynisme dat een wereldwijze tiener normaal bezit. De hunker waarmee hij tijdens de operatie van Atomù’s rotte kies door het traliewerk van Taalu kijkt, geeft iedereen een brok in de keel.

Om beurten komen het masker van Rijs en dat van Romelu op het achterplan in close-up – allebei met slurf. Ik moet zeggen, de zwarte Atomù van Romelu is de verrassing van de dag. Knappe beeldregie trouwens van de jongens en meisjes van 2G, onder leiding van Brim en Amber. Dat was trouwens al duidelijk op de generale repetitie.

Die kids zijn geboren met het programmen in hun buik. Je zou denken dat hun genen geprepareerd zijn voor dit werk. Laat ze een text opslaan en hij staat vol ongerijmdheden - de sneltaal van hun pulsjes. Maar zet ze achter een console en ze zijn niet bij te houden. In mijn jonge jaren was ik ook snel, maar nu hink ik pertinent achterop.


*


De laatste rechte lijn naar het centrum van Mugwana heeft iets van de intocht van Christus in Brucap. Atomù heeft de gewaarwording dat hij hier niet alleen als bevrijder van het dierenrijk, maar ook als verlosser der tweevoeters binnengehaald wordt. Ze staan in drommen langs de brede laan te juichen en, laat er geen twijfel over bestaan, hun bijval komt recht uit het hart.

In het Afrika der geesten, dat nooit opgehouden heeft te bestaan, kijkt niemand op van een stel dieren dat naar de markt trekt om papa Zeus van zijn troon te stoten. Tweevoeters keren altijd hun kar wanneer een nieuwe keizer zijn opwachting maakt. Dit is een unieke kans om ook voor hen de lat gunstiger te leggen.

Toch bekruipt Atomù de twijfel. De hele tijd heeft hij van die rare kruisen in de lucht gezien. Als insecten zweven ze boven hen uit, al van de savanne tot hier. De witruggieren konden ze tot nu toe probleemloos uit de lucht plukken, maar nu zijn de dingen ineens helemaal weg.

Al zijn hele leven is hij gewoon aan vliegende tuigen. Als ze groot genoeg zijn en veel lawaai maken, zitten er tweevoeters in. Meestal met camera’s, maar soms ook met vuurstokken. In de kleine zit niemand, maar daarom zijn ze niet minder gevaarlijk. Ze hebben de politie en het leger wel mooi om de tuin geleid, maar het zou raar zijn als er nergens geen obstakel meer opdook.

Alsof de duivel ermee gemoeid is komt uit een zijstraat een reeks pantservoertuigen aanrollen. Ze spuwen tientallen gehelmde tweevoeters uit die prikkeldraad uitwerpen en met schermen vol weerhaken sjouwen - alsof die de optocht zouden tegenhouden. Nu ja, ze kunnen maar beter op hun hoede zijn.

‘Wat denk je, wachten of doorgaan?’ zegt Atomù tegen Koloss en Argyll.

‘De beuk erin,’ zegt Argyll. ‘Zo’n versperring is klein bier. Daar lopen we gewoon overheen.’

‘Let op, die haken maken venijnige wonden,’ zegt Mater. ‘En die ballen die ze afvuren kunnen je ook aardig toetakelen. Jij weet dat misschien nog niet, Argyll, jij komt uit een andere tijd. Maar vergis je niet.’

Met een paar doelgerichte projectielen trekken de commando’s een rookgordijn op. De stank is wel te harden, de dieren zijn meer gewoon, maar er bijt iets irritants in hun ogen en dat leidt tot een begin van paniek. Maar doordat alle aanwezige olifanten met de oren beginnen te flapperen slaat de rook vrij snel neer.

‘Ogen dichthouden,’ roept Theodora boven iedereen uit. ‘En rechtdoor blijven lopen. Volg mij, ik zal jullie gidsen.’

‘En ik zal jullie periscoop zijn,’ gilt Betty. ‘Een zwaai van mijn nek en ik mik die bommetjes aan de kant. En met een zwiep van mijn staart veeg ik die barricades uit de weg.’

De aanblik van een prehistorisch dier mist zijn effect op de militie niet. Sommigen proberen nog een paar kogels af te vuren, maar achten het bij nader inzien wijzer om de benen te nemen. Een waterkanon spuit nog even in de richting van de stoet, maar veel druk zit er niet op de straal.

‘Heerlijk, water,’ juicht Trom. ‘Dat kunnen we best gebruiken.’

‘Die slang heb ik anders zo doormidden gebeten,’ zegt Betty. ‘Ook al ben ik maar een planteneter.’

‘Tijd dat we een strijdlied aanheffen,’ zegt Koloss. ‘Hoe ging het ook alweer, jongens?’


