about
Toon menu

Trom in de RUZ - afl 6

dinsdag 3 april 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.


Trom in de RUZ is een literaire blog die als vervolgverhaal op De Wereld Morgen verschijnt. Deze week een intermezzo met het team van dokter Taldis dat de weesolifanten op de savanne verzorgt. In 2044 heeft Brim zo'n succes met zijn olifantentalk dat de kids er een schoolfeest rond willen bouwen. Een meisje uit de diepklas houdt ook een praatje over archaïsch geld. Moona en Brim proberen een oud bordspel uit op zolder en merken dat je makkelijk verslaafd raakt aan geld, maar dat je er ook meteen een kater van krijgt. Gelukkig heeft Bruciety, en dat is nieuw, een burgerlobby om de Meesters weerwerk te geven.

 

De verzorgers


uit Nisja's log De Opstand der Dieren, 2016/6


‘Het is een hallucinante prognose,’ zegt Robert Taldis, de hoofdarts van de Kitosha ranch. ‘Tegen 2050 verdubbelt het bevolkingsaantal in Afrika nog een keer. Dit is altijd een continent van bevolkingsexplosie geweest, al toen de vroegste mensen uitzwermden. Maar nu jaagt de verstedelijking de curve de hoogte in. Op de schaarse vruchtbare grond is er straks niet genoeg plek meer voor wilde dieren.’

‘De oorzaak is niet zozeer dat er meer baby’s geboren worden,’ zegt zijn vrouw Viv. ‘Wel dat mensen over de hele wereld langer leven en dat er minder kindersterfte is. Dat is goed nieuws, maar dat betekent niet dat er geen problemen meer zijn. Hoe blijf je al die monden voeden? Waar vinden ze ruimte om te wonen?’

‘Veel Afrikaanse jongens nemen de wijk naar Europa, maar verdrinken op zee of stranden verderop,’ gaat dokter Taldis verder. ‘Het alternatief is de landbouw rendabeler maken en de leef- en werkomstandigheden verbeteren. Maar daarvoor moet er woud worden gekapt. Hele stukken savanne zullen veranderen in weiland en akkers.’

‘Dan komen de wilde dieren pas helemaal in de verdrukking,’ zegt Edmund, de hoofdoppasser van de ranch. ‘Het Tingatongapark wordt nu al bedreigd door de uitbreiding van Mugwana. Voor de Globale Spelen verrijst aan de noordwestkant een atletisch dorp.’

‘De druk van de stad is enorm,’ zegt Viv. ‘De sloppenwijken reiken al bijna tot de rand van het reservaat. De stropers gebruiken het park als hun achtertuin.’

‘Dat komt door het ivoor,’ zegt Julius, een ervaren verzorger. ‘In het Verre Oosten is ivoor erg waardevol. En China staat op goede voet met papa Zeus. Behalve stadions bouwen leggen ze wegen aan en ontginnen ze mijnen in Malambi.’

‘China is niet de eerste grootmacht die Afrika ontdekt,’ zegt Robert Taldis. ‘Voordien waren er de Britten, de Duitsers, de Portugezen. Aan de westkant van het park, bij het Daktawoud, heeft een Belgische missionaris ooit een nederzetting gebouwd. Dat was nieuw voor de Kirim, omdat ze traditioneel nomaden zijn. Vee is hun prioriteit, in perioden van droogte trekken ze naar grasrijker gebied.’

‘De missie van Symfala bood hen een alternatief en sommigen gingen het land bebouwen,’ stelt Viv. ‘In de loop der jaren rezen nieuwe dorpen uit de grond. De Kirim, die van nature geen grenzen kennen, vestigden zich op grond die hun vertrouwd was: die van het park.’

‘En omdat olifanten ook geen grenzen kennen, plunderden ze de akkers waarop wij een sedentair bestaan waren gaan leiden,’ zegt Edmund. ‘Het ging niet goed tussen mens en dier. Het stropen begon. Onze krijgers lieten hun zonen oefenen in het speerwerpen op oude, zieke dieren. Het evenwicht in de natuur raakte zoek.’

