about
Toon menu

NEGENDUUST kilo Gent zonder #gentisdemaxisme aub

zondag 7 oktober 2018
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Sp.a-campagnelogo 2006

Gent in witte letters, op een rode achtergrond, met een hartje op de plaats van de ‘e’. Er is geen enkel beeld dat zo goed de Gentse politiek samenvat zo ongeveer van 1998 tot het Optima-schandaal. Het is het sp.a-campagnelogo van 2006: en knap samengaan van citymarketing en politieke propaganda.

Vandaag is dat hartje gebarsten. Door de affaire rond Publipart. En nu, met het verhaal over de verkrotte sociale woningen in de Bernadettewijk, nog een beetje meer.

De toekomst is niet te voorspellen, maar het is duidelijk dat met het afzwaaien van Termont ook blauw en groen (#fieropgent) hengelen naar het gentgevoel en politiek leiderschap in de stad. Jammer genoeg lijkt de alomtegenwoordige citymarketing dus een blijver, terwijl de sociale verdringing harder dan ooit aan de Gentse deur klopt. De twee hebben dan ook alles met elkaar te maken.

Paars bloed

Paars is een mengeling van blauw en rood. Inhoudelijk met net een scheut meer blauw, maar in Gent van bij aanvang met rood aan het stuur. Sp.a bracht de volkse stemmen aan, bouwde het snelst de grootste bestuurskracht uit en toonde zich het meest bedreven in het soort citymarketing dat aansloeg bij de jonge(re) tweeverdieners. Maar niet zonder de liberalen, van wie ze in 1994 het leiderschap over de coalitie maar nipt wonnen. De Gentse VLD kwam dat jaar 138 stemmen te kort voor de burgemeesterssjerp. Een fotofinish.

Wie de burgemeesterscampagne van Mathias De Clercq vandaag al te gemakkelijk wegzet als de persoonlijke ambitie van een blauw koningskind, vergeet dat er wel wat liberaal ressentiment gemoeid is met deze verloren veldslag. Frank Beke en Sas Van Rouveroij wisten het goed met elkaar te vinden, maar het evenwicht tussen de partijen bleef broos. Zeker na het einde van het paarse bestuur op Vlaams en federaal niveau. De intrede van het rood-groene kartel in 2012 heeft nog extra zand in de machine gestrooid.

Wie goed oplet, ziet trouwens dat de liberalen veel hebben geleerd van de socialisten: ze zijn de beste leerlingen uit de school van Beke en (vooral) Daniël Termont. Zonder de rood-groene alliantie levert Open VLD deze keer zo goed als zeker de paarse troonopvolger.

Het merk ‘Gent’

Ik heb het als zestienjarige zelf voelen keren. Hoe Gent ergens eind vorige eeuw plots hip werd. Nu lijkt dat logisch. Iedereen is ‘verliefd op Gent’ en ‘fier op Gent’. Maar toen was dat onverwacht. En best fijn. Ik had nog nooit Gents op tv gehoord, laat staan ons tussentaaltje van op de speelplaats. En dan waren daar plots David en Stephen Dewaele van Soulwax in ‘Alter8’ op TMF. Sindsdien is Gent ‘demax’.

Het werkt met steden zoals met kleren en schoenen. Een handvol pioniers draagt of (ver)maakt ze eerst, dan vallen ze op, en dan kan iedereen (met genoeg geld) ze gaan kopen in de winkel.In steden noemt dat gentrificatie, en het heeft alles te maken met de stad verkopen als een merk. Na de eerste tekenen van de kentering, startte een goed gecoördineerde tien-jaar-durende campagne om het imago van de stad verder op te krikken.

Het werkt met steden zoals met kleren en schoenen. Een handvol pioniers draagt of (ver)maakt ze eerst, dan vallen ze op, en dan kan iedereen (met genoeg geld) ze gaan kopen in de winkel.In steden noemt dat gentrificatie, en het heeft alles te maken met de stad verkopen als een merk.

De citymarketing trekt kleine en grote investeerders aan. Middenklassers (die kleine investeerders) blijven na hun diploma hangen in de stad: aan het bruisende cultuur- en uitgangsleven, aan de jobs, aan het groen van de buurtparken of aan de goede scholen. De grote investeerders zoekt de paarse coalitie sinds jaar en dag op de vastgoedbeurs in Cannes. Dat is toen ook begonnen. Zij bouwen op dit moment hier in Gent een paar duizend woningen, zoals aan de Oude Dokken. En, om het plaatje helemaal te doen kloppen: enkel betaalbaar voor die (betere) middenklasse…

Dat hippere Gent, dat was maar heel even ‘van ons’, daar op de speelplaats. Misschien is het geen toeval dat veel van de activisten van de N-GA, de Nieuw-Gentse Alliantie, die Gent wilde onafhankelijk verklaren en afgaf op West-Vlamingen (voor te lachen, meestal), tien jaar eerder rondliepen op diezelfde speelplaats. Echte gentitude, een beetje rauw soms.