Als ‘t moet komen we op straat

en zeggen we waar ‘t op staat


We komen op voor onze rechten

onze jongsten zijn geen knechten


Al wie zijn wapen op ons richt

die wijzen we op zijn plicht


We laten ons niet koeioneren

dat zullen we niet verteren


Zingend loopt de meute de versperring onder de voet. Voor het oog van talloze camera’s worden de overvalwagens geplet als goedkoop blik. Als dit het enige verzet is dat geboden wordt maken ze het ons wel makkelijk, denkt Atomù. Of lopen we blindelings in de val? Tja, we hebben geen keuze, er is geen weg terug.

‘Misschien is alles, heel deze stad, al die wolkenkrabbers en zakenkantoren, al die paleizen en stadions plus de markt erbij gewoon een luchtspiegeling,’ zegt hij tegen Mater. ‘Eén grote illusie in het leven geroepen door de tweevoeter, die denkt heer en meester te zijn van de savanne en moeder aarde. Terwijl hij door één symbolische actie van ons al meteen in zijn hemd staat.’

‘Kijk uit wat je zegt,’ rommelt Mater. ‘Je moet er stellig in geloven, anders staan we nergens. Dit is maar het begin. We moeten die lat het koste wat het kost zien te verleggen. Dàt zal de wereld pas rond gaan.’

‘Je hebt gelijk,’ zegt Atomù. ‘Nu is het echt niet ver meer, daar voor ons ligt de markt. Trom, hou je klaar.’


*


De meest pastorale scènes van de voorstelling in de RUZ zijn die uit de Geheime Vallei. Maar eerst moet Trom nog een heleboel hindernissen overwinnen: de Masotonmijn, de Balim Tessa en de tunnel onder de Amhetat. Het groepje van 2G dat de servers van Lost Data nageplozen heeft levert fantastisch werk. Brim heeft een heleboel natuurdocs geplunderd – illegaal, zeg je? De pot op. Natuurschoon is voor iedereen, ook al bestaat het niet meer.

De beelden zijn trouwens onherkenbaar. 2G heeft ze zo gemanipuleerd, dat Trom op scène in een heus 4D-decor lijkt te lopen. De mijnwerkers in hun schachten, Qonq die op hem afgesprongen komt, de grot in de Balim Tessa... De effecten mogen er zijn, het publiek veert constant op. Wanneer het goed afloopt, gaat er een zucht van opluchting door de zaal.

En niet alleen de ouders, maar ook de kleintjes die ze hebben meegebracht genieten. Achter mijn lezenaar word ik massaal bestookt door de positieve vibes die de aula uitstraalt. Maar lang kan ik de sfeer niet aftasten. Het scenario eist me op, ik moet me voortdurend aan het gebeuren op de planken aanpassen. Soms moet ik de actie bijbenen en sneller lezen dan ik wil. Een andere keer, als een van de kinderen zijn tekst kwijt is, moet ik mijn woorden rekken en subtiele pauzes inlassen, als een soort beschermengel.

Het gekke is: het werkt. Nooit gedacht dat zo’n ouderwetse, analoge ratjetoe een hedendaags publiek zo zou kunnen boeien. Ik geef toe, het blijft kid’s theatre – amateurtheater in essentie. Maar de zaal zit vol volwassenen die netflexen, die houden het normaal niet langer dan een paar minuten vol op een en dezelfde site. En kijk ze nu eens.

Het mooiste moment voor de pauze is dat wanneer Trom de tunnel onder de Amhetat verlaat en de Geheime Vallei betreedt. De muren wijken uiteen als in een supergame, wat Wendel met druppelende echo’s extra diepte geeft. Hij zegt dat hij inspiratie heeft gevonden bij een oude soundtrack over een prehistorische grot.

Ook de collage met de prehistorische dieren zelf is superb. Betty spant natuurlijk de kroon, zodra ze opkomt. De print is van de hand van Epiphany Delrue, uit Brim zijn groep. Heel grappig, heel cartoonesk – echt een uit de kluiten gewassen dinosauriër. Epiphany’s wat precieuze stemmetje doet de kids gieren van het lachen, verder is het de animatie van 2G die alles afwerkt.

‘Die Betty is kostelijk,’ hoor ik Magnus in de pauze de lof zingen als ik van het urinoir in de foyer kom. Alle toiletten achter de scène zijn bezet door de kids.

‘Ik ben anders ook wel dol op die donuts die ze Veyron laten draaien,’ zegt Derk, de vader van Epiphany. ‘Echt een petrolhead. En die slurf die ze op zijn kop geprint hebben. Grappig, hoor. Doet me denken aan die oude boekjes over die locomotief die we nog geërfd hebben.’

‘Die verhaaltjes zitten nog altijd op G-mart,’ zegt Elsie Delrue. ‘ Stoomlocs, zo is het allemaal begonnen.’

