about
Toon menu

Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie

dinsdag 12 juni 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.
  • Bron: Mars ‘Stop geweld tegen vrouwen’, 25/11/2017, Brussel. Foto, Wendy Van Loco

Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie tijdens de mars “Stop geweld tegen vrouwen” te Brussel. Herdefiniëren van macht en identiteit in genderrelaties in de private en publieke ruimte. - Nele Bleuzé

Dit kwalitatief interpretatief onderzoek brengt een interessante casestudy over hoe vrouwen van onderuit (bottom-up) verandering kunnen brengen voor zichzelf en de maatschappij, inzake macht en genderrelaties. Het kijkt naar de elementen die nodig zijn voor empowerment en emancipatie in de patriarchale structuur van België. Dit door semi-gestructureerde interviews met experten, vrouwenorganisaties en individuen die meeliepen in de mars tegen geweld op vrouwen. Op basis van fotomateriaal en orale bronnen, waaronder gescandeerde slogans bekijkt dit onderzoek de symbolen die de vrouwelijke betogers gebruiken om dit proces vorm te geven. 

Kernwoorden: agency, empowerment, identiteit, verbeelding, symboliek, machtsverhoudingen en gender.

Dit onderzoek bekijkt de betekenis van maatschappelijke actie en haar symboliek. De onderzoeksvraag luidt dan ook: ‘Hoe kunnen vrouwen, en meer bepaald vrouwen die deelnamen aan de mars ‘Stop geweld tegen vrouwen’ op 25/11/2017 door maatschappelijke actie macht in genderrelaties herdefiniëren?

1 De kracht van maatschappelijke actie

Dat mensen op straat komen om sociale thema’s te bediscussiëren is iets van alle tijden. Collectief zaken verwezenlijken verandert meestal ook meer dan op individueel niveau actie te ondernemen. Dit valt te herleiden uit de grote feministische golven. Aan het begin van de twintigste eeuw vochten vrouwen reeds om het recht op scholing en arbeid. De eerste feministische golf bereikte het hoogtepunt met de strijd om het kiesrecht voor vrouwen. Het boek ‘Le deuxième sexe’ van de Franse filosofe Simone Beauvoir wordt door velen aanzien als de aanzet voor de tweede feministische beweging. In haar boek stelde zij de oncomfortabele maatschappelijke positie van de vrouw in vraag.  In de jaren ‘60 en ’70 werden kwesties omtrent vrouwelijke seksualiteit en de rol van de vrouw in de maatschappij op de publieke agenda geplaatst. Deze hielden o.a. het bannen van seksueel geweld en het bestraffen van vrouwenmishandeling in (Ellis, 2001: z.p.). Helaas bleven geweldplegingen tegen vrouwen nog steeds een realiteit.  

Dit grensoverschrijdend gedrag wordt gecategoriseerd onder het koepelbegrip ‘gendergerelateerd geweld’. Hieronder vallen vele vormen van geweld tegen vrouwen: psychologisch, fysiek of seksueel geweld, met inbegrip van dreiging van overgaan tot geweld, dwang en vrijheidsberoving ongeacht of dit in de publieke of private sfeer plaatsvindt (UN, 1993: z.p).

1.1 Kracht van verhalen en sociale media: #Metoo

In 2017 werd de hashtag '#metoo' op sociale media geplaatst. Vrouwen deelden lokaal en globaal hun ervaringen over gendergerelateerd geweld. Door de digitalisering werd dit een mondiale getuigenis, waar sociale media als rechtbank fungeerde. Het opende een globaal debat over de positie van de vrouw op publieke en private plaatsen. Ook werden machtsrelaties en misbruik uitvoerig besproken en aan banden gelegd. In dit hoofdstuk wordt bekeken wat sociale media kan betekenen in de strijd tegen gendergerelateerd geweld en hoe het delen van verhalen agency van vrouwen kan verhogen. In gesprekken hoopten de respondenten dat de hashtag ‘#metoo’ zou uitmonden in een derde feministische golf.