Als je Edmund vraagt waarom hij dan zo verknocht is aan zijn olifanten, moet hij hartelijk lachen. ‘Je zult van mij denken: het is een baan. En ik geef je gelijk. Maar het is zoveel meer. Ik heb mijn leven aan de olifanten gewijd. En ik krijg er zoveel voor terug.’

‘Ik heb een vrouw en drie kinderen in Symfala,’ zegt Amos, een jongere keeper. ‘Ze vinden het niet erg dat ze mij soms weken of maanden niet zien. Als er te veel kalfjes zijn die de klok rond verzorging nodig hebben, laat ik ze niet in de steek.’

‘Je moet één keer de ontreddering in de weesjes hun ogen zien en je bent verkocht,’ zegt Julius. ‘Als je hun vertrouwen wint, zijn ze niet meer van je weg te slaan. Je hebt geen idee hoe gevoelig en intelligent die dieren zijn. Nooit gedacht dat uit de mond van een Kirim te horen, hè?’

‘Maar we worden streng geselecteerd,’ zegt Edmund. ‘We hebben allemaal een opleiding gekregen van het park. Ik heb in Symfala school gelopen bij de paters. In het hospitaal heb ik mijn eerste cursus EHBO gevolgd. Daarna zijn Julius en ik bijgeschoold in Mugwana. Workshops over het trainen van wilde dieren, praktijk in het lab, symposia met experten. Biologie, algemene kennis, Engels – we zijn niet dom. We logeerden in de sloppen bij een oom of tante. Elke dag trokken we voor dag en dauw naar de campus.’

‘Ik zie ons nog beginnen in het park,’ zegt Julius. ‘Met een olifant moet je tegelijk subtiel en hard zijn. Als je ze niet in de hand hebt, gaan ze er met jou vandoor. Ze moeten dus weten wat ze aan je hebben, dat was het eerste wat ik op onze stage leerde. Met PC – personal contact – leer je hun lichaamstaal doorgronden. Je ziet het aankomen wanneer er iets fout dreigt te gaan.’

‘Alles komt neer op respect. Je kunt die kolossen echt wel regels leren. Dat ze fair moeten zijn met je.’

‘Soms zit er een probleemgeval bij, een dier dat zo getraumatiseerd is dat het zich bij het minste in het nauw gedreven voelt. Dan moet je de signalen herkennen. Een kalf als Trom kraakt je ribben als hij je tegen een boom drukt. Eén klap van zijn slurf en je bent er geweest.’

‘De eerste nacht die ik doorbracht in een kooi met Veyron deed ik geen oog dicht,’ vertelt Amos. ‘Niet alleen omdat hij nog om de paar uur zijn fles moest krijgen, maar gewoon het idee – die aanwezigheid. Die massa naast je die onder zijn dekentje op en neer deint, zijn oren die flapperen, zijn slurf die tast. Gelukkig was Viv in de buurt. Ik hoefde maar een kik te geven.’

‘Maar het went snel, hè?’ zegt Julius. ‘Wat hebben we afgelachen samen. En plezier gemaakt met Serena en Maita. Er zijn geen fantastischer beesten dan olifanten.’

‘Als je het maar weet.’ Viv is het helemaal eens met haar team. Je kunt zien dat ze trots op ze is.

‘Toch vinden de meeste Kirim olifanten maar lastposten,’ zegt Edmund. ‘Als ze nergens heen kunnen met hun vee, zijn die een sta-in-de-weg.’

‘Dan zien ze ze niet als de heilige wezens die in harmonie met hun omgeving willen leven.’

‘Jammer genoeg zit de mens niet zo in elkaar. Wij zijn niet vreedzaam van nature. Als je ziet hoe onze Soedanese moslimbroeders tekeergaan in het rebelse zuiden, met zijn olievelden, daar gruw je toch van? Heel Oost-Afrika is het toneel van genocide. Het is niets om trots op te zijn.’

‘Wat mij betreft zijn de Kirim, als Maasai, nog behoorlijk verdraagzaam,’ besluit dokter Taldis. ‘Ze zijn goedlachs en hebben plezier in het leven, maar net als iedereen doen ze soms de verkeerde dingen. Elementen als Bozo en papa Zeus doen daar geen goed aan. Ze nemen mensen die met hun rug tegen de muur staan op sleeptouw voor snel gewin. Maar dat heb je overal.’

