about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 25

dinsdag 14 augustus 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

 

Vorige keer maakte Trom een mindtrip doorheen spacetime. Nu komt Veyron aansnellen met een bijzonder kwade tijding: bij het zoutmeer van Salanga zijn driehonderd olifanten vergiftigd met cyanide. Meteen roept Atomù alle hoofden van de Geheime Vallei bijeen. Maar hoe kunnen virtuele wezens naar de reële savanne om protest aan te tekenen tegen deze slachting? Ook in 2045 beseft Quint dat forceren niet meteen helpt. Reality laat zich dicteren door de terreur van entertainet. Tenzij de kids zelf in actie komen...

 

Cyanide


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/25


Met een fikse slide komt de stofwolk die uit de verte was komen aanrazen voor Trom tot stilstand. Tot zijn grote verbazing herkent hij een oude bekende.

‘Veyron,’ roept hij verheugd. ‘Ik dacht dat ik je nooit meer zou terugzien.’

Maar Veyron maakt geen aanstalten om zijn vroegere maatje om de slurf te vallen. Kort staat hij na te hijgen, het is duidelijk dat hij over een hoog recuperatievermogen beschikt. Alles kan in de Geheime Vallei.

‘Dit is de slechtste tijding die ik als hemelse boodschapper al heb moeten brengen,’ zegt hij. ‘Bij het zoutmeer van Salanga hebben driehonderd olifanten de dood gevonden. Vergiftigd, bij de drinkplaatsen en de likstenen.’

‘Vergiftigd?’ dondert Atomù.

‘Met cyanide. Vermoedelijk hebben Kirim het goedje in de zoutpannen gestrooid. Het staat zo goed als vast dat de bende van Bozo het spul geleverd heeft.’

‘Het is niet de eerste keer dat de terreur zich aan deze praktijk waagt,’ zegt Atomù verontwaardigd. ‘Enkele zomers geleden zijn er zo al tientallen soortgenoten omgekomen. En nu opnieuw. Dat had niet mogen gebeuren.’

‘Er is toen paal en perk aan gesteld met een internationaal verdrag,’ geeft Veyron tekst en uitleg. ‘Nultolerantie op de handel in ivoor. Maar met de komst van papa Zeus is er weer een minimumdrempel ingevoerd. De legale transporten zijn al gauw door illegale opgevolgd. Eenmaal een poortje zoekt de markt haar weg.’

‘Tja, de Kirim kunnen niet mee profiteren van die corrupte handeltjes.Ik snap het wel, ze zetten ons betaald dat we hun oogsten opeten en vertrappelen. Maar wat moeten wij beginnen?’

‘Tweevoeters denken nu eenmaal dat ze alles kunnen exploiteren,’ zegt Quark.

‘Naar het schijnt hebben dorpelingen de cyanide kunnen uitstrooien met medeweten van parkwachters,’ vervolgt Veyron zijn verslag. ‘De stamgenoten die zijn opgepakt hebben ze laten gaan. De woordvoerder van het Tingatongapark zegt dat er sancties zullen volgen.’

‘Het is natuurlijk familie.’

‘Allicht. Er zal een percentje aan vasthangen.’

‘Er worden elke dag nieuwe karkassen gevonden, omdat er nog steeds olifanten komen drinken uit het meer. Het dodental kan zo hoog oplopen dat de populatie van het park wordt gedecimeerd. Ook andere dieren en de aaseters die de kadavers opruimen raken vergiftigd. Stemmen spreken van een milieuramp van nationale omvang.’

‘Bedankt voor je boodschap, Veyron,’ onderbreekt Atomù de ijlbode. ‘We hebben geen tijd te verliezen, ik roep de hoofden van de Geheime Vallei bijeen. De raad zal uitmaken hoe we deze misdaden een halt kunnen toeroepen.’

Diep rommelend gaat hij aan de slag. Vrijwel meteen dagen uit allerlei hoeken en tijdsgewrichten gestalten op, verrijzend achter een onzichtbaar gordijn of een nauwelijks merkbare trilling in de lucht. Een voor een herkent Trom de figuren van zijn eerste dag in de vallei.