 De Wet op de verkrachting, de preventieadviseurs die in de bedrijven voorzien moesten worden, dat is allemaal twintig jaar geleden. Ik zat dan ook met open ogen te kijken naar het hele metoo debat. Ik dacht: ‘Hier komt een nieuwe feministische golf, maar nu rond geweld!’. Het is altijd zo moeilijk geweest om net dat specifieke element in de aandacht te brengen gedurende mijn periode als minister (Smet, 2018).

Door de mondialisering van het internet hebben meer vrouwen de mogelijkheid tot activisme. In Amerika was er reeds de ‘Women’s March’. In 2015 riep New York Time Magazine op om te getuigen over seksueel misbruik onder de hashtag #TheEmptyChair.  Op Belgisch niveau was er de beweging ‘#wijoverdrijvenniet’ en tal van nationale sleutelmomenten  die ervoor zorgden dat #metoo is kunnen worden wat het nu is (Kennes 2018). Daarnaast werd de campagne eerder in het leven geroepen een tiental jaar geleden door de zwarte activiste en overlever van gendergerelateerd geweld, Tarana Burke (Verryt 2018).Door sociale media kunnen vrouwen heel emanciperend omgaan met hun verhaal, zonder daarom  feminist te moeten zijn of worden. Een hashtag beschikt over een lage drempel en heeft vooral een groot publiek effect (Kennes, 2018). Helaas marginaliseert dit medium ook sociale groepen, net doordat zij geen aansluiting vinden op deze digitale kanalen (Clark, 2016: z.p).  

De Belgische samenleving is een patriarchaat waar machtsposities vaak aan mannen gegeven worden. Net daarom is de macht niet eerlijk verdeeld en kunnen mannen gemakkelijker overgaan tot daderschap. Wanneer dit doorbroken wordt kunnen we spreken van echte emancipatie (Kennes, 2018). Kennes kijkt om deze stelling te verklaren naar hoe roken gedemocratiseerd werd. Vrouwen mochten roken, maar er stierven ook meer vrouwen aan ziektes gelinkt aan de sigaret. Metoo gaat om het herdefiniëren van deze geïnstitutionaliseerde verhoudingen. Kennes (2018) gebruikt de theorie van ‘The missing stair’ om dit gegeven te verklaren: iedereen ziet en weet dat grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt, maar het wordt vaak genormaliseerd. Dit gebeurd door mensen te waarschuwen voor een bepaald gedrag van een individu, maar er structureel geen aandacht aan te besteden. Dit heeft o.a. het seksuele  wangedrag van Harvey Weinstein mogelijk gemaakt. #Metoo heeft die normalisering losgemaakt en bevraagd. Daarnaast is de loyaliteit groter bij mannen naar de gendergroep toe dan bij vrouwen. Vrouwen zijn immers aan het overleven in hiërarchische machtsrelaties. Daarin ligt de sterkte van de feministische beweging. We moeten streven naar een ‘sisterhood’ (Kennes 2018). 

Het kenbaar maken van verhalen zorgt ervoor dat de overlever de macht kan herclaimen. De verteller heeft controle over het verhaal. Anderen kunnen zich herkennen in de gedeelde ervaring. Tevens zorgt het voor een bekentenis naar de publieke omgeving, deze is nu immers op de hoogte gesteld van de ondergane gebeurtenis. Door de bijna rituele herhaling van de hashtag zorgt de gebruiker voor een structureel frame waar een brede variëteit aan verhalen over mishandeling onder vallen (Clark, 2016: z.p). Er kan gesproken worden van ‘narratieve emancipatie’.

Gedeelde verhalen zorgen ervoor dat men bewust wordt van het feit dat je niet alleen staat. Dit proces is de eerste stap naar verandering. Een individueel probleem werd vermaatschappelijkt. Er werd een context aangereikt “het ligt niet aan mij, ik ben niet alleen (Kennes, 2018).!”

1.2 Verbeelding en symbolen

 Aan de hand van een casestudy bekijkt dit hoofdstuk wat de betekenis is van maatschappelijke actie voor vrouwen, meer specifiek van een straatprotest. Daarnaast bestudeert het de vormgeving van deze betoging door te kijken naar symbolen, waaronder protestpamfletten, slogans en het lichaam. De deelvragen zijn: Hoe wordt maatschappelijke actie vormgegeven door verbeelding en symbolen? Wat kan de betekenis zijn van straatprotest voor vrouwen?

Op 25 november 2017 vond de Internationale dag tegen geweld op vrouwen plaats. Deze ontstond naar aanleiding van een misogyne moord op 25 november 1960. De zusters Mirabal werden vermoord door de dictator Rafael Leónidas Trujillo. Dit omdat ze zich verzetten tegen onderdrukking (Mirabal, 2018). Het Platform Mirabal, genoemd naar deze drie vrouwen, bracht op deze dag diverse feministische organisaties én individuen samen om te strijden voor een samenleving met gelijke kansen voor iedereen. Er waren ongeveer 2000 participanten aanwezig van divers pluimage (Verryt, 2018). Christelijke, antikapitalistische, Koerdische, Iraans-Afghaanse, Afrikaanse, feministische organisaties én individuen kwamen samen op straat.

Er werd opgeroepen om stukken rode stof mee te nemen, waar boodschappen op geschreven stonden als ideaal voor een betere wereld. Deze stukken werden aan elkaar geknoopt om zo een lange rode draad te vormen tegen geweld. De rode kleur symboliseerde het bloed dat reeds vergoten werd door misogyn geweld (Mirabal, 2018). Het lichaam dat door de maatschappij geobjectiveerd wordt, werd herclaimed en subjectief ingevuld. De deelnemers aan de mars gebruikten hun lichaam immers als functioneel instrument. Baer (2015: z.p.) benoemt dit gegeven onder 'lichaamspolitiek' als een heuristiek voor het beschouwen van de betwiste status van het vrouwelijke lichaam. De verschuiving van de objectivering van het lichaam naar het subjectief invullen daarvan herdefinieert de corpus als een belangrijke plaats van identiteit, empowerment en controle.  

Het lichaam van de vrouwen werd één met de boodschap die ze wilden uitzenden naar de wereld. Als levensecht geworden luidsprekers liepen zij door de straten van Brussel. De mond van de vrouwen werd een medium om slogans te scanderen:

“I can’t believe I still have to protest this shit! “

“No excuse for abuse, break the silence!”

“A womans place is in the revolution!”

“Contre les violences faites aux femmes. Les femmes ont des choses à vous dire.”

Het lichaam werd een werkinstrument om onvrede uit te drukken en te streven naar verandering. Baer (2015: z.p.) stelt dat het lichaam zich kan transformeren naar een site die de norm kan belichamen, kan overschrijden, kan nabootsen en het publiek aan realiteiten kan blootstellen voor verandering. Verzetsboodschappen werden op de lichamen van de vrouwen gekleefd en geschreven. Tevens  werd de mars ingekleurd met een zee aan protestpamfletten die de vrouwen in hun handen hielden. Soms waren deze zo groot dat de gezichten hierachter verdwenen. De corpus verkreeg zoals Baer stelt, een publieke dimensie:

“Mon corps n’appartient ni à l’etat, ni à la religion, ni à personne. Il m’appartient.”

“Controlez vos pulsions, pas vos femmes!”

“Ne me libérés pas, je m’en charge.”

“Quand c’est non c’est non! My dress is not a yes!”