‘Normaal behandelen de Kirim wilde dieren niet met respect,’ geeft Edmund toe. ‘Maar als ze olifanten beter leren kennen, zeggen ze: meer is in ons, want dit zijn nobele wezens. We delen met hen de schepping en verder zijn het de sociaalste en scherpzinnigste dieren die er bestaan. Alleen kennen we ze niet. Zelfs wij niet, die hun naaste buren zijn.’

 

Homo economicus


Red Jezelf in Bruciety/6, november 2044


Brim komt de keuken binnengestormd. ‘Ik heb een geweldige seminar gehad. Iedereen wist dat er bijna geen olifanten meer zijn, maar ik had ze mee van begin tot eind. Stijn heeft me echt heel hard gefeliciteerd.’

‘Top, broertje,’ zegt Moona.

‘Ja, top,’ feliciteert Diede haar zoon. ‘Ik ben trots op jou. Zijn er veel vragen gesteld?’

‘Over Magnus natuurlijk. Wat mijn vader daar doet in Afrika. Maar vooral over Nisja. De meiden uit de groep deden allemaal van o, wat enig, die olifantenbaby’s. Arlena Simons heeft er zelfs om moeten huilen.’

Diede was op tijd thuis en heeft fleurig de tafel gedekt. Het kon niet fout kon gaan met Brims presentatie, we hadden er alle drie voor geduimd. Zelfs Magnus heeft gisteren een extra call gemaakt. Toch overtreft het enthousiasme van haar zoon onze stoutste verwachtingen.

‘En je pakken, sloegen die aan?’ zegt Moona.

Brim heeft de olifanten gestyled, masker met slurf en daaronder een strak grijs uniform. Ik heb de modellen gezien, Radboud zou de prints meteen naar de RUZ sturen.

‘Stoer, zus. Brecht heeft er meteen een gepast. Dante en Manic hebben bijna gevochten om de andere.’

‘Nu de meiden nog en je hebt een stijlvolle kudde,’ suggereer ik. ‘Dat zou pas ambiance geven, een choreografie op een reallife schoolfeest.’

‘Stijn vindt het een reuze idee,’ zegt Brim. ‘Hij heeft het erover gehad met Atika en de andere coaches. Het moet kunnen, als Adelheid mee wil. Adelheid, met haar budget altijd. Maar als het doorgaat, doen we het in de dojo of in de aula van de RUZ.’

‘Bedoel je dat het al beslist is? Een schoolfeest vraagt wel wat voorbereiding.’

‘We hebben nog meer dan een halfjaar. Stijn zegt: We gieten de story in afzonderlijke scènes. En Q moet ze aan elkaar praten. Hij is de stem van Lost Data.’

‘Dat weet ik nog niet zo zeker,’ zeg ik. ‘Het is wel de bedoeling dat jullie het opvoeren.’

‘Ja, maar jij was de man van oma,’ zegt Moona. ‘Dat maakt het zoveel echter. En Atika geeft altijd jouw stem als voorbeeld. Ze zal jou wel begeleiden.’

‘Mij lijkt het een goed idee,’ zegt Diede. ‘Magnus vindt het vast een uitstekende manier om Afrika in de kijker te zetten. De kids snappen al zo weinig van die oorlogen.’

Ik weet even niet wat te zeggen. De coaches, dat loopt wel los. Maar de ouderraad moet het ermee eens zijn, iedereen moet het zien zitten, ook de directie. Adelheid overtuigen zal moeilijk genoeg zijn. Bovendien, heb ik al niet genoeg aan mijn hoofd? Ik ben twee keer geloot voor de burgerraad van Bruciety, ik heb jarenlang vergaderd met het lokale collectief, ik val nog altijd in voor de burgerwacht in BruNorth en op de koop toe ben ik fulltime opa en parttime huishouder, allemaal om mijn punten als volwaardig burger te verzamelen. Hoe moet ik dat rijmen met mijn reguliere werk voor Lost Data?