‘Daar heb je Betty, de titanosaurus,’ zegt Quark. Tja, haar kun je moeilijk missen. Maar ook Arggyl, de mammoet, maakt een verpletterende entree. Solomon het vogelbekdier en Khan de sabeltandtijger zijn bij hen vergeleken ordinaire exotica. Een zebra als Rodeo is nog alledaagser, net als Nazz de neushoorn, die even later komt aangesjokt. Ook van een buffel als Jägermeister kijkt Trom niet op. De herrie die de bende produceert daarentegen is enorm.

‘Vrienden,’ verkondigt Atomù nadat hij om stilte heeft verzocht. ‘Malambi is getroffen door nietsontziend geweld. De tweevoeter heeft weer geen twee keer nagedacht. Niet alleen de olifant heeft hij een zware slag toegebracht, ook veel andere savannedieren delen in de klappen. Dit moet ophouden, maar de vraag is hoe. Iemand ideeën?’

‘Het is de markt,’ piept Betty schril. ‘Wij titanosauriërs zijn uitgeroeid door een komeet, maar deze keer is het de ivoormarkt, dat weet ik zeker.’

‘De ongebreidelde hebzucht van de tweevoeter, zul je bedoelen,’ brult Khan, de sabeltandtijger. ‘We zullen ze mores leren, zodat ze het eindelijk snappen.’

‘Ja, maar met ongenuanceerde actie lachen ze alleen maar in hun vuistje,’ huilt Sleuth, de hyena. ‘We moeten gewiekst te werk gaan. Wat tweevoeters doen, is verdelen en heersen. Ons tegen elkaar opzetten.’

‘Precies,’ zegt Atomù. ‘Al denk ik dat iedereen het erover eens is dat ze deze keer een stommiteit zonder weerga hebben begaan. Alleen kunnen we ze nooit met dezelfde wapens bestrijden, dat willen we niet op ons geweten hebben. Volgens mij kunnen we alleen symbolisch actie voeren, op een wijze die de wereld met verstomming slaat.’

‘Ik vrees dat we daarvoor de Geheime Vallei zullen moeten verlaten,’ zegt Quark. ‘Dit is een virtuele dimensie. Van hieruit kunnen we weinig doen. We kunnen alleen telewerken, gesteld dat we de tweevoeters op die manier zouden kunnen bereiken.’

‘Dan hadden we dat allang gedaan,’ kleppert Longlegs, de ooievaar. ‘Een of andere blijde boodschap, daar draai ik mijn vleugels niet voor om.’

‘Besef wel dat de extincten hier vertegenwoordigd deze dimensie ook niet kunnen verlaten,’ zegt Atomù. ‘Ze manifesteren zich hier al op een denkbeeldige manier, hoe wil je dan dat ze zich in tweevoetertijd materialiseren?’

‘Ja, maar alle soorten die wel nog bestaan kunnen we toch optrommelen, zeker?’ hinnikt Rodeo, de zebra.

‘We zijn met genoeg om een boodschap uit te dragen,’ loeit Jägermeister, de buffel.

‘Precies,’ krast Fielt, de witruggier. ‘We zijn niet met zijn allen vergiftigd. Wij kunnen nog best een statement maken. In opruimen zijn wij de beste.’

‘Rustig,’ roept Atomù iedereen tot de orde. ‘Dan is het maar zo. We moeten alleen uitmaken wat we kunnen doen. Wat communiceren we naar de levende dieren?’

‘Als je het mij vraagt, doen we iets massaals,’ zegt Jägermeister. ‘In grote aantallen zijn we sterk. We kunnen de markt van de tweevoeters onder de voet lopen.’

‘Daar zit wat in,’ zegt Atomù bedachtzaam. ‘Maar dan met overleg, niet in het wilde weg. Goed, we zullen op de savanne afspreken. Iedereen die weg kan naar real life, gaat mee. Voor de extradimensionalen zit er niet veel anders op dan ons van hier uit bijstand te verlenen.’

‘Tenzij...’ Er gaat Quark een lichtje op. De dwergolifant heeft Trom al eerder verbluft - dat hij Veyron zou terugzien had hij nooit durven denken.

‘Tenzij wat?’ dringt Atomù aan.

‘Tenzij een aantal symbooldieren zich op een virtuele manier naar real life zouden verplaatsen. Ik bedoel, het kan wel op een screen. Als afbeelding. Het kan ook driedimensioneel, in de diepte. Dus holografisch, dat mag geen probleem zijn. Het is allemaal een kwestie van projectie. Het vergt alleen een beetje wil en een sterke geest.’

‘Jeetje, onze hersens zijn veel te klein,’ piept Betty.

‘Dat bedoel ik niet,’ zegt Quark. ‘Jullie komen wel van het Krijt naar het Antropoceen.’

‘Ik kom uit het Pleistoceen,’ verduidelijkt Arggyl.

‘Al goed. Maar ik weet een plek waar we met zijn allen doorheen kunnen, zonder uitzondering. Je wordt behoorlijk dooreengeschud, maar het moet lukken.’

‘Je bedoelt zeker de tunnel onder de Balim Tessa?’ zegt Trom. ‘Die gaat maar in één richting.’

‘Hij heeft gelijk,’ zegt Atomù. ‘Daar loop je in vast.’

‘Nee, dat bedoel ik niet. Er is een andere weg. Het is ook een kwantumweg, meer bepaald de leylijn uit de vulkaan die jij gebruikt om naar de savanne terug te keren.’

‘Hoezo, werkt die ook voor symbooldieren uit de prehistorie?’

‘Het is simpel. Waarom zou je er niet op helderziende wijze doorheen kunnen? Dan krijgt iedereen op de savanne een droomafdruk van je te zien. Maakt niet uit, een virtuele kopie kan evenveel indruk maken als het origineel.’

‘Dat zou fantastisch zijn,’ zegt Atomù. ‘Stel je voor, al die dinosauriërs die niemand sinds dierenheugnis ooit heeft gezien, daarmee maken we pas een entree. Dat wordt een regelrecht media-event. We moeten zo snel mogelijk naar de andere kant, om af te spreken met de matriarchen en de andere dieren.’

‘Op naar de geothermische bronnen,’ zegt Quark. ‘We hoeven maar op de geur van zwavel af te gaan. Het ravijn barst van de energielijnen, zoals in de hele regio van de Grote Slenk. Heet water onder hoge druk is een prima thermodynamische versneller.’

Heftig discussiërend marcheren de hoofden naar een uithoek van de krater die Trom nog niet kent. Het pad gaat steil omlaag naar een dorre pan waar geen plantengroei mogelijk is. Geleidelijk wordt de temperatuur ondraaglijk, stoom belemmert het zicht, de stank beneemt iedereen de adem. Ook de druk neemt toe, het is of de hele delegatie zich voortsleept in een eenparig vertraagde beweging.

‘Ik dacht dat we in de Geheime Vallei ongevoelig waren voor atmosferische invloeden,’ kucht Trom.

‘We trekken door een tijd-ruimtetrog,’ zegt Quark. ‘Zie je hoe Atomù oplost in dat gordijn van mist? Als je goed kijkt, zie je de trillingen die zijn gestalte doen vervagen. We betreden een gigantische transformator die al onze moleculen kneedt voor het bestaan aan de andere kant. Wie geen materie meer bezat omdat hij sowieso uit een virtuele dimensie komt, krijgt als het ware een pak aangemeten waarmee hij zich in real life manifesteren kan.’

‘Het is misschien een detail,’ zegt Trom, ‘maar ik krijg er een razende honger van.’

‘Dat klopt. Dat is omdat we bijna door het ravijn heen zijn. Kijk maar, zie je dat landschap daar opdoemen in de mist? Die acacia’s, dat meer? Dat is de savanne. Daar speelt je fysiek weer mee. Daar laten al je behoeftes zich opnieuw gelden.’