‘Die boekjes brengen een fortuin op als ik ze te koop zet,’ zegt haar man. ‘Maar ik hou ze als investering.’

‘Hé, Nyagor,’ groet Magnus onze oude huisvriend die er ook bij is komen staan. ‘Romelu is het helemaal. Nisja had zich geen betere Atomù kunnen dromen.’

‘Van jou komt dat als een compliment,’ zegt Nyagor. ‘Het verhaal is tenslotte voor jou geschreven.’

‘Nisja heeft het de kids in de Jungle wel tig keer voorgelezen,’ zegt Diede. ‘We waren er allemaal bij.’

‘Daarom is het zo aangrijpend,’ bekent Nyagor. ‘Als je beseft dat ik nog olifanten heb weten lopen in Arusha en dat ik dankzij Nisja de Jungle heb overleefd.’

‘Jammer dat ze er niet bij is,’ zegt Magnus. ‘Maar niet getreurd. Ik hoor de bel, ze gaan zo weer beginnen.’

Aangedaan wurm ik me door het publiek dat naar zijn plaats stroomt voor het derde bedrijf. Overal waar ik passeer, wordt geduimd.

‘Goed bezig, Quint.’

‘Zet ‘m op, Q.’

De wetenschap dat de avond niet stuk kan doet deugd. Die paar goedbedoelde zinnen van Nyagor en mijn zoon daarnet mogen de melancholie niet laten binnensluipen. Misschien was het fout om naar de foyer te gaan. Ik moet focussen.

‘Waar was je, Quint?’ zegt Atika bezorgd, wanneer ik mijn positie achter mijn display weer inneem. Ik glimlach naar haar, alles OK. Moona knipoogt, ze heeft blijkbaar gemerkt hoe na haar beide coaches elkaar geworden zijn.

Wat liggen mensen normaal gesproken wakker van een ander zijn gedachten, zijn gevoelens? Wees realistisch, empathie is meer dan ooit een ijdel begrip. Neem nu dit publiek, ongelooflijk hoe vanzelfsprekend het dit evenement vindt. Het scheelde nochtans niet veel. Zelfs van die melange van oud en nieuw, die blend van analoog en innovatief gaan ze niet steigeren. Ze zijn het gewoon, ze worden er dagelijks mee bestookt.

Dus of ze zich bewust zijn van de subtiele special effects van een vertoning in een vooraf geprepareerde zaal? De deuken in de maag die een home surround je toedient halen het in de verste verte niet bij het subsone akoestische palet dat Wendel uit zijn score tovert. Ik bedoel, een kudde olifanten die over je heen dondert alsof je ertussen zat - die beleving krijg je alleen met een immense holobeamer inclusief omniwave.

Wendel heeft hulp gehad, natuurlijk, het is een gedeelde inspanning. De nerds van 4S hebben er al hun vrije tijd in gestopt en ze mochten er niet eens voor op de planken. De mensen in de zaal vinden het allemaal best, het is zo goed gedaan dat ze het niet eens in de gaten hebben. De ambiance van de savanne, de stank van modder en dierenlijven die uit de ventilatie komt, ze kennen het heus wel. En toch, de finesse waarmee de kids de atmosfeer in de zaal bijsturen... ongelooflijk wat een stel tieners vermag.

En dan heb ik het niet eens over de 5D-lading van sommige passages. In ons open openbaar onderwijs zitten aardig wat HSP’ers, dat is genoegzaam bekend. Maar wie van de aanwezigen beseft dat het totaal van de vibraties die we uitsturen evengoed het resultaat is van vooraf ingecalculeerde parameters? We wilden een feelgoodeffect teweegbrengen, ervoor zorgen dat de toeschouwers zouden opgaan in de voorstelling en zich engageren voor de laatste bedreigde diersoorten. Het is een frame als een ander, maar naarmate de voorstelling verstrijkt heb ik steeds meer het gevoel dat het lukt.

Het derde bedrijf moet het nog bevestigen, maar het kan eigenlijk al niet meer stuk. Ik hoop één ding: dat het publiek niet voortijdig verzadigd raakt. Dat de kleintjes die meegekomen zijn niet schrikken van het spektakel dat de dieren op touw zetten in Mugwana. Dat er geen schande gesproken wordt van zo veel radicaal verzet.

Maar ik loop vooruit op de zaken. Laat ik maar dromen dat iedereen naar huis gaat met goede voornemens. Dat ze een toekomst met die grote en imposante dieren die sinds mensenheugenis met ons de aarde delen voor niks willen missen.

 

Volgende keer brengen de dieren de op hol geslagen curve van de globale groei weer op een aanvaardbaar niveau, terwijl het publiek van de RUZ in 2045 helemaal opgaat in de performance van de kids. 

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.