about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 13

dinsdag 22 mei 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Vorige keer stuurde Mater Trom weg uit haar kudde, maar hij blijft niet lang alleen. Bij geluk stoot hij op zijn vrienden Veyron en Amahl en samen beleven ze gouden tijden - ook al staat de savanne zo droog als kurk. In 2045 dreigt er in de hele wereld een tekort aan drinkbaar water, maar er is een lichtpunt: dankzij hun burgerlobby blijven de bewoners van Bruciety overeind. Het was hun laatste onderhandelde sociaal contract, maar zo kan de regio tenminste meespelen op de markt. Of niet? Oordeel zelf maar.

 

Alleen


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/13


Wat maak je je druk over een olifant, hoor ik soms. Zijn er geen mensenkinderen genoeg op de vlucht, voor het leven getekend? Het antwoord is niet zo simpel. De mens gedraagt zich als een parasiet die zonder nadenken andere soorten bedreigt. Dus ja, we maken ons zorgen over Trom, zoals hij daar moedeloos over de savanne sjokt.

Wat had Mater weer gezegd, voor ze hem met een schijnmaneuver wegjoeg? Ze had hem in de ogen gekeken en het verdriet en de eenzaamheid in zijn hart gelezen.

‘Ik weet dat je het moeilijk hebt,’ klinken haar woorden nog na. ‘Maar misschien ben je voor een ander bestaan geschapen. Je hebt aandacht nodig, daarom ben je zo weerspannig. Dat begrijpen de meiden niet.’

Mater had nog dieper nagedacht. Trom hoopte dat ze een speciale regeling voor hem zou vinden, maar ze had haar hoofd geschud.

‘Jij bent voor iets bijzonders geboren, jongen. Ik weet het zeker, hoor maar hoe mijn keel rommelt. Je hebt leiding nodig, een bul die je alles leren kan. Merengo is te zuur, te cynisch. Atomù lijkt me de geknipte figuur. Hij zocht net zo hard als jij toen hij jouw leeftijd had.’

Trom had ademloos geluisterd. ‘Atomù bezit meer uitstraling dan Merengo,’ had de matriarch gezegd. ‘Toch sinds hij de Geheime Vallei heeft ontdekt. Van die plek kunnen de meeste olifanten alleen maar dromen. Ik hoop dat je hem vindt, Trom. Ik zal hem proberen te waarschuwen via de teletam, maar dat is het enige wat ik voor je kan doen.’

Daar loopt Trom dus, moederziel alleen. Maanden aan een stuk heeft het niet geregend en nog steeds zit er geen verandering in het weer. Alle kuddes draaien hem de rug toe, maar eenmaal bij Okorongo snapt hij waarom: het water staat zo laag dat je het letterlijk ziet verdampen. De vissen happen naar lucht in het slijk, het is ieder voor zich.

Trom raapt al zijn moed bijeen en stapt op een groepje stieren af. Hij snakt naar een modderbad, maar een beetje aanspraak is minstens zo belangrijk.

‘Hé Trom,’ hoort hij plotseling. Verrast draait hij zich om en ziet Veyron en Amahl komen aanhollen. In hun vaart kegelen ze hem omver en belanden ze samen in het slijk. Vol vreugde barst het trio uit in een lied:


Wij wezen van de kribbe

gedijen nu op eigen kracht


Tel gerust onze ribben,

straks zijn wij aan de macht


Als stieren lopen we te brullen

van geen klein gerucht vervaard


De toekomst van de bullen

staat afgetekend op de kaart


Puffend ploffen ze neer. Het is of ze jaren terug zijn geflitst, toen ze naar de Kulyukie trokken voor hun bad.

‘Veyron! En jij, Amahl. Wat ben ik blij jullie te zien.’

‘What’s up, Trom. Waar ben jij naartoe op weg?’

‘Ik ben op zoek naar mijn vader.’

‘O ja, wie is dat? Misschien kunnen onze makkers je wel helpen.’