Deze pamfletten en performances vertellen iets over de verbeelding van de vrouwen, die dromen van een andere wereld. Ze maken de brug tussen het imaginaire en de realiteit. Door gebruik te maken van het lichaam en symbolen geven deze vrouwen vorm aan emancipatie en vergroten de agency.

Hornsey, Blackwood en Louis (2006, z.p.) stellen dat symbolen een krachtig middel zijn voor sociale mobilisatie. Het brengt mensen samen die deelnemen aan een sociale beweging. Tegelijk kan iedere deelnemer voor zichzelf bepalen hoe hij zijn eigen symboliek invult. Het vergroot de agency, want elke deelnemer heeft controle over haar eigen symboliek. Elke groep heeft zijn eigen trauma’s gerelateerd aan gendergerelateerd geweld. De Afrikaanse vrouwengroep draagt protestpamfletten ‘Je ne suis pas ta sauvage’. De Koerdische vrouwenvereniging protesteert met betogingspamfletten die gezichten van hun overleden zusters vertonen. Marokkaanse vrouwen dragen pamfletten in de Arabische taal en Belgische vrouwen willen gelijke rechten in het huishouden. Toch presenteert de groep zich naar de buitenwereld als een collectief geheel. De protestpamfletten, slogans, stickers en de rode draad die de vrouwen droegen tijdens de betoging gaven de boodschappen weer die zij wilden uitdragen van de verbeelde wereld naar de realiteit. Zo verwierven de vrouwen controle over zichzelf en de omgeving. Zij namen de macht terug en herdefinieerden genderverhoudingen naar hoe zij individueel naar de wereld keken.

Iedereen zit echt in dat moment, de strijdbaarheid. We willen deze samenleving beter maken! We willen vechten voor een betere wereld. We pikken het niet meer! Waarom het vrouwen empowered is omdat ze voelen dat er iets beweegt, dat we iets aan het doen zijn. Dat we verandering kunnen brengen in deze maatschappij (Sellink, 2018).

Het was erg empowerend om mee te stappen tijdens de mars. Er was een verbondenheid tussen alle participanten, ook naar mannen die hun solidariteit betuigden. Het is erg belangrijk dat mannen mee opstapten in de mars. Enerzijds als positief signaal naar de toekomst, anderzijds doorbreekt dit de polarisering tussen mannen als dader en vrouwen als overlever. We moeten dit stereotype denkpatroon bevragen zodat ook mannen, al is dit een minderheid, zich kunnen herkennen in de problematiek. Als we dit ontkennen zorgt dat juist voor een bestendiging van het patriarchale rolpartoon. Deze moeten we doorbreken (Kennes, 2018). Deze collectieve actie heeft ook voor mij erg veel betekend. Ik belichaamde twee rollen. Ik was daar aanwezig als antropologe. Tegelijkertijd ben ik ook een vrouw die dagelijks leeft in een misogyne omgeving en achter het idee van gelijke rechten staat. Ik startte het onderzoek vanuit een persoonlijke interesse naar hoe vrouwen positief kunnen zorgen voor verandering.

Hansen (2015, z.p.) gebruikt de Tavistock-methode die groepen bekijkt als één functionerend geheel om te kijken naar activisme en betogingen. Deze methodiek kijkt niet naar groepen als een verzameling van individuen. Wel als een collectieve geest die zowel bewuste als onbewuste neigingen uitvoert. De performances van elk individu worden beschouwd als een uitdrukking van de collectieve motivatie van de groep. Hier kunnen we dus stellen dat de betoging fungeerde één entiteit, geheel of lichaam, met één boodschap: gelijke rechten voor iedereen en structurele verandering. Baer (2015: z.p.) stelt dat het lichaam fungeert als een poreuze grens tussen het zelf en de ander, tussen autonomie en het sociale. Als een collectief geheel opereren wil niet zeggen dat er niet naar het zelf gekeken kan worden. Zelfreflectie kan immers de ultieme vorm van activisme zijn (Hansen, 2015, z.p.). Zoals Kennes eerder aangaf is bewustwording de eerste stap naar emancipatie en naar een verhoogd handelingsvermogen van een individu. Zo worden straatprotesten symbolische sites naar sociale verandering.

1.3 Agency, empowerment en macht

In de eerste twee hoofdstukken analyseerde dit artikel hoe digitale kanalen en straatprotesten structurele frames vormen voor de groei naar bewustwording. Deze bewustwording is de eerste stap naar een verhoogde agency, waardoor identiteit geherdefinieerd kan worden. Gendergerelateerd geweld hangt altijd samen met een machtscomponent. Dit wordt herbekeken door deelname aan maatschappelijke acties. De performances, waaronder het delen van verhalen op sociale media tot het versieren van het lichaam leidt naar controle. Controle over het verhaal, alsook over het lichaam. Deze controle verschaft macht en empowerment. Het individu is immers in staat om over het zelf, en door het lichaam als poreuze grens met ‘de ander’ te beschikken. Aan deze performances wordt vorm gegeven door verbeelding en symboliek. Doordat het individu zich bewust wordt van ondergane gebeurtenissen leiden deze acties leiden naar persoonlijke verandering. Deze bewustwording maakt de vertaalslag naar de omgeving.                                                       

Turner (1982:92)  bekijkt conflict onder de theorie van ‘social drama’, waarvan de kernfases toepasbaar zijn op maatschappelijke acties. Er is eerst een fase van conflict, een crisis, dan een corrigerende actie en daarna volgt een hervorming:

1 Een conflict van sociale relaties die de norm zijn  en die liminale eigenschappen hebben (Turner, 1985: 194). De samenleving en de sociale relaties zijn gestoeld op patriarchale normen die een sociaal drama initiëren.

2 Crisis: Het conflict kan groeien en het wordt een crisis. Het wordt tevens publiek domein. De actoren geven verschillende interpretaties aan de crisis. Feministen en vrouwen die naar buiten kwamen met hun verhaal werden aangemoedigd of openlijk bekritiseerd. Dit ontstaat doordat er verschillende interpretaties gegeven worden aan de performance(Turner, 1985: 194). Victimblaiming is zo een gevolg. Dit heeft een functie volgens Kennes (2018). Niemand wil een potentieel slachtoffer zijn en mensen willen zich veilig voelen. Daarom gaan ze redenen zoeken voor het trauma dat anderen hebben meegemaakt. Ze willen immers niet erkennen dat het hen ook kan overkomen. Door dit mechanisme kan ‘de ander’ tevens ontkennen dat hij/zij een potentiële dader kan zijn.

3 Redressive action: Deze fase is variërend van informele bemiddeling tot formele juridische stappen om de crisis op te lossen(Turner, 1985: 194). Bijvoorbeeld: de hervormingen in de publieke instellingen, de getuigenissen over grensoverschrijdend gedrag, preventiebeleid etc.

4 Re-integratie: Deze impliceert herintegratie van de geviseerde sociale groep. Dit kan resulteren in effectieve sociale verandering of consistentie in de machtsverhoudingen die voorheen reeds bestonden (Turner, 1985, 194).

Deze fase is cruciaal omdat dit het collectieve geheugen aanroept. Als een gelijkaardige situatie zich voordoet in de toekomst zullen actoren het collectieve geheugen opnieuw gebruiken om deze situatie, het sociale drama op te lossen. (McFarland, 2004: z.p.). Zo worden collectieve acties belangrijke bronnen voor sociale verandering in de toekomst (Clark, 2016 z.p.). Zij kunnen in de toekomst fungeren als frame voor sociale verandering.

Deze theorie toont aan dat conflict, alternatieven aanbiedt voor een bestaande dominante stroming in een samenleving. Essentieel is de liminale fase, de overgangsfase in een samenleving tussen wat is en wat zal worden. De derde feministische golf, zoals de respondenten dit eerder benoemden kan zo bekeken worden. Een samenleving wordt volgens Turner (1985:44) gedefinieerd als een reeks interactieve processen die worden onderbroken door conflictsituaties. De toekomst zal verklaren of de huidige dominante stroming van het patriarchaat blijft bestaan in de samenleving, of dat ze transformeert naar een alternatief model.

De sociale systeemtheorie stelt dat sociale interacties geordend worden als gevolg van zelforganisatie. Zo heeft de omgeving op zijn beurt weer invloed op het individu (Laermans, 2012:211). Er kan zo een voortdurende verandering plaatsvinden waarin individu en maatschappijen blootgesteld en uitgedaagd kunnen worden aan periodes van groei en transformatie.

Conclusie

Gezien de beperkte omvang van de onderzoeksgroep, één onderzoeksplaats en een zevental interviews kunnen er geen conclusies getrokken worden die veralgemeenbaar zijn. Desalniettemin is dit onderzoek een interessante casestudy over hoe vrouwen identiteit en machtsrelaties vormgeven in een patriarchale omgeving. Dit onderzoek biedt enkele handvaten aan voor verdere exploratie, zoals de ‘social drama’ theorie van Turner, de systeemtheorie en de Tavistock-methode van Hansen (2015, z.p.) voor collectieve actie.

In het eerste hoofdstuk besprak ik wat sociale media kan betekenen in de strijd tegen gendergerelateerd geweld en hoe het delen van deze verhalen agency van vrouwen kan vergroten. Sociale media is een belangrijk en toegankelijk structureel platform om agency van vrouwen te vergroten. Delen van verhalen is de eerste stap naar een bewustwordingsproces dat zorgt voor verandering. Het zorgt voor her- en erkenning en het verschaft controle, zo wordt de individuele gebeurtenis vermaatschappelijkt.

In het tweede hoofdstuk werd bekeken hoe maatschappelijke actie vormgegeven wordt door verbeelding en symbolen. Aan de hand van participerende observatie keek dit onderzoek naar het lichaam van de vrouwen dat zich transformeerde tot een functioneel instrument voor sociale verandering. Het lichaam schippert zo tussen de grens van privaat en publiek bezit. Het geobjectiveerde lichaam kan subjectief worden ingevuld, deze controle is heel empowerend. De protestboodschappen verbeelden de imaginaire wereld en delen deze mee aan de fysieke wereld. Zo ervaren vrouwen agency naar de omgeving toe. Door samen in de betoging op te stappen worden individuele performances één collectieve lichaam voor sociale verandering. Zowel het straatprotest, als de digitale ruimte biedt een symbolische structuur aan waar plaats kan zijn voor groei en zelfreflectie, de eerste stap naar bewustwording en uiteindelijk emancipatie.

Het derde hoofdstuk verbindt voorgaande thema’s en gebruikt de theorie van Turners ‘social drama’ om te bekijken welke betekenis de performances van deze vrouwen tot gevolg kan hebben voor de maatschappij. Volgens Turner gaat een maatschappij in conflict door 4 essentiële fases die kunnen uitmonden in sociale verandering. Conflict biedt immers alternatieven aan voor een dominante structuur in een samenleving, in dit geval: het patriarchaat. Als deze transformeert naar een alternatief model, zal dit een effect hebben op zijn inwoners. Hierdoor ontstaat een proces waardoor zowel een maatschappij als zijn inwoners voortdurend blootgesteld worden aan sociale verandering.

Hoe kunnen vrouwen, en meer bepaald vrouwen die deelnamen aan de mars ‘Stop geweld tegen vrouwen’ op 25/11/2017 door maatschappelijke actie macht in genderrelaties herdefiniëren?  Vrouwen herdefiniëren macht in genderrelaties door verhalen te delen. Dit zorgt voor erkenning en bewustwording door gezamelijke acties. Zo kan de agency vergroten. Vrouwen ervaren controle door deel te nemen aan maatschappelijke acties. Dit bewerkstellingen zij door gebruik te maken van symbolen en het lichaam. Zij vragen door de performances aandacht voor structurele verandering.

Deze sociale verandering ontstaat door het delen van verhalen, performances, crisis en conflict. Vrouwen herclaimen op deze manier de verwrongen machtsrelaties.

Met dank aan allen die dit onderzoek mogelijk hebben gemaakt: Liesbeth Kennes (CAW), Katrien De Koster (GAMS), Tirza Sellink (Campagne Roza), Wendy Van Loco, Ellen Verryt (Mirabal vzw), Fariba Amirkhizi (‘8 March Women Organisation of Iran-Afghanistan’) Sarah Hulsmans (Vrouw en Maatschappij Jongevrouwennetwerk Woman)  en Miet Smet (Minister voor arbeid en tewerkstelling tot 1999 - beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen).

Bibliografie

Baer, H. (2015). Redoing feminism: digital activism, body politics, and neoliberalism. Feminist Media Studies, 16:1, 17-34. Retrieved from https://www-tandfonline-com.kuleuven.ezproxy.kuleuven.be/action/showCitFormats?doi=10.1080%2F14680777.2015.1093070

Clark, R. (2016). Hope in a hashtag: the discursive activism of #WhyIStayed, Feminist Media Studies, 16:5, 788-804. Retrieved from https://www-tandfonline-com.kuleuven.ezproxy.kuleuven.be/action/showCitFormats?doi=10.1080%2F14680777.2016.1138235

Ellis, R. (2001). Second thoughts about a third wave. Canadian Woman Studies, , 24-26. Retrieved from https://search-proquest-com.kuleuven.ezproxy.kuleuven.be/docview/217462616?accountid=17215

Hansen, M. (2016) What is protest? Feminism, psychoanalysis and methods of social change, Gender and Education, 28:3, 484-489. Retrieved from https://www-tandfonline-com.kuleuven.ezproxy.kuleuven.be/doi/full/10.1080/09540253.2016.1166181?src=recsys

Hornsey MJ, Blackwood L, Louis W, et al. (2006) Why do people engage in collective action? Revisiting the role of perceived effectiveness. Journal of Applied Social Psychology 36(7): 1701–1722.

Kennes, Liesbeth, geïnterviewd door Nele Bleuzé. Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie (3 januari 2018).

Laermans, R. (2012) De maatschappij van de sociologie. Amsterdam: Boom.

McFarland, D. (2004). “Resistance as a Social Drama: A Study of Change-Oriented Encounters.” American Journal of Sociology 109 (6): 1249–1318.

Mirabal vzw. Mirabal. sd. https://mirabalbelgium.org/ (geopend juni 1, 2018).

Sellink, Tirza, geïnterviewd door Nele Bleuzé. Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie (17 januari 2018).

Smet, Miet, geïnterviewd door Nele Bleuzé, Jongevrouwennetwerk WOMAN. Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie (18 november 2017).

Turner, V. (1982). From Ritual to Theatre: The Human Seriousness of Play. New York: PAJ.

Turner, V. (1985). On the Edge of the Bush: Anthropology as Experience. Edith L. B. Turner (Ed). Tucson, AZ: The University of Arizona Press. 

UN. General Assembly. 20 december 1993. http://www.un.org/documents/ga/res/48/a48r104.htm (geopend 6 januari, 2018).

Verryt, Ellen, geïnterviewd door Nele Bleuzé. Gendergerelateerd geweld en de kracht van maatschappelijke actie (10 januari 2018).

  • Bron: Mars ‘Stop geweld tegen vrouwen’, 25/11/2017, Brussel. Foto, Nele Bleuzé
  • Bron: Mars ‘Stop geweld tegen vrouwen’, 25/11/2017, Brussel. Foto, Nele Bleuzé

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.