about
Toon menu

Europese budgettaire verplichtingen: molensteen rond de nek van de volgende Belgische regeringen

zaterdag 13 september 2014
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Door de goedkeuring van het Europees begrotingsverdrag in de 7 Belgische Parlementen heeft België niet alleen de essentie van zijn Parlementaire democratie opgegeven, maar daarenboven zichzelf in een verstikkend budgettair carcan gewrongen. Volgens de huidige beschikbare gegevens moet ons land per jaar minstens 12 miljard vinden. Daarnaast belooft de discussie in welke mate de last tussen federale, regionale en lokale overheden moet verdeeld worden, een onontwarbare knoop te worden.

Wat voorafging

Kort na de ondertekening van dit (ontwerp)verdrag door onze eerste Minister in maart 2012 heeft LEF gewezen op de gevaren van dit verdrag en in Vlaanderen meegewerkt aan een petitie gericht aan de Parlementsleden. Federale Parlementsleden: "Bekrachtig budgetair pact niet"

Wij waren niet alleen met de verwerping van dit verdrag: de nationale vakbonden en het Europees Vakverbond stuurden dienaangaande een reeks persberichten rond, die allemaal op deze website verschenen. De klassieke media schonken er in franstalige België een beetje aandacht aan, maar de klassieke Vlaamse media zwegen de hele kwestie nagenoeg dood (tot op vandaag).

De officiële naam van dit verdrag luidt: Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur, binnen de Economische en Monetaire Unie (VSCB) In diverse publicaties werd het Stabiliteitspact, Coördinatiepact of (nog meer verwarring zaaiend) fiscaal pact genoemd (slechte vertaling van het Engelse Fiscal Pact). Wij houden het bij de door de vakbonden gehanteerde terminologie. Budgettair pact.

Even herinneren aan de voornaamste bepalingen van dit verdrag:

  • het begrotingsdeficit moet onder 0,5% van het Bruto Binnenlands Product (BBP) blijven. (art. 3.1.b). Momenteel bedraagt dit deficit meer dan 2%. Met Europa is afgesproken tegen 2017 een structureel overschot van 0,75% neer te zetten. Volgens het Planbureau is hiervoor tegen dan een saneringsinspannning van 13 miljard nodig (De Tijd, 26.6.14). Gesteld dat er dit jaar mee begonnen wordt, komt dit op minimum 4 miljard per jaar.  

  • indien de staatsschuld 60% van het BPP overtreft, moet dit overschot met een twintigste per jaar afgebouwd worden. (art. 4). Het jaarlijks af te lossen bedrag kan dus variëren in functie van de schuld en van de evolutie van het BPP. Indien dit zou afnemen wordt het af te lossen bedrag hoger. M.a.w.: hoe zieker de patiënt, hoe meer hij moet bloeden.

    Deze voorspelling wordt bewaarheid door de evolutie van de laatste jaren. Op het moment van de behandeling van het ontwerp van verdrag in het Federaal Parlement in 2013, bedroegen staatschuld en BPP momenteel allebei afgerond 360 miljard.en de verhouding tussen beide ongeveer 100%.. Het 40% exces bedroeg toen 144 miljard. De vereiste schuldafbouw van 1/20 ste per jaar, bedroeg toen volgens onze berekening 7,2 miljard.

    Volgens de laatste gegevens (De Tijd 10.7.14) bedraagt de staatschuld nu 404,4 miljard, of 105,1% van het BPP en zal hij in september in gevolge nieuwe Europese boekhoudregels nog met 16 miljard toenemen. Zelfs zonder deze verdere toename is de vereiste schuldafbouw volgens onze berekening, al tot 8,672 miljard per jaar gestegen.

  • de bepalingen van het verdrag moeten in de Grondwet opgenomen worden of in een even bindende wet.  

  • Zowel de Europese Commissie als verdragsluitende landen die van oordeel zijn dat een land de bepalingen van artikel 3.2 niet naleeft kunnen een klacht indienen bij het Europees Hof van Justitie en vragen dat er financiële sancties opgelegd worden. 

Commentaar

  • De bepalingen van dit verdrag betekenen een verdere verstrengeling
    van de Europese richtlijnen inzake begrotingsbeleid sinds het Verdrag van Maastricht. Zijn strengheid, dwingend en onomkeerbaar karakter drijven de vereiste besparingen in lengte van dagen tot ongekende hoogte.

  • De speelruimte van Regering en Parlement om een economisch (en dus ook sociaal) beleid te ontwikkelen worden nog verder beperkt. Bij de bespreking in de Federale Kamer bestempelde Prof. Delpéré, specialist grondwettelijk recht en cdH Senator, dit als een aantasting van de grondwettelijke bevoegdheid van het Parlement om het budget vast te legggen. Dit is trouwens ook het standpunt van een aantal burgers die onlangs aan het Grondwettelijk Hof vroegen de beslissingen om dit verdrag goed te keuren. Zie Europees Begrotingsverdrag aangevochten voor Grondwettelijk Hof

  • Een heikele vraag die nog veel gehattetak beloofd, betreft de verdeling van de inspanningen tussen de Federale, Regionale en Lokale Overheden. Tijdens de bespreking van het verdrag in de Senaat Commissie kregen wij hiervan reeds een voorsmaakje: een N-VA senator juichte de besparingspolitiek toe, maar stelde dat Vlaanderen niet moest meebetalen voor de aflossing van de schuld waarvoor het niet verantwoordelijk is. De discussie over de verdeling van de budgettaire inspanningen maakt ook deel uit van bovengenoemde procedure voor het Grondwettelijk Hof.