‘We hebben ons aangesloten bij twee oudere bullen. Kunnen we kaarten.’

‘Kom mee, samen staan we sterker. Met zo’n droogte blijf je beter niet alleen. Je moet uitkijken voor de leeuwen.’

Wat kunnen de gevaren van de savanne Trom schelen op een moment als dit. Hij is niet meer alleen, eindelijk heeft hij aansluiting gevonden. Dat is wat anders dan die meiden van Mater.

‘Trom, dit zijn Gaetan en Bulli,’ introduceert Veyron even later zijn twee oudere gezellen.

‘Bulli is de broer van tante Bussi, je weet wel, uit de kudde van Mater.’

‘Zwijg me van die jaloerse del,’ zegt de imposante stier. ‘Door haar mis ik een slagtand. Toen ze me van een van haar vriendinnen probeerde te hijsen, ben ik tegen een boom aan geknald. Krak, zei mijn tand. Sindsdien hou ik mijn hoofd scheef.’

‘Je treft het dat Bulli niet in de must is,’ zegt Gaetan, die zowaar nog groter is dan de ander. ‘Daarin verkeert hij anders zowat permanent. Dronken van verliefdheid, dat is zijn ware aard.’

‘Een stier met één slagtand, dat vinden de meiden sexy,’ grapt Bulli. ‘Succes verzekerd. Bovendien moeten de stropers me niet meer. Niet winstgevend genoeg.’

‘Het scheelt ook bij het lopen. Hij hoeft aan een kant minder gewicht mee te slepen. Dat zijn drie vliegen in één klap.’

‘Hoe minder ongedierte, hoe beter. Dan hoef ik ook minder met mijn oren te wapperen.’

Trom heeft er schik in. Wat een leuke bende - is hij daar met zijn slurf in de boter gevallen. Maar hij merkt gauw genoeg dat het bij zijn nieuwe compagnons ook ernstig kan toegaan.

‘Ik hoor dat je op zoek bent naar je vader,’ zegt Gaetan.

‘Volgens Mater kunnen Merengo of Atomù me op het spoor van mijn vader zetten. Misschien hebben jullie een idee waar ik die kan vinden?’

‘Merengo? Zeker weten, die lopen we een dezer dagen ongetwijfeld tegen het lijf. We zijn allemaal op zoek naar water, dat kan niet missen.’

‘We hebben het gehad hier in de buurt van Okorongo,’ zegt Bulli. ‘Weldra staat het moeras helemaal droog. Er zit niets anders op dan andere oorden op te zoeken.’

‘Straks komt iedereen samen bij Kirungo. Dat is de enige plek waar weer water te vinden zal zijn.’

‘Je hebt gelijk. Daar welt binnenkort het water op uit de grond. Kan niet missen.’

Het klopt wat Bulli zegt. Via een ingewikkeld stelsel van grondwater en riviertjes die gevoed worden door bergwater van de Amhetat, loopt het Kirungomoeras op gezette tijden onder water. Vandaar bevoorraadt het, langs andere grillige waterlopen die de meeste tijd van het jaar droog staan, het grasland van Issamare. Dat is na Okabisa de grootste binnenlandse delta van de savanne.

Als het water zo overvloedig stroomt, onderneemt het wild zijn jaarlijkse trek – een fenomeen van enorme proporties. Maar het Tingatongapark staat dit jaar uitzonderlijk droog. Straks moeten de dieren de grens van Malambi en de Oost-Afrikaanse Republiek over, omdat verder alleen de zoutpannen van Ngora nog iets drinkbaars bieden.

Het Oost-Afrikaanse Hoogland van de Grote Slenk herbergt diverse meren, die door hun sterk minerale gehalte een enorme kleurenrijkdom tentoonspreiden. Daar is permanent water zat, maar daar schieten de olifanten van Tingatonga weinig mee op. Om er te komen, moeten ze helemaal om de Amhetat heen. Eerst door de Siringet, daarna door Kirimgebied, tot voorbij de hoofdstad Mugwana. Daarna moeten ze de grens over, langsheen vluchtelingenkampen waar tienduizenden tweevoeters schuilen voor roverbendes en broedermoordenaars.