 

Reality


Red Jezelf in Bruciety/25, april 2045


Al die uren die ik in de kids stop zijn fureai kippu, ze tellen mee voor mijn score als participerende grijze wolf. De echte neuro’s en brels blijven binnenlopen via Lost Data en mijn werk als inspreker. De docu’s, de comics, de ads en de Masters & Disasters waarmeewe Euregio bestormen, elke zoekopdracht, elke hit tikt aan.

Af en toe krijg ik een snip van Chavisse, een kennis van vroeger. Of ik nog opdrachten krijg? Ze kent alles en iedereen, maar zij wordt nooit meer geboekt. Laatst liep ik haar tegen het lijf op de steenvlakte voor het omroepgebouw. Dunne slierten haar woeien haar in het gezicht.

‘Ik krijg niks meer,’ riep ze tegen de wind in. ‘Ik krijg altijd hetzelfde standaardantwoord, ze zullen contact opnemen als er iets bij mijn profiel past. Maar digitaal klinkt toch voor geen meter? Een rijpere stem is veel mooier.’

‘Maak dat de AI’s wijs,’ zei ik. ‘Die kijken naar de kosten. Communication software die niet in de regio ontwikkeld is, is ingesteld op rendement. Clients investeren niet in afwerking, dat laat hun budget niet toe.’

‘Een echte stem is toch een meerwaarde?’ dramde ze door. Het was net of ze me niet gehoord had. ‘Het is omdat ik het graag doe,’ zei ze toen de wind even ging liggen. ‘We komen rond met het inkomen van mijn man, maar het is ploeteren. Gelukkig kan ik nog stories inlezen voor de bloomers, die tellen mee voor punten.’

‘Je mag er niet te hard achteraan zitten,’ zei ik nog, een tikje ongedurig. ‘Pushen helpt niet. Ik heb ook periodes gekend dat ik out was. Het is allemaal attitude.’

‘Daar geloof ik niks van, Quinten. Jouw stem ligt in de markt, dat is gewoon zo. Jij hebt het altijd gered.’

Altijd gered? Soms voel ik me net een begrafenisondernemer die een urne tweede of derde klas moet aanprijzen. Neem nu al die belabberde automatische bewerkingen die ik in tijden van laagconjunctuur moet aannemen. Ik erger me dood als ik moet sleutelen aan een tekst die ik beter zelf vertaald had. Met een internationaal spoor kun je nog aan de slag, maar meestal zit er niet veel anders op dan wat timbre in het spectrum van de mix te blazen.

Chavisse heeft gelijk: de cliënt wil een verteller met sonoriteit, een stem met ingebakken emotie. Maar de kunst voor een inlezer is ook om niet ondergesneeuwd te raken bij alles wat hij van een lijntje moet voorzien. Denk maar aan de newsware over de burgeroorlogen in Afrika die Magnus opstraalt. Onthoofdingen of leden van de Ugandese Voorpost die de ledematen van gijzelaars afhakken, het is allemaal eerder gepasseerd op Pool. Maar ik zeg je, als ik die beelden voor de kiezen krijg terwijl de kids met hun asimo hun les zitten op te dreunen, dan moet ik er even uit voor een rondje door het bos.

En dan nog. Altijd die vervloekte territoriumgedachte, ook bij ons. De Jungle achter Heembeek, de Vrijhavenstrook verderop, BruCap dat potdicht zit... Iedereen eist maar terrein op, zonder besef van de grenzen die hij overschrijdt. Zo kan het dat jihadi’s van Silk Road de rebellen in Kenia uitroken, terwijl die de allerlaatste olifant van Tsavo of Masai Mara neerleggen om het ivoor te slijten aan de hoogste bieder in Hongkong. Allemaal facts die te maken hebben met steeds schaarser wordende leefruimte.