Winnen en verliezen in de stad

Een gemerkt goed is altijd iets meer van de mensen die er veel voor betalen. Het wordt een ‘product’. Merken of branden is ook altijd ‘vermarkten’: er koopwaar van maken. Maar wat wil dat zeggen voor een kledingstijl of een stad? Die zijn toch niet gemaakt om te verkopen?

Met een gedeeld goed dat het tot merk schopt, gaat het altijd in drie stappen. Stap één: er is een moment waarop de een of de ander zich het goed gaat toe-eigenen. In het geval van een kledingstijl is dat een modemerk (eerlijk ontstaan in de scene zelf, dan wel fake van buitenaf). In het geval van een stad zijn dat het stadsbestuur, met de partijen, administratie en kiezers die haar dragen. Ze geven er samen een draai aan, merken de stad, en zorgen dat er ‘winst’ gemaakt wordt: in centen (grondwaarde, belastinginkomsten, commercie, taxen, …) en in stemmen.

Stap twee: dan volgt het moment van de feitelijke vermarkting. Iedereen met voldoende middelen er nu een stuk van kopen en –  indien gewenst -  dat stuk ook zelf gaan uitbaten. Een gemerkte hoodie, een goed gelegen winkel of bedrijf, een stukje stad-met-tuintje (de grondprijs steeg enorme de laatste jaren), of zelfs een hele straat (ook in Gent spelen bepaalde ondernemers monopolie).

Wat de ene wint, verliest de andere. Jij en je vrienden of vriendinnen waren de eerste met die trui. Nu loopt iedereen er mee rond. Misschien nog erger, jullie hadden er samen iets speciaals mee gedaan. En nu ligt het in de winkel en verdienen er een producent en een winkelier(ster) er geld mee. De eerste die er marktpotentieel in zagen…

In een gemerkte stad zullen de bewoners gaandeweg meer en meer moeten delen met begoede nieuwkomers. Tenminste, de lekkere brokken: de leuke wijken, de straten met veel passage, de mooie huizen, de toffe plekken en pleintjes in de buurt, en in de binnenstad, goeie jobs, Gentse liedjes, alle mooie verhalen van vroeger en nu, … Want ‘gent-is-wat-we-delen’. Laat ons niet vergeten dat achter die mooie slogan toch ook de realiteit schuilgaat van ‘delen’ onder (on)gelijken.

In een gemerkte stad zullen de bewoners gaandeweg meer en meer moeten delen met begoede nieuwkomers. Tenminste, de lekkere brokken: de leuke wijken, de straten met veel passage, de mooie huizen, de toffe plekken en pleintjes in de buurt, en in de binnenstad, goeie jobs, Gentse liedjes, alle mooie verhalen van vroeger en nu, …

De toe-eigening van en door de ene, voelt voor de andere aan als de onteigening. Tot op het punt dat het plots erg letterlijk wordt. Want op een dag, in een hippe stad als Gent, is alle plaats om te wonen of te ondernemen te duur geworden voor grote delen van de bevolking. Op dat punt kan een meerderheid enkel nog ‘kiezen’ voor de middelmatige brokken in de stad, of minder. Ze beseffen dat ergens ook, dat hun ‘gelijke deel’ geen gelijk deel meer is.

En dat is stap drie: het moment waarop de branding en vermarkting van de stad sociale verdringing creëert. Een moment dat eerst passeert bij wie het minst poen heeft: huurders, alleenstaanden, eenoudergezinnen, werkzoekenden, ouderen, anderstaligen … Dit is de genegeerde maar levensechte link tussen citymarketing enerzijds en vastgoed en het (verloren) recht op wonen en leven anderzijds. Tel er maar werken, onderwijs of andere grondrechten bij. Niet zo onschuldig dus.