Zo veel leed begrijpen olifanten niet, dat gaan ze liever deemoedig uit de weg. Maar in hun overlevering gaat wel het verhaal dat er in een van de kraters van het Amhetatmassief een vallei ligt waar zich de hemel op aarde bevindt. Niet alleen voor olifanten, want alle dieren zouden er in relatieve vrede met elkaar samenleven. Er wordt gezegd dat de leeuwen er nog weleens een antilope slaan, dat de hyena’s er niet helemaal te vertrouwen zijn en dat witruggieren er de krengen opruimen. Maar dat is min of meer noodzakelijk om het evenwicht in stand te houden, toch?

Nee, het bijzondere aan die Geheime Vallei is de overvloed die er heerst, de pracht van de vergezichten en het zachte klimaat, het hele jaar door. De kleur van het kratermeer wisselt er van helderblauw over turkoois tot jade. En de vegetatie is er van een malsheid waar je alleen maar van dromen kunt.

‘Sangrila, daar wil ik weleens met vakantie,’ zucht Gaetan terwijl hij het stof van een struikje klopt.

‘Mag je wel zeggen,’ knikt Bulli, zuigend aan een tak. ‘Alleen, niemand van ons weet waar dat paradijsje ligt. Alleen Atomù kent de weg. Tijden geleden dat ik die nog gezien heb, maar ik zou ook nooit meer de hemel op aarde verlaten als ik die ontdekt had.’

‘En toch zal ik hem vinden,’ zegt Trom gedecideerd. ‘Ook al moet ik helemaal om de Amhetat heen.’


Burgerlobby


Red Jezelf in Bruciety/13, januari 2045


Gisteravond laat, ik zit nog te werken, komt er een call van Magnus. ‘Ik heb Magnus op de I,’ zegt Diede op mijn bandje. ‘Neem je even over? Hij wil wat uploaden.’

‘Hoi, Magnus,’ zeg ik tegen de vlek die voor me oplicht. ‘Wacht, ik zet je op monitor. Hoe gaat het in Afrika?’

‘Ik zit in een uithoek van Maswa,’ ontwaakt hij uit de atmosferische freeze. ‘Ik dacht, nog even contact opnemen met het thuisfront voor ik onder zeil ga. Het was weer zo’n afmattende dag. Overal stoot je op kadavers en lijken. Die droogte is niet te harden.’

‘Ik zie de rushes binnenlopen. Gruwelijk.’

‘Onvoorstelbaar hoe die bevolking één lijn blijft trekken. Heb je de shots van de boortoren gezien?’

‘Ik heb ze net voor me.’

‘Altijd weer spannend, dat boren naar water. In elk dorp. De lijdzaamheid waarmee die uitgemergelde mensen aan dat koord hangen en die boorkop laten vallen en toch blijven lachen, ik kan het niet beschrijven.’

‘Je brengt me op een idee. Het klinkt cru, maar het is misschien wel iets voor onze M&D over economie.’

‘Als je maar niet over Darwin begint. Verlies heeft niks met afkomst, ras of klasse te maken. Winzucht is een kronkel in het DNA, een stap terug in de evolutie.’

Lothar is het ermee eens als hij de beelden bekijkt. Lost Track vindt probleemloos vergelijkbaar materiaal.

‘Moet je zien, dat verhaal over het Griekse water. David tegen Goliath. Toen de nood het hoogst was, sloeg de bevolking de handen in elkaar. Weet je nog? Ze weigerden hun watermaatschappij te verkopen aan de markt. Water komt uit de grond en is van iedereen.’

‘Vergeet al die claims niet die zijn neergelegd omdat euregio’s drinkwater uit de grond haalden. Terwijl iedereen voorheen gratis water uit een bron ging putten.’