Sommige kwasten schreeuwen zelfs moord en brand wanneer ze op verzet stuiten. Ze blijven vertrekken van het idee dat al wat er te rapen valt de eerlijke vinder toekomt. De benadeelde partij hoort een gat in de lucht te springen om te mogen delen in hun cultuur. Ja, ik heb het over G, ons planetaire brein dat nog altijd niet doorheeft hoezeer de achtergestelde wereld zich geschoffeerd voelt door zijn optreden. Masters blijven ervan uitgaan dat zij als enigen het handeldrijven uitgevonden hebben, maar is het nog normaal dat een bende witte en gele mensen in Afrika neerstrijkt om de laatste restjes grondstoffen op de planeet te exploiteren? Daar zijn zwarte wereldburgers niet langer van gediend, dat geef ik je op een briefje.

Maar goed, Lost Data, Lookdaddy, We are next en de andere sites waar Magnus voor werkt, geen ervan heeft het bereik om de mensheid wakker te schudden. Het enige wat we kunnen is informeren, samen met alle opensourcereporters die opt.press de wereld rond sturen. Het is omdat Afrika nu eenmaal mijn virtuele ruimte is dat ik de verdediging van het continent op mij neem. Ook al kom ik nooit ter plaatse, alleen via een langeafstandsverbinding.

‘Q, hoe kunnen olifanten en dinosauriërs doorheen zo’n energielijn naar real life?’ Ik schrik op van Brim, die uit het niets naast me opduikt. Hij jaagt me altijd de stuipen op het lijf als ik in opperste concentratie verkeer.

‘Jezus, Brim. Je moet echt eens leren op de deur te kloppen als ik bezig ben.’

‘Ja, maar jij hoort nooit iets.’

‘Ik zit midden in een passage, joh, misschien moet ik hem nu wel overdoen. Dat kost brels. En daarbij, ik heb het al gezegd, je moet iemands privacy leren respecteren. Je kunt niet overal zomaar binnen lopen. Stel dat ik met iets bezig was dat niet voor jouw ogen bestemd was.’

‘Zoals?’

‘Hm. Jij vindt het ook niet leuk als ik kijk terwijl jij met je sensesuit wilde bewegingen staat te maken.’

‘Dat is voor school. Dat is niet privé.’

‘Ook goed. Je snapt wel wat ik bedoel. Het heeft met territorium te maken. Met mijn terrein. Zoals de olifanten die hun stuk van de savanne worden afgepakt en dan van armoe een oogst vernielen of een protestmars organiseren.’

‘Een protestmars?’

‘Wat dan ook. Ik bedoel, als je iemands domein binnenvalt, krijg je ruzie. Een confrontatie, zoals tussen Ziva en Moona. Dat is nergens goed voor. Dat kun je vermijden, bijvoorbeeld door op de deur te kloppen.’

‘Al goed. Ik had alleen wat nieuws van de groep. Iedereen is wild van het idee dat jij het schoolfeestproject met ons komt doornemen, wist je dat?’

‘Is dat officieel?’

‘Een gast op bezoek is echter, zegt Atika. Het is een reality-oefening. We krijgen te weinig reality te zien.’

Dat verbaast me niks. Iedereen moet inloggen op entertainet. Reality, dat betekent show, spektakel, de wereld op haar kop. Dat schudt je wakker.

‘Het komt door al die specials die jij inleest en zo’, zegt Brim. ‘Atika zegt dat jij ons de knepen zult leren. Hoe we de choruses moeten zingen bij de liedjes van Moona. We zijn woest over het uitsterven van de olifant. Het gaat ons allemaal aan. Het is fokking reality.’

Ik moet lachen. Reality is het nieuwe toverwoord, daar zit Atika voor iets tussen.

‘OK, zeg maar dat ik klaar ben, Brim. Als ik maar op tijd weet wanneer.’

 

Volgende keer vertelt Nyagor Mbele in een intermezzo hoe hij van kindsoldaat uitgroeide tot massamoordenaar van olifanten. Terwijl Quint in 2045 merkt dat ook in zijn eigen straat niet alles bij het oude blijft.

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.