MerK met de ‘K’ van Kapitalisme

En toch, zelfs dat is maar een deel van het verhaal. Zelfs de betere middenklasse in de stad koopt enkel maar haar stukjes op bij de hele grote spelers. Het gaat er helemaal niet over dat een lekkere brok hier of daar in handen komt van een gezin met West-Vlaamse roots. Het gaat erover dat in gemerkte steden de exploitatielogica regeert. Elk stuk moet opbrengen, of het nu een terrasje is of een huurpand. En de stad in haar geheel, als optelsom van al die opbrengsteigendommen, moet gaan concurreren op de beurs van steden en stadjes. 

Zelfs de betere middenklasse in de stad koopt enkel maar haar stukjes op bij de hele grote spelers. Het gaat er helemaal niet over dat een lekkere brok hier of daar in handen komt van een gezin met West-Vlaamse roots. Het gaat erover dat in gemerkte steden de exploitatielogica regeert.

Gent ontwikkelt haar handelsapparaat ten koste van de kleinere steden rondom. Toen Gent het dossier voor het megalomane outletcentrum The Loop afrondde, kwam Deinze in verzet. Terecht. Het was ook echt de bedoeling handel uit de omliggende steden en gemeenten naar onze eigen stad te trekken. Toerisme is een concurrentiele omgeving die al wat meer tot de verbeelding spreekt dan de op handen zijnde retail-handelsoorlog met Deinze. Al in 2008 zette ‘National Geographic Traveler Magazine’  Gent op de derde plaats van haar wereldranglijst van ‘authentieke historische bestemmingen’. Boven o.a. Graz (Oostenrijk), Stockholm (Zweden), Potsdam (Duitsland) en Dijon (Frankrijk).

Als Noord-Europese stad met een grote haven (en industrie), een gewaardeerde universiteit en heel wat toeristische troeven, valt er in Gent veel geld te rapen. De vastgoedsector heeft als specifieke opdracht het bouwen, verbouwen en beheren van de Gentse ‘sociale fabriek’ en een cruciale rol in de exploitatie van de stad en haar stedelingen. Ze verbouwt de sociale fabriek op maat van het kapitaal dat de weg vindt naar de stad. Dat ‘project voor de stad’ verkoopt ze via citymarketing. Met de grote ‘K’ van kapitalisme. Het zou allemaal geen probleem zijn, mochten er geen duizenden Gentse gezinnen (nu of in de toekomst) de dupe van zijn.

Winnaarsmentaliteit …

Wat hebben dat sp.a-logo uit 2006, de nieuwste slogan van Groen en de burgemeesterscampagne van Mathias De Clercq met elkaar gemeen? Dat ze Gent ‘demax’ vinden uiteraard. Dat ze fier en verliefd zijn. In geuren en kleuren. En wie niet?

Hoeveel feeërieke foto’s van de Graslei hebben we allemaal al geliket op facebook of gedeeld op Instagram? Citymarketing als geïnterioriseerde way of life. Zelfs Anneleen van Bossuyt is niet immuun voor enig ‘gentisdemaxisme’. Fris aangewaaid uit een buurgemeente had ze het bij aftrap van haar campagne over “de mooiste stad van Vlaanderen”. Ook Peter Dedecker (eveneens N-VA) verklaarde in de Knack van vorige zomer Gent zo graag te zien. Met bakfiets en al… Iedereen moet Gent de liefde verklaren. Anders hoor je er blijkbaar niet bij.

Het goede aan het opgevijzelde Gentse zelfbeeld is dat er nog steeds heel wat stadsbewoners hierin meekunnen en er iets aan hebben. Fierheid bij de inwoners voedt de betrokkenheid met en in de stad. Maar de vraag is of dit wel opweegt tegen de negatieve impact en achterliggende opbrengst- en concurrentielogica die juist passeerde.

Centen die naar de toeristen en winkelstraten gaan, komen niet terecht in de wijken en deelgemeenten waar de meeste Gentenaars echt wonen en leven. Maar wat zou je daarover klagen? Gent is toch demax?

Hele happen uit het beperkte Gentse investeringsbudget gaan recht naar fiere prestigeprojecten in het centrum, goed voor toeristen, koopjesjagers en winkelketens. Om nog maar te zwijgen over de stedelijke middelen die gaan naar dure nieuwbouwwoningen. Iedereen is het erover eens dat je geld maar één keer kan uitgeven... Centen die naar de toeristen en winkelstraten gaan, komen niet terecht in de wijken en deelgemeenten waar de meeste Gentenaars echt wonen en leven. Maar wat zou je daarover klagen? Gent is toch demax?

