Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

Ja, ik wil steunen

Sluit dit venster

about
Toon menu

Kinderwelzijn als privé aangelegenheid?

zaterdag 12 september 2015
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

“Een achtjarig meisje heeft vrijdag meer dan vier uur alleen rondgedwaald in Brussel, zonder dat iemand daarvan opkeek of haar hulp aanbood,” berichtte De Standaard zaterdag. Dit is geen op zichzelf staand gebeuren. Ik hoor er wel vaker van – situaties waarbij peuters, kleuters of kinderen - vaak huilend - een stad ronddolen. Waarbij er zoekacties worden ingezet door de ongeruste ouders. En intussen heeft geen enkele voorbijganger eraan gedacht aan het kind te vragen wat er scheelt.


Gaan we vandaag niet iets te ver in onze drang om kinderen als een “privé aangelegenheid” te beschouwen? Iets waar ouders voor kiezen maar waar de samenleving als verzameling van mensen op straat weinig mee te doen heeft? Een “aangelegenheid” die ouders ook steeds meer doorschuiven naar crèches en scholen - die dan ook nog eens open moeten zijn tot 20u (zoals voorgesteld in het BEL10 programma van Radio 1), zodat “alle opvoeding” zeker kan plaatsvinden binnen de instelling?


Dit scenario zie ik dagelijks: ouders die gezellig lopen te winkelen terwijl hun kind het uitkrijst in de buggy, spartelend om nu toch eens op eigen benen te mogen staan. Om even aandacht te krijgen; vastgehouden te worden. Misschien bent u één van de mensen die maar vindt dat het kind stil moet zijn. Of u heeft het moeilijk met dit scenario. Hoe dan ook, u werpt een blik (boos of geshockeerd) en kijkt vervolgens de andere kant op. Immers, wat kan je doen? 


Meer mensen durven al eens iets zeggen wanneer een kind geslagen wordt, al wordt een "tik" (en laat ik duidelijk zijn, er bestaat niet zoiets als een "pedagogische" tik) in de publieke ruimte (te) vaak getolereerd. Intussen heeft onderzoek voldoende aangetoond hoe nefast ook het “gewoon negeren” van peuters die duidelijk met iets zitten wel niet is: voor de hechting van het kind met zijn of haar ouders bijvoorbeeld. Of nog, voor de ontwikkeling van zijn of haar empathisch vermogen dat stoelt op een eigen ervaring van empathisch ontvangen worden. Een kind negeren wanneer het overduidelijk een nood heeft, een kind sociaal isoleren bij een time-out, ... Al deze handelingen activeren dezelfde centra in het brein als fysiek slaan. Bovendien: wat leert het kind over de samenleving? “Wat ik ook denk of voel, het kan niemand iets schelen.” “Ik ben van geen betekenis.” Het kind gaat luider gillen, het wil in dat moment en liefst structureel – bovendien zeer terecht – van betekenis zijn.Voor iemand. Hij of zij wil dat er rekening met hem of haar gehouden wordt. Alweer, terecht. Intussen ervaren meer en meer kinderen een structureel tekort in alles wat belangrijk is voor een gezonde hechting: huid-aan-huid contact, ervaren dat je ouders je horen en begrijpen en rekening met je houden. Ervaren dat medemensen je niet alleen als kind maar ook als "persoon" zien; dat ze je 'taal' als betekenisvol beschouwen waarbij ze er vanuit gaan dat je als kind 'goed' bent. Dat wil zeggen dat wanneer een kind huilt dit kind niet als 'lastig' of 'stout' gezien wordt maar als een groeiend wezen dat op zijn of haar niveau frustratie uitdrukt en een appèl doet op de ander. Dat we kinderen kunnen begeleiden om aan zo'n frustratie meer vaardig uitdrukking te geven: zeker. Meer nog, in tegenstelling tot wat Hoekstra op pijnlijke wijze beweert in zijn opiniestuk in de Volkskrant kan dat op een manier die kinderen respecteert. Maar we vergeten wel eens in vraag te stellen of uren in een buggy zitten  terwijl mama of papa rustig winkelt niet te veel gevraagd is van een tweejarige en of we niet ook een beetje ruimte moeten maken voor kinderen in deze wereld.


“Je bent welkom op onze afspraak.” “Wat fijn,” zeg ik dan. “Ik zou graag mijn dochter meebrengen” en daar stopt het plots. Misschien toch een andere keer. Het gebeurt te vaak om me er niet aan te storen. In de publieke ruimte toon ik me maar liefst zonder mijn kind. Dat een kind na de crèche en na de babysit voor een intiem uitje voor mama en papa, na de boodschappen, de strijk en de was, ook nog een beetje ouder wilt - wat zeg ik, nodig heeft - daar wordt helemaal niet bij stilgestaan. Of nog, dat ook mijn dochter de wereld wilt leren kennen, voorbij de speeltuin die "speciaal voor haar is ingericht" en de muren van ons huis (met of zonder babysit). Ook staan we er niet bij stil hoe onvriendelijk we intussen zijn voor kinderen. Zij mogen best uit hun quarantaine komen eens ze, na

- of jaren uit de ruimte van volwassenen geweerd te zijn geworden (iedereen heeft intussen wel gelezen hoe populair "kindvrije hotels" of restaurants wel niet zijn...)

- of in de publieke ruimte te zijn “toegestaan” op voorwaarde dat ze vooral hun mond dichthouden

die goede, empathische burgers zijn waartoe niemand hen heeft opgeleid.

 

"De toekomst is kindvriendelijk" en er is nog werk aan de winkel...

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

Eén reactie

  • door Lodewijk op dinsdag 15 september 2015

    Mee eens, is volgens mij een sterk onderbelicht pijnpunt in onze maatschappij. Kinderen krijgen steeds minder plaats in de publieke ruimte. Maar lijkt ook al enkele decennia bezig. Misschien versterkt door individualistische consumptiemaatschappij. We zijn allemaal kinderen van onze ouders. Kinderen geen plaats meer geven is dus eigenlijk ook onszelf geen plaats meer geven.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties