about
Toon menu

Wat betekent polarisatie voor de stabiliteit van de samenleving?”

dinsdag 12 september 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

We doen er allemaal aan mee en toch roept de polarisatie ongerustheid op. Het lijkt alsof mensen zelf wel willen polariseren, maar tegelijk gevoeliger zijn geworden voor de posities van anderen. We kunnen onszelf afvragen of we daar zelf bewust van zijn of we langzaam verdronken zijn in de vanzelfsprekendheid ervan. Een mogelijke verklaring is dat we misschien angstiger geworden zijn dan ooit tevoren, want als we de geschiedenis inkijken dan polariseerden ook al stevig. Polariseren ligt in het aard van het beestje lijkt me. Waarom we dan angstiger geworden zijn laat ik voor nu in het midden. Ik wil me vooral toespitsen de gevolgen van polarisatie.

 Maar eerst wat is het?

Onder polariseren versta ik een communicatieve handeling waarin contrasten of verschillen worden aangescherpt, mondeling of op papier. Maar polarisatie is niet alleen een actie. Het is ook een proces van verwijdering tussen (groepen) mensen.

Centrale vraag is: “Wat betekent polarisatie voor de stabiliteit van de samenleving?”

Als ik over de samenleving spreek dan bevind ik me vlug op het terrein van de politiek. Als ik praat over politiek dan beroep ik me graag op Hannah Arendt (1906-1975). Arendt omschreef de politiek als de onontkoombaarheid van politiek. (De Wit 1992). Ik licht dit even toe. In haar hoofdwerk The Human Condition[1] maakt Arendt onderscheid tussen Vita activa en Vita contemplativa. Ze begrijpt dat de bios theoretikos woont in Vita contemplativa en de bios politikos in Vita activa, om het wat te verduidelijken. Er zijn volgens Arendt drie belangrijke vormen van menselijke activiteiten: 1) arbeiden, 2) werken en 3) handelen.

De arbeid is de activiteit die correspondeert met het biologische proces van het menselijk lichaam, m.a.w ze is het leven zelf. Het werken is dan weer de activiteit die correspondeert met de niet-natuurlijke aspecten van het menselijk bestaan. Hierdoor ontstaat een kunstmatige wereld, m.a.w. het werken is het zijn in de wereld. Het handelen daarentegen is de enige activiteit die zich rechtstreeks zonder de noodzakelijke bemiddeling van materie of de dingen voltrekt. De menselijke conditie die daarmee correspondeert volgens Arendt, is de pluraliteit.[2] De pluraliteit is niet slechts een noodzakelijke voorwaarde, maar een specifieke conditie eigen aan iedere vorm van het politiek leven. Of met andere woorden: politiek, in welke vorm dan ook, bestaat inderdaad bij de gratie van meer dan een mens: ‘wij’.

Maar het ‘wij’ lijkt in de huidige samenleving een moeilijk begrip. We laten niet iedereen toe tot het ‘wij’. Het ‘wij’ lijkt wel een exclusief clubje waartoe je enkel kan behoren als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Het ‘wij’ heeft zijn eigen taal, waarden en normen. Het ‘wij’ clubje wil vooral het zelfbehoud in stand houden, je kan het begrijpen als een homeostase waardoor weerstand ze eigen is. Wie niet voldoet wordt een zondebok en moet maar in het ‘zij’ clubje aanschuiven. Zo is het bij politieke partijen niet anders. Welke politieke partij dan ook is een wij- clubje. Polarisatie is daarbij een eeuwenoud instrument die het wij clubje moet beschermen tegen indringers en het succes en het voortbestaan moet waarborgen.

Me andere woorden, politiek is wezenlijk polemisch van aard. Niet alleen taalkundig, maar ook in de realiteit van het politiek handelen treedt het polemische aspect van de politiek op de voorgrond. Een niet-gepolariseerde toestand is eigenlijk geen politieke toestand. Het kan een religieuze, morele, esthetische dan wel economische toestand zijn, die we een gedepolitiseerde toestand kunnen noemen, maar niet een politieke. Om beter zicht te krijgen op het veelkleurige fenomeen van de polarisatie ga ik nu de oorzaken en gevolgen van polarisatie in kaart te brengen.