‘Zeg ja, Q.’ Brim en Moona kijken me hoopvol aan.

‘We zullen zien,’ sputter ik nog tegen.

‘Laat jullie opa nu met rust,’ zegt Diede. ‘Iedereen aan tafel. Er is stamppot met kormatofoe. Jouw lievelingskost, Brim. Speciaal omdat je het zo goed gedaan hebt.’

‘Zelfs Epiphany Delrue is komen zeggen dat ze mijn talk goed vond,’ zegt Brim tussen twee happen door. ‘Die van haar over oud geld was ook niet mis. Hoe de AI’s met slimmere algoritmes altijd maar snellere transacties konden doen op de beurs. Wacht, Wage heeft de samenvatting.’

‘Epiphany heeft het verschil uitgelegd tussen de neuro’s en de zeuro’s voor EuNorth en EuSouth,’ dreunt Brims robot zijn lesje op. ‘Ze heeft het gehad over de eu-bit die rivaliseerde met de bitcoin, de monero en de ether. En over de brel en de IOU’s voor de rest. Die stellen niks voor in vergelijking met de G+, waar supernationals mee rekenen.’

‘Zoiets, het is ingewikkeld,’ smakt Brim.

‘Hoe zat dat nu precies met die beurs?’ zegt Moona. ‘Bloss laat me een markthal zien met massa’s screens en een hoop mensen die hysterisch doen. Wat heeft dat te maken met die oude bordspellen hier op zolder?’

Ik kijk verbaasd op. ‘Daar zeg je wat. Het Beursspel, Monopoly, die heb ik nog gehad als kid. Waar heb je die gevonden? Ik wist niet eens dat we die nog hadden.’

Even later blazen we op zolder het stof van de dozen. De borden ogen nog mooi, een beetje surreal.

‘Wauw,’ zegt Brim. ‘Kijk naar die kaartjes. En moet je die briefjes zien.’

‘Analoog nepgeld. Ze zijn wel erg beduimeld,’ zegt Moona. ‘Maar die blokjes en die pionnetjes zijn geinig.’

‘En die dobbelstenen waren om hoge ogen mee te gooien. Snap je? Zo leerden kids vroeger op een adaptieve manier geld verhandelen. Aandelen kopen en verkopen en zo. Maar de spelregels waren veel simpeler dan nu.’

‘Het lijkt wel een casino,’ zegt Brim. ‘Om te gokken voor grof geld. Kijk, er zit een modernere dot op mijn I. Wel handig, want van al dat karton krijg je toch maar vieze vingers. En het spel is niet meer compleet.’

‘Q, heb jij daar vroeger echt mee gespeeld?’ zegt Moona ongelovig.

‘En of. Het komt erop neer dat je steeds meer geld binnenhaalt en je tegenspelers alsmaar armer maakt.’

‘Vet,’ zegt Brim. ‘Ik wed dat ik alles win. Alleen snap ik niet hoe jullie dat vroeger deden zo zonder bandje.’

‘De beurs is er altijd geweest,’ zeg ik. ‘Of toch vanaf de zeventiende eeuw, ik zou het moeten nakijken. Trouwens, het is een uitvinding van bij ons.’

‘Ik heb het al,’ zegt Moona. Plechtig leest ze voor: ‘Het is allemaal begonnen in eh... Brugge, Antwerp en Amsterdam. Stel je voor! Met een of andere compagnie die investeerders zocht. En, hou je vast, sommige aandelen waren ongedekt, wat windhandel werd genoemd.’

‘Best een mooi woord.’

‘Met termijncontracten verkocht de eh... VOC ook goederen voor die ter bestemming waren. Dat is de oorsprong van de latere futures, waarmee de hele wereldhandel een virtueel karakter kreeg.’

‘Ze bedoelen dat banken op de pof leefden,’ leg ik uit. ‘Ze leenden geld uit dat niet bestond. Zo werkt het nu eenmaal, dat is het principe van schuld. Je heft rente op een lening en daarmee maak je winst. Maar als het op een dag mis gaat, stort de boel ineen.’

‘De Nederlandse Gouden Eeuw was zeer gecharmeerd van het vrije initiatief,’ leest Moona de tekst die Bloss haar geforward heeft verder. ‘Dat de elite gesteund werd door God in hun zucht naar gewin, gaf ze vleugels.’

‘Hm. Vrijhavenmeesters avant la lettre,’ zeg ik.

‘Volgens Epiphany is er anders niets mis met de vrije markt,’ zegt Brim. ‘Handel drijven is zo oud als de mens. Landbouwers verkopen hun oogst, vaklui hun producten, consulenten hun diensten. Het liefst in alle vrijheid.’

‘Maar in de praktijk kan een zekere bemoeienis geen kwaad,’ zeg ik. ‘Na de grote klap van de City wordt alles geregeld door de centrale AI van G en zijn er geen banken of beurzen meer. Dat is ook een monopolie en dan heb je een regulator nodig die de uitwassen bestrijdt. Om de telers en de makers te beschermen tegen de sjacheraars die met hun arbeid willen speculeren.’

‘Je bedoelt de overhead,’ zegt Moona. ‘Maar dat was vroeger. Daarbij, ging die ook niet helemaal vrijuit?’

‘Daar zeg je wat. Het probleem was dat allerlei officiële instanties en ministeries en commissies niet echt onafhankelijk waren en zich lieten infiltreren door bedrijfslobby’s en counselingbureau’s. Belangenvermenging heet zoiets. Als het uitkwam, kreeg je een omkoopschandaal. Maar intussen was het kwaad geschied en was er weer een natuurgebied opgeofferd voor de bouwwoede van een of andere projectontwikkelaar. Dat was schering en inslag.’

‘Maar in Bruciety kan dat niet meer, hè Q?’

‘Bedoel je in onze commons? Hm. Eigenlijk leven we nog altijd in een monopolyspel. Aan de andere kant hebben we met onze burgerlobby bij de Vrijhavenunie meer in de pap te brokken dan ooit. Onze samenleving is kleinschaliger geworden, ze speelt zich af in eenvoudigere units, op die manier laten we Big Society een inhaalslag maken.’

‘Toch zijn er die onze lobby rauw lusten, beweert Epiphany. We willen te veel het onderste uit de kan.’

‘Daar moet je je niet te veel van aantrekken, Brim. Met samenwerken en conflictoplossend denken is er niks mis. Dat zijn heus geen zwaktes, maar bouwstenen voor een stabiel netwerk. Alleen draaien handige rattenvangers je heimelijk een rad voor ogen. Ze verkopen iets kwaads als iets dat goed is en noemen het omgekeerde verwerpelijk en ondeugdelijk. Op termijn ondergraven die het systeem.’

Heimelijk, dat is het woord, besef ik op het moment dat ik het uitspreek. Dat typeert homo economicus ten voeten uit. Als je weet hebt van iemands ware bedoelingen, laat je je niet zo makkelijk een contract aanpraten waarvan je de kleine lettertjes niet begrijpt.

‘Je moet huur betalen op mijn eigendom,’ zegt Moona wanneer Brim op een van haar huizen belandt. Ze proberen het bordspel uit, mijn kleindochter heeft de regels snel door.

‘Jij betaalt in mijn straat ook niks.’

‘Dat komt omdat je er niks gebouwd hebt.’

‘Maar ik heb geen geld.’

‘Ja, dan moet je een hypotheek nemen, suffie.’

‘Als ik jullie zo bezig hoor, mogen we blij zijn dat we een eigen huis hebben,’ zeg ik. ‘We hoeven tenminste geen rekening af te leggen aan een makelaar.’

Brim en Moona kijken me verstoord aan en gaan dan verder met hun spel. Mijn woorden worden overstemd door teerlingen die ratelen, pionnen die in het karton hakken en briefjes die ritselen.

‘Ik heb het gehad,’ zegt Brim even later. Hij blaast ervan. ‘Ik verlies toch alleen maar. Ik ontwerp liever zelf iets leuks.’

 

Volgende week: in Taalu wagen de weesolifanten zich buiten de omheining, maar Serena loopt in een strik. Moona blijft kampen met het gestook in de diepklas en Masters & Disasters houdt een uiteenzetting over macro-economie. 


Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.