about
Toon menu

De wetstraatjournalist

dinsdag 3 mei 2016
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

We hebben weer een lekker staaltje mogen meemaken van wetstraatjournalistiek van de bovenste plank de afgelopen dagen, naar aanleiding van eerst de “verwijdering” van Turtelboom door Rutten en daarna “de vlucht vooruit” van N-VA & CD&V coalitiepartners mbt de biomassacentrales.

De doorsnee wetstraatjournalist in dit land vindt respectievelijk de sociale rechtvaardigheidsdiscussie (Turteltaks) en het duurzaamheidsdebat (biomassa vs een echt duurzame transformatie in de samenleving, op langere termijn) maar weinig interessant. Nee, liever zoemt hij of zij in op “de poppetjes” en de ego’s, ziet hij of zij een ‘kaltstellung’ (een beetje Wetstraatjournalist mag graag een Duitse term bezigen) of nog “erfzondes”, “sterren die al een beetje aan het tanen” waren, partijvoorzitters die “gegokt maar verloren hebben”… (terwijl Bartje & co eigenlijk effenaf zouden moeten schrijven dat het Gwendolyn geen fuck  interesseert – excusez le mot - of het klimaat er nu al of niet aangaat, of ze die (subsidies voor) biomassacentrales nu “immoreel”/waanzin/…  noemt of niet).  Maar nee, ze schrijven kolommen en kolommen vol over Rutten, maar dàt schrijven ze niet. En over de klimaatplannen van Bourgeois, Beke en co zouden ze eigenlijk gewoon moeten pennen dat die lui vooral bezig lijken met het halen van Europese “targets” voor 2020. De decennia daarna zijn zorgen voor later. Dan tonen jongerenafdelingen van politieke partijen toch een pak meer ambitie.  Maar goed, jongeren zijn dan ook geen ‘heren van stand’.

De gemiddelde wetstraatjournalist en –toppoliticus (voor wie vooral de laatste polls tellen) zijn elkaar dus waard.  Wetstraatjournalisten menen dat ze figureren in een Vlaamse ‘House of Cards’ versie, net als Gwendolyne zelf allicht. Maar helaas, waar de echte House of Cards best leuk is om te bekijken, is de gemiddelde Vlaamse politieke soap zelfs niet het label ‘entertainment’ waard.  Het is vooral een diep treurig schouwspel, waarvoor één pagina ruimschoots zou moeten volstaan.

Maar ik begrijp het wel, de ‘incentives’ van de gemiddelde Wetstraatjournalist (die ook maar zijn ‘value for money’ moet bewijzen, elke dag weer, aan die hoofdredacteur, of zijn status van ‘headwriter’ moet onderstrepen) zijn erop gericht om de Wetstraatbubbel te beschrijven als ware het een cynische House of Cards episode. Nog dezelfde dag mogen hun artikels en commentaarstukken echter richting de papierversnipperaar of erger. Waar ze thuishoren. Of je ze nu een arty farty titel geeft als “C’est le carnage qui compte” of niet.