In volle Publipart-affaire verscheen een opinie in De Morgen van een Gentenaar (uit de culturele sector) die opmerkte wat een fantastische stad Gent nog steeds was. Het zaterdagse magazine van dezelfde krant pakte uit met een special over Gent: boordevol adresjes voor foodies en fashionista’s. Het inhoudelijke stuk prees de Rebelse mentaliteit van de Gentenaars aan met als voorbeeld het ‘Wereldrecord Regeringsvormen’, een groot feest aan de Vlasmarkt op dag 249 van de formatiegesprekken. Een leutigheid herverpakt als Gentse ‘rebelsheid’. Waarschijnlijk was de avond vooral van meerwaarde voor de cafés in de buurt.

Te mooi, te wijs, te leutig… Wat als de liefdesverklaringen het stilaan onmogelijk maken om nog kritisch te zijn over de stad, haar stadsbestuur en de vele vastgoeddeals van de elite in de stad? Wat is daar nog rebels aan? ‘Gent is demax’ dreigt een strijdkreet en alleenrecht te worden van de winnaars in de stad. Hun broodjes zijn gebakken; hun haringen gebraden. Soms klinkt het een tikje inclusief en rebels, als het moet. Maar op cruciale momenten is dat overdreven positivisme vooral een depolitiserende stoplap.

‘Gent is demax’ dreigt een strijdkreet en alleenrecht te worden van de winnaars in de stad. 

Voor de grootste winnaars in de stad betekent citymarketing dubbele winst. De ‘elitenetwerken’ die doorheen het bestuur, de publieke instellingen en de private sectoren heen lopen, houden hun ‘project voor de stad’ graag gaaf en productief. De exploitatie van de stad levert hen heel wat op. En door in te spelen op het gentgevoel weten ze een heleboel kleinere winnaars te binden aan de belangen van zij die echt langs de kassa passeren.

… met een randje

Half september schoven vierhonderd “ongeruste” mensen uit de Gentse vastgoedsector aan voor een netwerkmoment en lijstrekkersdebat. Achteraf konden ze stemmen voor hun favoriet. Niet geheel toevallig haalde Mathias De Clercq het met 70 %. De liberalen, ooit PVV, zijn nog steeds dé Partij Van het Vastgoed.

Bijna liep het mis toen gewapende voetbalsupporters opdoken aan een kraakpand op het Stapelplein om er de krakers buiten te timmeren. Een dieptepunt voor Gent.

Een jaar eerder maakten ze een oude droom waar, door er in het federale parlement een echte antikraakwet door te krijgen. Niet geheel toevallig lag het initiatief bij enkele Gentse parlementsleden. Mathias De Clercq zelf probeerde dit al meer dan eens. Maar deze keer konden blauw, geel en oranje meesurfen op een wat hetzerige sfeer in Gent, waarbij het een na het andere kraakverhaal de media haalde en zorgde voor heel wat verontwaardiging en beroering. Ook VRT en HLN deden hun duit in het zakje, door op te duiken voor de deur van zo’n woning of door er gekleurd te berichten over de zaken. In twee gevallen bleek het initiële verhaal “mensen kraken mijn bewoonde huis” gewoon niet waar. Aan het Stapelplein leek zelfs sprake van domiciliefraude door een projectontwikkelaar. Bijna liep het mis toen gewapende voetbalsupporters opdoken aan een kraakpand op het Stapelplein om er de krakers buiten te timmeren. Een dieptepunt voor Gent.

Stadsonderzoeker Pascal De Bruyne noemde kraken onlangs “het piket van de sociale strijd in de stad”. Het zijn (uiteraard) degenen die geen enkele goeie woning kunnen vinden die het doen. Voor activisten in de stad is het zo goed als de enige manier om vastgoedbelangen een hak te zetten. Geen wonder dat de Partij van het Vastgoed af wilde van het kraken. Niet in het minst ten koste van de meest kwetsbare stadsbewoners.

De Vlasmarkt en de vastgoedbeurs van Cannes: één strijd?

Wie met wat oog voor detail de Gentse verkiezingsstrijd volgt, zal hebben opgemerkt dat Gentse cultuurmensen de laatste tijd opduiken om en rond Open VLD. Vooral gemeenteraadslid en cultuurkandidate Stéphanie D’Hose blijkt erg goed in het overtuigen van jonge, sociale en ondernemende cultuurmakers. In haar verkiezingsfilmpjes duiken de organisator van Bataclan (en alle andere Bata’s) en de frontman van Die Verdamte Spielerei op. De organisatrice van de Gentse Lente plaatst op de blauwe campagnesite een woordje over het samen delen van de Gentse fierheid. Op de lijst staan verder een nachtburgemeester en een Charlatan-legende. De Vlasmarkt en de vastgoedbeurs van Cannes: één strijd?