‘Ja, hadden ze die vrijhandelsakkoorden maar niet getekend,’ zegt Lothar. ‘Zo zie je maar, Europa wou de boot niet missen. Alles is economie, ha.’

‘Dan is die pomp van Magnus toch een prachtig beeld, als intro? Die inwoners die water ophalen om hun land te bevloeien, in de hoop op een betere toekomst?’

Soms verliest Lost Track nog het noorden, de tool heeft last met abstract praten. Radboud beweert dat hij een oplossing heeft, we wachten op een update. Maar met de overgang naar social economics heeft het systeem geen moeite.

‘OK, halverwege de megacrisis heeft de City een uiterste daad van civil disobedience gesteld,'vat Lothar samen van de vorige keer. ‘G en partner China hebben toen de Wereldbank overgenomen.’

‘Dat betekende het einde van de politieke democratie. Van toen af heerste er overal ter wereld alleen nog economie. Gelukkig heeft in onze regio een olijfboomcoalitie nog net op tijd een belangrijke clausule kunnen vastleggen.’

‘De bijdragenwet,’ zegt Lothar tevreden als Lost Track vlot de juiste beeldfiles aan onze woorden klikt.

‘Burgers kunnen het aandeel dat ze nemen in een voorheen onbestaande burgerlobby aftrekken van hun belastbaar inkomen. Dat is de basis waarop we overleven. De basis van onze deal met de vrijhavenmeesters.’

‘Zo hebben we, als coöperanten van Bruciety, tenminste nog iets in de melk te brokkelen. Jammer genoeg hebben niet alle regio’s in Europa dat voor mekaar gekregen. In het zuiden en het oosten is het armoe troef.’

‘Laten we er een positieve aflevering van maken,’ zeg ik. ‘Een Masters & Disasters waarin de gewone man voor een keer een succesje boekt. Een Burgerlobby naast die van Big Money, dat was ongezien. Juristen en consultants die werken voor het burgerschap in plaats van voor multinationals. Met geld om te onderhandelen over een sociaal contract.’

‘Dan moeten we opsommen wat die lobby heeft bereikt,’ zegt Lothar. ‘Einde jaren twintigtwintig was alles verschwunden voor de middenklasse. Luxe was een privilege. Import was alleen nog betaalbaar voor de gefortuneerden. Zelfs voeding ging op de bon. Het was of we in het eerste industriële tijdperk beland waren. Iedereen moest omscholen, zich aanpassen aan de wetten van vraag en aanbod.’

Vanuit mijn ooghoek zie ik dat Lost Track een behoorlijk lijstje aan het samenstellen is. ‘Er zijn altijd riolen die verstopt raken en devices die het begeven,’ zeg ik. ‘Bruciety heeft zich uitstekend weten te profileren in service & support. Je kunt niet alles weggooien. Zonnepannen, een afvoersysteem of een domotica-installatie, de bemiddelden zijn ook niet gek.’

‘Daarbij, een bestelbon verschaft ons toegang tot de gated communities. Voor onze lobbyisten is dit de gateway tot hun juridische netwerk.’ 

‘Hetzelfde gaat op voor recycling. De elektronische troep gaat niet langer naar Ghana. Er zijn genoeg urban miners in de regio die kostbare metalen uit afgedankte apparatuur halen: goud, zilver, koper, lithium, tantalium. Alle e-waste die we kunnen tegenhouden blijft hier.’ 

‘OK, meer recyclage betekent minder vervuiling,’ zegt Lothar. ‘We hebben een behoorlijke CO2-drempel bereikt. Bruregio, Calidennes en Ro’dam-Antwerp-Zeeburg scoren vrij goed qua fijn stof. De luchtkwaliteit is stukken beter vergeleken bij dertig jaar geleden. Het aantal gerelateerde ziektes aan de luchtwegen is evenredig verminderd. Allemaal positief.’

‘Toch spuien de verbrandingsovens nog altijd rook in de atmosfeer. De laatste gascentrales en industrieën moeten nog dicht. In de meeste Franse regio’s zijn nog kerncentrales in bedrijf.’