De meerwaarde van polarisatie vinden we terug in de vorming van groepen. Mensen hebben altijd al familiegroepen gevormd. Een complexe miljoenenmaatschappij als de onze heeft echter allerlei soorten groepen nodig. Die bieden ons een platform om onze identiteit te ontwikkelen, bijvoorbeeld in kerken en moskeeën, op sportverenigingen, in scholen, als werknemer, en zelfs op het discussieforum voor de liefhebbers van dwergteckels op het internet. Ook maken groepen het mogelijk om belangen te behartigen die wij als individu maatschappelijk gezien niet over het voetlicht weten te krijgen. En door de bevolking in groepen op te delen bewaren we het overzicht. De rol van polarisatie daarbij is dat de verschillen met andere groepen helder gemarkeerd kunnen worden. Dat zorgt voor binding binnen de groep en voor helderheid naar buiten toe. Tot zover dus goed nieuws. Polarisatie is constructief als het ten dienste staat van de identificatie met de eigen groep. Dat maakt participatie mogelijk, en een stabiele maatschappij. Met betrekking tot de politiek kan nuttig zijn om politieke tegenstellingen in een samenleving helder te maken. Polarisatie is daar dus de corebusiness. Het kan ervoor zorgen dat onaangename waarheden gezegd kunnen worden. Verder behartigen politici de belangen van hun achterban. Zij moeten dus herkenbare standpunten formuleren. Ook zullen ze hoog willen inzetten in onderhandelingen over besluiten. In een goed verlopend onderhandelingsproces is zeker plaats voor polarisatie. Tegengestelde meningen zorgen voor een scherpe confrontatie met het probleem, maar duurt zij te lang en wordt zij een doel in zichzelf, dan ontstaan er kloven die nauwelijks nog zijn te overbruggen.

Zo komen we terecht bij de risico’s namelijk de stigmatisering en verwijdering. Polarisatie die doorslaat in wederzijdse verkettering is niet alleen ongunstig voor de regeerbaarheid, maar ook voor de verhoudingen in de samenleving.  In een te sterk gepolariseerde setting kan de inhoud juist op de achtergrond raken. Naarmate de toon feller wordt en de aanvallen persoonlijker, verschraalt het debat. Posities worden zo ferm ingenomen dat er geen onderhandelingsruimte meer is. Of onderhandeling wordt voorgesteld als iets wat alleen maar tot slappe maatregelen kan leiden.

Ze kan een dermate eigen dynamiek krijgen dat de ontwikkeling van de groepsidentiteit gepaard gaat met een beknotting van de vrijheid van de ander. Dit gebeurt met name als mensen zich onveilig voelen of de ander als inferieur gaan beschouwen. De vrijheid om in de civil – society te polariseren is dus niet zonder gevaar. Het gevolg kan zijn dat ‘de anderen’ – stuk voor stuk individuen met een rijk geschakeerde identiteit – opgesloten raken in de collectieve identiteit van een groep waartoe zij in meerdere of mindere mate behoren. Dat is des te fnuikender als de eigenschappen waarop zij worden ‘ingedeeld’ niet te beïnvloeden zijn, zoals herkomst, etniciteit of sekse, en daaraan negatieve eigenschappen worden verbonden. Dat leidt uiteindelijk tot stigmatisering. De groepsidentiteit gaat fungeren als verklaring voor alles wat niet goed gaat. Voor mensen van buiten de groep wordt de gepercipieerde collectieve identiteit de oorzaak van alle maatschappelijke problemen. Voor mensen binnen de groep kan het negatieve beeld de verklaring gaan vormen voor elk persoonlijk falen. Persoonlijk falen kan leiden tot twijfel en psychisch instabiliteit waardoor dan weer de totale uitsluiting en sociale instabiliteit in het verschiet ligt.

Polarisatie mag dan zijn voordelen hebben anderzijds ze heeft een gevaarlijke kant. Gezien de stijgende intolerantie in de maatschappij kan ik me niet ontdoen van de indruk dat politieke partijen de risico’s van polarisatie onderschatten en ze enkel gebruiken in dienst van stemgewin voor de eigen ‘wij’ groep. Het sluit velen uit en laat vele kansen onbenut. Langdurige uitsluiting leidt naar vervreemding, clans en psychisch onevenwicht.

 Bronnen

Polariseren binnen onze grenzen, Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, B.V. Uitgeverij SWP Amsterdam, 2009.

Polarisatie: Bedreigend en verrijkend, Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling, B.V. Uitgeverij SWP Amsterdam, 2009.

Hannah Arendt, “The Human Condition”, The University Of Chicago, 2nd Revised edition , december 1998, 366 p.