about
Toon menu

Noord-Ierland: Een slapende vulkaan

dinsdag 14 november 2017
Deze blog werd geschreven door een van onze lezers. Wil je zelf ook beginnen bloggen in onze community, ga dan meteen aan de slag.

Voor een in 1987 geboren jongeman is de periode die in Noord-Ierland staat gekend als de troubles een vage herinnering. Er zijn vanuit mijn kinder- en prille tienerjaren langs beide kanten twee dingen bijgebleven. Ten eerste de naam IRA, met in het bijzonder adjectief real, en ten tweede de zogeheten oranje marsen van protestantse unionisten door katholieke wijken, met spanningen en geweld tot gevolg. Verder dacht ik tot voor kort dat het conflict redelijk gepacificeerd was.

Schuld van de Tudors

Ter voorbereiding van onze reis naar Noord-Ierland, waar we ook enkele dagen halt zouden houden in Belfast, begon ik alvast met mij in te lezen in het conflict. Historischer kunnen de wortels van dit conflict bijna niet zijn. De protestantse grondadel werd er letterlijk gedropt door de Engelse monarchen, en voelden zich helemaal geruggesteund en onaantastbaar na de overwinning van Willem III in de Battle of the Boyne, het wapenfeit dat gevierd wordt tijdens bovenstaande oranje marsen, dit op 12 juli.

Noord-Ierland, beter bekend onder de historische naam Ulster, werd meegezogen in de onafhankelijkheidsaspiraties die vanaf het einde van de achttiende eeuw steeds explicieter werden nagestreefd op het Ierse eiland. Eerst was er de mislukte revolutie, in het kielzog van de Franse, in 1798. Vervolgens waren er nog enkele halfslachtige pogingen in de loop van de negentiende eeuw. Tot de paasopstand in 1916, waar de katholieken die bij Ierland willen dan weer marsen voor organiseren, de strijd in een stroomversnelling bracht.

De (Noord-)Ierse afscheiding

Ondertussen was er op parlementair vlak wel al heel wat bewogen. De discussie rond Home Rule, waarbij Ierland een grotere dosis autonomie zou krijgen, was al enkele decennia aan de gang, vanuit Britse kant geïnitieerd door William Gladstone en bijgevolg tegengehouden door de Tories. Het is uit deze periode dat uitspraken als Home rule is Rome rule en Ulster will fight and Ulster will be right, uitgesproken door Randolph Churchill, Winstons grootvader, stammen. Toen Home Rule uiteindelijk werd toegestaan, werd Ulster hier tijdelijk van “gespaard”.

Van uitstel kwam echter afstel. Na een onafhankelijkheidsoorlog bevestigde het Anglo-Ierse verdrag (1921) dat Ulster buiten het akkoord viel. Ierland werd op dat moment ook nog niet onafhankelijk maar kreeg de status van dominion. Een deel van de Ierse nationalisten vonden het akkoord onvoldoende en een burgeroorlog volgde. In Noord-Ierland werd er ondertussen duchtig campagne gevoerd tegen een mogelijke aansluiting bij de Ierse Vrijstaat. Ook bij de daaropvolgende onafhankelijkheid (1937) en de oprichting van de Ierse Republiek (1948) bleef Noord-Ierland een deel van Groot-Brittannië.

The Troubles

The Troubles wakkerden opnieuw aan op het einde van de jaren 60, conform de internationale evoluties van die tijd. Het begon als een burgerrechtenbeweging die een gelijke behandeling wou van de katholieke bevolking, die op politiek en socio-economisch vlak vaak werden achtergesteld. Tegelijkertijd waren er ook al radicale bewegingen die geweld wouden gebruiken om hun doel te verkrijgen. De IRA dook opnieuw op. Als reactie werden onder andere de Ulster Constitution Defence Committee  van de protestantse dominee Ian Paisley met bijhorende paramilitaire Ulster Protestant Volunteers opgericht, alsook een andere paramilitaire beweging, de Ulster Voluteneers Force. Naar aanleiding van grootschalige rellen, onder andere in Derry en Belfast, werd het Britse leger naar de regio gestuurd, met een verdere escalatie tot gevolg.

In totaal stierven er 3532 mensen door de Troubles. Belfast en Noord-Ierland werden geteisterd door bloedige aanslagen. Maar ook daarbuiten werd er gebruik gemaakt van bomauto’s, onder andere in Dublin, London en Brighton. Deze burgeroorlog was echter hoofdzakelijk een guerrillaoorlog, waarbij langs beide kanten mensen op straat of in pubs werden neergeschoten en geëxecuteerd.  Er vonden op grote schaal arrestaties plaats, waarbij de bestaande burgerrechten werden afgebouwd. De Republikeinse paramilitairen die in deze gevangenissen en kampen terechtkwamen, wouden erkend worden als politieke gevangen. Het zou leiden tot de befaamde hongerstakingen. Bobby Sands werd vanwege zijn actie verkozen als member of parliament, maar zou uiteindelijk in de gevangenis sterven. Hij is vandaag nog steeds een van dé symbolen voor de republikeinse zaak.