‘Dat is minder.’

‘Globaal staan we nog minder ver. Afrika en Azië zitten nog helemaal in een fossiele fase. Hoe je de zaak ook draait, de opwarming is een feit. We zitten al ruim over de twee graden, ondanks die grauwe deken van G. Trouwens, hoe schoon de lucht ook is, met die filter boven je hoofd is de beleving er niet meteen op verbeterd.’

‘Dat is genoeg wat diensten betreft,’ zegt Lothar. ‘We moeten ook laten zien dat we duurzame goederen fabriceren. Met designers, kledingateliers en schoenmakers in alle factories in de regio. Hebben we daar beelden bij?’

‘Op alle input zegt Lost Track ja. Alles schuift netjes in de continuity. We moeten alleen schaven en finetunen.’

En daar gaan we weer. Grasduinend door Lost Data blijkt telkens opnieuw hoe sterk onze regio stand heeft weten te houden. Alsof een leven zonder politieke vertegenwoordiging, omdat iedereen tegelijk ondernemer, handelaar, zakenman en economist is, ons een aantal verworvenheden niet heeft ontnomen. Ziekteverzekering, bijvoorbeeld. Maar een broodfonds is toch een schitterend alternatief? En voor iedereen toegankelijk. Vakantie, kinderopvang, onderricht en ouderdomsverzekering neem je gelijk ook voor eigen rekening. Governance, dat dient toch alleen om een paar ambtenaren hun zakken te laten vullen?

Wat er overblijft aan gemeenschapsservice – security, infrastructuur, maintenance – wordt privé uitbesteed. Maar, en hier komt het, betaald met fiscaal gemeenschapsgeld. Jawel hoor, bijdragen, dat blijven we doen. Want we kunnen er ook allemaal aan verdienen. Als onze prijzen concurrentieel zijn op de markt, tenminste.

Conclusie: zonder burgerlobby waren we er allang geweest. Zonder eigen kapitaal, dat we opbouwen met onze fiscale voorschotten, hadden we geen onderhandelingspositie. Nu moeten de havenmeesters op gezette tijden wel naar ons luisteren. Nu kunnen we tot in alle freeports onze waren aanbieden, want ook ons geld is Big Money.

Zo komt het dat Masters en citizens min of meer in symbiose leven. Zij hebben onze producten nodig, want die haal je niet meer hierheen met overzees transport. Ze hebben onze research nodig, want de meeste IQ zit in onze start-ups. Ze hebben onze medici en verplegers nodig, want elk leven is tot nader order eindig. En ze hebben onze security nodig, want zelfs in een hekwerkwijk ben je niet veilig.

Ik geef toe, er blijven problemen bestaan met dit systeem. De refugees bijvoorbeeld, die maar blijven binnensijpelen. En een hele onderlaag van minderbedeelden, die op straat leeft of een onderkomen zoekt in kraakpanden in de vroegere office areas. Om niet te spreken van de morrende bendes werkloze starters, die na hun dienstplicht in de care of de security nergens meer aan de bak komen.

‘Ik begrijp het niet goed,’ zegt Brim als Lothar offline is. Hij wil met eigen ogen zien welke fragmenten Lost Track gedurende onze brainstorm heeft opgevist. ‘Als je de koek verdeelt, dan is er toch genoeg voor iedereen?’

‘Ja, waarom delen mensen niet meer met elkaar?’ zeg ik. ‘Het is allemaal een kwestie van negatieve energie. Door te vérdelen hou je controle. Sommigen spelen nu eenmaal graag de baas, uit angst om te verliezen.’

 

Volgende week doorkruist Trom met zijn vrienden de Siringet, waar ze op een uitgeteerde Merengo botsen. Quint van zijn kant heeft een close conference met de leiding van de diepschool. 

 

Auteursrecht bij SABAM - illustraties Inga Moijson - eigen foto's

 

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.