Of hoe grote en kleine winnaars elkaar vinden in de stad. Terwijl de verliezers een antikraakwet cadeau kregen. En dat allemaal terwijl we samen zo fier zijn op Gent, de “mooiste stad van Vlaanderen”, topaandeel op de beurs.

Dada hoerastemming

Ik begon dit stuk te schrijven voor de VRT-reportage over de verkrotte woningen van WoninGent in de Bernadettewijk. Toestanden die iedereen (die het wilde weten) kent en die nog veel en veel erger aanwezig zijn op de zieke huurmarkt in de stad. Met dank aan kleine en grote vastgoedspeculanten.

In elk geval is de hoerastemming nu even gedimd en zal het punt dat ik wilde maken misschien minder op een koude steen vallen.

Ja, Gent kan ‘demax’ zijn. Maar laten we van niemand vragen om verliefd te worden op schimmel op de muur. Ja, de Graslei is een sprookje, ’s nachts in de zomer, bij het juiste licht, maar de huizenprijzen en de huurprijzen zijn niet ok. Om nog maar te zwijgen over die 250 kinderen zonder thuis. En ja, die twee hebben met elkaar te maken. Inderdaad, het is nu veiliger fietsen in het centrum, gezonder ademen ook. Maar alleen met goed en zeer betaalbaar (zo niet gratis) openbaar vervoer zullen alle Gentenaars ervan kunnen genieten. Ja, er is altijd iets te doen in de stad, de creatieve en ondernemende duizendpoten vinden in Gent één grote speeltuin, het nachtleven is hier fantastisch. Maar wat met de kinderen die als schoon en creatief Gent gaat slapen, met een lege brooddoos op school toekomen? Dat zijn geen clichés, een kwart van de Gentenaars leeft zo. Echt waar.

Gent is niet demax als we alleen maar schone foto’s van de Graslei instagrammen, van het centrum één groot openlucht shoppingcentrum willen maken of in stilte de binnensluipende wooncrisis ontkennen. Als we enkel dat doen, dan draaien we gewoon mee in het stadsproject van 1% of 10% winnaars en hun grote ‘K’.

Gentenaars zijn demax als ze het Steen van Ryhove afbreken om er een volkspaleis te bouwen, als ze zelf de Reep willen uitgraven, als ze de Belfortparking tegenhouden, de Gentse Feesten doen herleven, als ze zorgen voor meer propere stadslucht, als ze Keizer Karel uitdagen, de Loop kelderen, het Patershol redden, in stoet een jonge man begraven zonder laatste sacramenten, een wijk met trein afdwingen, zorgen dat hele buurten hun spullen delen, het werk neerleggen bij De Hemptinne of onlangs bij Volvo en de toeleveranciers of Ivago. Gent is één van slechts een handjevol steden waar gewone mensen, ambachtslieden lang geleden de democratie uitvonden.

Gent is niet demax als we alleen maar schone foto’s van de Graslei instagrammen, van het centrum één groot openlucht shoppingcentrum willen maken of in stilte de binnensluipende wooncrisis ontkennen. Als we enkel dat doen, dan draaien we gewoon mee in het stadsproject van 1% of 10% winnaars en hun grote ‘K’.

Tienbeurtenkaart

Misschien moeten we simpel beginnen. We voeren een tienbeurtenkaart in. Net zoals bij de containerparken. Alle Gentenaars mogen tien keer per jaar zomaar zonder goeie reden of uitleg stoefen op hun stad. Als je tien beurten op zijn, moet je gaan lenen bij familie of vrienden of even geduld hebben.

Citymarketing hoeft geen way of life te zijn. Het is de taal van de winnaars en van de sociale verdringing. 

Voor 2018 weten we dat rond 14 oktober de beurten van de burgemeester en schepenen op zullen zijn. In 2019 verwachten we dat ten laatste tegen eind februari. De rest van het jaar kunnen we er dan gewoon problemen aankaarten en oplossingen zoeken.

Citymarketing hoeft geen way of life te zijn. Het is de taal van de winnaars en van de sociale verdringing. Niets schoons in Gent is ooit voortgekomen uit eigenwaan of bij gebrek aan kritische geest. Gent ís en was altijd een ‘ander project voor de stad’: democratischer, betaalbaarder, gezonder en socialer voor álle Gentenaars.

Geef mij maar NEGENDUUST kilo Gent zonder #gentisdemaxisme aub.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.