Na een bloederig slotstuk, waarbij langs beide kanten via geweld druk werd gezet op de onderhandelende partijen, werd er uiteindelijk een akkoord afgesloten tussen de verschillende betrokken partijen, de Ierse regering, de regering van het Verenigd Koninkrijk en de twee Noord-Ierse centrumpartijen (Noord-Iers bestuur was al eventjes opgeheven en overgenomen door Westminster). Op 10 april 1998 werd dit precaire akkoord, the Good Friday Agreement, ondertekend. In een laatste opwelling vond op 25 augustus van dat jaar nog een bloederige bomaanslag in Omagh plaats, waar 26 mensen om het leven kwamen. In 2007 kende Noord-Ierland opnieuw een devolved government, met twee hoofdrolspelers van de Troubles, Ian Paisley en Martin McGuiness als eerste minister en vice-eerste minister. De paramilitairen verdwenen niet, maar er brak langs beide kanten een interne machtsstrijd los.

Een wankel bestand

En zo zijn we in 2017, met een bezoek aan Belfast. Hoewel ik wist dat het naïef was om te denken dat de spanningen volledig zouden gaan liggen zijn, was het bezoek aan de bekende wijken, met de muurschilderingen die de (bloederige) geschiedenis langs beide kanten uitbeelden, ontnuchterend. Het symbool bij uitstek is de Peace Wall, een muur van ongeveer 30 meter hoog die de katholieke republikeinse wijken van de Falls area scheiden van de protestants unionistische Shankill estate. Een geautomatiseerde poort sluit nog elke dag, om 18 uur in de winter en om 20 uur in de zomer. Ook Sandy Row, nog dichter bij het centrum van Belfast dan de andere twee, blijft de sporen dragen van het verleden.

En zo zijn er blijkbaar nog tientallen muren die gebouwd zijn na de het vredesakkoord. Blijkbaar was het een deel van de gedachte achter het pacificatieproces dat de twee gemeenschappen beter niets met elkaar meer te maken zouden hebben. Er is zelfs een scheidingsmuur voorzien in een parkje. Uit een recente bevraging blijkt dan ook, niet geheel onverwacht, dat de verstandhouding tussen de twee gemeenschappen verslechterd is sinds 1998. Er is nog minder interactie en het wantrouwen is enkel toegenomen. Men wil de muren niet weg, omdat men bang is dat het geweld opnieuw zal beginnen. Een straatje zonder eind.

In sommige wijken prijken de muurschilderingen van de tot op het bot gewapende paramilitairen nog steeds, het geweld wordt gecultiveerd. En de kinderen van de Troubles beïnvloeden nu eenmaal hun kinderen, die niet of zelden in contact komen met deze van de andere wijken en gedachtegoeden, zeker niet in de arbeidersmilieus, die de hot spots van het geweld vormden. En nu heeft Theresa May de hulp ingeroepen van de DUP, de partij van wijlen Paisley, om eerste minister te kunnen blijven, en is er de schaduw van Brexit die boven Noord-Ierland hangt.

Na de wandelingen door de wijken van Belfast lijkt het mij een half mirakel te zijn dat in deze licht ontvlambare tijden het sluimerende conflict niet opnieuw volledig is losgebarsten. De spanningen blijven, net als de provocaties en de bijhorende schermutselingen, maar tot aanslagen of moordpartijen is het voorlopig nog niet gekomen. Misschien is het maar de impressie, maar de actuele spanningen indachtig, lijkt het mij dat de minste vonk het wankele bestand kan doen ineenstuiken, of het nu veroorzaakt wordt door de onafhankelijkheidsaspiraties van diverse Europese regio’s of de Brexit, de“remain”-vote in Noord-Ierland en het probleem dat het invoeren van een grens tussen noord en zuid vormt. Het toeval wil dat gisteren in Omagh een bom werd gevonden die slachtoffers moest maken onder het publiek dat bijeenkwam om Rememberance day te vieren. Meteen werd de vinger gewezen naar radicale republikeinse groeperingen.

Slot

Ondanks dit alles is Belfast een levendige stad, waar veel geïnvesteerd wordt om wijken op te waarderen en te zorgen voor een nieuw economisch en cultureel reveil. Er zijn ook diverse musea en historische plekken die elk op hun eigen manier omgaan met de Noord-Ierse geschiedenis, van het Ulster museum, waar er extra moeite wordt gedaan om feedback te verkrijgen over de manier waarop de Troubles worden weergeven, tot Crumlin Road Goal, waar gevangen langs beide kanten werden vastgehouden, en waar er goed op wordt gelet dat beide kanten evenwichtig aan bod komen en het stadhuis, waar enkel een “memory room” is voorzien, met getuigenissen van inwoners van de stad, die vooral de nadruk leggen op de gezamenlijke hoop van beide kanten.  Ondanks, of misschien net door het feit dat de geschiedenis hier zo tastbaar doorloopt in het heden, is de stad een interessante bestemming. Alleen is het te hopen dat de aarzelende vrede kan aangehouden worden, en dat zonder hoge muren.