about
Toon menu

Nood aan een sociaal woningbeleid

dinsdag 4 februari 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Leuven is in rouw. De uitslaande brand, waarbij twee studentes vrijdagochtend het leven lieten, heeft niemand onberoerd gelaten. Drie dagen na de klap dringen zich echter vooral veel vragen op. Hoe is het mogelijk dat een gebouw waar tien studenten verbleven niet geregistreerd stond als kot? Zijn onze studentenkoten wel zo veilig als we zouden verwachten? En vooral: hoe kunnen we dergelijke drama’s in de toekomst vermijden?

Leuvens burgemeester Louis Tobback (sp.a) verduidelijkte al gauw dat het huis in kwestie hoogstwaarschijnlijk niet stond ingeschreven als studentenwoning. Het is dus nooit door de brandweer gecontroleerd op brandveiligheid. Toeval is dat niet. Geregistreerde – en dus gecontroleerde – koten worden steeds duurder en zijn voor vele studenten nauwelijks nog betaalbaar. Dat is een gevolg van het nijpend tekort aan kwaliteitsvolle koten. De Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) vreest dat vooral studenten met een beperkt budget in zulke onveilige koten terechtkomen (DS 01/02).

Ook van de brandweer kwam er kritiek. Daar ijveren ze terecht voor een uniform veiligheidsreglement voor studentenkoten (DS 03/02). Vandaag beslist elke studentenstad zelf over die voorschriften, alsof koten in Gent fundamenteel anders veilig zouden zijn dan koten in Leuven. Het is betreurenswaardig dat er twee dodelijke slachtoffers voor nodig zijn om de aandacht te trekken van Vlaams Minister van Wonen Freya Van Den Bossche (sp.a).

Het beleid faalt

Een vraag waar diezelfde minister zich echter ook mee zou moeten bezighouden, is waarom gewone gezinshuurwoningen dan niet gecontroleerd worden. Op de markt van private huurwoningen is het immers vrijheid blijheid voor huisjesmelkers: ongeacht de kwaliteit van de woning, mag een verhuurder elke prijs vragen die hem goeddunkt. Er is dan wel een Vlaamse Wooncode, maar die heeft nauwelijks een impact op de reële huisvesting van de meeste gezinnen. De PVDA pleit dan ook voor een huurwet naar Nederlands model, die huurprijzen verplicht koppelt aan kwaliteits- en veiligheidsvoorschriften, met een Huurcommissie, waarin ook de huurders vertegenwoordigd zijn, die daarop toeziet.

Achter deze problematiek schuilt de jarenlange verwaarlozing van de (studenten)huisvesting door de bevoegde instanties. Het tekort aan goede koten en betaalbare huurwoningen is immers geen nieuw probleem. Een Leuvens studentenkot kost vandaag gemiddeld 325 euro per maand. Dat is 100 euro meer dan tien jaar geleden. De prijs van een woonhuis ligt er tot een kwart hoger dan in andere steden, voor appartementen is dat 15% - Leuven is de duurste centrumstad van Vlaanderen. En eind 2010 waren er 2857 wachtenden voor een sociale woning, een wachtlijst die ondertussen al flink is aangedikt. Uit enquêtes blijkt dat die krapte op de woningmarkt veruit de grootste kopzorg is van vele Leuvenaars.

Nood aan voldoende middelen

De Vlaamse Overheid kijkt, net zoals grote steden zoals Leuven, Gent en Antwerpen, al decennialang tevergeefs naar de private markt om het gebrek aan koten en huurwoningen op te vangen. Broodnodige regelgeving en investeringen zijn uitgebleven. De Stad Leuven komt niet verder dan een geplande 3500 nieuwe koten tegen 2016, een peulenschil vergeleken met het huidig tekort. 80 procent daarvan zal maandelijks bovendien meer dan 300 euro kosten. Voor gezinswoningen krijgen private bouwpromotoren vrij spel om luxeappartementen en dure koopwoningen neer te poten. In sociale huisvesting wordt niet of nauwelijks geïnvesteerd, terwijl volgens het Leuvens OCMW naar schatting 1 kind op 4 in de stadskern opgroeit in armoede. Dat is onaanvaardbaar.

Ook woonspecialist professor Luc Goossens (KU Leuven) zegt: “De regering moet werk durven maken van een fundamenteel sociaal grond- en pandenbeleid waarbij ze de vrijemarktmechanismen aan banden legt om zo wonen tenminste voor het zwakke kwart van de bevolking eindelijk betaalbaar te maken.” De overheid moet investeren in sociale woningbouw en gesubsidieerde koten, en daar voldoende middelen voor vrijmaken. De vrije markt werkt immers niet in functie van de reële behoeften, maar in functie van de winst.