  • Ten slotte: indien deze, tot nader order onvermijdelijke, budgettaire inspanningen dan toch moeten geleverd worden: besparingen (met hiermee gepaarde sociale afbraak) zijn niet de enige oplossing. Het alternatief bestaat uit nieuwe inkomsten voor de overheid halen uit een gedurfd programma voor fiscale rechtvaardigheid.

Op Tax Justice Day op 19 juni j.l. herinnerde het Financieel Actie Netwerk eraan dat de integrale uitvoering van zijn programma jaarlijks 23 miljard euro in het laadje zou brengen. Dit zou niet alleen toelaten de budgettaire verplichtingen van Europa na te komen, maar daarbij tegemoet te komen aan een hele reeks terechte sociale verzuchtingen (armoedebestrijding, gezondheid- en bejaardenzorg, justitie enz.) Zie Memorandum van FAN/RJF ter gelegenheid van Tax Justice Day 2014

Besluit

Welke regering er ook uit de bus komt: er rust sowieso een loodzware dreiging op onze sociale verworvenheden en het wordt vanaf dit najaar een zware strijd om deze te vrijwaren.

En … die zal niet in het Parlement gewonnen worden. Enkel massale mobilisatie van de vakbonden kan uitkomst bieden.

reacties

Eén reactie

  • door Roland Horvath op zondag 14 september 2014

    Overheidsschuld was altijd een goede belegging. Het resulteert in een geringe geldtransfer van arm naar rijk. Het laat onder andere toe grote projecten zoals de Oosterweel verbinding te realiseren met behulp van privaat kapitaal. Er is geen economische reden om overheidsschuld een kwalijke zaak te noemen. De werkelijke reden dat de EU sluitende begrotingen en versnelde afbouw van de schulden ingevoerd heeft is dat dit bedrag ten laste komt van de begrotingen en zo de overheden van de lidstaten in financiële moeilijkheden brengt: Dan moet de Sociale Zekerheid SZ en de koopkracht navenant afgebouwd worden zoals nu in Griekenland. Dat is de wens van de GMO die van de EU een goedkope werkplaats willen maken ten bate van hun exportwinst, ze zijn toch niet afhankelijk van de koopkracht op de binnenlandse EU markt. Dat alles vermindert de koopkracht op de binnenlandse EU markt dus het gaat ten koste van KMO en consumenten die bij miljoenen zullen falen.

    Bij de doelbewuste invoering van deze catastrofale besparingen heeft de EU Commissie de welwillende medewerking gekregen van 95% van de 10.000 politici van de 28+1 regeringen en parlementen. Ook van het grootste gedeelte van de hoofdstroom media. Alhoewel de geplande besparingen de economische capaciteit van de KMO bijvoorbeeld in BE met tientallen procenten zullen verminderen op middellange termijn, 1 à 5 jaar. Onnodig te zeggen dat dit een schril licht werpt op het niveau, de moraliteit, de interesse voor bevoegdheidsoverdrachten naar de EU en het verantwoordelijkheidsbesef van politici en media.

    De VL regering is onterecht verbaasd dat ze de betalingen van de Oosterweel verbinding moet opnemen in de begroting en ze niet kan laten in een aparte boekhouding. Een PPS Publieke Private Samenwerking creëert een overheidsschuld en de EU is tegen schuld boven de 60% BBP, een arbitraire regel, geen economische wetmatigheid. Dat verbod verhindert een PPS voor de financiering van grote projecten. Iets anders is dat voorziene betalingen voor de Oosterweel verbinding en betalingen voor de afbetaling van de lening bijvoorbeeld met een looptijd van 20 jaar allebei in de begroting moeten opgenomen worden.

    Er zijn drie mogelijkheden om hier een catastrofe voor de hele EU te vermijden. De regeling van de begrotingscontroles van de EU worden afgeschaft of heel erg versoepeld.

    Ten 2e, de ECB neemt de afbetaling van de schuld van de lidstaten boven 60% van het BBP over: In totaal 150 miljard euro per jaar voor de hele EU, 20 jaar lang. Omwille van de groei en de inflatie moet toch af en toe geld gecreëerd worden. Dat wordt nu aan private banken gegeven door een overheidsinstelling de ECB. Niet aan de overheden van de lidstaten, een regeling die vraagt om problemen en rampen. Niet de banken of de grote beleggers moeten gered door geldcreatie/ het opkopen van staatsobligaties, want dan is het nog niet zeker dat dat geld in de materiële economie terecht komt. De consumenten en de overheden moeten gered worden.

    Ten 3e, meer bedrijfslasten in de hele EU bijvoorbeeld lonen- BTW- milieulasten- meer- winstbelasting- door- de- GMO voor de financiering van Sociale Zekerheid en koopkracht dus om het geldgebrek bij overheden en consumenten weg te werken. Bedrijfslasten worden verrekend in de prijs van het verkochte product en ook door de klant betaald. Dus is in principe een nul operatie voor de bedrijven. Het EU bestuur is ook tegen verhoging van de bedrijfslasten.

    Nu kunnen de lidstaten niet aan geld komen want 1/ er moet versneld afbetaald, 2/ er is geen geldcreatie voor de lidstaten en 3/ de bedrijfslasten mogen niet verhoogd worden. Besparingen, die niets opbrengen, en de productiecapaciteit van de KMO afbreken, mogen wel.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties